Verslavende liefde. [Verhaal]

Ik heb veel te veel verhaallijnen in mijn hoofd.
Daarom heb ik besloten om verhalen pas te posten als het af is xd.
Deze heb ik af, maar ik ben het aan het herschrijven. Omdat ik een voorraadje heb vind ik dat ik deze wel kan posten ^^,
Het verhaal is niet zo heel lang (rond de 16 blz op Word) maar ik wil toch graag reacties :grinning:.
Ik vind zelf dat mijn verhaal wat van een bepaald boek weg heeft, daarom wou ik er mee stoppen. Maar ik ben toch door gegaan :x

Verslavende liefde.

Chantal droomt al haar hele leven van één jongen. Wat zou er gebeuren als die jongen in haar leven komt. Zou het inderdaad de jongen van haar dromen zijn?
Al snel gebeuren er vreemde dingen. Zou het verleden haar altijd blijven volgen?

‘Nee, niet springen!’ angstig kijk ik naar een jongen die op het punt staat om zelfmoord te plegen. Ik merk dat mijn stem schor is, omdat ik dat ene zinnetje al miljoenen keren heb geroepen. Voor mijn gevoel duurt het echt uren, maar misschien sta ik hier pas vijf minuten.
Ik ken hem niet, niet persoonlijk tenminste. Hij is zo knap. Ik kan mezelf wel slaan, omdat ik weet dat ik hem het allerliefste wil zoenen. Hij lijkt me niet te kunnen horen, ook toont hij helemaal geen emotie. Misschien hoort hij me wel, maar wilt hij niet luisteren. Ik ben zo bang, één verkeerd beweging en hij springt. De zenuwen gieren in mijn buik, terwijl ik normaal nooit bang ben. Één ding is zeker, als hij springt overleeft hij het niet. Dat is onmogelijk, daarom moet ik hem tegen houden.
Mijn benen lijken wel van lood. Het gebouw waar ik op sta lijkt wel honderd meter hoog, De drang om iet naar beneden te kijken is groot.
Ik kijk voortdurend naar beneden, ik sta op een gebouw van wel honderd meter hoog. Oke, misschien is dat een beetje overdreven maar hoog is het in ieder geval wel. Ik zucht geïrriteerd om mezelf. Het is echt iets voor mij om aan de hoogte te denken op zo een moment.
Eigenlijk is het heel gek. Ik kan me niet eens herinneren hoe ik hier ben gekomen. Als ik zie dat de jongen een beweging naar voren maakt pak ik zijn hand vast. Op het moment dat ik hem terug wil trekken weet ik dat het te laat is. Hij springt, waardoor hij mij in zijn val mee trekt.

