Vraag over wiskunde.

Hoi :]

Ik heb binnenkort een wiskunde toets over kansverdelingen. Het gaat ook deels over de binomiale kansverdeling (binomcfd/pdf etc).

Nu is mijn vraag: wanneer gebruik je de binomiale kansverdeling en wanneer je gebruik je de normale kansverdeling?
Ik heb het al op het internet opgezocht, alleen ik werd er niet echt wijzer van. Misschien kan iemand het hier een beetje simpel uitleggen, haha.

Alvast bedankt!

Ik kan je niet helpen, heb wiskunde B en zit pas in de 4e, sorry
maar up!

ik weet dit wel, maar ik weet niet of ik het helder uit kan leggen :stuck_out_tongue:

Normale verdeling moet je, ja, bij normaal verdeelde populaties/steekproeven gebruiken xD (daar word je vast niet veel wijzer van).
Probeer anders de verdeling te tekenen in een grafiek: een normale verdeling ziet er klokvormig uit, binomiale verdeling ziet er wat chaotischer uit ^^

Misschien een idee om aan je wiskundedocent te vragen hoe je het precies kan herkennen enzo? Die heeft er namelijk verstand van.

Dat vroeg ik laatst aan mijn wiskunde leraar. Hij zei dat als je de normale verdeling moet gebruiken dat er altijd bij staat. Dus als in: blablabla en zijn normaal verdeeld…

Binomiale verdelingen gebruik je als het mét terugleggen is. Dan blijft de kans immers elke herhaling hetzelfde.
‘Normale’ verdelingen als het zónder terugleggen is. Dan verandert de kans steeds, doordat je er eentje uithaalt.
Zoiets?

Dat wordt echt een kuttoets ;p. Ik heb hem afgelopen toetsweek gehad en het hoogste cijfer was geloof ik een 6.8, het laagste een 1.0 en het gemiddelde een 3.5 ofzo. Ik ben met een 4.9 van een 7.5 naar een 7.1 gegaan en heb maandag de herkansing… Oke dit voegt niet echt veel toe maar mijn tip is dus, probeer het zo goed mogelijk te snappen en leer de examenbundel -vragen!

Binominale verdeling is volgens mij als je de kans op iets weet.
BinomPdf (P van precies) gebruik je wanneer je precies wilt weten hoeveel iemand bijvoorbeeld met booschieten 10x van de 15x raak schiet.
Binomcdf gebruik je als je iets hoogstens, meer dan, minder dan etc. wilt weten.

‘Als de kansen op succes en mislukking bij elke herhaling even groot zijn heet het kansexperiment binominaal’

‘De normale verdeling is een continue kansverdeling’