[Verhaal]

Heeei,
Ik schrijf dus soms verhalen op de computer, en ik vroeg me dus af of jullie dit wel goed vinden enzo, en de moeite waard om verder te schrijven, of verder te lezen. Ik schrijf over heel verschillende dingen, en dit is een gedeelte van mijn verhalen ;

[b]Ik ben echt een droomtypje. Als ik niet kan slapen denk ik aan iets wat me vrolijker maakt. Bijvoorbeeld: mijn verhaal over een meisje dat een slechte jeugd had, met prachtig rood haar en een hemelse stem die later trouwde met een aantrekkelijke man die van haar hield en ze kregen honderden kinderen. Allemaal even schattig natuurlijk.
Waarom niet?
Ik droom ook overdag. Zeker die dag. Toen ik hem voor het eerst zag.

‘Mam, nee, ik kan geen fruit meer meenemen! Please…’
Geïrriteerd sla ik mijn moeders hand weg die naar me toe duikt om me een preek te geven. Ik ren naar buiten en sla de deur achter me dicht.
Mijn moeder is lastig, echt zo’n eco-typje dat alleen maar fruit eet en brood en goede voedingsmiddelen, en niks in een potje. Ik draag zelfs eco-kleding door haar en we gaan elke zaterdag naar de tweedehandskledingzaak aan de andere kant van de stad.
En daarom heb ik ook zo’n oude roestbak van een fiets, zo eentje waarmee niemand, maar dan ook echt niemand, mee gezien wil worden, zelfs geen zwerver.
Ik klim op mijn fiets, mijn tas achterop en race de poort uit. Het sneeuwt buiten, een van de nadelen, en ik ben al laat. Dus race ik gewoon door, zodat ik niet de volgende dag om 8 uur in het nablijflokaal hoef te zitten omdat ik meer dan drie keer te laat ben gekomen.
Overal om me heen zijn mensen bezig met hun auto’s voorruit te ont-ijzen. En nergens iemand die naar school gaat. Dat kan drie dingen betekenen:

  • Niemand gaat met de auto naar school omdat het zo’n kloteweer is en het sneeuwt en er ligt sneeuw en overal ijs
  • Ik ben echt heel laat voor school
  • Ik ben blind
    Dat laatste kan misschien ook nog waar zijn, want ik draag lenzen. Ik heb mijn moeder erom gesmeekt, omdat ze het niet eco-vriendelijk vond.
    Ze kunnen uitgevallen zijn, maar dan heb ik een probleem, want die dingen vind je nooit meer terug en mijn moeder koopt noway nieuwe.
    Ik ben toch niet blind, want als ik op school kom is iedereen er gewoon, heerlijk blij omdat ze met de auto zijn gekomen en niet zo loserachtig als ik, op de fiets.
    We hebben ook geen auto dus ik had geen andere keus.
    Cent, oftewel de grootste sloeber van de klas die altijd geld vindt op de grond, staat opeens naast me.
    ‘Heb je vijf euro voor me?’
    Normaal vindt hij dat. Dit keer niet. Ik haal tien euro uit mijn zak en geef het hem.
    Okee, mijn fantasie slaat weer op hol. Ik heb geen tien euro zomaar in mijn zak, en ik geef Cent niet zomaar geld, want hij betaalt het nooit meer terug. Ik krijg nog drieëntwintig cent van hem, geen idee waarvoor ookal weer, en ik heb geen idee waarom precies zoveel.
    Ik duw hem dus weg en loop naar Jassie toe, die eigenlijk Jasmine heet, maar niemand noemt haar zo, wat ze ontzettend irritant vindt.
    ‘Iris, schat, dit is Brandon.’
    Ik knik naar Jassie’s nieuwe vlam, en neem haar even mee.
    ‘Wie is die engerd?’ vraag ik gealarmeerd.
    Jassie zwaait even naar Brandon en wendt zich dan weer naar mij.
    ‘Hij is zó schattig, ik kwam hem gister tegen op de kermis, en hij zit bij ons op school,’ zegt Jassie, terwijl ze nadenkend naar haar haar kijkt.
    Jassie is een beetje raar, ze slaat continue andere jongens aan de haak, en als ik me niet vergis had ze gister nog met een jongen die Brad heette, maar dat kan ik ook fout hebben.
    In ieder geval, Jassie is mijn beste vriendin. Al sinds ik in de eerste zit zijn we bff’s, wat niet zo heel lang geleden was, aangezien ik in de tweede zit.
    Jassie zit nog steeds bij me in de klas. Jassie is populair, en ik niet. Ik heb het gevoel dat iedereen denkt dat ik anders ben en gek. Het komt vast allemaal door mijn moeder met haar eco-beroerte.
    Jassie blijft gewoon naast me zitten, elke les, en we spreken af na school, maar het ziet er altijd uit alsof er een gigantische kloof tussen ons zit als je zo naar ons kijkt, maar het is niet zo. Aan de ene kant, populair meisje, aan de andere kant haar beste vriendin, een loser.
    Misschien omdat we zo anders zijn zijn we vriendinnen.
    We zijn het met alles eens: mijn gestoorde moeder, sneeuw en meneer Hardt, alleen over jongens niet.
    ‘Please, hij ziet er eng uit. In welke klas zit hij?’ vraag ik. Precies als ik het woord “eng” zeg, gaat de bel.
    Jassie zwaait naar Brandon en trekt me mee naar de A-vleugel.
    ‘Schat, je moet niet opgefokt doen. Je hebt je jas nog aan, en we hebben bio weet je nog. Je moet gewoon even chillen. Zullen we na schooltijd naar het centrum gaan?’
    Ja, graag, wil ik zeggen. Helaas kan het niet omdat mijn moeder naar een eco-beurs gaat en ik op Lisa en Jamie moet passen, mijn evil broertje en zusje.
    ‘Eco-beurs.’
    ‘Oh.’
    We hebben het niet vaak over mijn moeder. We vinden haar alletwee gek, maar ze is wel mijn moeder.
    Ik doe mijn jas uit voor de A-vleugel en hang hem op. In mijn eco-tas zit hemelzijdank mijn bioboek, anders moet je een stinkend boek nemen die meneer Hardt altijd in zijn tas heeft voor ‘noodgevallen’.
    ‘Jasmine!’ Een van de enge mensen uit onze klas (de rijke, normaal geklede, populaire meiden, die ik altijd “eng” noem) lopen naar Jassie en ik word weer eens buitengesloten.
    Cent kijkt me nog steeds begerig aan. Ik kijk snel de andere kant op.
    Peter en Dave praten met elkaar over GTST, en de twee engerds van de klas (lees dom en ongelukaantrekkend: Nul en Bob) pulken lijm van het lage muurtje dat de leerplekken van elkaar verdeeld.
    Meneer Hardt komt altijd te laat, ookal zit hij in het computerkamertje naast zijn lokaal. Net als je de denkt dat je eindelijk een keer uitval hebt komt hij aanlopen met zijn enge bochel en zijn altijd vriendelijke gezicht die je continue blijft aanstaren. Altijd, serieus. Na een tijdje begin je er helemaal paranoia van te worden.
    ‘Vijf euro, please!’ hoor ik Cent achter me bedelen bij Dave, die hem duidelijk in het gezicht wil slaan.
    [/b]

