[Verhaal] Zwijgen

Zwijgen

Hi meiden van Girlscene! Ik ben begonnen aan mijn verhaal Zwijgen. Hopelijk vinden jullie het leuk. Kritiek is welkom! Wees dus niet bang om dat te geven. Het kan zijn dat jullie dit verhaal eerder hebben gezien op dit forum, wegens redenen heb ik hem even weggehaald, maar nu is die weer helemaal terug!

Samenvatting:
Lichelle weet al jaren lang hoe haar vriendin Caro gewond is geraakt. Door dreig mails die ze regelmatig krijgt kan ze het niet eerlijk vertellen, maar nu ineens bekend word geraakt dat Caro nooit meer kan lopen en niet meer met haar favoriete sport voetbal kan doorgaan, juist op het moment dat ze bij het meisjesteam van Ajax is toegelaten, kan Lichelle het niet meer volhouden en besluit ze te vertellen wie daadwerkelijk de dader is. Dat heeft veel gevolgen voor Lichelle, Caro wil niks meer met haar te maken hebben en haar ouders vinden haar vreselijk, toch kan Lichelle niet vertellen waarom ze het niet eerder heeft gezegd, omdat de dreigmails steeds erger en heftiger worden. Zo erg, dat Lichelle ineens spoorloos is.

Hoofdpersonen:
Lichelle
Caro
Lucas
André

Proloog:
De mist bedekte het afgelegen plekje. De rook van de auto die alsmaar harder reed, stonk als vies vuil in mijn neus. De zon verdween in één enkele moment, alleen ik, de auto en Caro die net wou oversteken waren in deze verschrikkelijke situatie. De stilte kon wel iemand doden. De auto ging steeds harder. De rook werd heviger en Caro had steeds minder kans om weg te rennen. Ze was gevangen. Het was de auto tegen Caro. De auto die zich steeds harder versnelde, Caro die geen enkele kant op kon. En ik. Ik was getuige van deze vreselijke ramp.

JAA! hij staat er weer op! :bowing_man: (deels dan…)

