Vivere la Vita

Aangezien het andere topic -zie: RPG Venetië, nogal rommelig werd met al die vragen tussen de verhaalstukjes door heb ik besloten dit topic het “verhaal-post-topic” te laten worden.
Hier word dus alleen het verhaal gepost. Voor vragen, klachten, tips en andere dingen is het andere topic dus. Ik dank u allen voor uw begrip.
-En oh, jaa, voor ik het vergeet. Mensen die willen reageren op het verhaal en stukjes van schrijfsters mogen natuurlijk wel zeggen dat ze het leuk vinden! Dat is niet erg… ^^

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Attentie! Attentie!
*kucht*
Blijf je twee weken niet reageren, dan nemen wij aan dat je eruit stapt.
Mocht je al langer niet meer mee willen doen, dan zou het wel vriendelijk zijn dat even te vermelden in het andere topic!

Natuurlijk hoef je, je nergens druk over te maken als je gewoon een stuk plaatst… ^^

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Venetië
Venetië ,de stad van de maskers, grachten en prachtige bootjes. Iedereen wil er wel heen. En jij kan dat! Schrijf je in als begeleider en zie deze wonderlijke stad met eigen ogen. Het is de bedoeling dat je vijfendertig kinderen van een school gaat passen die daar met zomerkamp heen gaan. Natuurlijk wordt je er rijkelijk voor betaald.
Maar deze prachtige stad zelf al is een paradijs om erheen te gaan. Schrijf je dus snel in, want er kunnen maar tien begeleiders mee en dan zien we je in Venice!

Onze verblijfplaats gedurende de periode in Venice:
The Westin Europa and Regina -vijfsterren Hotel.

Informatie binnen het hotel:
De jongens slapen in één kamer met vier bedden. De meiden worden in slapen met z’n allen in een slaapzaal. De kamers grenzen aan een centrale woonkamer en keuken. Elke kamer heeft een eigen badkamer -de slaapzaal en grotere dan normaal-, maar er is er ook één die grenst aan de woonkamer.

Leraren die mee gaan:

  1. meneer Meulendijcks - Vader van één van de leerlingen die meegaat. Hij is vriendelijk en rechtvaardig. Maar hij is ook streng en heeft het liefste regelmaat.
  2. meneer Cornelissen - Leraar op de school. Hij heeft eigenlijk een hekel aan kinderen, iedereen vraagt zich ook af waarom hij leraar is geworden. Tegen de volwassenen is hij aardig, maar van kinderen begrijpt hij niks.
  3. meneer Munnickhuijsen - Een aardige man, al is hij wel heel rustig. Hij blijft kalm in elke situatie en is de enige die ook altijd vriendelijk is tegen de jongere begeleiders.
  4. meneer van Cuylenburg - Lijkt op meneer Cornelissen, al is hij wel beter met kinderen, hij is streng en houdt van orde en regelmaat.
  5. mevrouw van Heemskerck - Strenge vrouw, altijd in een mantelpakje. Een beetje een zuurpruim, al heeft ze ook haar betere buien waarin ze ontzettend grappig kan zijn. Ze houdt van veel, dure wijn.
    De mannen dragen allemaal een pak, elke uur van de dag.

Leerlingen die de personages kennen, tot nu toe:
Maaike: meisje dat Emma ontmoette bij haar aankomst. Ze is nieuwsgierig.
Jaselyn: meisje dat Nicholas ontmoette bij zijn aankomst. Ze heeft blond haar en houdt van muzikale jongens.
Jessica: Blond meisje. Ze vroeg B of hij homo was. (heb haar Jessica genoemd)
Alexandra: Zwart haar. Ze liep mee met Stephen.
Arnout: Hyperactief jongentje, met donker piekhaar en grijze openhartige ogen.
Scot: Een ietwat mollig jongentje, die volwassener is dan zijn leeftijd doet voorkomen.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
De karakters tot nu toe -als je mee wilt doen, stuur dan een bericht naar het andere topic: RPG Venetië!

Dream_Star
Naam:
Emma
Geslacht:
Vrouwelijk
Leeftijd:
17
Uiterlijk:
bruin, lang haar toch halverwege haar rug, soms zitten er wat krullen in. Ze heeft een bles (schuine pony) en groene ogen. In de zomer heeft ze wat sproetjes rond haar neus. Ze is gewoon, dun, maar niet mager en ook niet heel erg groot. 1.65 ofzo. Haar huidskleur is gewoon, normaal
Karakter:
Het een aardig, rustig meisje, maar als je op haar tenen trapt, kan ze aardig uit de hoek komen. Als je haar wat beter kent, weet je dat ze toch niet zo verlegen is en kan ze ook wel eens grappig uit de hoek komen. Een echt fuifbeest is ze niet, dan houdt ze zich liever op de achtergrond. Ze is altijd opgewekt en optimistisch!
Extra:
Ze houdt enorm van sporten: lopen, fietsen, zwemmen, turnen… Ze leest ook graag eens een boek, maar dit mag niet te lang gaan duren.

Die van mij –Butterfly dus.
Naam:
Stephen –maar iedereen noemt hem Steph.
Geslacht:
Man
Leeftijd:
19 jaar
Uiterlijk:
Stephen is Spaans. Nou, hij is geboren in Nederland, maar zijn ouders komen uit Spanje. Dat betekent dat hij donker, licht krullend haar heeft. Hij heeft haar dat tot het over zijn oren komt –je weet wel, de nonchalante look- en donkerblauwe ogen. Meestal boeit het hem niet echt wat voor kleding hij aantrekt, gewoon een spijkerbroek met een shirt of vest eroverheen. Op zijn linkerjukbeen heeft hij een litteken, dat was nog van toen hij acht was en hij onder het skaten op zijn gezicht viel. Om zijn rechterpols zit altijd standaard een bruine kralenarmband. Niet dat hij van mode houd, of meisjesachtig is, maar hij heeft het van zijn driejarige zusje gekregen als verjaardagscadeau toen hij negentien werd.
Oh, en voor ik het vergeet. Hij is ongeveer 1.83 m. lang.
Karakter:
Hij heeft een erg gesloten karakter en is heel erg op zichzelf. Contacten met anderen mensen legt hij niet zo makkelijk aan, maar daar is hij naar eigen zeggen ook niet naar op zoek. Hij heeft wel aan de lopende band vriendinnetjes, maar die verwijdwijnen na een paar dagen weer omdat hij geen interesse meer in ze toont en hij nogal bot kan overkomen.
Extra:
De reden dat Steph bot kan overkomen en nooit een vaste relatie heeft is om zijn thuissituatie. Vier jaar geleden is zijn vader vreemd gegaan, zijn moeder vergaf het haar man, maar toen haar man nog een keer vreemd ging was de maat vol. Ze vroeg een scheiding aan en een paar maanden later waren ze officieel gescheiden. Hoewel ze zelf het initiatief nam, is zijn moeder er nooit bovenop gekomen. Ze hield van haar man en toen hij introk bij zijn huidige vriendin stortte ze in elkaar.
Steph en zijn oudere zus Melanie{21 jaar} zorgen daarom voor hun inmiddels driejarige zusjes en hebben het huishouden overgenomen. Door middel van bijbaantjes, spullen te verkopen en kinderbijslag kunnen ze nog net hun schoolgeld betalen en boodschappen doen. Hij is een talentvolle pianist, maar speelt na de scheiding van zijn ouders bijna nooit meer.
Melanie heeft Steph ook ingeschreven om naar Venetië te gaan.

becauseyouworthit
Naam:
Loïs
Geslacht:
vrouw
Leeftijd:
17 -6 januari 1993-
Uiterlijk:
Lange donker bruine pijpenkrullen tot haar borst, groene ogen en volle roze lippen. Ongeveer 1.65 en ze heeft af en toe een bril nodig. Ze draagt altijd broeken, nooit jurkjes of rokken
Karakter:
aardig, grappig, maar soms bot. Ze zegt wat ze vind en is nonstop eerlijk. Iedereen aanbid haar, maar ze vind zichzelf lelijk en snijd zichzelf regelmatig. Ze komt op voor mensen die gepest worden en is vrijwilligster bij Unicef.
Extra:
Ze heeft eerder jongens al vrienden, meisjes vind ze maar kattig. Ze voetbalt en heeft een broer

Azura
Naam:
Jalisa
Geslacht:
Vrouw
Leeftijd:
17
Uiterlijk:
Ze komt uit Indonesie, ze is dus donker. Lang styl bruin haar, tot haar middel. Groene ogen. Draagt altijd jurkjes, nooit een broek.
Karakter:
Verwend, niet altijd aardig tegen iedereen. Ze heeft altijd een stuk of 6 vriendinnen omhaar heen, je zult haar nooit alleen zien. Dat ze meegaat, is een straf van haar vader. Zelf wou ze eigenlijk niet.
Extra:
Haar vader is rijk, de reden dat ze straf krijgt is omdat ze te veel uigegeven heeft.

