Vivere la vita

Misschien zullen mensen deze titel en de personages al herkennen. Dat klopt, een jaar geleden hebben Audaz en ik meegedaan aan een RPG.
Het verhaal liep op de klippen en wij hebben besloten om toch opnieuw te beginnen, met z’n tweeën.
MEDEDELING:
Aangezien wij het beide druk hebben - school, stage - zullen wij vaak alleen in het weekend stukjes plaatsen.

Het intro:

Vivere la vita, leef je leven.

Nick en Emma hebben zich om verschillende reden ingeschreven voor deze prachtige vakantie.
Het is niet alleen maar vakantie, zij zullen met drie andere begeleiders (die wij in het verhaal zullen werken) een groep van vijfendertig kinderen moeten begeleiden. Zij zullen de komende ‘vakantie’ verblijven in het hotel The Westin Europa & Regina.

http://www.whatahotel.com/hotels/1027/The_Westin_Europa_&_Regina-view.jpg

Geachte Emma,

Wij hebben uw inzending aandachtig bekeken en zijn tot de conclusie gekomen dat u de juiste kwaliteiten heeft om de kinderen van de school De hoge noot te begeleiden. Wij mogen u dus feliciteren, u bent aangenomen.
Dit jaar gaan wij naar Italië, om precies te zijn gaan wij naar de stad van de grachten, waar prachtige boten rondvaren.
Dit jaar verblijven we in het hotel The Westin Europa & Regina in Venetië.
De kamers zijn uiteraard gescheiden. In de bijlage zit informatie en foto’s van het hotel. Ook hebben wij wat regels opgesteld die ook in de bijlage zitten.
U zult met vijf andere begeleiders een groep van vijfendertig kinderen begeleiden. Zij worden verdeeld in groepjes van zeven. U zult ze de komende drie weken moeten begeleiden in deze prachtige stad.

Wij verwachten u 19 juli om precies 9.00 uur op het vliegveld Schiphol, bij de ingang.
Daar zult u ook de andere begeleiders ontmoeten en zullen de groepen worden verdeeld.
Wij wensen u alvast veel plezier.

Hoogachtend,
De directie van De hoge noot.

Ah superleuk! Ik deed toen ook mee. Ik was ehm Julia of Julee of zo?
Ik ben benieuwd en ga het zeker volgen (:

Emma

“Geachte Emma, …, U bent aangenomen”
Dat is het enige wat ik lees voor ik in gegil uitbarst. Ik moet me inhouden om geen vreugdedansje op te voeren en laat me op mijn bed vallen. Dit is waar ik al weken naar uitkijk, lezen dat ik ben aangenomen als begeleidster voor een reis naar Venetië. Nu ik er zo over nadenk, zit er best wel een lang verhaal verborgen achter mijn sollicitatie. Grinnikend schud ik mijn hoofd. Nouja, om een lang verhaal kort samen te vatten: ik wou graag op reis gaan, maar dat mocht niet van mijn vader. Dus, toen ik de advertentie zag, moest ik me gewoon aanmelden. Ik bedoel, hoe erg kan het zijn om voor een groep kinderen op te passen én vakantie te hebben? Het is dus precies wat ik nodig heb, geld verdienen en genieten van Venetië. Venetië! Opgewekt spring ik van mijn bed, ik ga gewoon naar Venetië! Wanneer ik voorbij mijn spiegel huppel besef ik hoe belachelijk ik me aan het gedragen ben. Kuchend leg ik mijn haren weer ordelijk en prent mezelf in om gewoon normaal te doen. Anders zal mijn vader weer argwaan krijgen over de precieze intenties van mijn sollicitatie. Ik moet toegeven dat het helemaal niks te maken heeft met wat ik hem heb wijsgemaakt. Ik zie mezelf namelijk nog niet echt een studie doen in verband met kinderen, kom op zeg. Ze leven precies in een andere wereld, wat ik best wel interessant vind… Maar om nou mijn hele leven tussen kinderen te vertoeven, daar bedank ik toch liever voor.
“Goeiemorgen pap,” zeg ik met een grote glimlach. Misschien moet ik toch maar minder overdreven doen, hier krijgt hij vast argwaan van. Zie je, daar komt het al, mijn vader kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan.
“Jij bent opgewekt,”
“Nou, ik ben aangenomen voor dat begeleiderwerk,” zeg ik schouderophalend. Ik vul een kom met ontbijtgranen en ga aan tafel zitten. Voorzichtig kijk ik hem aan en kauw langzaam op mijn knapperig ontbijt. Het verbaasd me wanneer Jack, ja zo heet mijn vader, me gewoon feliciteert, zich dan verontschuldigd en vertrekt naar zijn werk.
Nadat ik de vaat heb gedaan en de keuken heb gepoetst loop ik terug naar mijn kamer. Wanneer begint mijn reis naar Venetië eigenlijk? Geschrokken stel ik vast dat het al sneller is dan ik me kan herinneren, misschien had ik toch beter alles moeten noteren…

