Wiskunde vraagje

Hoi allemaal,
Deze vragen uit mijn boek snap ik niet:
B. ‘‘Hoeveel meerpersoonshuishouden waren er in 1990? En hoeveel in 2000?’’
C.’’ Met hoeveel procent is het aantal éénpersoonshuishoudens toegenomen in de periode 1980-2000?’’

In mijn antwoordenboekje staat dit:
B. 1,8 miljoen 2,2 Miljoen
C.17,9 %

Ik snap niet hoe ze aan 1,8 miljoen en 2,2 miljoen komen, want dat Oranje stukje telt toch voor éénpersoonshuishouden?
En bij C snap ik al helemaal niet hoe ze aan 17,9 komen…

Dit is het plaatje in mijn boek /
Help! Ik heb hier een toets over en snap er geen snars van,…

http://i42.tinypic.com/dmcyoj.jpg

Btw als je het niet kan lezen dit staat er:
1950: 0,2 & 2,5
'60: 0,3 & 3,2
'70: 0,7 & 4,0
'80: 1,1 & 5,0
'90: 1,8 & 6,1
'00: 2,2 & 6,8
'10: 2,6 & 7,4

iemand?:stuck_out_tongue:

Geen idee. o.o Zie dit maar als een upje!

Ik denk dat ze dan éénpersoonshoudens bedoelen, anders klopt het toch niet?

Volgens mij is het een foutje in je boek, want als rood de meerpersoonshuishoudens zou zijn zou het wel kloppen. In 1980 is het dan van 3,9 naar 4,6 in 2000 gestegen. Dus 17,9%

Ja ik d8 ookal dat het misschien een fout kon zijn, maar de kans leek me nogal klein. Maar ik heb gegoogeld en er staat dat dit soort diagrammen manipulatief zijn ofzo? Dus misschien dat we iets niet doorhebben ofzo?

ik denk echt dat die vraag in het boek fout is hoor;o
en 17.9 weet ik ook niet. zie dit maar als een upje:)

Hoe kom jij aan 3,9? :stuck_out_tongue:

5,0 - 1,1

^Dat inderdaad. 5,0 in totaal, 1,1 meerpersoons dus 3,9 eenpersoons. Maar volgens mij hebben ze dus eenpersoons en meerpersoons in het boek wel omgedraaid!
Succes met je toets!

ik heb precies dezelfde opgave gehad en wij hadden een fout in het boek. en we moesten het zo veranderen:
B hoeveel eenpersoonshuishoudens etc
C met hoeveel % is het aantal meerpersoonshuishoudens etc
en D …bestond in 2000 uit meer dan 1 persoon
misschien klopt het dan wel :wink:

oh okee thankyouu