Hoofdstuk 1a

Wat stilletjes liep ik door het park. Meestal ging dat altijd zo. Ik was stil en liet de natuurgeluiden het van me overnemen. Het was al een hele tijd geleden dat Caro was verongelukt, toch zat het nog steeds diep in mijn netvlies geprikt. Een soort foto die je niet meer kon verwijderen, die voor altijd in je fotoboekje geplakt zat, je zou er nog altijd last van krijgen. Misschien ik nog meer dan alle andere die zo’n akelige foto hadden, want mijne die was wel 1000 keer gefotografeerd. 1000 ellendige foto’s en nooit zou het ophouden. Iemand liet me uit mijn eindeloze gedachtes schrikken. Het was mijn moeder die altijd positief en vrolijk was, daar had ik nu echt geen zin in.
“Hoi,” zei ik rustig zonder enkel oogcontact. Mijn moeder was juist het tegenovergestelde, ze was altijd druk, misschien kon ze zichzelf niet zo goed in een situatie plaatsen en dat ze daarom altijd vrolijk was?
“Hoi schat, hoe gaat het met je?” Ze gaf me een kus op mijn voorhoofd. Zonder enkele schaamte veegde ik over het plekje waar haar mond zich net bevond.
“Wel goed,” zei ik zonder enige emotie. Ik kon merken dat mijn moeder me zielig vond, het ging best goed met me. Als het maar goed met Caro ging, gelukkig mocht ik vandaag een bezoekje brengen.
“Hoe laat ga je naar Caro?” Las mijn moeder mijn gedachten.
“Eigenlijk wil ik zo al vertrekken.” Mijn moeder knikte begrijpend.
“Zal ik je brengen liefje?” Hevig knikte ik nee.
“Ik ga zelf, waarschijnlijk neem ik papa’s fiets mee, mijne is kapot.” Ik vertelde niet hoe het kwam dat mijn fiets kapot was. Dan zou mama meteen hebben ingegrepen. De man van de dreigmails was link, straks maakte hij niet alleen mijn fiets kapot, maar ook mij.
“Oké, mama gaat nu even boodschappen. Tot vanavond.” Argh hoe ze me behandelde, alsof ik twee was. Ik moest mijn woorden er maar niet aan vuil maken. Caro had me nodig, dus kon ik maar beter snel gaan. Caro lag nu al 3 weken in het ziekenhuis, het was nog steeds niet bekend wat ze precies had. Dat maakte me onrustig. De situatie waarin Caro lag was gelukkig niet meer levensgevaarlijk, maar het kon, er was niet veel kans, maar het kon zijn dat Caro verlamd raakte aan haar benen. Natuurlijk zou dat alles nog veel erger maken, dan wist ik gewoon wie er voor had gezorgd dat Caro niks meer met haar benen kon. Als die man het niet expres deed, maar dat hij Caro gewoon niet zag, zou alles veel makkelijker maken, maar deze man deed het gewoon expres. Mijn vaders fiets stond vooraan het tuinhuisje zodat ik hem zo kon pakken. Het maakte me niet uit dat het eigenlijk een herenfiets was, wat maakte dat eigenlijk uit? Als Caro maar beter werd. Onderweg kwam ik Lucas tegen een jongen uit onze klas. Tegen hem kon ik het wel opbrengen om enthousiast te doen, want hij deed ook gewoon normaal tegen mij.
“Lucas!” riep ik om zijn aandacht te trekken. Lucas keek achterom en ik zwaaide met mijn armen flink heen en weer.
“Hierzo!” Eindelijk zag hij me.
“Hee Lich! Leuk om jou hier weer te zien. Hoe ist?”
“Tja, je weet wel, het gaat niet zo goed met Caro, ik moet daar nog vreselijk aan wennen.”
“Zin om samen wat leuks te doen? Ik heb de hele middag niks gepland.”
“Sorry, ik heb al iets met Caro afgesproken. Ander keertje?”
“Vanavond dan, ik kan bij jou komen, wiskunde nog een keer doornemen? Ik snap nu je in die shit zit dat je nog niet zo goed geleerd hebt, ik ben een held in wiskunde. Geloof mij maar.” Ik giechelde wat, eigenlijk was Lucas één enorme macho.
“Dan doe we het vanavond, 8 uur? Ben namelijk pas om 7 uur thuis.” Hij knipoogde wat met zijn linkeroog.
“Doen we, tot dan.” In een roes was Lucas verdwenen en bleef ik alleen achter. Er zat niks anders op om mijn tocht naar het ziekenhuis weer te vervolgen en Caro verassen, omdat ik eindelijk de moed had gevonden om haar te bezoeken. Lucas had eigenlijk wel gelijk, het was wel goed om even afleiding bij hem te zoeken. Het ziekenhuis zag ik al van ver af. Mijn moeder had me een grote preek gegeven over hoe ik me moest gedragen in een ziekenhuis. Niet dat ik daar nu nog wat aan had, ik was juist zenuwachtig om Caro te zien. Straks vertelde ik de verkeerde dingen! Dan was mij leven misschien wel voorbij. Het was wel duidelijk, ik moest goed letten op mijn woorden.
Met allebei mijn handen duwde ik de deur zachtjes naar voren. De ruimte waar ik binnenkwam, gaf me gelijk een kille indruk. Waarom was dat eigenlijk altijd bij ziekenhuizen? Mij leek het juist logischer dat alles vrolijk was, daar sterk je dan van op naar mijn idee. Bij de receptie bleef ik even hangen. Het ziekenhuis was zo groot, daar kon ik niet alleen mijn weg in vinden. Ik leunde wat tegen de balie van de receptie en sprak door het kleine openingetje waar dat blijkbaar voor gediend was.
“Hallo, ik ben op zoek naar Caro Groots.” De vrouw scrolde wat in haar computer, haar ogen werden iets groter toen ze uiteindelijk stopte.
“Nou meid, ze ligt op verdiep twee en dan nummertje 40, veel succes lieverd.” Ik werd even overdonderd van de lieve woorden van de receptioniste, maar ging daarna meteen door. Aangezien ik met de lift gaan nooit zo fijn ging, was met de trap gaan de enige optie. Een beetje aarzelend keek ik rond in het ziekenhuis, verdieping twee had ik blijkbaar gevonden, maar nummertje 40 nog niet.