Purplebubble
Naam:
Benjamin (Hij wilt niet zo genoemd worden, hij reageert dus alleen op ‘B’ of Ben)
Geslacht:
Man
Leeftijd:
20 jaar -28-12-1989-
Uiterlijk:
B heeft felblauwe ogen en donkerbruin haar, hij is net 1.70m maar wel redelijk gespierd. Hij ziet er altijd fashionable uit en volgt de laatste trends. Hij is van top tot teen verzorgd maar ziet er alles behalve vrouwelijk uit. Zijn lievelings outfit is een skinny jeans, all stars, shirtje en giletje. In zijn vroege puberjaren heeft hij een ‘zwarte periode’ gehad; hij droeg alleen maar zwart en was onafscheidelijk van zijn zwarte oogpotlood, dit duurde ongeveer tot zijn 16e. Hij heeft in die tijd ook een tattoo op zijn bovenarm laten zetten waar hij nu spijt van heeft.
Karakter:
20 jaar geleden verliet zijn vader hem en zijn moeder, B was toen nog maar enkele maanden oud. Op zijn 5e trouwde zijn moeder met Constantijn van Rodenweijck, een rijke zakenman. Zijn moeder wilde dat B hem als zijn vader zou zien, maar als 5 jarige vertikte hij het al om hem ‘papa’ te noemen. Nadat ze getrouwd waren, werd B’s achternaam veranderd naar ‘van Rodenweijck’. Door de vele ruzies met Constantijn en daardoor ook met zijn moeder, werd hij depressief en dat was ook de aanleiding van zijn ‘zwarte periode’.
Na zijn ‘zwarte periode’ kwam hij erachter dat hij homoseksuele gevoelens heeft. Hij bezocht sites, ontmoette lotgenoten en dat gaf hem op zijn 18e de moed het zijn omgeving te vertellen. De streng gelovige Constantijn wilde hem niet meer als stiefzoon en gooide hem het huis uit. Zijn moeder zei en deed niets, ze gaf hem alleen een doos met een paar dingen die zijn vader heeft achtergelaten. Op de doos stond ‘Voor Benjamin, niet open maken’. Hij trok in bij een goede vriend en ging vervolgens op kamers wonen en heeft sindsdien geen contact meer gehad met Constantijn en zijn moeder.
Al deze gebeurtenissen hebben hem gemaakt tot wie hij nu is. Van de buitenkant een vrolijke arrogante, aardige diva. Maar van binnen een eenzame jongeman die op zoek is naar zijn vader, naar iemand die echt van hem houd en hem accepteert zoals hij is

Ryom
Naam:
Nicholas, maar bijna iedereen noemt hem Nick.
Geslacht:
Man.
Leeftijd:
18 ( 16-07-1991 )
Uiterlijk:

  • Niet kort, maar ook niet lang-, donkerblond haar.
  • Felgroene ogen.
  • Heeft een ketting van zijn moeder om die overleed toen hij twaalf was, hoop geloof en liefde.
  • Meestal een baggy broek met een shirt of een blouse eroverheen en sneakers eronder. Maar hij kan er ook niet aan ontkomen, ook hij ziet er top uit in een pak.
  • is ongeveer 1.77 m. lang. ^^
    Karakter:
  • Hij is, ondanks zijn knappe uiterlijk, best gesloten. Soms kan hij midden in een gesprek weglopen omdat hij zich ergert aan wat diegene zegt. Ook kan hij vaak in discussie met je gaan als het hem even in het verkeerde keelgat schiet.
  • Sinds zijn tiende speelt hij gitaar. De reden waarom hij gitaar speelt is omdat hij zijn gevoelens niet kan uitten bij mensen, dus speelt hij zijn emoties via zijn gitaar. Zijn moeder keek altijd trots naar hem als hij met een gigantische grijns op een stoeltje, gitaar zat te spelen.
  • Bij Nicholas wordt het soms even te veel, dus gaat hij ’s avonds laat of ’s nachts joggen omdat hij dan niet kan slapen.
  • Als je hem iets over zijn moeder vraagt, kijkt hij je alleen maar aan en loopt zonder iets te zeggen van je weg. Hij kan er niet omheen draaien, hij mist haar verschrikkelijk. Ooit op de middelbare school heeft iemand iets naars gezegd over zijn moeder, de consequenties voor de jongen die dat zei, waren niet zo leuk dan dat de jongen had verwacht.
    Extra:
  • Zijn beste vriendin heet Kyara. Ze is lesbisch en vanaf de eerste dag dat ze elkaar zagen, waren ze bevriend. Knuffelen en een kus op elkaars mond geven, is ook niet vreemd bij de mensen die ze kennen.
  • Nicholas kan goed met zijn vader opschieten, maar heeft ook wel eens ruzies met hem gehad. De meeste ruzies gingen dan ook dat de vader van Nick met een andere vrouw ging en zijn moeder verliet. Dat kan hij eigenlijk nog steeds niet verdragen.

Queenofleon
Naam:
Julee
Geslacht:
Vrouw
Leeftijd:
17 (25-11-1992)
Uiterlijk:
Donkere bruine ogen en bruin haar tot net over haar schouders met een rechte pony. Ze is ongeveer 1.75 lang. Ze is smal, ze kan eten wat ze wil zonder aan te komen. Qua kleren draagt ze vooral jurkjes. Maar ook wel eens broeken. Als schoenen heeft ze meestal haar all stars aan, of vans.
Karakter:
Julee is heel rustig, bescheiden en verlegen. Maar ze houdt er af en toe wel van om hele verhalen te vertellen en heeft een duidelijke eigen mening. Ze is niet iemand die achter anderen aanloopt en is over het algemeen tegen iedereen aardig. Als mensen te dicht in de buurt komen, klapt ze dicht. Ze heeft een negatief zelfbeeld en snapt niet waarom anderen haar leuk zouden vinden. Ze legt moeilijk contact, doordat ze anderen het liefste op afstand houdt. Het is zeldzaam, maar er zijn wel een paar mensen waarbij ze zich op haar gemak voelt.
Extra:
Ze houdt van fotografie, ze heeft altijd haar camera bij zich en maakt overal foto’s van. Verder speelt ze gitaar en kan ook wel een beetje zingen. Ze vindt zelf van niet, maar anderen zeggen het vaak.
Haar verdere hobby’s zijn schrijven, muziek luisteren en zwemmen. Als begeleider ging ze mee op het kamp, omdat ze vond dat ze een keer over haar grenzen moest gaan, dat ze iets moest doen wat ze eigenlijk niet wilde. Één van de mensen bij wie ze zich wel op haar gemak voelt is Simon, haar beste vriend.

