Vraag opdracht scheikunde

Hey! Ik heb best veel moeite met scheikunde. Ik heb binnenkort een toets en ik heb een opdracht die ik niet snap. Zou iemand deze kunnen uitleggen? De opdracht:

Stikstofmono-oxide en chloor kunnen met elkaar reageren onder de vorming van nitrosylchloride, NOCL. Het volgende evenwicht stelt zich in: 2NO + Cl2 <> 2NOCL. De reactie naar rechts is exotherm.
Men heeft 0,200 mol NO en 0,100 mol Cl2 samengevoegd in een afgesloten ruimte van 1,0 dm3. Toen het evenwicht zich had ingesteld, bleek 85% van het Cl2 te zijn omgezet. De temperatuur was 500 K. Bij deze temperatuur zijn alle bij het evenwicht betrokken stoffen gasvormig.
A. Bereken de waarde van de evenwichtsconstante van het evenwicht 2 NO + Cl2 <> 2 NOCl bij 500 K.

Men herhaalt het hiervoor beschreven experiment bij 750 K.
B. Leg uit of dan in de evenwichtstoestand ook 85% van het Cl2 zal zijn omgezet of dat er meer of minder dan 85% van het Cl2 is omgezet.

Als iemand mij hierbij kan helpen zou dat super fijn zijn! Het zou helemaal geweldig zijn als er uitleg wordt gegeven waarom je bepaalde stappen doet!

Up

Het lijkt me dat je bij vraag A een evewichtsbreuk moet opstellen, en hier dan de waarde mee berekend.
Vraag B kun je beredeneren doordat je weet dat de reactie exotherm is, bij een verhoging van temperatuur kun je dan beredeneren wat er gebeurd.
Ik hoop dat je er iets aan hebt

Om de eerste vraag op te lossen zijn mijn chemielessen te lang geleden, maar op je tweede vraag kan ik wel antwoorden. Bij exotherme reacties geeft verhoging van temperatuur een voorkeur voor de reactanten. Met andere woorden: Er zal bij een verhoging van de temperatuur minder product gevormd worden wat voor minder omzetting zorgt. Hierdoor zal er dus minder dan 85% Cl2 worden omgezet.

Ik hoop dat ik nog op tijd reageer! Ik heb dit dit jaar voor het eerst gehad, dus ik hoop dat ik het duidelijk genoeg uitleg :slightly_smiling_face: In welke klas zit je?

De evenwichtsconstante bereken je met de evenwichtsbreuk:

K = [NOCl]^2 / [Cl] * [NO]^2

Je hebt dus de concentraties van de verschillende stoffen nodig. Een begin-omzetting-eind tabel is hier handig. Helaas weet ik niet hoe ik hier een tabel kan maken, maar ik zal proberen het duidelijk op een rijtje te zetten.

De concentratie bereken je met de volgende formule:

[A]=n/V

Beginconcentraties:

NO: 0,2/1 = 0,2 M
Cl2: 0,1/1 = 0,1 M
NOCl: 0 M (want in het begin is er nog niets omgezet)

Hoeveel van de beginstoffen is er omgezet?
Cl2: 85%, dus 0,85 * 0,1 = 0,085 M
NO: de molverhouding is van de beginstoffen is 2:1 (zie de reactievergelijking). Dus er wordt 2 keer zo veel NO omgezet als Cl2. 2 * 0,085 = 0,17 M
NOCl: er ontstaat dus ook 0,17 M NOCl. De molverhouding is namelijk: 2 + 1 → 2.

Wat zijn de eindconcentraties? Dus hoeveel van elke stof is er uiteindelijk over, nadat het evenwicht is ingesteld?
Cl2: 85% is omgezet in NOCl dus er blijft 15% over. 0,15 * 0,1 = 0,015 M.
NO: er is 0,17 M NO omgezet. Dus er blijft 0,2-0,17 = 0,03 M over.
NOCl: er is 0,17 M ontstaan.

Nu kan je de evenwichtsconstante berekenen met behulp van de evenwichtsbreuk, want we weten nu wat de eindconcentraties bij evenwicht zijn.
K= 0,17^2 / 0,015 * 0,03^2 = … (reken dit uit met een rekenmachine :slightly_smiling_face:))

Nu opgave B:

De temperatuur is verhoogd. De endotherme reactie zal hier meer profijt van hebben dan de exotherme reactie. De reactie naar rechts is exotherm, dus de reactie naar links is dan endotherm. De endotherme reactie zal tijdelijk sneller verlopen dan de exotherme reactie. Er ontstaat dus tijdelijk meer NO en Cl2, tot dat zich weer een evenwicht instelt. De eindconcentratie van Cl2 zal dus toenemen. Er is dan dus minder dan 85% Cl2 omgezet.

Ik hoop dat de toets goed is gegaan als je hem al hebt gehad! Je mag altijd vragen stellen als je het nog niet snapt.