Pas dan komt het besef dat ik mijn vrienden voor een hele periode zal moeten achterlaten. Ik bijt op mijn lip en het lijkt alsof ik terug op de aardbol ben. Wat als het hier misloopt en ik in Venetië zit. Wat als ik er niet kan zijn als het nodig is? Meteen verandert de zonnige persoon die ik daarnet was in een zombie. Oké, dat is misschien overdreven, maar ik ben al helemaal niet meer zo enthousiast. Zwijgend staar ik voor me uit, het komt vast wel goed. Ik vertrek namelijk niet voor altijd… dus ze redden zich heus wel zonder mij!

Ik heb het zo verschrikkelijk druk, echt heel druk, niet normaal druk, dat ik eigenlijk niet eens van mezelf mag reageren, maar ik kan het gewoon niet laten x]

VLV, wat leuk! Ga je onze personages er ook in verwerken?
Ik was Stephen, haha x]
Het komt allemaal weer terug nu, maar ik ben benieuwd! =)

*gaat weer snel verder*

Haha, wat leuk dat iedereen zich alles weer herinnert :grin:
Ik vond het een fijne tijd toen, dus ben echt blij dat ik er weer iets mee kan doen =)

hahaha, leuk dat jullie reageren en het nog herinneren x]

stephen en ik hebben ook nog in een ander rpg samen geschreven en hebben laatst nog het oude topic opgezocht en herinneringen gelezen.
ik vind het echt heel stom dat dat toen is geëindigd, want het was echt geniaal.

maar hm, ik zal het topic niet volspammen met mijn herinneringen. hihi.

Nick

[i]Het was winter. Mijn moeder en ik zaten op een bankje in het park terwijl we toekeken hoe ouders met hun kinderen aan het schaatsen waren.
Het was ijskoud, maar ik deed er alles aan om bij mijn moeder te zijn en om haar te helpen. Ze was ziek.
Mijn arm sloeg ik om haar heen en drukte haar tegen mij aan.
‘Pa wilt dat ik later voor zijn bedrijf ga werken,’ vertelde ik haar.
Ze keek me met vol ongeloof aan, ze had nog gelijk ook. Ik tilde mijn schouders op en vertelde dat ze wist hoe ik was. Meteen begon ze te lachen, wetend dat ik gelijk had.
Mijn vader had een eigen bedrijf, al voordat ik was geboren. Wat voor een bedrijf? Daar ben ik nog steeds niet achtergekomen. Dat zal mij altijd een raadsel blijven. En trouwens, eigenlijk wilde ik het ook niet weten. Want nadat ik het huis uit zou zijn, zou ik gaan reizen, samen met de vrouw van mijn leven.
Mijn moeder ja.
Ik tilde haar op en zette haar weer in haar rolstoel. Ze woog niks meer. Niet letterlijk natuurlijk, maar ze was zeker wel bijna twintig kilo lichter geworden sinds ze ziek was geworden.
‘Zal ik dat ooit ook nog kunnen Nick? Weer schaatsen in het park met jou, als het weer winter is en wij niet meer hoeven te bevriezen? Zal ik ooit nog kunnen lopen, kunnen lachen?’
Ik antwoordde niet, want ik wist voor haar eigen bestwil dat dat het beste was.
Daar kwamen de tranen, die op haar koude wangen brandden. Die ervoor zorgden dat mijn keel dichtsloeg en ik haar alleen nog maar aan kon kijken, terwijl ik het haar wilde vertellen.

Twee maanden later, in de lente, overleed ze.
Kapot was ik ervan, en ben ik nog steeds. Mijn vader heeft geprobeerd mij te helpen om de begrafenis te regelen, maar ik heb hem op het hart gedrukt dat hij er niet mee moest bemoeien. Hij hield tenslotte niet eens van haar.
Ik herinner de dag nog als gisteren, dat ze overleed.
Het was een miezerig zonnetje die scheen, de wolken waren nergens te bekennen. Ze zat vredig in haar rolstoel naar buiten te kijken.
‘Ik ga dood hè,’ vroeg ze en keek rechts van haar, waar ik stond.
Met een gebogen hoofd knikte ik. Veertien jaar was ik, bijna vijftien.
Haar hand reikte die van mij. Ze kneep er zachtjes in. Ik wist dat het voor haar veel moeite kostte. Voor haar voelde het alsof ze mijn hand fijn kneep, maar voor mij voelde het als een afscheid.
‘Mam, het spijt me,’ zei ik tegen haar en liep de kamer uit.
Inderdaad, het was wreed.