Adoring
Naam:
Peage
Geslacht:
Vrouw
Leeftijd:
Negentien jaar -21 mei 1990-
Uiterlijk:
Peage heeft lang donkerbruin haar wat golvend over haar schouders heen valt, het komt ongeveer tot haar borsten. In haar rechterlok heeft ze een vlechtje zitten met gekleurde draadjes. Ze draagt alleen een klein beetje mascara en vind opmaken totaal niet belangrijk. Ze draagt altijd één rij armbandjes om haar linkerpols, de armbandjes komen uit verschillende landen waar ze geweest is. Het liefst draagt ze makkelijk zittende kleding. Gewoon een jeans met een shirtje. Haar allstars passen overal bij en zijn ook haar favoriet. Toch houd ze wel van een grappige eyecatcher zoals een grote gekke zonnenbril of een grote rietenhoed. Haar nagels zijn versierd met zwart of donkerbruin. Ze is niet zo heel groot, slechts 163 centimeter.
Karakter:
Peage heeft áltijd haar iPod mee en voor elke gebeurtenis heeft ze een speciaal liedje dat haar aan die gebeurtenis laat terug denken. Ze laat niet snel mensen tot zich en is erg gesloten. Ze kan het wel alleen af denk ze, maar vaak is dat niet waar. Huilen is taboe net zoals langer dan tien minuten nodig hebben om jezelf klaar te maken. Voor Peage geld; waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Ze voelt ze niet thuis in de wereld waarin ze leeft en fantaseert hoe haar leven zou zijn als… Maar vaak word ze toch wakkergeschud en geconfronteerd met de realiteit. Peage is best slim maar vaak nemen mensen niet de tijd om dit te zien. Peage kan goed tekenen en haar schoolboeken staan voor met krabbels. Ze houd en blog bij waarop ze haar tekeningen zet en haar leven in haar fantiasiewereld beschrijft. Deze reis is voor Peage een ontsnapping voor haar leven thuis, als buitenbeentje en extra moeder.
Extra:
De enige vriend die Peage thuis heeft is eigenlijk haar kater; Nuts. Ze verteld hem alles. De ouders van Peage wonen niet meer samen maar zijn ook niet gescheiden. Haar moeder werkt voor de krant en heeft niet veel tijd voor hun. Peage heeft een jonger broertje Josh waarop ze vaak past. Ze zijn vrij rijk maar Peage geeft niks om geld. Met geld kan ze geen vrienden kopen. Ze hebben drie jaar lang in Polen gewoond door dat haar moeder daar werk had. Peage heeft daar de eerste persoon gevonden die haar snap. Tanek, wat onsterfelijk betekend. Ze houden contact via skype. Hij heeft haar verteld dat hij met doden kan praten en Peage vind dit ongelovelijk interessant. Hij was haar eerste en volgens haar laatste vriendje.

BATTYxPRINCESS
Naam:
Maria
Geslacht:
Vrouw
Leeftijd:
17 -18 mei 1993
Uiterlijk:
Haar haar is knalroze tot net boven haar schouders en een rechte pony. Meestal draagt ze het los maar soms ook in twee staartjes. Ze valt erg op met haar haar maar ook met haar kleding. Ze draagt meestal zwart met vaak ook nog ergens een felle kleur. Om haar polsen draagt ze een groot aantal armbandjes. Ze gebruikt een beetje zwarte mascara en oogpotlood en een fel gekleurde of zwarte lippenstift. Haar nagels zijn standaard zwartgelakt. Ze is klein – 1.60 –, tenger en heeft een erg bleke huidskleur.
Karakter:
Maria komt soms net iets te fel over. Ze voelt zich snel aangevallen en is dan niet voorzichtig met scheldwoorden. Veel mensen blijven daarom uit haar buurt. Maria trekt zich daar niet van aan hoewel ze soms best eenzaam is.
Extra:
Maria leest graag en luister vaak rockmuziek op haar IPod. Tekenen is het enige vak waar ze een echt goed cijfer voor heeft. Ze heeft altijd een tekenblok bij zich. Daarin staan veel fantasie taferelen maar het liefst tekent ze mensen na. Ze observeert mensen en tekent ze na zonder dat zij dat zelf weten. Ze heeft liever niet dat mensen haar tekenblok bekijken, tot het verdriet van haar tenenleraar. Verder heeft ze een dagboek waar ze trouw elke dag inschrijft. Dit boekje staat ook helemaal vol met illustrerende schetsjes.
Maria’s ouders hebben haar huisarrest gegeven en Maria is hen nu helemaal zat. Ze wilde weglopen en schreef zich stiekem in voor de reis naar Venetië

Stephen:
“Steph… Stephen?”
Langzaam open ik mijn ogen. Juist, wakker worden. Als ik overeind ga zitten zie ik Melanie in de deuropening van mijn kamer staan, in haar armen houd ze Mara vast die nog vredig tegen haar aan gedrukt ligt. Op Melanie’s gezicht zie ik de vertrouwde lichtpaniekerige uitdrukking die ik van haar gewend ben.
“Kun jij even Mara aankleden, mama is weer eens beneden op de bank in slaap gevallen, dus ik moet het even gaan opruimen. En vergeet niet dat over minder dan een half uur je trein naar het vliegveld vertrekt!”
“Hoe kan ik dat vergeten,” zeg ik sarcastisch en ik neem Mara van haar over. Het kleine hummeltje smakt even en slaapt dan in mijn armen verder. Melanie werpt me nog snel een dankbare blik toe en snelt dan naar beneden. Ik leg Mara op mijn bed neer en besluit eerst mijzelf om te kleden. Nog slaapdronken trek een verkreukelde jeans uit mijn kast en een wit shirt. Niet veel bijzonders, maar dat was mijn kleding meestal niet. Nadat ik mijn kleding heb aangetrokken glip ik nog even de badkamer in, om me op te frissen. Nu maar hopen dat Mara niet in de tussentijd wakker word. Beneden klinkt de rauwe stem van mijn moeder die wakker wordt en de rustige kalmerende stem van mijn zus.
Ik zucht nog eens vermoeid en poets mijn tanden, eten zou ik wel op het vliegveld kopen, want ik had nog geen honger. Vijf minuten later loop ik mijn kamer weer in en probeer ik Mara zo zacht mogelijk om te kleden.
“Steffie,” pruttelt het kleine meisje, nog steeds half in dromenland. Ik glimlach naar haar en kleed haar in recordtempo om. Mara had wel een betere koosnaam kunnen uitkiezen, nu klinkt het net alsof ik een meisje ben –en even voor de duidelijkheid, dat ben ik dus niet.
Wanneer ik met Mara in mijn armen naar beneden loop zie ik dat Melanie alles beneden heeft opgeruimd en mijn moeder al naar boven is vertrokken om in haar bed weer verder te gaan slapen.
“Ben je klaar,” vraagt mijn oudere zus terwijl ze haastig Mara’s lunchpakket voor de peuterschool klaarmaakt.
“Ja, ja,” mompel ik. “Hoe laat gaat die trein eigenlijk?”
“Over tien minuten,” antwoord mijn zus paniekerig als ze naar de klok heeft gekeken. “Snel wegwezen jij! Je moet naar perron 5a en hij gaat rechtstreeks naar het vliegveld, dus er kan niets misgaan.” Ze duwt haastig al mijn tassen in mijn handen en trekt me mee naar de voordeur.
“Ik zal jou ook missen,” zeg ik droog als ze me de deur uit gooit. Melanie lacht triest en geeft me snel een kus op mijn wang.
“Verpest dit niet, broertje,” zegt ze zachtjes. “We hebben het geld nodig.”
Ik glimlach en geef Mara een aai over haar bol voor ik de voortuin af loop.

Peage
Nog vermoeid open ik mijn ogen. Ik krijg ze bijna niet van elkaar, dit is het gevolg van te laat opblijven. Natuurlijk heb ik gisteravond pas mijn tas ingepakt, en niet zoals mijn moeder had voorgesteld drie dagen geleden. Met veel moeite krijg ik ze toch open en het eerste wat ik zie is het spinnende gezicht van Nuts. Ik duw de kater een beetje van me af zodat ik wat ruimte krijg maar natuurlijk blijft de dikzak gewoon liggen waar hij ligt.
‘Ik zou maar oppassen als ik jou was,’ mompel ik naar hem. Mijn oortjes van mijn iPod liggen naast mijn kussen. Terwijl ik rechtop ga zitten duw ik de kater opnieuw van me af. Dit keer met succes. Met een harde plof en een miauw komt Nuts op de grond neer. Er word geklopt op mijn deur en automatisch kijk ik op. Mijn moeder staat in de deuropening te glimlachen, ze kijkt naar Nuts.
‘Hij komt altijd met zijn pootjes op de grond terecht.’ verdedig ik mezelf. ‘En ik had hem nog gewaarschuwd.’ Mijn moeder glimlacht nog altijd en ze komt naast me op bed zitten. Het bed deukt een beetje in op de plek waar ze zit.
‘Morgen word je wakker in Venetië.’ zegt ze en duwt een eigenwijze loshangende pluk terug op zijn plaats.
‘Daar is het hopelijk wat warmer.’ Ik huiver en sla de dekens wat strakker om me heen. Nuts vind blijkbaar dat hij zich weer op mijn bed mag vertonen en komt met een gespin naast me liggen.
‘Misschien kan ik hem in de kofferbak verstoppen.’ grap ik, doelend op Nuts.
‘Ik weet niet of ze daar zo blij mee zijn.’
‘Wie niet waagt wie niet wint.’ probeer ik haar de overtuigen. Mijn moeder schud haar hoofd en kijkt op haar horloge. Als ik het goed zie bijt ze op haar lip.
‘Ik kan me beter aan gaan kleden.’ help ik haar en sla de deken van me af. Meteen gaat er een nieuwe rilling over me heen. ‘Ja, ik zie je zo beneden.’ Mijn moeder geeft me een kus op mijn voorhoofd en verdwijnt dan uit mijn kamer. Zuchtend loop ik naar de houtendeur van mijn kast en grijp er de eerste de beste kleding uit die ik kan vinden. Gapend loop ik naar de badkamer. Als ik langs Josh zijn kamer kom zie ik een lichtstreep onder de deur vandaan komen. Ik klop op zijn deur en vervolg dan mijn tocht. Het warme stomende water van de douche maakt me wakkerder en dan begint het pas tot me door te dringen. Ik ga naar Venetië. Ook de angst berijkt me. Van al de honderden mensen op school is er geen een die me begrijpt en waarmee ik het goed kan vinden. Hoe zal het straks dan gaan? Als ik al niemand kan vinden tussen honderden mensen, dan al helemaal niet tussen een paar. Ik slik en draai dan de thermostaat nog wat hoger.