Voorzichtig stap ik uit bed. Het is pas half vier en niet bepaald warm, maar ik moet hem tekenen. Als mijn tenen de koude grond raken, gaat er een rilling door me heen. Meteen doe ik de verwarming een tikje hoger; ik wil niet ziek worden.
Nu ik zijn gezicht zo sprekend voor me zie, moet het me wel lukken, althans dat hoop ik. Mijn tekenspullen liggen al klaar voor het geval ik deze droom weer zou krijgen. Ik probeer hem elke keer weer te tekenen, maar het is me tot nu toe nog nooit gelukt. Hij is gewoonweg te perfect.
Zuchtend staar ik voor me uit. Ik probeer zijn knalblauwe ogen, zo blauw als de zee, voor me te halen. Aarzelend zet ik de punt van mijn potlood op papier. Voorzichtig, zodat ik niet uitschiet, teken ik zijn oog. De rest van zijn perfecte gezicht volgt al snel. Blond haar, dat net iets over zijn oor komt, kuiltjes in zijn wangen als hij lacht…
‘Wat ben jij vroeg op?’ vraagt mijn moeder die plotseling in de deuropening staat.
Van schrik schiet ik uit op mijn papier. Een lelijke kras net in het midden van zijn gezicht. ‘En bedankt,’ mompel ik chagrijnig. Fijn, net een tekening die een beetje lijkt krijg je dit. Zo een donkere kras is niet zo makkelijk weg te gummen.
Mijn moeder negeert me en trekt resoluut mijn gordijnen open. Ze zeurt altijd dat ik te veel in het donker zit en dat het slecht voor mijn ogen is.
‘Wie is dat?’ vraagt mijn moeder, terwijl ze mijn tekening bekijkt. Het verbaast me dat ze nog aandacht toont. Mijn moeder is nou niet bepaald blij dat ik later verder wil gaan in de kunst, dat laat ze me wel merken. Mijn moeder wilt dat ik advocate word, zoals altijd staat mijn vader daar achter. Mijn vader doet echt alles wat mijn moeder zegt, dat irriteert me. Zo iemand zou ik niet willen worden later.
‘Oh zomaar iemand! Ik spring op en gris de tekening uit mijn moeder haar handen. Ik wil niet over die jongen vertellen en als ik dat wel zou willen zou dat niet aan mijn moeder zijn. ‘Ik ga douchen.’
Ik ren naar de badkamer en laat mijn moeder verbaasd achter. Ik was zo in mijn tekening verdiept dat de tijd voorbij is gevlogen.
Rillend van de kou sta ik in de badkamer. Mijn kamer had inmiddels een aangenaam temperatuurtje gekregen maar hier is het nog ijskoud.
Twijfelend denk ik na. Die tekening is toch al verpest, maar ik wil zo graag verder over hem dromen. Mijn grootste wens is dat die jongen echt bestaat. Het lijkt wel aslof ik verliefd ben, ik eet niet, ik slaap niet. Al kan ik niet verliefd zijn op een jongen uit mijn droom, verder heb ik hem nog nooit gezien. Vroeger deed ik altijd een wens voordat ik ging slapen. Mijn vader zei dat als ik lief ging slapen hij dan uit zal komen. Ik heb al honderd keer gewenst dat die jongen in mijn klas zou komen, maar natuurlijk is dat nooit gebeurd.
