Vragenlijst over eten

Kies steeds uit A,B of C. Je moet een antwoord geven. Als echt niks voor jouw mening staat kies je datgene waar je het het meest mee eens bent.
Als je je antwoorden optelt, moet je 2 en 6 niet meetellen. Omdat de antwoorden daar niet helemaal kloppen, daarin ben ik zelf meer geïnteresseerd!

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

Meeste A - De antwoorden bij A zijn (vrij oppervlakkig) vanuit een standpunt van iemand met een eetstoornis.
Meeste B - Je bent je bewust van calorieën en dergelijke, bent soms best wel onzeker over je gewicht, maar je eet meestal wel gezond.
Meeste C - Jij eet gezond en genoeg (of misschien wel iets teveel maar als je niet te veel snoept zou ik daar niet van uit gaan). Hou dit zo, en probeer je niet teveel te vergelijken met superdunne modellen.

Dit is geen deskundige test ofzo

  1. C
  2. A
  3. C
  4. B
  5. B
  6. B [let op; ik vind het vaak niet fijn om 's ochtends te eten, geen honger, zou graag meer eten, is ook beter :grin:]
  7. C
  8. C
  9. C
  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    B-Soms

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja

  3. Ik heb een eetstoornis.
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    B-Af en toe hartstikke lekker!

  6. 'S ochtends eet ik…
    B-Een broodje

  7. Ik eet…
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    B-Meestal wel

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.

  1. Eten vind ik fijn!
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja

  3. Ik heb een eetstoornis.
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    B-Soms → maar ik word er nooit onzeker van

  5. Een patatje met…
    B-Af en toe hartstikke lekker!

  6. 'S ochtends eet ik…
    B-Een broodje

  7. Ik eet…
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    B-Meestal wel

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

Meeste C.

Als je je antwoorden optelt, moet je 2 en 6 niet meetellen. Omdat de antwoorden daar niet helemaal kloppen, daarin ben ik zelf meer geïnteresseerd!

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot! Ik vind dat echt vies :expressionless: Gewoon friet met mayo is het lekkerst=D
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje ['s morgens krijg ik bijna niks door mijn keel omdat ik dan net wakker ben ofzo, maar ik eet wel altijd een boterham.
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten. Ik ben dol op gezond snoep & chips xD

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit! [ ik word onzeker door andere dingen]

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. C
  2. C
  3. C
  4. B
  5. B
  6. C
  7. C
  8. C
  9. C
  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

Meeste A - De antwoorden bij A zijn (vrij oppervlakkig) vanuit een standpunt van iemand met een eetstoornis.
Meeste B - Je bent je bewust van calorieën en dergelijke, bent soms best wel onzeker over je gewicht, maar je eet meestal wel gezond.
Meeste C - Jij eet gezond en genoeg (of misschien wel iets teveel maar als je niet te veel snoept zou ik daar niet van uit gaan). Hou dit zo, en probeer je niet teveel te vergelijken met superdunne modellen.

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)

    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

Meeste A - De antwoorden bij A zijn (vrij oppervlakkig) vanuit een standpunt van iemand met een eetstoornis.
Meeste B - Je bent je bewust van calorieën en dergelijke, bent soms best wel onzeker over je gewicht, maar je eet meestal wel gezond.
Meeste C - Jij eet gezond en genoeg (of misschien wel iets teveel maar als je niet te veel snoept zou ik daar niet van uit gaan). Hou dit zo, en probeer je niet teveel te vergelijken met superdunne modellen.

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    B-Soms

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    B-Af en toe hartstikke lekker!

  6. 'S ochtends eet ik…
    B-Een broodje

  7. Ik eet…
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    B-Meestal wel

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    C-Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    B-Soms

  5. Een patatje met…
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    C-3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

8xC 1xB

  1. Eten vind ik fijn!
    A-Nee
    B-Soms
    C-Ja

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis (excl. jezelf).
    A-Ja een goede vriendin
    B-Via, via.
    C-Nee

  3. Ik heb een eetstoornis.
    A-Ja
    B-Weet ik niet
    C-Nee zeker geen anorexia en ook geen bolimia

  4. Ik vergelijk mezelf vaak me modellen, en wordt daar onzeker van.
    A-Ja
    B-Soms
    C-Nee nooit!

  5. Een patatje met…
    A-Krijg ik niet door m’n strot!
    B-Af en toe hartstikke lekker!
    C-Liefst elke dag!

  6. 'S ochtends eet ik…
    A-Niets
    B-Een broodje krijg nooit zoveel op
    C-Meer dan alleen een broodje.

  7. Ik eet…
    A-Zo min mogelijk vaste maaltijden (=ontbijt, lunch, diner)
    B-1 of 2 vaste maaltijden.
    C-3 vaste maaltijden das gezond want dat heb je voor de rest niet super veel honger

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje.
    A-Heeeeel soms
    B-Meestal wel
    C-Ja, zeker weten.

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    A-Schuldig, vies en vet.
    B-Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.
    C-Voldaan, ik kan er weer tegenaan!

  1. Eten vind ik fijn!
    B. Soms

  2. Ik ken iemand met een eetstoornis
    C. Nee

  3. Ik heb een eetstoornis
    C. Nee

  4. Ik vergelijk mezelf vaak met modellen, en wordt daar onzeker van
    C. Nee nooit

  5. Een patatje met…
    C. Het liefst elke dag

  6. 's Ochtends eet ik…
    B. Een broodje

  7. Ik eet…
    C. 3 vaste maaltijden

  8. Ik neem elke dag wel een tussendoortje
    C. Ja, zeker weten

  9. Na het eten van een maaltijd/tussendoortje voel ik mij…
    B. Ben bewust van caloriën en dergelijk, maar voel me niet zoals bij A.