Nicholas:

Uitgeput ga ik op de bank zitten en zet mijn iPod uit. Mijn vader komt met mijn koffer naar beneden en kijkt me met een vragende blik aan. ‘Joggen,’ is het enigste wat ik tegen hem zeg. Hij knikt en gaat op zijn oude stoel zitten. ‘Ze ligt nog te slapen, ik weet niet of je haar wakker wilt maken?’ vraagt hij aan me. ‘Natuurlijk wil ik dat, maar dan moet je niet schrikken.’ Ik grijns en loop zachtjes naar boven. Ik weet zeker dat mijn vader nu afkeurend zit te mompelen.
Dit is altijd een van mijn favoriete dingen geweest, Kyara wakker maken. ‘Brand! Word wakker, er is brand!’ roep ik. Kyara schiet omhoog en kijkt geschrokken om zich heen. Spontaan schiet ik in de lach, wetend dat ik een kussen naar mijn hoofd krijg toegeworpen. ‘Lul!’roept ze en glimlacht. ‘Ik houd ook van jou hoor, schat.’ Ze rekt zich uit en pakt mijn shirt - die voor haar te groot is - die naast haar op mijn kussen ligt.
‘Waarom moet je nou weer weg? Ik vind het nog steeds niet leuk dat je je hebt ingeschreven,’ jammert ze. Ik haal mijn schouders op en trek haar omhoog. Ze geeft me een kus en veegt wat haren uit haar gezicht weg. ‘Ik ga je missen,’ zeg ik tegen haar en geef haar een knuffel. ‘Ik jou ook. Hoe laat gaat je trein eigenlijk?’ Mijn ogen vergroten zich en kijken haar aan. ‘Pap, hoe laat moeten we weg?’ roep ik naar beneden. Ik hoor mijn vader grinniken. ‘Over een uur moeten we in de auto zitten, dus ga maar snel douchen en kijk wat je nog mee wilt nemen.’ Ik knik en richt me tot Kyara, die me lief aan staat te kijken. ‘Ik ga snel douchen, ga jij maar ontbijten.’ Ze glimlacht en strijkt met haar hand door mijn haar. Terwijl zij naar beneden loopt, versnel ik me naar de badkamer.
Kyara is inmiddels ook omgekleed. Zelf heb ik een donkere baggy broek aan met een wit T-shirt, een grijs vest erboven en mijn zwart met grijze Nikes. Mijn haren zitten warrig in een soort kuif, zoals altijd. Ik ben klaar om te gaan, klaar om misschien contacten te leggen en klaar om avonturen te beleven.
‘Waar is je gitaar,’ merkt Kyara op. Mijn ogen schieten naar mijn vader, die goedkeurend knikt. Kyara loopt naar me toe en geeft me een dikke knuffel. ‘Ik ga je missen,’ als ik vlak met mijn lippen bij die van haar ben. ‘Ik jou ook,’ zegt ze en geeft me een klein kusje.
Ik zucht en loop de trein in, vanaf hier start mijn reis al. Mijn vader zwaait nog en blijft kijken totdat ik weg ben, althans, dat denk ik. De muziek die uit mijn iPod stroomt, klinkt heerlijk. Ik sluit mijn ogen en voel aan mijn tas, waar een doosje in zit die ik van mijn vader heb gekregen. ‘Pas openmaken als je in Venetië bent,’ had hij gezegd. Als ik daar ben, en wat als ik daar nou niet aankom?

Julee:
Ik weet niet wat ik kan verwachten. Ik weet niet waar ik terecht kom, met wie ik ben, wat ik de komende dagen ga eten, waar ik ga slapen. Ik weet niks. Waar zal ik zijn over twaalf uur? En morgen in de ochtend? Hoe zullen de stoelen er uitzien waar ik op zit terwijl ik ontbijt?
Hoe zal ik de mensen kunnen herkennen? Een grote basisschoolklas op een vliegveld moet wel opvallen, maar misschien loop ik te toch mis, misschien loop ik er gewoon langs.
De gedachtes aan alle onbekende dingen die me te wachten staan, waaien als een wervelwind door mijn hoofd en maken mij verschrikkelijk onzeker. Als ik niet weet wat er komen gaat, waar ik aan toe ben, raak ik in paniek.
Ik probeer aan de dingen te denken die wel zeker zijn. Het vliegtuig. Ik weet hoe het voelt als je in een vliegtuig zit… De trein daarheen, naar het vliegveld. De cd’s die ik gisteren op mijn iPod had gezet. Mijn camera had ik ook al in mijn tas gestopt. Die zal er zijn, bij mij.
Ik laat het warme douchewater over mijn rug lopen en zeep mijn lichaam in. Voorzichtig eerste mijn linkerbeen, daarna de rechter.
Ik kijk naar de zeep die door het doucheputje glijdt, zodra ik me afspoel. Zal het wel een schone douche zijn, waar ik terecht kom? Ik kan er niet tegen als iets vies is, als ik kan zien dat andere mensen daar al eerder gedoucht hebben. Alle verhalen, alle paniekgedachtes die dan mijn hoofd binnenkomen overleef ik niet. Niet in een tijd die al zo onzeker is als dit.
Een uur later, op het vliegveld aangekomen, kijk ik zoekend om mij heen. Op mijn rug heb ik mijn gitaartas, in mijn linkerhand mijn koffer op wieltjes. Aan mijn rechterzijde hangt mijn schoudertas, met de dingen die ik elk moment nodig kan hebben. Mijn fototoestel, geld, mobieltje, eten, opschrijfboekje, muziek. Mijn ouders en broer hebben mij op de trein gezet, zwaaiden me uit en wensten me veel plezier. Zij blijven veilig in Nederland, slapen in hun eigen bed en ontbijten morgen van de tafel waarvan ze altijd van ontbijten. Ik niet.
Het is druk, overal om mij heen lopen mensen. Huilend, omdat ze net hun grote liefde hebben uitgezwaaid. Bruin van de zon. Blije mensen, met een koffer in hun hand, die zin hebben in hun vakantie. Duitse mensen, Engelse, Franse, Japanse. Nergens zie ik een grote groep basisschoolkinderen.

Jalisa ;
Zenuwachtig loop ik op en neer. Ik ben inmiddels op het vliegveld,
natuurlijk weer véél te vroeg. Mijn ouders werken, ik ben dus alleen,
Samen met iemand van het personeel. Ik ken hem maar vaagjes, hij is mijn nieuwe chauffeur.
‘Wacht je al lang?’
Ik schrik en draai me om. Dan glimlach ik.
Het is mijn beste vriendin Kaylee, ze zou me komen uitzwaaien.
Jammer genoeg wonen we niet bij elkaar in de buurt.
‘Ik ben hier pas net hoor…’ Het is gelogen, maar anders gaat ze zich schuldig voelen. Eigenlijk was ik liever niet meegegaan. Het moet van mijn vader, ik moet iets ‘nuttigs’ doen volgends hem.
Wat je nuttig noemt…
Ik friemel aan mijn jurkje. Een gouden Chanel. Hij staat mooi bij mijn gouden pumps. Ik pak mijn spiegeltje uit mijn tas, en check hoe mijn makeup zit. ‘Kaylee, ga is drinken halen voor me?’ Ik rommel in mijn tas en geef haar een briefje van 50. ‘Koffie, 2 klontjes suiker en een beétje melk.’ zeg ik. ‘Owjaa, en neem zelf ook wat!’
Kaylee knikt en loopt weg. Zuchtend laat ik me op een bankje vallen. Even later komt Kaylee terug met koffie. ‘Alsjeblieft Jalisa.’
Ik neem het kopje aan. ‘Shitt, die is heet!’
Ik neem niet de moeite om haar te bedanken.
Stiekem vind ik het best erg dat mijn ouders er niet zijn, ik voel me alleen…