Tergend langzaam kleed ik me uit. Met mijn ogen dicht ga ik op de weegschaal staan, dagelijkse routine. Als ik voorzichtig mijn ogen open doe zie ik het pijltje op vijftig kilo staan, veel te zwaar. Ik ben er trots op dat ik inmiddels al drie kilo ben afgevallen, maar er moet nog veel meer af.
Uiteindelijk besluit ik om in bad te gaan. Een extra heet bad zal me goed doen en op deze manier kan ik nog lekker na dromen over mijn droomjongen.
Ik kan goed tegen heet water, heerlijk vind ik dat. Ik zet het water op eenenveertdig graden, hoger kan helaas niet. Het voelt alsof ik mijn teen verbrand als ik hem voorzichtig in het water steek, maar dat kan me niets schelen.
‘Chantal post!’ roept mijn moeder naar boven.
Meteen word ik chagrijnig, waarom als ik net uitgekleed ben, gek word ik er van. Het chagerijnige gevoel verdwijnt echter als ik besef wat mijn moeder riep. Post, voor mij? Ik krijg nooit post behalve mijn favoriete weekblad, maar die komt nooit op zondag. In ieder geval is dat al gek, post op zondag? Voor mij? Snel doe ik een joggingbroek en een trui aan en neem een sprint naar beneden. In mijn haast struikel ik bijna over de kat, die op de trap ligt te slapen.
Ik kijk mijn moeder haastig aan. ‘Waar ligt het?’ hijg ik.
Mijn moeder wijst naar de keukentafel waar een kleine grijze envelop ligt met mijn naam erop. Het valt me op dat mijn naam in oude sierlijke letters is geschreven.
‘Van wie is het?’.
Mijn moeder doet geen moeite om haar lach in te houden… ‘Jeetje wat ben jij nieuwsgierig zeg,’ grijnst ze. ‘Ik zou zeggen maak open, dan weet je het.’
Ik aarzel geen moment meer en scheur de envelop open. Op het nippertje voorkom ik dat het briefje mee scheurt. Er valt een klein geel notitieblaadje uit, die gelukkig nog heel is. Verbaasd pak ik het op, er staat maar één ding in grote letters geschreven. Ik slaak een gil van schrik.
‘Wat staat er?’. Mijn moeder probeert zich nieuwsgierig uit te rekken om te kijken wat er op het blaadje staat. Hallo, ooit gehoord van privacy?
‘Uh, oh niets bijzonders. Het is van Lisa, ik moest vrijdag toch naar de tandarts? Dit is ons cijfer die we hebben gehad voor ons geschiedenisproject. Meneer Carter heeft die waarschijnlijk vrijdag terug gegeven.’
‘Waarom gilde je dan?’.
Shit, waarom is mijn moeder altijd zo achterdochtig? Overal zoekt ze wat achter, net alsof ze mij niet vertrouwt, al heeft ze in dit geval dan gelijk.
‘We hebben een negen, ik ben gewoon enthousiast, we hebben er zo veel werk in gestoken. Maar ik ga in bad.’ Ik sjees naar boven en laat mijn moeder in gedachten achter. Ze gelooft me niet; dat is zeker.
Boven kijk ik nog eens op het blaadje,. Voorzichtig lees ik opnieuw wat er staat. Het valt me op dat het briefje helemaal geen kreukels bevat. Het enige wat er staat is: “Het was leuk je gezien te hebben vannacht. Vanavond weer?’

