'Waar ben ik?'

[i]Dit is mijn eerste verhaal die ik ga schrijven, ik hoop dat het goed komt. Kritek is altijd welkom.

Inleiding:
De 16-jarige onzekere Anne, heeft een slecht zelfbeeld van zichzelf. Ze beschouwd zich als een soort van ‘varken’. Wat ze allemaal doet vindt ze slecht, ookal is het goed bedoeld. Tot dat ze een jongen tegenkomt… Het verhaal begint bij het begin, toen het nog allemaal heel goed ging met haar.[/i]
-----

In de volle aula, werd er uitbundig gelachen door Anne en haar vriendinnen: Mascha, Ivy, Linda en Saskia. ‘Hebben jullie afgelopen maandag ook Beauty en de Nerd gekeken? Dat was gewoon te grappig! Van nerd tot een spetterjongen? Hmm, ik ben benieuwd of dat hij dat volhoudt…,’ zei Anne. Ze kon haar zin nauwelijks afmaken, of de zoemer ging al voor het laatste uur. ‘Meiden, ik zie jullie nog wel! Doeg!’, riep ze. ‘Doeg,’ riepen de rest van de meiden in koor. Anne had Frans. Ze had er zó geen zin in. Maar toch, goede cijfers bij haar telt heel zwaar. Anne weet van haar eigen dat als ze ook maar lager dan een zeven haalt, dat ze helemaal over de rooie gaat. Geïnstalleerd en wel achter haar tafeltje in de klas, kreeg ze een overhoring in haar schoot geworpen. Ik heb goed geleerd, dit wordt een eitje!, dacht ze in haar eigen. Er gebeurd alleen iets raars met haar. Nadat de leraar de woorden had opgelezen, om het te laten vertalen, wist Anne niets meer. Het leek erop of ze was leeggezogen. Hoe kan dit?, dacht ze. Voor ze het wist, was de tijd om van haar overhoring en had ze niets op kunnen schrijven. Een stemmetje in haar achterhoofd zei; Dit verdiend straf! Hoe kon je? Hoe kon je zomaar ineens alles vergeten?


Dit is het eerste stukje.
Ik voel me er zelf wel onzeker over. Kunnen jullie tips geven? Zou ik verder moeten gaan?

Eehm moet beschouwd niet beschouwt worden (en daar had ik er nog wel wat meer van gezien)

En ik zou van de zin: ‘Maar goed, goede cijfers bij haar telt heel zwaar’, ‘Maar goed, goede cijfers telden bij haar heel zwaar.’

Na ‘In de volle aula’, zou ik geen komma doen, die gewoon weglaten.

En in haar eigen ken ik niet, maar dat kan aan mij liggen. Ik vind in zichzelf mooier staan.

Dat was het wel, was ik nou té kritisch (zo ja, sorry)? Ik vind het wel oke, maar tot nu toe niet echt een heel boeiende inleiding. Toch doorgaan!

t’Kofschip hè.
En als je er een verledentijdsvorm van maakt; beschouwden. Nouja, heb wel wat moeite met de D-tjes en T-tjes… Daarom vind ik dat er bij mij gewoon streng moet worden gekeken, vind ik. Ik vind het niet zo erg hoor, dat het té kritisch is. Ik schiet er alleen maar mee op :slightly_smiling_face:.

Oh grapje, ik dacht, tegenwoordige tijd dus een t
Maar goed

Ze moet nog een half uur aan haar Frans werken, dan gaat de zoemer. ‘Maken jullie het hoofdstuk af, dan ga ik jullie overhoringen nakijken,’ zei meneer de Rijk. Anne kreeg het al benauwd bij het woordje ‘nakijken’. Er zat niets anders op dan afwachten. Afwachten tot haar ondergang. Rustig werken nu, rustig werken nu, rustig werken nu, dacht ze, maar het stelde haar niet gerust. ‘Anne! Kom eens hier…’ Meneer de Rijk riep haar bij hem. ‘Dit ben ik niet gewend van jou! Normaal heb je altijd voor overhoringen hoger dan een acht… en nu een één? Heb je hier een verklaring voor?’ ‘Ehm… iii… ik… ikkk…Nnnn…nee meneer, eigenlijk niet. Het spijt me, het zal niet nog eens gebeuren.’ ‘Dat hoop ik dan maar! Ik ben heel erg in je teleurgesteld.’ De zoemer ging en Anne wist niet hoe snel ze naar huis moest. Ze had tranen in haar ogen. Ze wou zo snel mogelijk weg, alleen liep dat niet echt gesmeerd door de drukte bij de kluisjes. Na een tijdje wachten, was ze alleen bij de kluisjes. Ze kon haar jas, haar iPod en haar mobiele telefoon pakken en vervolgens rende ze naar haar fiets. In de weerspiegeling van een plas water, zag ze dat ze rode ogen had. Van het huilen, zei ze in haar eigen en ging naar huis. Thuis aangekomen ziet ze dat er niemand thuis is. Er lag een briefje klaar voor haar, liggend op de keukenaanrecht. Ze pakte het briefje en las het:
'Lieverd,
ik ben op visite bij een vriendin van me en we gaan vanavond samen uit eten. Ik denk dat het niet later word dan twaalf uur. Warm je voor jezelf even eten op?

Liefs,
Mam.’

Verdorie, weer dat smerige, calorierijke magnetronvoedsel, dacht ze. Bovendien had ze geen honger. Ze voelde zich eigenlijk heel erg misselijk. Het was haar moeder al een tijdje opgevallen dat Anne heel weinig at. Anne was toch wel wat afgevallen, van vijfenzestig kilo naar tweeënzestig half.

Dit is het tweede stukje :$.
Ik weet dat er nog geen spanning in zit, maar dat komt nog wel.