Willen jullie zeggen of het goed is enzo ?

X

Superr

Verder ?

X

Als ik naar huis fiets, is alles glibberig van de sneeuw. Ik probeer om nog een beetje normaal te fietsen, maar dat lukt niet. Ik ben al twee keer gevallen voordat ik op de helft ben. Zuchtend pak ik mijn fiets op van de grond, en ga lopend verder. Dit heeft toch geen zin. Langzaam zie ik alle auto’s wegrijden van school, en ik herken een paar mensen uit mijn klas. Ook Cent kijkt me aan, terwijl hij het ‘ik-volg-je’-gebaar maakt met zijn vingers. Ik kijk hem woedend aan, en loop verder. Ik heb geen zin om nog langer te blijven kijken, en ook niet om te wachten totdat Jasmine en de engerds langskomen. Op mijn bureau staat nog een hele to-dolijst, en die moet ik afkrijgen voor zaterdag.
Ik probeer nog een stuk te fietsen, en in het begin gaat het goed. Totdat ik in de straat rij voor mijn huis, waar alles nog niet helemaal is gesmolten, maar toch wel een beetje, zodat het ongelooflijk glad is. Met een keiharde smak val ik op de grond. Het wordt meteen zwart voor mijn ogen.
Als ik mijn ogen even later weer opendoe, kijk ik recht in de ogen van een jongen met bruin haar, en een geweldige lach.
‘Je viel daarnet op de grond,’ zegt hij. Hij kijkt me nog steeds aan, met die ene lach.
‘Wow,’ zeg ik duizelig. Ik besef me dat dit een droom moet zijn. Zeker omdat het net zwart was. En ik zit nu op de stoeprand, en eerst lag ik daar op de grond.
‘Doet het pijn?’ vraagt hij.
Ik kan nog steeds mijn ogen niet van hem afhouden. Heb ik nu gewoon een keiharde klap op mijn hoofd gekregen, of verzin ik dit echt niet?
Voordat ik kan antwoorden, rukt mijn moeder de deur open, en blijft dan verbijsterd in de deuropening staan.
‘Iris Benton, kom onmiddelijk, maar dan ook onmiddelijk, binnen!’ roept ze.
En dat is dan zo’n moment in mijn leven dat ik door de grond kan zakken van schaamte.

Is het goed ? Verder? Stom ?

x