Emma:
Vermoeid opent Emma haar ogen en kijkt naar haar wekker. Perfect, ze heeft nog een half uur om zich klaar te maken om naar het vliegveld te gaan. Ze springt uit haar bed en liep richting de badkamer. Onderweg struikelt ze over haar koffers en springt vloekend verder. De dag begon alvast goed. Ze zoekt wat kleren bij elkaar en trekt ze aan, ze werpt een blik in de spiegel en kijkt met grote ogen zichzelf aan. Haar haren lijken wel een vogelnest op haar hoofd. Zuchtend opent Emma een kast en haalt haar kam eruit. Haren kammen is haar geliefde bezighouding. Al vaak had ze haar haren verwenst, maar toch was ze er trots op…
Het is stil toen ze beneden kwam. Haar ouders zijn beiden al gaan werken en hadden een briefje achtergelaten.
Veel plezier in Venetië!
We houden van je,
Kusjes!
Met een grinnik verfrommeld ze het papiertje en gooit het in de vuilbak. Ze heeft er zin in, zin in Venetië. Het is de perfecte bezighouding voor haar, ze had niets liever willen doen. Emma smeert nog gauw een boterham en propt hem in haar mond. Nog 5 minuten. Ze sprintte naar boven en nam haar koffer. Met een hoop gebonk –en gevloek- komt ze van de trappen en kan ze dan eindelijk vertrekken. De deur valt met een klap achter haar dicht en nog snel neemt ze afscheid van haar kat, Pluis.
‘Daag,’ zei ze, terwijl ze hem een aai gaf. Alsof hij wist dat ze voor even weg was, begint hij klagend te miauwen. Grinnikend loopt ze met haar koffer weg en kijkt naar de straat. Een taxi stond al te wachten en ze ziet de man ongeduldig naar zijn horloge kijken.

Nicholas:

Met een diepe zucht stap ik naar binnen. Nu is het maar de truc om ze te vinden en hopelijk zal dat snel lukken. Met mijn gitaar achter op mijn rug, mijn koffer op wieltjes en mijn gedachtes, loop ik een kant op, niet wetend waar ik echt heen moet. Mijn kaken staan strak op elkaar, mijn ogen staan scherp, - zoals mijn moeder dat altijd zei - en mijn lippen liggen losjes op elkaar.
Ik bekijk de ruimte en zie toeristen die met een backpack rugzak, met een grote grijns, naar binnen of naar buiten lopen. Kleine kinderen spelen tikkertje met elkaar, en rennen af en toe, door het snelle rennen, tegen allerlei mensen aan. Sommige mensen kijken afkeurend naar de kinderen en knijpen bijna de handjes van hun eigen kinderen fijn.
Voor mij is dit humor, maar niemand ziet het aan mijn geconcentreerde blik. Mijn vader zegt altijd tegen me dat ik geen emoties kan tonen, dat ik gevoelloos ben. Misschien is dat ook zo, maar daar heb ik een reden voor, een reden die hij niet snapt en dat nooit zult doen ook.
Toen mijn moeder is overleden, ben ik me gaan afzonderen voor de buitenwereld. Zij is altijd degene geweest die me pushte om met andere kinderen te gaan spelen, hoewel ik er zelf niet zo’n behoefte aan had. Na haar dood, ben ik me wel gaan afzonderen van iedereen, ook van mijn vader.
Een stel kinderen met uniformen, staan bij elkaar, alsof ze met lijm aan elkaar vast zitten geplakt. Mijn gemene glimlach verschijnt en verdwijnt ook weer snel. Met een neutrale blik loop ik naar ze toe en bots onderweg tegen iemand op. ‘Kan je niet uitkijken,’ vraag ik nijdig aan degene die tegen me aanliep. ‘Sorry meneer!’ Ik haal mijn schouders verveeld op en loop verder.
Als ik bij het groepje aankom, weet ik niet wat ik moet zeggen. ‘Gaan jullie naar Venetië,’ vraag ik willekeurig, niet wetend of ik wel antwoord krijg. Een meisje met blond haar wat in een strakke staart naar achter is gelijmd, draait zich om. ‘Ja, wat moet je?’ vraagt ze arrogant. ‘Mooi, ik ben namelijk een van jullie begeleiders, of wil je liever dat ik je persoonlijke stylist wordt?’ Ze kijkt me vreemd aan. ‘Dus jij speelt gitaar,’ zegt ze met een arrogante blik. ‘Ja,’ antwoord ik, enigszins verveeld. Een ander meisje, met bruin haar draait zich om en kijkt me opgewekt aan. ‘Wat leuk! Ik houd van muzikale jongens,’ zegt ze opgewekt. Dit zou al een van de vele redenen waarom ik zou willen stoppen met gitaar spelen. Ze steekt haar hand uit met een glimlach. ‘Jaselyn,’ zegt ze opgewekt. Ik schud de hand en laat hem binnen een paar seconden weer los. ‘Nicholas.’ Ze glimlacht weer en begint tegen me te praten, alsof ik daar nu behoefte aan heb.

Julee:
Nadat ik een kartonnen beker met koffie heb gevuld, kalmeer ik een beetje.
Over drie kwartier vertrekt het vliegtuig, ik heb de groep nog niet gevonden en ik moet ook nog inchecken. Ik kan er niet tegen als ik niet op tijd ben, of als dingen niet zo gaan als ik ze had gepland.
Zuchtend ga ik op een bankje zitten en drink mijn koffiebeker leeg. Uit mijn tas haal ik een pak koekjes, ik scheur hem open en eet het bovenste koekje eruit. Biscuitjes met een laagje chocolade. Mijn lievelingskoekjes. Ik had een hele voorraad ingeslagen om mee te nemen, maar uiteindelijk heb ik maar twee pakken in mijn tas gedaan.
Ik luister naar de muziek die uit mijn koptelefoon komt, waardoor ik zin krijg om mijn gitaar uit de koffer te halen en mee te gaan spelen.
Precies bij het stukje van de gitaarsolo, zie ik een jongen langslopen die ook een gitaar bij zich heeft. Hij heeft goudblond haar en zijn felgroene ogen kijken geconcentreerd rond.
Met mijn ogen volg ik hem. Hij loopt leuk. Bij een groep kinderen blijft hij stil staan. Hij vraagt iets aan een blond meisje, die hem arrogant aankijkt. Daarna praat hij met een bruinharig meisje.
Ik bedenk me dan pas dat dit heel goed de kinderen zouden kunnen zijn die ik moet begeleiden op hun zomerkamp. Het is een grote groep, met uniformen aan. In de brief die bij mijn aanmeldingsformulier zat, stond dat het een hele nette school was. Dus dit zou het goed kunnen zijn.
Snel sta ik op. Ik gooi mijn schoudertas over mijn schouder, gitaar op mijn rug. Mijn koffer in mijn ene hand, mijn beker koffie in de andere. Ik hobbel naar de groep kinderen en de jongen.
“Gaan jullie naar Venetië? En zijn jullie dan de groep die ik moet begeleiden?” Vragend kijk ik naar de kinderen, maar die kijken arrogant en niet begrijpend. Daarom kijk ik de jongen maar aan.

