What ever you do, i'll for ever love you.

[i]Ik heb dit verhaal ook op fancy staan, voor de mensen die het gaan vragen. Maar op fancy is het een beetje dood, dus vandaar dat ik het hier op zet, het heeft daar alleen een andere titel; ‘Full of love’. Maar ik vond ‘What ever u do, i’ll for ever love you’ meer bij het verhaal passen!
--------
Daar zit ik dan alleen op de trap. Ik heb een hekel aan mijn nieuwe opleiding. Had ik toch maar hetzelfde als Marja gekozen, dan was ik nu niet alleen. Misschien ligt het ook wel aan mij, dat ze niet veel tegen mij zeggen. Ik zucht diep en neem een diepe hijs van mijn sigaret. Ik kijk om mij heen en zie achter mij een bruine jongen tegen de muur leunen. Hij lacht naar mij en ik lach verlegen terug. Hij is heel erg klein, maar zijn lach, ik weet niet wat hij heeft, maar hij heeft iets wat de andere jongens niet hebben. Ik zucht en kijk of ik Marja ergens zie staan. Ik kijk naar achteren, naar de ramen, er zitten grote groene leguanen achter. Ze kijken naar alle voorbij gangers en krassen met hun voorpoten tegen het glas. Ik zie voor mij de begraafplaats, voor de begraafplaats zijn palen in de grond geslagen. Ik kijk met een schuin hoofd naar de rare bruine palen. Ze hebben rare brede stukken, bij sommige in het midden en bij andere palen helemaal boven aan, sommige palen hebben helemaal niks. Ik probeer te lezen wat er moet staan, maar ik kan er niks van maken. Ik probeer zo onopvallend te kijken naar de bruine jongen, maar hij staat er niet meer. Telleurgesteld gooi ik mijn sigaret in de prullenbak en loop naar binnen.

verder?

[/i]

verder :slightly_smiling_face:

meer…meer

doe maar verder :wink:

verdeer :grinning:

verder:)

ga je nog doorrr?

Sorry, druk met school, hier komt het volgende stuk!
Bedankt voor de reacties!

[i]Ik loop de klas in en ga zitten achter een tafel helemaal achteraan. Sommigen kijken me aan en trekken één wenkbrauw omhoog. Ik besteed er geen aandacht aan en gooi met een klap mijn tas op tafel. Mijn klasgenoten draaien boos hun hoofd om en kijken mij allemaal boos aan. Ik kijk ze één voor één arrogant aan en pak mijn mobiel en begin te smsen naar Marja.
‘Eeh chickie, waar was je net? xSun’ Ik wacht op een sms terug, maar dat lijkt wel uren te duren. Anja, de coach van de klas, loopt door het lokaal en kijkt op de papiertjes van mijn mede-leerlingen. Ik pak snel een stift en papier en schrijf wat steekwoorden erop. Als Anja aan mijn tafel komt schuift ze mijn tas opzij en gaat op de zwarte stoel naast mij zitten. Ze veegt een bruine krul uit haar gezicht en kijkt mij met haar groen gele ogen mij aan. Ik kijk haar vragend aan. Anja pakt mijn papiertje en bekijkt het, er komt een glimlach op gezicht als ze ‘Theaterschool’ leest. Ze legt het papiertje neer en staat op en loopt verder. Ik vind haar vreemd, maar ik laat niks merken. Ik voel mijn mobiel trillen tussen mijn bh. Ik graai mijn mobiel tussen mijn bh weg en schuif mijn wit met roze ‘Samsung Star Qwerty’ open. Ik open het berichtje van Marja en lees wat er in staat. ‘Ja sorry, ik was met mijn nieuwe klasgenoten in de stad, was vet gezellig! Heb jij het daar ook gezellig? xMar’ Ik krijg tranen in mijn ogen, het begint weer van voor af aan, andere meiden komen in zicht en ik ben uit het zicht. Ik slik mijn tranen door en vraag aan Anja of ik naar de wc mag. Ze knikt ‘Ja’ en ik loop snel de klas uit. Ik voel dat iedereen mij aan kijkt, daar door begin ik steeds sneller te lopen. Als ik de klas uit ben ren ik snel naar beneden en bots tegen de bruine jongen op. Ik pak een boek op wat hij liet vallen en bied mijn excuses aan. Hij glimlacht naar mij, het lijkt net of de wereld even stil staat. Ik kan me niet bewegen, de bruine jongen aait met de rug van zijn hand langs mijn arm. Ik voel de rillingen over mijn rug gaan en ineens kan ik me weer bewegen. ‘Sorry, ik moet nodig naar de wc.’ Zeg ik schor. Ik krijg een rood hoofd als ik door heb wat ik tegen de bruine jongen gezegt heb. Ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Ik wil me omdraaien en heel hard wegrennen en mijn hoofd wel twintig keer doorspoelen in de wc, maar de bruine jongen pakt me bij mijn arm vast en vraagt naar mijn naam. ’ Mijn naam is; Sunay-Ann, zeg maar gewoon Sunay.’ Ik probeer niet naar de grond te kijken, maar ik durf hem gewoon niet aan te kijken. De bruine jongen glimlacht. ‘Mooie naam, Sunay-Ann. Waar kom je vandaan? Zo’n mooie naam komt vast niet uit Nederland! Mijn naam is trouwens Camiel.’ Zijn ogen zijn kastanje bruin en stralen, ik begin er van te blozen. ‘Mijn ouders hebben elkaar in Curacao, daar zijn ze ook getrouwd, maar ze zijn naar Nederland verhuisd om bepaalde omstandigheden. En Sunay-Ann heb ik te danken aan de buurvrouw op Curacao, zij noemde de zon altijd Sunay, waarom weet ik niet, maarja…’ Ik haal diep adem en kijk de jongen recht in zijn ogen. ‘Curacao is echt mooi, ik wil er nog een keer heen… Maar ik ga, ik moet nog wat dingen regelen! Zie je morgen wel weer of niet?’ Hij kijkt naar de trap waar iedereen altijd rookt, daar staan drie bruine jongens te wachten en gebaren wild naar hem. Hij lacht naar me en loopt richting de trap.