“Lichelle!” Ik draaide me vliegensvlug om, achter me stond Caro in haar rolstoel, ze had mij al eerder gevonden dan ik haar.
“Carootje!” Ik vloog Caro om haar hals. Dat was echt een lange tijd geleden, na het ongeluk was ik bang om naar Caro te gaan, ook bang omdat ik dan misschien de verkeerde woorden ging zeggen en de man van de dreigmails me te pakken zou krijgen.
“Echt leuk dat je er ben Li, ik mag vanaf vandaag naar het cafeetje hieronder! Ga je met me mee? Ze schijnen daar verschrikkelijk goede ijsjes te hebben.” Caro deed net alsof er niks gebeurd was, alsof ze helemaal niet naast me stond in een rolstoel. Gelukkig hield ze er de moed in, want er was 70 % kans dat ze na goede revalidatie weer kon lopen. Het cafeetje onder het ziekenhuis zag er gezellig uit, iets wat ik ook nodig had. Nu Caro deed alsof er niks gebeurd was, besloot ik dat ook maar te doen. Toen ik zat en Caro zich voor het tafeltje had geparkeerd, kwam er gelijk al een ober aan.
“Hallo meisjes, wat willen jullie?” Zachtjes stootte ik Caro aan,
“Wat neem jij?” Wat bedenkelijk keek ze naar de ober.
“Een glaasje sinas.” De ober schreef het op en keek toen naar mij. Nu was ik aan de beurt.
“Cassis graag.” Daarna liep de ober meteen weg en vertelde ik Caro wat er vanmiddag was gebeurd.
“Je wil niet weten wat er vanmiddag gebeurde.”
“Vertel!” zei Caro enthousiast.
“Lucas wil samen huiswerk met me maken!” Ik maakte een klein sprongetje in de lucht. Hopelijk vatte Caro het niet verkeerd op.
“Echt waar? Gaaf Li! Je moet me wel meteen bellen hoor!” Ietwat opgetogen keek ik haar aan.
“Maar wat moet ik aan? Ik heb gewoon niks in mijn kast liggen.”
“Dat schattige paarse jurkje van laatst dan?” Een beetje bozig keek ik omhoog.
“Mijn zusje heeft dat hele jurkje onder geklad met haar rode stift.” Even dacht ik terug aan die middag, mijn zusje lag op de grond op mijn jurk die ik nog geen week had, met haar rode stift die ze voor haar vierde verjaardag had gekregen, maakte ze van mijn jurk een clownspak. Toen was alles nog goed met Caro, toen kreeg ik ook geen dreigmails. Was het nu maar zo, nu kon mij die hele jurk niks meer schelen. Weer meteen was ik in mijn troosteloze stemming.
“Pff Caro ik vind het echt zo… shit voor je.”
“Li, met mij gaat alles goed komen! Weet je nog, ik kan waarschijnlijk gewoon weer lopen en voetballen! Het is alleen nog even wachten, maak jij je nou maar gewoon nergens druk om.” Ik zuchtte, als ik geen dreigmails had gekregen, was ik misschien ook wat positiever, maar nu voelde het de hele tijd alsof ik haar voor de gek hield.
“Oké als jij er in gelooft Car, dan geloof ik er ook in.”
“Mooi zo!” Caro friemelde wat in haar zak en viste er 60 euro uit. “Dit heb ik van mijn tante gekregen, ik kan er nu toch niks mee, jij hebt het nodig, koop er een leuke jurk van, wel jammer dat ik niet mee kan, maar alleen vind je het ook wel.” Bijna kreeg ik tranen in mijn ogen. Ik had allemaal leugens voor Caro terwijl ze diep in de stront zat en dan gaf ze mij ook nog geld om een leuk jurkje te kopen. Ik duwde zachtjes Caro’s handen met daarin het geld van me af.
“Dat kan ik niet aannemen Car.” Caro schudde met haar hoofd.
“Dat moet, er zijn dit seizoen zoveel leuke kleren, je moet het aannemen.” Zachtjes pakte ik het geld aan, wat ik eigenlijk niet van plan was.
“Ik houd van je.” Fluisterde ik zachtjes. Caro was mijn beste vriendinnetje ooit, maar loog je tegen je vriendinnen? Het was een hele gezellige middag met Caro geweest. Nu kon ik nog snel even naar de stad om voor mezelf een leuk jurkje te kopen. Ik was Caro eeuwig dankbaar, want zonder haar geld had ik niks kunnen kopen en eigenlijk moest ik er wel een beetje goed uit zien voor Lucas. Ik was niet verliefd, maar een goede indruk moest er wel zijn. Ik had al een bepaalde winkel in mijn gedachten, daar kocht ik meestal de leukste jurkjes: Prise. Het was niet ver fietsen vanaf het ziekenhuis dus daar had ik ook weer mooi geluk mee. Hopelijk kan Lucas me vanavond net zo afleiden als Caro dat vanmiddag deed. Ik voelde me helemaal niet meer zo… Depri. Het leek even alsof de man van de dreig mails weg was en Caro niks meer had. Het trappen viel zwaar tegen door de tegenwind. Daarom was ik ook super blij, wanneer ik eindelijk voor de winkel stond. “Op naar mooie jurken!” grinnikte ik een beetje in mezelf. Al tussen de eerste rij zag ik een mooie jurk die later toch niet meer zo in mijn smaak viel. Ik friemelde wat tussen al het moois.
“Ha Li.” Ik keek weer recht in de ogen van Lucas. Shit, straks dacht hij dat ik een jurk voor vanavond ging kopen! Dan zou ik echt totaal door de mand vallen.
“Hoi.” Zei ik zachtjes, ik probeerde niet teveel op te vallen.
“Waarvoor koop jij een jurk?” vroeg hij nieuwsgierig.
“Oh, ik liep gewoon langs.” Pff, weer iemand waar ik tegen loog.
“Zoek je iets moois voor mij uit?” Hij keek me knipperend aan.
“Nee, ik zoek iets moois voor mezelf uit.” Ik liep naar een andere rij, want anders zouden er vast nog meer leugens komen.