ooeeehhh… Be nu al verslaafd

Volgens mij heb ik dit eerder ergens gelezen

^ Dit kan kloppen. Ik heb al is eerder dit begin op deze site gezet en dit verhaal staat op meerdere sites.
Nu herschrijf ik het echter en er zijn best wel veel dingen anders.

Het is geschreven in een mooi sierlijk handschrift, net zoals mijn naam op de envelop. Tegenwoordig heeft niemand meer zo een ouderwets handschrift. Dit kan onmogelijk van hem zijn, toch? Hij bestaat niet. Ik ken hem niet. Trillend stap ik in bad, hoewel het nog steeds erg heet water is krijg ik het niet warm. Van binnen voel ik me ijs en ijskoud.
De dag gaat te langzaam en ik kan alleen maar aan hem denken, verder aan niets anders. Ik zit de hele ochtend alleen op mijn kamer, me rot te vervelen. Mijn geschiedenisboeken liggen open geslagen op mijn bureau op een tekst die ik al honderd keer heb gelezen, maar nog steeds niet tot me doorgedrongen is. Geen seconden is hij uit mijn gedachten. Hoe kan dit? vraag ik mezelf wel honderd keer af. De vraag blijft onbeantwoord. Voor mijn gevoel is het allang tien uur in de avond, maar het is nog maar net middag. Alleen van het hongerige gevoel in mijn maag weet ik dat ik wakker ben. Voor de rest voelt het alsof ik in een zwart gat ben beland. Maar dat hongerige gevoel houd me op de been, daarom eet ik niet. Ik moet en zal afvallen, dat is mijn levensdoel. Dan ben ik eindelijk geen vette varken meer. ‘Waarom ga je niet iets doen, ga weg of zo,’ moppert mijn vader.
Hij heeft altijd iets te zeuren. Sinds hij ontslagen is wordt het met de dag erger. Natuurlijk valt mijn moeder hem meteen bij.
‘Ja, ga met Lisa weg, ze was hier vanochtend toch omdat briefje te brengen waarom is ze niet gebleven?’ Opgelaten haal ik mijn schouders op. Leugens pakken je later altijd terug, het werkt net als karma. Eerlijkheid duurt altijd het langst. Ik haat het dat de favoriete uitspraak van mijn moeder klopt. ‘Welk briefje?’. Ik zucht boos ‘Gewoon iets van een cijfer pap’. Waarom moet hij zich er weer mee bemoeien? Altijd moet hij het naadje van de kous weten. Het is zo irritant. Haastig trek ik mijn jas aan. ‘Wat ga je nou weer doen?’ vragen mijn ouders tegelijk.
Ik rol kwaad met mijn ogen. ‘Naar Lisa natuurlijk’. Voordat mijn ouders nog iets kunnen zeggen ben ik al de deur uit. Eigenlijk wil ik helemaal niet naar Lisa. Ik slenter een beetje rond en ga op het bankje in het park zitten. De sneeuw is vroeg dit jaar het is pas eind oktober en er ligt al een dikke laag sneeuw. Ik veeg met mijn hand een dikke laag sneeuw weg, zodat ik niet op de sneeuw hoef te zitten. Ik huiver en trek de rits van mijn jas een beetje verder dicht. Ik haat het om te liegen tegen mijn ouders. Ik zit zolang stil dat mijn spieren stijf worden. Is dat briefje een grapje van een of andere gek? Dat zou wel heel toevallig zijn. Maar het kan ook niet zo zijn dat het van hem was, toch? Ik weet het niet. Ik besluit uiteindelijk om toch maar naar Lisa te gaan. Gewoon om de tijd te doden.
Op een rustig tempo loop ik naar Lisa haar huis. Ik loop onbewust een flink eind om.
'He! Kan je niet uitkijken, gek?’ Hoor ik een jongen roepen als ik oversteek.
Verschrikt kijk ik om. Ik was er niet bij met mijn gedachten. Maar als ik de jongen zie schrik ik nog erger. Het is de jongen! De jongen van mijn droom. Ik voelde de grond onder me weg zakken. Droom ik nog steeds? Er werd luid getoeterd en ik hoorde een paar mensen schreeuwen. Toen werd alles zwart.