verder?

[/i]

De laatste nachten heb ik niet geslapen. Ik kon gewoon geen oog dicht doen. Het enige wat ik wél kon was denken aan Camiel, de bruine jongen. Sinds ik zijn naam weet, was ik gaan zoeken op Hyves en Facebook. Nergens kon ik hem vinden. Ik vroeg aan mensen die hem kenden of hun zijn mobiele nummer hadden. Zodat ik hem kon smsen, maar misschien kwam ik dan wel erg wanhopig over. Het weekend ging langzaam voorbij. Ik hing met mijn vrienden op straat en zoals altijd hadden we weer gezeur met de politie, die ons beschuldigde van de ingegooide ramen bij de sporthal. Twee vrienden van mij werden opgepakt. Arno en Berry, de twee met de grootste bek. De dagen er na was het erg rustig, omdat Arno en Berry moesten zitten in hun kleine 4 meter cel. ‘Berry’s ouders zijn er zat van hé?’ Hoor ik Ruben achter mij zeggen tegen Almar. Ik kijk achterom en val bijna van de ijzeren stang af. Ehtrugrul kan me nog net vast pakken, anders lag ik nu achter de ijzeren stang op de grijze tegels. ‘Gaan de ouders van Berry hem niet meer ophalen?’ Zeg ik terwijl ik een sigaret uit het pakje Camel achter mijn bh probeer te halen. Ehtrugrul fluit een keer en knikt naar het stukje bh wat boven mijn hempje uit komt. Ik zucht een keer en trek mijn hempje wat hoger. ‘Ruben? Ik vroeg of Berry’s ouders Berry niet meer op willen halen?’ Zeg ik terwijl ik Ruben een klap tegen zijn schouders geef. Ruben draait zich om en kijkt ernstig. ‘Nee, ze willen Berry naar een pleeggezin doen. Of te wel, die zien we nooit meer terug.’ Ruben kijkt ernstig naar Almar. Ik kijk Ehtrugrul aan en haal mijn schouders op.

upjee (L)

upjee, <3

verder:D

woow moeilijke namen allemaal, haha. maar verder :slightly_smiling_face:

Up. Ik denk wel dat je titel verkeerd is, moet het niet “Whatever you do, I’ll love you forever” zijn?

echt een leuk verhaal! verder =)

dat wilde ik net zeggen :slightly_smiling_face:

wss wilde ze t laten rijmen…

leuk verhaal (: verder!

@ Shoeonhead : Ik wilde het laten rijmen, dus vond ik het zo wel leuk. Maar ik had daar eerlijk gezegt ook niet aangedacht, dat dat ook nog achter aan kon. $

Maar vanmiddag komt het nieuwe stukje!

[i]Sorry, kon het stuk gister niet meer posten, internet viel uit…

Ik leun tegen de muur en haal de Breezer Lime fles uit mijn tas. Ik draai de dop open en neem een grote slok. Maura komt aangerend en smeekt om een slok Breezer Lime. Ik druk de fles in haar handen en loop naar Albert toe. ‘Wat is er?’ Vraag ik bezorgd. Hij drinkt de hele avond al bier en trekt zijn mond niet open. Wat je ook doet of zegt. Ik kijk hem recht in zijn ogen, maar hij kijkt weg. Eindelijk zie ik zijn mond open gaan. ‘Laat me met rust, oke?’ Zegt hij boos. Ik kijk naar zijn gezicht en wil mijn mond weer los doen om wat te zeggen. Maar hij duwd mij weg. Ik schrik en geef een gil en val met een klap met mijn hoofd tegen de muur. Ik voel me duizelig worden en zie zwarte vlekken. Maura hoor ik schreeuwen naar Albert. Ik hoor de brommer van Albert wegrijden. Ik hoor vage stemmen, daarna val ik weg. Ik probeer wakker te blijven, maar het lukt niet. Ik probeer te praten, maar het lukt niet.

‘Sunay! Kun je me horen?’ Ik hoor een bekende stem naast mij. Het lukt mij niet om mijn ogen los te doen. Ik probeer het een paar keer, op een gegeven moment zie ik een heel vel wit licht. ‘Ben ik in de hemel?’ Zeg ik met een schorre stem. Ik hoor gelach en kijk naast me. Daar zitten mijn ouders en Maura. Ik probeer te lachen, maar de hoofdpijn is onverdraagelijk. Ik kreun van de pijn. ‘Wat is er gebeurd?’ Zeg ik terwijl ik mijn handen aan mijn hoofd zet. [/i]