Peage
Ik frunnik nerveus aan mijn kleine vlecht terwijl ik op de digitale klok van de bus kijk. De tijd gaat langzaam voorbij, net alsof hij weet dat ik haast heb. Hoewel ik er niet zeker van ben. De brief die me er aan moet herinneren hoe laat ik aanwezig moet zijn ligt nog steeds veilig thuis in de keukenla. Ik zucht eens diep uit en een klein oud gerimpeld vrouwtje kijkt nieuwsgierig mijn kant op.
‘Dat is een diepe zucht.’ Terwijl ze praat versiert een glimlach haar gezicht. Ik knik beleefd en richt me dan weer tot het raam. Ik hoor dat er word om gegroepen dat ik er over vijf haltes pas uit moet. Dat haal ik dus nooit. Ik mag dan niet weten hoe laat ik er precies moet zijn, ik weet wel zeker dat het niet zó laat was. Geïrriteerd kijk ik de bus rond. Een klein meisje van een jaar of vijf zit met haar moeder schuin tegenover me. Ze heeft een klein handtasje dat ze veilig tegen haar borst heeft aangedrukt. Facinerend kijk ik naar haar, het beeld probeer ik in te printen in mijn geheugen. Dit zou een goed portret kunnen worden. Na een tijdje laat ze het handtasje los en graait er zoekend in. Ik zie haar een klein spiegeltje en een roze tube lipglos tevoorschijn halen. Het meisje tuit haar lippen en smeert er een dikke laag op, dan ziet ze mij naar haar staren. Brutaal blijf ik haar toch aan kijken. Ze glimlacht verlegen naar me maar ik ben niet in staat terug te glimlachen. Ik draai mijn hoofd terug naar het raam. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe het meisje haar schouders op haalt en alles weer opbergt in haar tasje. Ik kijk naar buiten en zie auto’s snel voorbij passeren. Het verbaasd me hoe druk het nu al op de weg is. De oude vrouw -tenminste ik neem aan dat ze het is- tikt op mijn schouder en wijst veel betekenend naar mijn koffer.
‘Ga je een reis maken?’ vraagt ze. Ik glimlach vriendelijk naar haar.
‘Ja,’ is mijn korte antwoord. De vrouw kijkt teleurgesteld, duidelijk hopend op een langer antwoord. Asociaal wend ik mijn hoofd van haar weg en doe de oortjes van mijn iPod in. Ik zet het volume extra hard zodat een gesprek voeren onmogelijk is. Ik ga wat gemakkelijker zitten en strijk mijn loshangende haar uit mijn gezicht. Mijn ogen sluiten zich als vanzelf en ik voel mezelf al snel weg zweven.

Loïs

“Pap! Ik kan het ook zelf!” riep ik naar mijn vader, omdat hij mijn koffers naar beneden schouwde. Hij stond erop, hij was bang dat ik last van mijn rug zou krijgen. Ik rolde met mijn ogen en liep met mijn net gelakte teennagels over onze vloer. Ik deed de deur richting de woonkamer open, waar de familie zat. Verlegen plukte ik aan mijn krullen. Mijn tante Marmita kwam met haar, wijde broek, een grote gebreiden trui, op mij aflopen. Ze sloeg haar mollige armen om me heen en gaf me drie natte zoenen op mijn, net met foundation bewerkte, wangen. Ze riep iets in het Spaans wat ik niet verstond. Iedereen zei me gedag en daar ging ik dan. De taxi stond op mij te wachtte en chagrijnig laadde hij mijn koffers in, ik hoorde de stem van Stan en ik draaide me vlug om. Ik rende op mijn vriendje af, die half aan het huilen was, en gaf hem een zoen op zijn roze lippen. Ik gaf hem een dikke knuffel en vertelde hem dat hij niet moest huilen. Toen liep ik weg en deed de portier van de taxi open, ik zwaaide nog even naar iedereen en gaf Stan een handkus. Daar ging ik dan. Zeventien en met een groep andere mensen, die ik niet kende, naar Venetië.

sorry voor dit mini-stukje

Stephen:
Langzaam glijd mijn blik over de grote schermen, alle vertrektijden stonden erop als het goed was. Gate twee ging naar Venetië, dacht ik. Ja, daar staat het, om kwart voor elf vertrekt het. Met een snelle blik op mijn horloge zie ik dat het nog ruim een half uur duurt voordat het vliegtuig zou weggaan. Dat betekend dus dat ik nog ruim de tijd heb om die groep kinderen te vinden. Wie weet staan ze wel heel ergens anders.
Ik hijs al mijn tassen weer terug op mijn schouder. Misschien was het handiger geweest om een karretjes te halen, maar daar had ik geen behoefte aan gehad. Bovendien heb ik nu ook weer niet zo veel mee. Gewoon een grote weekendtas –gestolen van Melanie- en een rugzak, als ik verder nog iets nodig heb koop ik het in wel Venetië.
Venetië. Eigenlijk heb ik er nog niet bij stil gestaan wat voor geweldige stad het wel niet is. Het enige wat er door mijn hoofd was geschoten is of het wel voldoende geld oplevert. De blijkt dus wel zo te zijn, achthonderd euro per week en we gingen ruim een maand weg. Dat betekende dus tweeëndertighonderd euro aan het einde van deze reis, bedenk ik me met een grijns.
Het volgende moment word ik met een geweldige kracht naar voren geduwd.
“Sorry,” hoor ik van achter mijn rug een jonge meisjesstem uitroepen. “Het spijt me heel erg meneer.”
Verbaasd draai ik me om en zie een meisje van ongeveer twaalf jaar staan. Ze heef blonde krulletjes die in een krans om haar fijne poppengezichtje staan en grote grijze ogen. Haar mond trilt een beetje en ik zie een verschrikte uitdrukking op haar gezicht staan.
“Het geeft niet,” ik glimlach. “Heb je zo’n haast.” Ik verbaas mijzelf zo wat, meestal ben ik niet van de luchtige gesprekjes die mensen met elkaar voeren, ook al kennen ze elkaar niet.
“Ja, ik ga namelijk naar Venetië met zomerkamp. Maar toen ik naar de wc zocht ben ik verdwaald,” ze gebaard hulpeloos mee op wat ze zegt.
“Venetië, zeg je?” Ik trek verbaasd een wenkbrauw op als ze heftig begint te knikken. “Dan ben ik een begeleider van je. Ik was net op weg naar de verzamelplaats toen jij me omver stootte.”
“Echt waar?” Haar ogen beginnen te glimmen. “Kan ik meelopen?”
“Tuurlijk,” zeg ik vriendelijk en ze wandelt met me mee naar Gate twee. Hoe naïef dacht ik terwijl het blonde meisje vrolijk met mij mee huppelde. Als ik niet naar Venetië toe ging, maar een ontvoerder was geweest zou ze alsnog met me meegelopen zijn als ik zei dat ik haar begeleider was.
Tien minuten later zie ik de groep kinderen al opdoemen. Tussen al de kleine kinderen zie ik een jongen en een meisje staan van ongeveer mijn leeftijd. De jongen is blond en het meisje heeft bruin haar, maar allebei hebben ze een gitaar op hun rug gehesen. Ze staan met de rug naar mij toe als ik me bij het groepje voeg. Mijn blonde metgezel springt enthousiast in haar kliek van vriendinnen terug en begint opgewonden te vertellen over haar avontuur.
“Hoi, ik ben Steph,” stel ik me voor als mijn leeftijdgenoten zicht omdraaien.

Emma:
Emma schrikt op wanneer de taxi stopt. Ze kijkt door het raam naar buiten en ziet de luchthaven. Hier zou het beginnen, het “avontuur” waaraan ze deelneemt. De man haalt haar koffers eruit en kijkt haar vragend aan. Eerst kijkt Emma dwaas terug, maar beseft dan dat ze hem nog moet betalen. Met een rood hoofd zoekt ze haar portefeuille en geeft hem het geld. Hij knikt en stapt dan terug de auto in. Emma haalt nog eens goed adem en vertrekt. Wanneer ze binnenkomt krijgt ze het meteen warm. Waar moet ze naartoe? Hoe zal ze hen herkennen? Vele vragen beginnen in haar hoofd te spoken en ze begint in een lichte paniek rond te lopen. Haar haren zitten er ondertussen al weer helemaal verwilt bij, aangezien ze tijdens de taxirit met haar hoofd uit het raam had gezeten. Na wat rondlopen krijgt ze een groepje kinderen in het oog. Er stonden al drie begeleiders bij, waarvan er nog maar net iemand voor haar is aangekomen. Dit moet gewoon het juiste groepje zijn. Met een bonzend hart loopt ze naar hen toe en zet haar koffer op de grond.
‘Hoi, ik ben Emma,’ stamelt ze. Ze veegt nog snel een haar weg die voor haar ogen was gevallen en tovert een glimlach op haar gezicht.