 In de verte hoor ik vaag wat stemmen die mijn naam schreeuwen. Ik probeer me erop te concentreren, maar dat lukte niet door een bonkende hoofdpijn die op kwam zetten. 

‘Is ze flauw gevallen?’ hoorde ik een bekende stem zeggen.
Die bekende stem zorgt ervoor dat ik mijn ogen open doe. Het duurt even voordat het beeld voor mijn ogen scherp wordt en een steek gaat door mijn hoofd heen.
‘Chantal, je bent wakker!’.
Het duurt even voordat ik besef wat ik zie, maar dan besef ik dat het Lisa is die opgelucht aan het juichten is.
‘Wat is er gebeurd?’. Waarom herinner ik mij niets meer? Het laatste beeld dat ik me voor kan halen is dat ik overstak. Ben ik aangereden of gewoon flauw gevallen? Het duurt even voordat ik me realiseer wie ik als laatste heb gezien. Mijn droomjongen, alhoewel ik begin te twijfelen of hij wel een droomjongen is. Misschien is het eerder een jongen uit mijn nachtmerries. Waarom gaan we in elke droom dood? En nu dit ongeluk…
‘Je viel zomaar uit het niets flauw. Ik zag het vanuit mijn raam gebeuren. Heb je wel wat gegeten? Je ziet zo bleek en je bent de laatste tijd volgens mij afgevallen.’
Ik negeer de opmerking van het afvallen, maar stiekem ben ik er blij om dat ze het ziet. ‘Die jongen., waar is hij?’ fluister ik moeizaam.
Ik zie Lisa bezorgd naar mij kijken. ‘Welke jongen? Je was alleen. Ben je erg hard op je hoofd gevallen? Misschien heb je wel een hersenschudding, dat kan hoor.’
Heb ik het me dan verbeeld? Volgens mij word ik gek. Ik kreun even van pijn als ik opsta en het wordt even zwart voor mijn ogen.
‘Ik ben oke,’ zeg ik moeizaam.
‘Niets ervan jij gaat mee naar de dokter,’ antwoord Lisa echter vastberaden.
Ik probeer haar met enige moeite over te halen. De dokter zal misschien merken dat ik niets heb gegeten vandaag. En ik kan toch moeilijk vertellen dat ik tegen een jongen ben op gebotst die niemand heeft gezien?
'Oke, maar laat me je dan tenminste naar huis brengen.’
Met tegenzin stem ik in. Lisa ondersteund me terwijl we naar haar huis lopen om haar fiets te halen. ‘Denk je dat het je lukt om achterop te gaan zitten?’
Ik kan horen dat Lisa echt geschrokken is. 'Natuurlijk lukt dat.’ Zonder moeite ging ik achterop zitten. ‘Het gaat allang weer beter hoor,’ zeg ik met een voorzichtige glimlach. Toch fietst Lisa extra voorzichtig. Na een lange tijd, het fietst niet zo gemakkelijk in de sneeuw, komen we bij mijn huis. Mijn moeder doet meteen de deur open.
'Gezellig dat je nog even langs komt Lisa.’
Pas nu ziet ze mij. ‘Wat zie jij eruit, is er wat gebeurd?’ .
Ik gebaar naar Lisa dat ze niks mag zeggen maar ze ziet het niet, of ze wil het niet zien. Ik wist wel dat ik het niet verborgen kon houden.
'Ze is flauw gevallen.’
‘Ik krijg gewoon de griep, denk ik,’ mompel ik maar. Gelukkig is mijn moeder niet het bezorgde type, alleen het nieuwsgierige type.
Lisa en ik lopen meteen de huiskamer in.
'Oh ja trouwens, gefeliciteerd met jullie cijfer, echt heel goed.’
Lisa trekt haar wenkbrauwen op en kijkt verbaasd naar mij.
‘Welk,’ maar voordat ze het woord cijfer kan zeggen trek ik haar mee naar boven.
‘Waar heeft ze het over?’
Ik twijfel of ik het haar zal vertellen. Misschien verklaart ze me voor gek. En eigenlijk vind ik het wel spannend en wil ik het gewoon voor mezelf houden.
'Mijn ouders zeuren dat ik de laatste tijd zoveel onvoldoendes haalde dus ik heb verzonnen dat we een negen hadden voor een geschiedenisproject.’
Lisa glimlacht opgelucht. 'Dat had je toch wel kunnen vertellen gek.
Ik haal mijn schouders op, ‘vergeten’.
Ik zag aan haar gezicht dat Lisa me niet geloofde. ‘Chantal, wat doe je de laatste tijd raar’. Lisa gaat op mijn bed zitten, en kijkt me doordringend aan.
‘Hoezo de laatste tijd,’ Stamel ik ongemakkelijk. Lisa is echt mijn beste vriendin maar zelfs aan haar kan ik dit geheim niet vertellen. Misschien ben ik wel gewoon gek.
‘Oke, als je het niet wil vertellen dan niet. Ik ga naar huis.’
Met tranen in mijn ogen zie ik hoe Lisa weg gaat. Het liefste wil ik haar tegen houden, alles vertellen. Het lijkt wel of ik versteend ben, ik kan helemaal niets doen.
Ik weet heus wel dat ik de laatste tijd raar doe. Lisa heeft al vaker een opmerking gemaakt dat ik te weinig eet. Maar ik kan het simpel weg niet opbrengen om te gaan eten, want ik ben te dik. Mijn beslissing dat ik moet afvallen staat vast.
Als ik de volgende dag eenmaal op school ben wil ik naar mijn vaste plek lopen naast Lisa. Al gauw zie ik dat er al iemand zit.
‘Lisa!’ roep ik.
Lisa kijkt me aan en slaat haar ogen neer. Het liefste wil ik in huilen uit barsten. Met opgeheven hoofd loop ik naar een plekje voor in de klas. Het enige plekje wat nog vrij is. Ik zit helemaal alleen. Wat een vernedering is dit zeg. Ik ben niet populair, maar toch heb ik altijd Lisa om naast te zitten. Dit is voor het eerst sinds jaren dat ik alleen zit en het voelt gewoon niet goed.
‘Jongens en meiden, ik wil jullie voorstellen aan een nieuwe leerling in jullie klas. Ik hoop dat jullie allemaal aardig voor hem zullen zijn. Ga maar naast Chantal zitten.’
Ook dat nog denk ik zuchtend. Stug blijf ik uit het raam kijken.
‘Hoi, ik ben Daniël.’
Voorzichtig draai ik me om. Mijn adem blijft steken in mijn keel. Het is hem!