“Wat doe jij trouwens hier? Dit is een meisjeszaak.” Ik dacht even na bij de gedachten dat Lucas vanavond in een jurk zou aankomen.
“Cadeau voor mijn zusjes verjaardag, weet jij een mooie jurk.” Ik schudde hevig met mijn hoofd.
“Nee, ik heb zelf namelijk ook nog niks gevonden.”
“Dan ga ik ook maar eens goed zoeken.” Lucas verdween in een stapel kleren en ik ging verder waar ik mee bezig was. Net zoals Lucas dat deed. Helemaal achterin de rij van jurken, zag ik een groen met veel glinsterde diamantjes jurk hangen. Ik pakte het zachtjes van de klerenhaak af alsof het een gouden ring was.
“Prachtig.” Stamelde ik. Het was een S dus precies mijn goede maat. Om er nog even zeker van te zijn, nam ik de jurk mee naar een pashokje. Soms schoof ik het doek een stukje naar rechts om te kijken of Lucas er nog was, daarna deed ik hem helemaal dicht en begon ik met uitkleden. Voorzicht zette ik mijn armen en benen in het jurkje, want het leek alsof het nogal kwetsbaar was. Toen ik het uiteindelijk aan had, stond het me beeldig. Ik was echt verrast, meestal was ik niet zo blij met mezelf, maar nu mocht ik er wel wezen. Ik betrapte mezelf erop dat ik een aantal pose aannam, waardoor ik even een model leek. Het jurkje viel dus goed in de smaak, daarom deed ik het gauw weer uit en kleedde mezelf aan. Het prijskaartje hing er niet aan, maar ik had vast wel genoeg geld. Met de jurk en al liep ik naar de toonbank.
“Dat is dan 65 euro.” Ik sloeg min ogen neer, shit, ik had te weinig geld. Dit was het mooiste jurkje wat ik ooit gezien had en dan had ik weer niet genoeg geld.
“Sorry, ik kom vijf euro te kort.” Een beetje verdrietig staarde ik naar de jurk. Met lege handen ging ik de winkel uit. Verveeld keek ik voor me uit. Echt balen. Lucas, die ook de winkel uitkwam, had wel iets gevonden, met één overvolle tas kwam hij de winkel uit.
“Niks gevonden?” zei hij een beetje opdringerig.
“Jawel, maar het jurkje was vijf euro te veel.
“Laat zien,” zei hij resoluut. Ik liep dus weer de winkel in en wees naar het jurkje.
“Mmh, ik heb een idee. Als ik jou nou vijf euro geef, dan trek jij vanavond dat jurkje aan.” Weer iemand die me geld wou geven, wat was iedereen toch aardig voor me.
“Maar Lucas…”
“Geen maar, als jij dat jurkje vanavond aantrekt krijg jij de vijf euro.” Eigenlijk was ik heel blij, dit was het jurkje van mijn dromen.
“Oké, ik trek het vanavond aan.” Tevreden keek Lucas me aan en overhandigde me de vijf euro.
“Bedankt, echt ik ben je heel erg dankbaar.” Ik keek hem lief aan.
“Alsjeblieft, nu moet ik gaan, mijn familie wacht op me.” En weer was hij ineens verdwenen. Nu ik de 65 euro bij elkaar had gekregen, liep ik tevreden weer naar de toonbank.
“Sorry voor het ongemak, maar ik heb nu het geld.” Ik gaf de briefjes en gelijk daarna vouwde de mevrouw de kleren op. Ze reikte me het tasje met de jurk aan en dit keer verliet ik trots de winkel, met het gescoorde jurkje in de plastic tas. Gauw ging ik op de fiets zitten, en met een brede grijns op mijn gezicht fietste ik weg. - Ik had nu al zin in het afspraakje met Lucas, waarschijnlijk zou er niet veel huiswerk worden gemaakt, maar dat vond ik niet erg. Als het maar gezellig was. Vandaag had ik wel geluk zeg, zonder mijn vrienden had ik deze jurk nooit gekregen. Wat schuddend met het plastic tasje liet ik mijn mooiste glimlach zien. Ik dacht even na over hoe mijn moeder zou reageren. Ze zou zich zeker afvragen hoe ik aan het geld kwam, misschien was het wel een raar idee om te vertellen dat ik het van Caro, die al weken in het ziekenhuis lag, gekregen had, terwijl zij het eigenlijk van haar tante had gekregen en dan ook nog vijf euro van een jongen die me die zelfde avond nog in dat jurkje wou zien. Nee het leek me beter om niks tegen mama te vertellen. Diep in gedachten verzonken, wou ik bijna doorrijden langs mijn huis. Ik schudde mezelf weer helemaal wakker en sprong van mijn fiets.
“Hee mam en pap!” Verbaasd keken mijn ouders me aan, hun waren vast verrast dat ik eindelijk weer vrolijk was.
“Hallo Li, kom snel aan tafel we gaan zo eten.” Pap klopte op de stoel naast me. Gauw hing ik mijn jas op.
“Wacht even pap, moet iets doen op mijn kamer.” Enthousiast ging ik de trap op met het jurkje in mijn tas. Ik wou hem nog even ophangen voordat ik ging eten. Op mijn kamer was het één enorme troep. Ik vond me er een weg in en deed wat ik van plan was. De jurk had een mooi plekje in mijn kast gekregen. Ik kon mezelf er niet van weerhouden om ook nog even mijn mail te checken. Eigenlijk zou ik dat niet moeten doen, want als er weer een dreigmail tussen zat, was mijn dag al weer verpest. Toch was ik te nieuwsgierig en zat ik meteen alweer achter mijn zelf gekochte laptop. Met handige snelkoppelingen was ik in no time al in hotmail ingelogd. Nieuwsgierig drukte ik op mijn aangekomen mailtjes. Met mijn blik op het beeldscherm wachtte ik. Vroeger zou ik heel erg blij zijn met een mailtje, nu kon het beter gewoon leeg blijven. Helaas kwam mijn wens niet uit en had ik een mailtje. Gelijk ging mijn stemming omlaag. Nieuwsgierig klikte ik op het mailtje.