B
Waarom?! Waaróm?! Ik plof neer op mijn bed en probeer de gebeurtenissen van de afgelopen paar uur te verwerken. Nog steeds totaal in shock bel ik Kaitlyn op, het is 3 uur ‘s nachts, maar dit is een officiële coderood crisis; bff in nood.
‘Neem op!’ –tuuut- ‘Neem nou op!’ –tuuut- ‘Neem o-op! –tuuut- ‘Ik beveel je om nú op te nemen!’ Een doodse stilte volgt, ik hoor geen ‘tuuut’ meer.
‘Haaaai, met Kaitlyn’
Oh-em-gee het heeft gewerkt! ‘Káááte, ik zit met een cr…´
‘Haha je trapte erin hé? Nee sorry, ik ben even niet aanwezig, dus spreek maar wat in na de piep!’
Élke keer weer, élke keer weer trap ik in datzelfde voicemail-gedoetje, nou grappig hoor Kate! Ik dacht serieus dat het geschreeuw tegen een tuuutende telefoon hielp, maar nee hoor, neem maar niet op, laat me maar weer zitten! Het liefst zou ik mijn mobiel uit het raam willen gooien, maar aangezien ik nu kinda blut ben, en me de komende 3 maanden geen nieuwe mobiel kan veroorloven, hou ik me in.
Ik sta op en zet mijn computer aan. Op de homepage van glamour staat dat Alexander Mcqueen is overleden, normaal zou ik het uitschreeuwen, maar nu boeit het me niet zo. Mijn aandacht gaat uit naar een advertentie van een een of andere kakschool:
‘Op een leuke manier veel geld verdienen? Dat kan! Ga mee als begeleider op ons jaarlijkse Venetië-reis!’. Ik bedenk me dat dit dé perfecte kans is om mijn bankrekening weer op peil te brengen, bovendien wilde ik altijd al een keer naar Venetië. Ik klik op de link en zie een telefoonnummer verschijnen, ik sla het op in m’n mobiel –wat ben ik blij dat ik me wist in te houden- en met een gerust hart besluit ik te gaan slapen.

Het is 7 uur ’s ochtends, ik zet mijn dagelijkse kop koffie en bedenk me dat ik maar eens naar die kakschool moet gaan bellen. Op hun site stond niet vanaf hoe laat ze bereikbaar zijn, dus ik besluit maar een gokje te wagen.
‘Goedemorgen, u spreekt met Andrea van Dort’ Aan de andere kant van de lijn, een bekakte, maar niet onvriendelijke vrouwenstem. Ik besluit me maar voor te stellen als ‘Benjamin’.
‘Hallo, met Benjamin van Rodenweijck. Ik bel naar aanleiding van jullie Venetië reis, het zou me erg leuk lijken om mee te gaan als begeleider.’…

Yes! Aangenomen! Het privé-vliegtuig gaat over precies 2 uur,dus ik moet opschieten. Ik ren naar de badkamer om me op te frissen, pak m’n spullen, controleer of ik alles bij me heb en neem met mijn laatste briefje van 50, een taxi naar Schiphol. Wanneer ik aankom zie ik een groep kinderen met uniformen, daarbij staan een paar chique geklede mensen die al aardig op leeftijd zijn en een groep wat jongere mensen. ‘Dat moet het zijn’ denk ik hardop.

‘Hallo, ik ben Benjamin’ zeg ik zelfverzekerd, een oude dame kijkt me aan.
‘Benjamin van Rodenweijck?’ Ik knik en zet mijn beleefdste glimlach op.

Nicholas:

Mijn ogen staan op de ruststand, zoals mijn moeder altijd zei. Dat betekent dat ik een beleefde blik in mijn ogen heb. Ik bijt op de binnenkant van mijn lip, om te voorkomen dat ik mijn irritatie, van haar, niet op een botte manier vertel. Dit wordt acht nachten achter elkaar, non-stop joggen, om mijn frustraties weg te krijgen, en zo toch een beetje bij mijn moeder te zijn.
‘Gaan jullie naar Venetië? En zijn jullie dan de groep die ik moet begeleiden?’ vraagt een meisje met bruin haar en diepbruine ogen. Niemand reageert, dus richt ze zich tot mij. Ik kijk haar in haar diepbruine ogen aan, en zie onzekerheid. ‘Ja, ik ben trouwens Nicholas, ook een van de begeleiders,’ zeg ik tegen haar en glimlach kort. ‘Oke, dan zit ik hier dus goed. Julee.’ Ook zij glimlacht kort, maar die is al snel weer verdwenen.
Als ik zie dat ze een gitaar mee heeft, zakt de moed me in de schoenen. Nu maar hopen dat ze niet over zal gaan praten. De kinderen zijn druk met elkaar aan het praten, en maken plannen over waar ze gaan shoppen, en naast wie ze in het vliegtuig en in de bus willen zitten.
Ik zucht even en kijk rond of ik een koffie automaat zie. Gefrustreerd, is de uitdrukking op mijn gezicht als ik hem niet zie. ‘Ben even koffie halen,’ zeg ik en loop weg. Een paar stemmen hoor ik oke zeggen, maar iets in mij verteld dat het opgetogen kind achter me aanloopt, als een irritant bijtje die opzoek is naar wat honing. Mijn ogen glijden langs de winkeltjes, de muren en de mensen. Geluk is het gene wat er in mij opkomt, als het meisje niet naast me loopt en ik een automaat zie voor koffie.
Ik voel in mijn zakken en haal daar mijn portemonnee uit.
Twee vijftig voor een kopje cappuccino. Geërgerd kijk ik achter me, als ik mijn cappuccino heb en wil weg lopen. Een jongen met zwart haar, wat aan alle kanten omhoog staat - alsof zijn haar is ontploft doordat hij met zijn vinger in het stopcontact zou komen - kijkt me met een onnozele blik aan. Hij kauwt tergend op een stuk kauwgom. Houd je in Nick, alsjeblieft.
Met mijn cappuccino loop ik terug naar de groep, kort daarna komt een jongen, zijn naam is Steph. Een vrolijke jongen met donker, licht krullend haar. Vast uit Spanje of Italië. Hij steekt zijn hand uit en kijkt me opgetogen aan.
Ik houd me stil, maar zie dat de rest van de begeleiders ook stil zijn. Over acht dagen is mijn moeder jarig, althans, dat zou ze zijn, als ze nog hier was. Ze zou hebben gehuild, als ik weg zou gaan naar Venetië.
Met mijn gedachtes bij mijn moeder, staat er inmiddels een ander meisje. Ik kijk haar doordringend aan. Ze ziet er gelukkig uit, in tegenstelling tot mij. Ze tovert een betoverende glimlach op haar gezicht en stelt zich voor, Emma, dat is haar naam.

B
Ik loop naar de groep jongeren toe en wat me gelijk al opvalt is dat ze –in tegenstelling tot de groep kinderen in uniformen- wel erg stil zijn. Ik besluit de stilte te verbreken en stel me voor. ‘Hee! Ik ben B. Ik neem aan dat jullie ook mee gaan als begeleiders?’ Langzaam draaien ze zich om en mompelen iets dat lijkt op ‘uhu’. Stephen, een jongen met donker krullend haar stelt zich het eerst voor. Gevolgd dood Nicholas en Julee, beiden met een gitaar. Als laatste stelt ook Emma zich voor, een opgewekt meisje met een glimlach die zelfs de meest sombere mensen een moment van blijdschap kan geven. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe Nicholas naar haar kijkt, het lijkt alsof hij met zijn gedachten totaal ergens anders is. Heel even zie ik een moment van verdriet, maar dat verandert wanneer Emma haar glimlach weer tevoorschijn tovert.
Nicholas merkt dat ik hem aankijk en ja hoor, die uitdrukkingloze blik is weer terug.
Ik draai me weer om wanneer ik een tik op mijn rug voel, een blond arrogant kakmeisje kijkt me aan. Quasi geïnteresseerd vraag ik haar wat ze wilt zeggen.
‘Ben jij homo?’ Vraagt ze, met een hoop giechelende vriendinnen achter haar aan.

Ik denk terug aan mijn middelbare schooltijd, toen ik dagelijks in zulke situaties zat. Ik vond het vreselijk en ik kon niet normaal antwoorden, maar nu ben ik eraan gewend. Eraan gewend om anders te zijn dan de anderen, buitengesloten en niet geaccepteerd te worden. Althans, dat is iets dat ik de buitenwereld vertel en wat ik zelf heel graag wil geloven. Maar de realiteit is dat het me van binnen elke keer weer pijn doet wanneer ik antwoord en mensen mij afkeurend, verbaasd en soms walgend aankijken. Maargoed, genoeg van dat sentimentele gedoe, ik recht mijn rug en met een arrogante blik –ach, ik kan het gewoon niet laten- vertel ik haar dat ik inderdaad homo ben.

