Waar denk je aan bij het vorige woord

Met dit spel moet je steeds een woord bedenken die te maken heeft met het vorige woord.
Je moet associëren. Dus schrijf het woord op waar je aan denkt bij het vorige woord.

Bijvoorbeeld:
1e persoon: school
2e persoon: huiswerk
3e persoon: ( denk dan bij huiswerk aan) : veel schrijven
4e persoon: denkt bij veel schrijven aan…

Je krijgt op een gegeven moment dus woorden die helemaal niet meer met het eerste woord te maken heeft :stuck_out_tongue:

Oke?
Dan begin ik met het eerste woord:
Vakantie

uitslapen

Moe

bed

slapen

snurken haha

kussen

slapen

Moe.

slapeloze nachten

Piekeren.

kerstboom

( ‘piekeren’ heeft natuurlijk niks met een kerstboom te maken natuurlijk maar dacht gewoon gelijk aan een piek die je er altijd op zet)

Lichtjes

kaarsjes

gezelligheid

kerst

Sneeuw (jammer genoeg lag het er deze kerst niet :frowning_face: )

winter

Sneeuw

Vuurwerk