Ik zou oppassen, als jij Caro of iemand anders al één ding vertelt hang je. Ik hou je in de gaten. Je zwijgt. Over alles, anders gaat jouw toekomst er niet rooskleurig uit zien.

Verbijsterd keek ik naar het mailtje. Ik had geen keus, zwijgen was mijn enige optie, ten kosten Caro of mijn familie. Zwijgen. Het enige wat nu nog telde. Geschrokt keek ik naar de deur die open ging. Mijn vader stond in de deuropening. Hij keek naar het mailtje wat ik zo snel mogelijk wou wegklikken. Vjoew, net op tijd.
“Li, wat is dat? Laat een zien.” Mijn vader ging naast me zitten en ik voelde zijn warme adem in mijn nek.
“Nee pap dat is privé,” lachte ik nep, ik was totaal niet blij.
“Li, laat zien, ik weet dat er iets is, anders doe je nooit zo zenuwachtig.”
“Nee pap, dat kan echt niet.” Aarzelend keek ik om me heen. Pap mocht echt dat mailtje niet lezen! Dan hing ik. Dan was alles verloren, iedereen zou me haten, omdat ik zoiets groots had verzwegen.
“Pap het kan gewoon niet. Kom we gaan eten.” Maar mijn vader leek niet tevreden met dit antwoord.
“Hoezo kan jij mij dat niet laten zien? Ik wil weten wat jij uitspookt.”

Ik plaats de stukken wat langer nu, haha!