‘Lieverd, dat had je niet mogen doen,’ fluisterde, terwijl ze de orchideeën in haar handen hield.
Het waren haar lievelingsbloemen.
Na tien minuten was ik teruggekeerd naar haar kamer in het ziekenhuis.
De kamer waar ze de afgelopen maanden had gelegen had ze meerdere malen geprobeerd op te fleuren, maar al haar kansen waren mislukt.
‘Denk je dat papa nog komt?’ vroeg ze hoopvol. Ze veegde een traan weg, hopend op het antwoord die ze wilde horen.
Ik schudde mijn hoofd en perste mijn lippen op elkaar. Ik haatte die man voor wat hij had aangericht.
‘Zullen we naar buiten gaan?’ vroeg ik.
Ze knikte tevreden.
‘Heerlijk die zon,’ zei ze en keek naar me.
Het waren haar laatste woorden.[/i]

Jaaa, inderdaad, ben het helemaal -tot de puntjes- met je eens =)

En echt een heel mooi stukje weer! Die laatste zin maakt het ook echt af…
Heel mooi!

Thanks! x]

up

UP

omhooog ^^)

Nieuw stukje!

Nick

Mijn voeten lijken over het asfalt te zweven. Mijn bloed in mijn lichaam wordt als een raket door mijn lichaam gepompt en de muziek die ik hoor lijkt door mijn hele lichaam te dreunen.
Wanneer ik stop met rennen en mijn muziek uitzet, geniet ik van de stilte die mij tegemoet komt. De rust die je hebt in de vroege morgen maakt mijn dag.
Vandaag zal mijn eerste werkdag worden als begeleider. Leuk. Nee, ik vind dit echt leuk. Anders zou ik me niet hebben opgegeven als begeleider.
Samen met mijn ontbijt liep ik heen en weer in de keuken, met de brief in mijn hand. Ik was aangenomen. Ik kon wel juichen, zo blij was ik. Maar een omvangrijke glimlach kroop op mijn gezicht.
Toen ik het Kyara had verteld, heeft ze waarschijnlijk al haar tranen verspilt. Echt waar, ze heeft een uur staan janken in mijn armen. Ik had gezegd dat ze moest stoppen met janken, aangezien ik niet voor altijd weg zou gaan.
Mijn vader glimlachte alleen, het kon hem niet schelen. Waarom zou hij dat wel doen?

Kyara zit met een bedroefd gezicht op mijn bed wanneer ik mijn laatste T-shirts in mijn koffer leg. Vanaf beneden schreeuwt mijn vader dat de taxi er al is.
Ze zucht, veegt haar tranen weg en zegt heel zachtjes dat we maar moeten gaan.
Ik knik, rits mijn koffer dicht en til hem naar beneden waar mijn vader staat te wachten. Het is echt een wonder dat hij vrij voor me heeft genomen, doet hij anders nooit. Hij wordt gewoon spontaan volwassen vandaag, nu zijn zoon weggaat. Oh wacht, ik snap het al.
Mijn koffer ligt in de kofferbak, mijn rugtas ligt naast me met een stapel brieven erin.
‘Je mag ze pas in Venetië openmaken jongen,’ had mijn vader gezegd. Prima.
Het zijn brieven van mijn moeder, ik herken haar handschrift.
Kyara had haar tranen weggeveegd en haar make-up bijgewerkt. Ze wilde tenslotte nog foto’s voordat ik wegging. Want ja, ik ging twintig jaar weg en als ik terug zou komen zal ze me vast niet meer herkennen.
Ik heb gelukkig alles bij me, heb het nog nagekeken voordat ik de taxi instapte en deze man schuin voor mij in vertrouwen nam. Nee, ik vertrouw taxi chauffeurs niet. Waarom? Tja, vraag het maar gewoon niet.
Op het vliegveld betaal ik de reis – met mijn vaders geld, ha-ha, sucker – en loop met mijn koffer en rugtas de hal binnen.
Mensen rennen naar hun bestemming, druk schreeuwend dat ze echt op tijd moeten komen omdat ze anders de vlucht missen.
Stelletjes komen vanuit een ander land naar dit verschrikkelijk klein kikkerlandje.
Ouders proberen hun kinderen in bedwang te houden aangezien zij alle kanten oprennen waar hun ouders niet heen gaan.
Gezellig, op vakantie met het gezin.

reacties?

reactie.

hahaha, nee, sorry, had ik even zin in.

Ik vind het super mooi geschreven. Vooral het eerste stukje wat je postte was echt mooi - het tweede ook hoor! Ik lees er zo doorheen. Dus euhm, verder!