Vanaf nu zoals iedereen in IK-persoon :grinning:
Emma:
Ik heb het gevoel dat dit nog een leuke vakantie zal worden. De begeleiders lijken er één voor één wel leuke mensen uit en de kinderen zijn momenteel nog erg kalm. Al irriteer ik me wel aan de manier waarop een meisje aan B vraagt of hij homo is. Alsof dit er toe doet. Ik kan er niet tegen dat mensen er altijd zo’n heisa om maken, hij is toch ook maar een mens? Maar dan met andere gevoelens. Ik zucht en kijk terug naar de groep. Zou iedereen er al zijn? Of moeten er nog begeleiders aankomen. Dus, er is B, Stephen, Nicholas en Julee. Met een glimlach kijk ik naar de kinderen, ik heb al altijd graag met kinderen gewerkt, dus dit zal wel meevallen.
‘Wat is jouw naam?’ zegt een meisje met een gezichtje vol sproetjes.
‘Ik ben Emma! Wat is jouw naam?’ vraag ik geïnteresseerd.
‘Maaike,’ zegt ze en weg is ze. Ik grinnik, soms begrijp ik niks van kinderen. Net alsof zij op een andere planeet leven dan ik…
Pas nu valt het me op dat er twee van de begeleiders een gitaar bij zich hebben. Muzikale mensen dus, veronderstel ik me. In tegenstelling tot mij. Ik bedenk me hoe ik ooit dwarsfluit wilde leren spelen en krijg meteen weer een grote lach op mijn gezicht. Dat zal ik nooit vergeten.
Ik voel me wel wat ongemakkelijk, aangezien alle jongeren er gewoon maar stil bijstaan, afstandelijk… Hopelijk zou dit gaan veranderen, eens we vertrekken. Zin in een vakantie vol eenzaamheid -al lijkt me dat onmogelijk met al die kinderen- heb ik niet.

Nicholas:

Een nieuwe begeleider is gearriveerd, B noemt hij zichzelf. Een vrolijke jongen en waarschijnlijk homo. Nog steeds met mijn gedachtes bij mijn moeder, kijk ik over Emma heen. De ogen van B prikken tegen mijn huid aan, dus kijk ik zijn kant op. Blijkbaar zonder emotie in mijn gezicht, want ik zie dat hij een beetje raar naar me kijkt. Waarschijnlijk nog nooit iemand gezien, die zo geconcentreerd kijkt als ik.
Lang kijk ik hem aan, maar blijkbaar merkt hij het niet. Het arrogante rotkind is bij hem komen staan. ‘Ben jij homo,’ vraagt ze. Ze giechelt, net zoals haar vervelende vrienden.
‘Ja ik ben homo,’ verteld hij haar. Hij staat rechtop, en kijkt haar op een geweldig, arrogante manier aan. Ik grinnik en kijk naar het meisje. Nicholas, blijf kalm, alsjeblieft. Maar het lukt me niet, zoals wel vaker. Ik ga voor het meisje staan en kijk haar aan, zonder enige emotie in mijn gezicht te laten kennen.
‘En wat dan nog? Hij bijt je heus niet hoor. Ga alsjeblieft terug naar je giechelende vriendinnetjes en vertel je levensverhaal, dat je een homo hebt ontmoet. Nou wow zeg, er lopen er wel meer rond,’ bijt ik haar toe.
Ze kijkt me arrogant aan. Nog steeds kijk ik haar aan, zonder ook maar een zenuw te laten trekken in mijn gezicht. In mezelf lach ik, omdat ze op een gegeven moment niet weet waar ze moet kijken en krijgt zenuwentrekjes. Als ze er genoeg van heeft, draait ze zich met een ruk om en loopt naar haar vriendinnetjes toe, die nog steeds staan te grinniken.
Ik kijk naar Emma, die met een meisje staat te praten. Als het meisje wegloopt, zie ik dat ze begint te grinniken. Op de een of andere manier, boeit ze me. Ik zucht en ga op een bankje zitten die vlakbij de groep staat. Uit mijn tas haal ik mijn pakketje, de drang om hem open te maken, wordt steeds groter. Maar toch hoor ik de woorden van mijn vader weer door mijn hoofd spoken. ‘Pas openmaken als je in Venetië bent,’ heeft hij gezegd.
Wat zal erin zitten? Van wie zal het zijn en waarom heeft hij me dit gegeven? Wie zal het zeggen? Ik stop hem terug in mijn tas en merk dat er iemand naast me is komen zitten, alleen heb ik geen behoefte om te kijken wie het is. Met mijn handen wrijf ik in mijn ogen.
Ik ben nu wel klaar om te gaan, weg van alle ellende die zich hier al een tijd afspeelt. Met mij, mijn vader, Kyara en boven alles, mijn moeder. Ergernis is het gene wat er in mij speelt, de groep met kinderen is plots erg stil geworden, waarschijnlijk geschrokken van B. Stelletje prutsers.
Mijn iPod haal ik uit mijn zak en doe de oortjes in mijn oren. Met mijn handen voor mijn ogen, en de tranen die uit mijn ogen komen, luister ik naar het liedje wat me zo aan mijn moeder doet denken.
De vreselijke woorden die ik tegen haar heb gezegd, komen terug, het doet verschrikkelijk veel pijn om te weten dat ik dat allemaal tegen haar heb gezegd. De herinneringen komen terug, de pijn en het gevoel van ongeluk zijn weer in mijn lichaam gekropen en breiden zich uit tot de puntjes van mijn tenen. En dat net nu.
De tranen lopen nog steeds over mijn wangen, naar het puntje van mijn kin. Een warme hand wrijft over mijn rug, maar de kracht om naar degene te kijken wie dat doet, heb ik nu niet.
De akkoorden van het gitaarspel, dreunen in mijn oren. De tekst die wordt gezongen, klinkt als de hemel, dit wordt hem.
De allerlaatste keer.

Stephen:
Net wanneer ik de groep binnen stap en mij voorstel komt er nog een begeleider aangelopen. Ze stelt zich voor als Emma, een klein tenger meisje met lang bruin haar en twinkelende groene ogen. Zodra ik de anderen een hand heb gegeven klap ik weer dicht en verdwijn ik weer in mijn eigen wereldje. Een paar chique geklede mensen, hoogstwaarschijnlijk de docenten van die verwende ettertjes, kijken om de paar minuten verstoort op hun horloge. Waarschijnlijk is het zo tijd om in het vliegtuig te stappen.
Twee minuten later arriveert er een vrolijke jongen “B”. Een aantal centimeter kleiner dan ik en bruinharig.
“Hee! Ik ben B. Ik neem aan dat jullie ook mee gaan als begeleiders?” roept hij vrolijk uit wanneer hij zich in ons groepje mengt. Een tijd lang is het stil en dan draai ik mij langzaam naar hem toe.
“Uhu,” mompelen er een paar, waaronder ik. Ik moest toch iets zeggen. “Ik ben Steph,” vervolg ik zonder veel enthousiasme, maar de blauwe ogen van B lichten gelijk vrolijk op. Dan volgen de anderen, Julee wat verlegen met neergeslagen ogen, Nicholas nogal afwezig, alsof hij niet helemaal bij het gesprek is en Emma met die beroemde vrolijke glimlach van haar die ik al één keer eerder had mogen zien.
De chique geklede volwassenen beginnen geïrriteerd met elkaar te praten, zo zacht dat bijna niemand het merkt. Maar aangezien ik mij toch niet heel erg in het gesprek wil mengen en wat afzijdig wil blijven merk ik het op. Als ik de kring rond kijk zie ik dat er nog drie begeleiders moeten arriveren, waarschijnlijk waren ze daar over in overleg met elkaar. Als ik me weer richt op de groep zie ik dat B antwoord geeft op een blond, verwend meisje dat hem met een hooghartig gezicht aankijkt.
“Ja, ik ben homo,” antwoord B op haar vraag, die ik overigens niet gehoord had. Bijna onzichtbaar frons ik lichtjes mijn wenkbrauwen. Had ze hem dat gevraagd? Wat een vraag. Aan de ene kant heeft ze ook wel lef, ze steekt haar mening niet onder stoelen en banken, maar vraagt het hem gewoon recht voor zijn raap. Emma’s gezicht staat een beetje bozig en ze kijkt wat zuur naar het meisje, al duurt het niet lang voor ze weer een vrolijk gezicht trekt.
Plotseling valt mijn oog op Nicholas, zonder dat ik het door had gehad was hij gaan huilen. Tenminste, de tranen stromen over zijn wangen. Wat was er met hem aan de hand?
“Nog tien minuten,” hoorde ik klagerig van één van de chique geklede mensen. “Waar blijven ze nou?”