Hoofdstuk 2

Ik bedacht gauw wat ik kon doen.
“Li ik tel tot drie.” Angstig keek ik rond me heen. Pap mocht echt dat mailtje niet lezen!
“Twee… Twee en een half… Twee en een kwart.” Gefrustreerd zocht ik naar de juiste oplossing. Pap kon het gewoon niet zien, daar had ik dan ook alles voor over. Alles. Met een klap gooide ik de laptop op de grond en viel hij in één. De stukken lagen verspreid rond mijn kamer en er vloog wat rook vanaf. Verdrietig keek ik naar mijn zelf gekochte laptop die net nieuw was. Inderdaad ik had er alles voor over, maar pap zou me nu vast een rare gek vinden.
“Lichelle! Wat doe je? Ben je helemaal mal? Jij blijft vanavond op je kamer! Ik snap hier niks van, jij houd iets voor mij achter en ik wil graag weten wat dat is. Ben je gestoord ofzo?” Van woede riep ik iets waar ik een enorme spijt van had.
“Rot vader! Door jou is mijn laptop nu kapot! Flikker op!” Ik duwde mijn vader mijn kamer uit en bleef bedroefd achter op mijn kamer die nu nog een grotere troep had gekregen. Laptop kapot, vader woedend, ik woedend. Kon dit er nog wel bij? Was het al niet te veel, of kreeg ik nog meer voor mijn schoenen? Door hier te blijven piekeren kon ik toch niks oplossen dus hield ik me maar bezig met mijn kamer opruimen. Waarschijnlijk zou ik vanavond toch geen eten krijgen. Gelukkig had ik nog een snoep voorraadje van Halloween van vorige week. Ik schrok op van iemand die alweer op de deur klopte.
“Wat is er en wie ben jij?” vroeg ik geïrriteerd.
“Hee Li! Ik ben het Lucas, of was je ons afspraakje van vanavond vergeten?” Shit! Ja ik was het inderdaad vergeten. Ik had niet eens de jurk aan en mijn kamer was een puinhoop. Wat zou Lucas nou niet van me denken? Juist nu ik net zo’n goede indruk wou maken.
“Lucas kun je even wachten?” Gauw zette ik mezelf in actie. Alles moest nu vlot en netjes gebeuren, want anders ging Lucas misschien wel weg. Ik had dus geen tijd te verliezen. Ik kleedde me zo snel mogelijk uit en wierp me in de jurk. Met wat mascara en oogpotlood, maakte ik mijn ogen perfect en als laatst deed ik wat lipgloss op. Het resultaat was fantastisch en ik draaide me om als een prinses. Met een tevreden glimlachje ruimde ik mijn kamer in één keer op. De kapotte laptop schoof ik onder mijn bed en de kleren die zich ook rond mijn kamer hadden verspreid propte ik met kracht in mijn kast. Ik knikte goedkeurend toen alles klaar was.
“Kom maar Luc.”
“Haai Li.” zei Lucas enthousiast toen hij binnenkwam.
“Heei! Heb je de boeken meegenomen?” Lucas keek alsof hij het heel erg vond dat hij de boeken was vergeten, maar dat acteerde hij.
“Vergeten.” Ik wist dat Lucas dat expres had gedaan, hij beschouwde dit zeker meer als een afspraakje.
“Die jurk staat je echt heel mooi Li.” Speels keek hij me aan. Hij ging op mijn bed zitten en klopte naast hem als teken dat ik daar moest gaan zitten. Dat deed ik. Verbaasd keek ik op toen Lucas allebei mijn handen vast hield.
“Li… Ik moet je wat zeggen.” Aarzelend keek hij om hem heen. Zachtjes fluisterde hij:
“Ik vind je leuk.” Als bevestiging gaf hij me een zoen, ik pakte hem beet en beantwoorde zijn kus. Daarna duwde ik hem van me af.
“Ik vind jou ook leuk.” Weer gaf ik hem een kus, nooit had ik gedacht dat Lucas me echt leuk zou vinden. Wie vond mij nou leuk? Een verdrietig meisje dat niks om haar uiterlijk gaf.
“Hoe lang al?” vroeg ik nieuwsgierig.
“Vanaf het moment dat je mijn tas kwam brengen, weet je het nog?” Ik wist het nog, hij had zijn tas laten liggen op school. Ik had hem opgepakt en naar hem toe gebracht. Meer dan een halfjaar geleden.
“Zo lang al?” Weer gaf ik hem een kus, wat was het toch een leuke jongen.
“Ja. Trouwens, wat waren jouw ouders boos zeg! Iets verkeerds gedaan?” Verlegen staarde ik hem aan, moest je niet altijd eerlijk zijn tegen je vriendje? Alhoewel, was hij mijn vriendje wel?
“Niks bijzonders.” zei ik maar, de woede uitbarsting van mij en me vader liet ik liever achterwegen.
“Lucas ben jij nu zeg maar… mijn…”
“Vriendje?” onderbrak hij mijn zin.
“Ja.”
“Als jij dat wilt wel.”
“Dolgraag zelfs!” Even omhelsde ik hem.
“Nog bedankt van die vijf euro, ik ben er blij mee.
“Het was het waard,” tevreden staarde hij naar mijn jurk.
“Je bent bloed mooi Li.” Ik bloosde om het mooie complimentje.
“Jij ook,” fluisterde ik. Ik maakte mezelf wat comfortabeler en liet mijn hoofd op zijn benen vallen.
“Zeg Luc, weet jij of het nog goed gaat komen met Caro?”
“Sst.” Hij drukte zijn vinger op mijn lippen.
“Nu niet over nadenken liefje.” Ik knikte wat rustig heen en weer.
“Je hebt gelijk.” Tevreden keek ik mijn kamer rond. Als Caro nou beter werd en de man van de dreigmails stopte, was mijn leven perfect geweest.
-
Na een tijdje ging Lucas weer en nam ik uitgebreid afscheid van hem.
“Doei Luc,” zei ik verliefd. Hij sprong op zijn fiets en zwaaide nog naar me. Even maakte mijn hart een sprongentje, maar dat was totaal voorbij toen mijn vader achter me stond.
“Li, wat deed die jongen hier, ik had hem maar binnengelaten, maar nu ga je naar boven. Ik ben ontzettend boos op je en mama ook. Hup naar boven Li, ik weet dat je veel te voorduren hebt gehad de hele tijd, maar dit kon echt niet. Wegwezen!” Hij maakte van die gebaren alsof ik een gevaarlijke heks was.
“Eikel!” floepte weer uit mijn mond. Het was zeker niet de bedoeling, maar het kwam omdat papa niet wist wat ik doormaakte en me daarom zo behandelde. Ik wou geen zelfmedelijden opwekken, maar… respect, maar dat respect kon ik niet krijgen. Of ik moest het vertellen. Spreken was immers goud en zwijgen zilver. Met een boos gezicht stormde ik de trap op, vandaag zou ik niet beneden komen dat was al een ding wat zeker was. Op mijn kamer hing ik wat op twitter op mijn mobiel aangezien de laptop stuk was. Ik kreeg steeds meer spijt. Het was natuurlijk ook een domme actie, ik papa gewoon een ander mailtje moeten laten zien. Hoe kon ik zo stom zijn geweest? Verveeld legde ik mijn mobieltje weg. Het was negen uur. Ik kon waarschijnlijk niks anders doen dan slapen dus leek het me een goed plan om dat te gaan doen. Voorzichtig stapte ik uit mijn jurk en hing hem aan één van de klerenhangers. Nog één keer keek ik de jurk vol bewondering aan. Hij was in één woord gewoon prachtig. Iets wat me samen met Lucas nog even opvrolijkte. Misschien kon ik Lucas een sms’je sturen. Of was dat te opdringerig? Kon ik hem beter met rust laten of hem juist nog even bezoeken? Een beetje onzeker zocht ik naar een antwoord. Gewoon niks zeggen, wachten tot een sms’je van hem. Verliefd keek ik naar het plafond. Lucas was echt… Niet te beschrijven. Tevreden hees ik me in mijn pyjama en liet ik me zachtjes op het bed vallen. Hoe zou ik de dreigmails nu in de gaten houden? Mijn mobiel was altijd nog een optie. Niet gemakkelijk, maar als het moest kon ik er mijn mails op lezen. Straks zei de man dat hij er mee ging stoppen en dat mocht ik natuurlijk niet missen. Ik probeerde te slapen en kneep mijn ogen zachtjes dicht. Wat woelend draaide ik me om. Weer draaide ik me om en weer. Misschien was het wel te veel geweest vandaag. Tegenslagen, maar ook positieve dingen, hielden vandaag mijn dag bij elkaar.

Het felle zonlicht maakte mij wakker. Het was inderdaad een zonnige zomervakantie zoals al vele maanden geleden was voorspeld. Met een goede zin stapte ik uit bed. Toch was ik een beetje bang voor mijn vader. Ik had me gister verschrikkelijk gedragen. Daar had ik nu ook spijt van, maar dingen kon je niet terug draaien.