Echt weer een super stukje. =)
Je schrijft nog mooier dan vroeger -zeg maar, toen ik je andere verhaal las- en dat is echt leuk om te zien(lezen)!

*wacht weer op een nieuw stukje*

aah echt super bedankt allebei!
Ik wil nu echt nog meer posten.

My turn om te posten :grin:

Emma
Shit. Shit. Shit. Dat is het enige woord dat momenteel in mijn gedachten ronddwaalt. Nog nooit heb ik me verslapen… Oké, buiten de andere 1000 keren dan… Ik moet echt iets gaan doen aan die mentaliteit van mij. Want zo zal het nooit goed aflopen met mij. Ik zie mezelf al in de goot op straat slapen, omdat ik altijd te laat op mijn werk kom en slecht presteer. Stop! Dit is nu echt niet het moment om te gaan fantaseren, dat doe ik beter als ik op het vliegtuig zit. Shit. Vliegtuig. Mijn hart gaat er al sneller van slaan als ik besef dat ik straks in de lucht hang. Nou ben ik alweer bezig met afdwalen van mijn tijdprobleem. Goed, ik moet me focussen. Mijn ogen schieten door mijn kamer als ik besef dat zelfs mijn koffer nog niet is gemaakt. Zo rustig mogelijk open ik mijn kast en haal een hoopje kleren uit. Het maakt me eigenlijk niet veel uit, ik neem gewoon alles mee wat past in mijn koffer. Zo verdwijnen er stapels kleren in mijn valies en moet ik uiteindelijk mijn hele gewicht gebruiken om hem dicht te ritsen. Met een rood hoofd verschijn ik voor de spiegel.
“Ook dat nog!” roep ik gestrest uit. Moest ik willen sloeg ik de spiegel stuk, maar dat zou alleen maar voor meer vertraging zorgen. Of ik snij gewoon mijn hare- nee, geen goed idee. Snel haal ik een kam door mijn blonde haren en schuif er een speldje in. Ik kijk op mijn horloge, ik heb nog een half uur.
Als ik aan de trap kom met mijn koffer besluit ik om hem gewoon naar beneden te laten rollen, ik ga dat ding echt niet de trap af zeulen. Met een harde bons ligt hij beneden op de grond en ik trippel er achteraan.
“Shit,” Ja, dat woord gebruik ik echt teveel, maar het is een gewoonte geworden…
Blijkbaar is mijn paniek niet nodig, want in de keuken zie ik boterhammen liggen. Echt, als ik kon, dan zou ik naar mijn moeders werk vliegen en haar zoenen. Nee, niet echt, maar het komt dicht in de buurt van mijn appreciatie. Dankbaar prop ik de boterham in mijn mond en merk dan pas dat moeder ook nog geld heeft klaargelegd. Als ik thuiskom, moet ik haar echt gaan bedanken met een ontbijt op bed. Niet dat ik dat nog zal herinneren als ik thuiskom, maar de gedachte alleen al vind ik volstaan.
De deur valt met een klap achter me dicht en zwoegend sleur ik mijn koffer mee. De taxi staat al op me te wachten en de man tikt geïrriteerd op zijn stuur. Hoezo, hij geïrriteerd? Ik ben wel degene die bijna te laat is, dus hij heeft helemaal niks te klagen…
“Eh, zou u me misschien willen he-” Ik hoef niet eens mijn hele zin uit te spreken als de man al uit de auto springt om me te helpen. Blijkbaar heeft hij toch nog een beetje medeleven met zijn medemens. Ik schenk hem een warme glimlach, maar die verdwijnt alweer als sneeuw voor de zon als ik merk dat hij alweer in de auto zit. Dan niet.
Wanneer ik aan het vliegveld aankom besef ik dat ik niet eens weet wie de andere begeleiders zijn. Dus hoe in hemelsnaam zal ik hen gaan vinden tussen alle haastige reizigers?
Vele vragen beginnen in mijn hoofd te spoken en ik begin in een lichte paniek rond te lopen. Mijn haren zitten er ondertussen alweer helemaal verwilderd bij, aangezien ik met mijn hoofd uit het raam van de auto had zitten hangen. Slimme zet was dat…
Ik dwaal weer af van mijn doel, zoals gewoonlijk. Echt een slechte eigenschap is dat, zoals mijn moeder altijd zegt. Gehaaste mensen lopen langs me heen alsof ik gewoon een voorwerp ben dat stompen kan verdragen. Pijnlijk wrijf ik over mijn arm en besluit gewoon mee te lopen met de stroom.
Hoe moeilijk kan het zijn om een groep kinderen te vinden?

jaaverderrr