‘Wat doe jij hier?’ vraag ik sissend.
Daniël kijkt verbaasd. ‘Aangenaam kennis te maken,’ mompelt hij.
Opeens word ik woest. Wie denkt Daniël wel niet wie hij is? Hoe durft hij zomaar mijn leven in de war te gooien. Door hem heb ik ruzie met Lisa! Door hem ben ik aangereden of wat er dan ook gebeurd mag zijn.
‘Rot op.’
Helaas voor mij hoort de leraar mijn laatste woorden. ‘Chantal, dat is niet wat ik bedoelde met aardig doen. Sorry Daniël, Chantal is een apart geval.’
Daniël glimlacht voorzichtig. Apart geval, tss wie stoort er in mijn dromen? Juist, als er iemand een apart geval is dan is het Daniël wel.
‘Jullie gaan vandaag samenwerken voor een geschiedenisproject. Deze keer kiezen jullie niet zelf de groepjes. Jullie werken samen met degene die naast je zit.’
Meneer Carter kijkt doordringend naar mij. Fijn, hij doet dit vast express. Nu moet ik nog ‘gezellig’ met hem gaan samenwerken ook.
Daniël kijkt me vragend aan. ‘Waar wil je het over hebben?’.
‘Weet ik veel, kies jij maar een onderwerp.
‘Chantal, doe niet zo vervelend. Ik weet niet wat je tegen me hebt maar ik heb je nooit wat aangedaan. Ik ken je niet eens, net zoals dat jij mij niet kent. Dus, doe gewoon normaal tegen me. Vrienden hoeven we niet te worden hoor, wees maar niet bang.’
Boos draai ik naar hem toe. Meteen vergeet ik wat ik wilde zeggen. Ik verdrink in zijn prachtige blauwe ogen. Ik besluit ik dat ik aardig tegen hem ga doen. Hij kan er tenslotte ook niets aan doen dat ik over hem droom. Ik besef wel hoe eng het is, ik droomde over iemand die ik niet kende. Nu zit ik naast hem.
‘Oke laat maar. Zullen we het houden over de geschiedenis van onze familie?’
Daniël kijkt bedenkelijk, maar knikt dan toch. ‘Kan ik dan naar school met je afspreken om alles te regelen?’
De bel gaat voor de volgende les. ‘Ik kom wel naar jou toe.’
Voor ik iets terug kan zeggen is hij al weg. Ik moet hem nog mijn adres geven. Snel ga ik achter hem aan.
Als ik eenmaal in de gang ben aangekomen is hij al weg. Ik kijk nog even rond maar iedereen loopt door elkaar, ik vind hem nooit meer. Die gedachte doet me zo een pijn dat ik meteen aan iets anders denk. Niet dat ik iets leuks heb om te denken. Thuis is het een puinhoop, mijn ouders doen al de hele week chagrijnig. En niet te vergeten die ruzie met Lisa.
Rustig loop ik verder naar Nederlands. Ik kom als laatste het lokaal binnen. Zoekend kijk ik naar een lege plek, Lisa zit weer naast iemand anders. Mijn moeder heeft al vaker gezegd dat ik meer vriendinnen moest hebben dan alleen Lisa. Dat blijkt nu wel weer.
Verdrietig loop ik naar een plekje waar verder niemand zit, weer vooraan de klas. Daniël is er niet, zou hij al naar huis zijn? Dromerig staar ik voor me uit. Ik pak meteen mijn schetsboek. Ik probeer zoals altijd zijn knalblauwe ogen, zo blauw als de zee voor me te halen. Aarzelend zet ik de punt van mijn potlood op papier. Voorzichtig teken ik zijn oog. De rest van zijn perfecte gezicht volgt al snel. Halflang blond haar, kuiltjes in zijn wangen als hij lacht…
‘Chantal de Jong, is dat iets wat je met ons wil delen?’.
In eerste instantie weet ik niet waar ze het over heeft. Ik herinner me niet eens waar ik ben. Ik kom pas weer bij de realiteit als ze mijn tekening wil pakken.
‘Nee, danku.’ Zo snel als ik kan pak ik de tekening af en stop het in mijn schetsboek. De hele klas staart me nieuwsgierig aan, met een rood hoofd begin ik aan het huiswerk.
Nadat de laatste bel is gegaan fiets ik zo snel mogelijk naar huis. Ik neem niet eens de moeite om op Lisa te wachten om samen te fietsen, zoals we normaal gesproken doen.
Ik zet mijn fiets in de schuur, die overigens propvol staat, en loop naar binnen.
‘Mama? Papa?’ schreeuw ik.
Ik moet iemand hebben om mee te praten, ik heb het gevoel alsof ik gek word. Opeens valt mijn oog op een notitieblaadje die op de tafel ligt.Wij zijn naar een uitje van ons werk, we komen pas laat terug, er staat eten in de koelkast.
Nou dat eten blijft er mooi staan. Altijd als mijn ouders weg zijn staat er iets ongezonds in de koelkast, omdat ze hun afwezigheid willen goed maken. Maar deze keer hoef ik niets, later neem ik wel een appel.
Fijn, ben ik gezellig alleen. Peinzend loop ik naar mijn kamer om huiswerk te maken. Hoe moet ik nou beginnen met het geschiedenis project van mij en Daniël? Als ik mijn kamer in wil lopen krijg ik de schrik van mijn leven. De deur staat open, terwijl ik honderd procent zeker weet dat ik hem gesloten heb. Ik sluit mijn deur altijd.
Ik hoor ook de aanwezigheid van een persoon. Ik pak een voorwerp wat het dichtste bij in de buurt ligt. Gillend ren ik naar de persoon en sla hem met het boek dat ik gepakt heb.
‘Chantal, rustig ik ben het!’.
Ik luister niet waardoor ik niet besef hoe raar het is dat hij mijn naam weet.
‘Chantal stop!’. De inbreker pakt stevig mijn armen beet. ‘Kijk me aan.’
Voorzichtig open ik mijn ogen, terwijl ik niet eens had gemerkt dat ik ze had gesloten. Dan kijk ik recht in het gezicht van Daniël.