Voorzichtig liep ik de trap af.
“Sorry pap,” zei ik zachtjes toen ik hem aan de tafel zag zitten. Hij las rustig de krant en negeerde me deels.
“Mama heeft vers brood gehaald.” Hij negeerde mij niet, maar wat ik zei wel. Wat kon het mij nou boeien dat mama brood had gehaald.
“Papa het spijt me echt!”
“Ja Li maak jij je nou maar druk om Caro.” Hij keek me niet eens aan, toen hij dat zei.
“Papa!” Zuchtend stond hij op.
“Li, je hebt me gekwetst gister, en houd nu je mond, ik ben bezig.”
“Papa please!”
“Houd je mond.” Nu ging hij weer zitten en maakte een teken dat ik weg moest gaan. Ik had geen keus, papa zou me dit niet zo makkelijk vergeven.
“Ik houd van je,” probeerde ik nog, maar weer keek hij me niet aan, daarom liep ik maar naar buiten en liet mezelf afkoelen. Waarom deed hij zo. Ik zei toch dat het me speet en dat ik van hem hield. Hij wist toch ook dat ik het moeilijk had? Misschien moest ik even naar Lucas gaan. Hij had vast een oplossing. Ik wist niet precies waar Lucas woonde, maar ik wist wel dat je richting het winkelcentrum. Ik stuurde Lucas een sms’je.

Hi Lucas,
Kom je bij het winkelcentrum, bij het blauwe bankje?
Ik zie je daar.
<3 x Li

Ik drukte tevreden op verzenden en ging alvast richting het winkelcentrum. Mijn mobiel trilde toen ik net langs de buren fietste.

Ha Li,
Ik kom zo snel als ik kan, ben er over een minuut of drie?
Is er iets ergs gebeurd?
Ik hoor het wel.
Khou van je.
X Lucas