Wow, ik ben verliefd op jouw schrijfstijl en jouw verhaal. Verder! :bowing_man:

 ‘Wat doe jij hier?’ vraag ik verbaasd. 

Daniël trekt zijn mond in een halve glimlach, wat is hij knap!
‘Je hebt me zelf uitgenodigd Chantal de Jong.’
Normaal irriteer ik me als iemand me bij mijn achternaam noemt, bij hem klinkt het lief. Al zou ik liever willen dat ik zijn achternaam achter mijn naam kon zetten. Shit, ben ik al zo ver heen? Ik ken hem nauwelijks en ik mag ook niet verliefd op hem worden.
‘Ik… Ik heb je niet verteld waar ik woon.’
Daniël kijkt me doordringend aan. ‘Dat heb je wel en ik zag dat je nog niet thuis was dus pakte ik de sleutel die onder de bloempot ligt. Bijna iedereen heeft een reservesleutel ergens in de buurt van de huisdeur liggen.’ Daniël lacht schaapachtig.
Heb ik hem mijn adres verteld? Waarom herinner ik me daar niets van? ‘Uh, nou oke laten we dan maar beginnen.’
Daniël wijst trost naar de computer. ‘Kijk, ik heb al wat informatie opgezocht. We moeten proberen om zo ver mogelijk onze stamboom door te zoeken. In de bibliotheek hebben ze vast wel geboorteaktes.’
Snel lees ik wat hij heeft opgeschreven. Hm, Daniël Brouwer. Brouwer… Chantal Brouwer. Oh nee hé! Ik heb meer gevoelens voor hem dan ik dacht. Ik zet zijn achternaam al bij die van mij. Opeens bukt Daniël om een papiertje op te pakken. Al snel herken ik mijn tekening, van hem. Ik had het getekend toen ik hem nog niet kende, maar het is duidelijk Daniël.
Daniël kijkt me onderzoekend aan ‘Ben ik dit?’.
Ik weet dat ik het niet kan ontkennen. ‘Uh ja’. Beschamend kijk ik hem aan.
Ik voel dat mijn wangen vuurrood worden. Ik hoop dat hij het niet ziet!
‘Maar hoe kan dit? Je kent me pas sinds vanmiddag, hoe kan je deze tekening dan al gemaakt hebben?.
Mijn gedachten gaan razendsnel. Ik moet snel een smoesje verzinnen! Smoesjes verzinnen is nooit mijn sterkste kant geweest.
‘Ik ben na geschiedenis meteen naar huis gegaan. Ik kreeg je niet uit mijn hoofd. Ik moest je tekenen,’ breng ik na een tijdje stamelend uit.
Daniël schud zijn hoofd. Ik ben bang voor zijn reactie. Misschien wil die niets meer met zo een gek als ik te maken hebben.
‘Het spijt me,’ fluister ik met tranen in mijn ogen.
Ik weet niet wat mij spijt, het voelt gewoon goed om te zeggen. Daniël kijkt me boos aan. Zie je wel, hij haat me nu al. Wat een goed mens ben ik. Ik ben in twee dagen een vriendin verloren. Nu wil iemand vrienden worden en verpest ik het alweer.
Daniël pakt mijn polsen beet. ‘Chantal luister goed. Dit is niet jouw schuld, ik ben al te ver gegaan. Het spijt me ik wou… Laat maar.’
Voordat ik uit kan uitbrengen is hij al weg. Ik hoor de deur keihard dichtslaan. Hoe bedoelt hij, ik ben al te ver gegaan? Hij heeft toch helemaal niets gedaan? Het liefste wil ik meteen Lisa bellen om naar haar mening te vragen. Dit moet ik alleen oplossen. Ik begin morgen meteen, Er moet toch iemand zijn die Daniël rond leid? En laat ik nou toevallig heel behulpzaam zijn. Opeens zie ik een prop papier op de grond liggen. Huh? Dit is toch niet mijn tekening. Die tekening heeft Daniël nog steeds. Als ik het papiertje openvouw zie ik dat het een meisje is. Ik rol de tekening helemaal uit. Tot mijn grote verbazing herken ik haar. Degene die op de tekening staat ben ik.