Ik werd even blij toen ik het sms’je las. Wat was hij toch lief. Dat motiveerde mij om harder te fietsen, met een flinke ruk zette ik de versnellingen wat hoger. Lucas kon me altijd meteen weer opvrolijken. Ineens realiseerde ik me iets. Ik fietste over straat in mijn gemakkelijke pakje wat bestond uit een vlotte knot een los t-shirtje en mijn joggingbroek. Zo kon ik Lucas toch niet onder ogen komen? Hij zou vast denken dat ik één of andere zwerver was. Ik zag het al helemaal voor me.
“Ga uit mijn buurt, ik wacht op mijn mooie vriendinnetje niet op jou!” Dat zou vreselijk zijn. Maar als ik nu naar huis zou fietsen en me om ging kleden was ik te laat en liet ik Lucas niks voor niks wachten, terwijl hij juist zo lief was om meteen te komen. Als Lucas echt van me hield wat hij net in zijn sms’je beweerde, keek hij vast door mijn kleren heen.
Ik zag Lucas op het blauwe bankje zitten. In een flits sprong ik van mijn fiets af en ging op hem af.
“Lucie!” riep ik luidkeels. Ik gaf hem een vlotte zoen op zijn neus.
“Echt geweldig dat je zo snel kon komen!” Lucas grijnsde.
“Voor jou doe ik toch alles!”
“Je bent mijn prins!” zei ik glimlachend. Met een vlotte beweging ging ik op zijn schoot zitten. Ik had gelijk, Lucas zei helemaal niks over mijn uiterlijk.
“Li zeg het eens, waarom moest ik komen?” Een beetje bedenkelijk staarde ik hem aan.
“Mijn vader is woedend, ik heb hem gister uitgescholden en nu negeert hij me soort van.” Ik keek een beetje beschaamd.
“Ik heb zo’n spijt van dat uitschelden. Ik bedoelde het ook helemaal niet zo.” Ik liet mijn hoofd op zijn schouder vallen.
“Gelukkig heb ik jou nog.” Hij pakte mijn hand vast en kneep er in. Wat liefjes keek hij me aan.
“Ik blijf altijd bij je Li!” Hij keek naar zijn horloge en daarna weer terug naar mij.
“Sorry Li ik heb met mijn vriend Thijs afgesproken, doei lieverd!”
“Stop! Ik wil ook die kant op, nog even met Caro praten enzo.” Ik glunderde, Caro moest absoluut weten wat Lucas en ik nu samen hadden.
“Gezellig!” Hij stapte al op zijn fiets en ik ging hem achterna.
“Had je al met Caro afgesproken?” Ik schudde met mijn hoofd.
“Nee, ik kom haar verassen.” Weer keek Lucas liefjes mijn kant op.
“Lief van je, ik vind het sowieso goed hoe jij met Caro omgaat dit moment. Ik denk dat ze heel veel steun aan je heeft.” In mijn hoofd wist ik dat ze helemaal geen steun aan me had, ik loog immers tegen haar, net zoals ik tegen Lucas en mijn ouders loog. Weer rolde er zachtjes een traan over mijn wang.
“Sorry.” Lucas pakte mijn hand terwijl we fietsten.
“Maakt niet uit schat, je mag zo veel huilen als je wil bij mij.” Waarom deed hij zo aardig? Ik moest juist sterk zijn en het hem vertellen, maar dan kon het zomaar zijn dat ik morgen niet meer naast hem fietste, maar vermoord was door één of andere gek. We kwamen langs het ziekenhuis en ik nam uitgebreid afscheid van Lucas.
“Doei liefje,” fluisterde ik.
“Dag Li! Veel succes, en hou je taai,” zei hij terwijl hij richting Thijs ging.
Met een snelle looppas liep ik naar de kamer van Caro, dit keer wist ik al snel waar ik moest zijn. Een beetje zenuwachtig stak ik mijn hoofd om de deur.
“Caro!” schreeuwde ik uit volle borst en ik sloeg mijn armen om haar heen.
“Hee Li! Wat leuk dat je er bent, ik had je helemaal niet verwacht!” Met glinsterende ogen staarde ze me vol bewondering aan.
“Ik moet je iets vertellen!” zei ze uitbundig.
“Ik ook,” riep ik enthousiast.
“Jij eerst.”
“Nee jij!” Uiteindelijk moest ik als eerst.
“Lucas vertelde me gister dat hij me al maanden leuk vond! Hij is nu mijn vriendje!” Dromerig staarde ik Caro aan.
“Li wat fantastisch voor je, jullie passen zo goed bij elkaar!” Ze gaf me een zacht klopje op mijn schouder.
“Nu jij!” Caro ging meteen recht zitten en trok grote ogen op. Ze kuchte wat en daarna begon ze aan haar verhaal.
“Vanaf het moment dat ik hier lig, komt er elke dag al een jonge man, hij zorgt ervoor dat alle medicijnen goed zijn, of ze op tijd komen en hij bewaakt ze. Hij is ook heel knap…” Caro zwijmelde even en ging daarna meteen weer door.
“Ik begon hem wel een beetje leuk te vinden dus vroeg ik of hij gister bij me kwam zitten! En toen gebeurde het…” Ze was even stil om het spannend voor me te houden.
“Hij kuste me! Ja echt waar, hij is zo knap en hij kuste me gewoon! Het was fantastisch echt!”
“Echt waar Caro? Maar wat fantastisch en toevallig! Ik vind het echt geweldig voor je schat.” Ik omhelsde haar weer even.
“Kan ik hem zien?” Ze knikte hevig.
“André! Wil je even komen?” Even later stapte er een jongen de kamer binnen. Ik kon mijn ogen niet van hem af houden. Inderdaad, Caro had gelijk, hij was reuze knap.
“Hallo dames!” Hij speelde wat met zijn ogen en gaf gelijk daarna Caro een kus op haar wang en gaf mij een hand die ik verlegen aanpakte.
“Ik ben Li,” zei ik verlegen.
“Oh nee sorry! Ik bedoelde Lichelle.” Met een mooie blik keek hij me aan en pakte mijn linkerhand.
“Aangenaam kennis te maken, ik ben André.” Gelijk daarna gaf hij me een vluchtig kusje op mijn hand.
“Wat een schatje hé!” riep Caro enthousiast. Meteen na het kusje op mijn hand, werden mijn wangen rood. Wat was hij knap, even wou ik hem ook een kusje op zijn hand geven, maar gelijk dacht ik aan Lucas. Dat kon ik toch niet maken tegenover hem?
“Wat leuk dat je er bent Lichelle, is Caro jouw vriendin?”
“Noem me maar Li,” zei ik gevleid.
“Ja Caro is mijn beste vriendinnetje.” Een korte glimlach ontstond op zijn gezicht.
“Ik ga weer aan het werk. Doei lieve dames.” Ik keek goed of hij de deur uit was en begon daarna enthousiast tegen Caro te praten.
“Wat een schatje Car! Hij is echt leuk, voor jou dan, niet voor mij, ik heb Lucas.” Caro glimlachte kort, net zoals André dat deed.
“Ik ben zo verliefd op hem!” Dromerig keek Caro naar het plafond. Ik schrok op van Caro’s moeder die ineens binnenkwam gelopen.
“Ha die Li, wat leuk dat je er bent! Spijtig moet ik Caro meenemen, er word een klein onderzoekje naar haar gedaan!” Een beetje verdrietig verliet ik de kamer, het was zo gezellig geweest!
“Oké dan ga ik maar, doei!” Op de gang kwam ik André nog tegen.
“Ga je Lichelle?”
“Ja, doeg!” André liet me stoppen en pakte mijn hand. Gauw gaf hij er weer een kusje op, eigenlijk vond ik dat niet zo leuk, het voelde vervelend voor Lucas en Caro.
“Laat me los.” Ik trok mijn hand zachtjes weg.
“Ik moet gaan,” zei ik maar om het niet te onaardig over te laten komen.
“Doei Li.”
“Bye André.” Gauw rende ik weg. André was een aardige jongen, maar hoe hij met me omging was vervelend. Blij liep ik naar buiten. Ik was blij dat ik eindelijk weer frisse lucht binnen kreeg, in ziekenhuizen had ik het altijd meteen benauwd. Twijfelend pakte ik mijn fiets, waar zou ik nou heen moeten. Naar huis, maar daar werd ik zeker weer genegeerd door pap. Ik haalde het slot van de fiets. Verbaasd keek ik op. Aan het slot hing een geel kleurig briefje. Ik giste het eraf. Wat was dit? Misschien een liefdes brief van Lucas. Enthousiast maakte ik de brief open. Ik las het eerste woord en wist al meteen dat het niet goed zat.

Misschien denk je nu dat je van me af bent omdat je de laptop kapot hebt gemaakt. Heb je het mis. Ik weet waar jij bent en houd jou goed in de gaten. Het staat nog steeds vast, jij zegt niks. Tegen niemand, je houd gewoon je bek. Anders staat er iets vreselijks te gebeuren.
Houd je bek dus en verscheur dit briefje meteen in 1000 stukken.
Mond houden.

Meteen deed ik wat er in het briefje stond. Duizend stukken vlogen weg door de lucht. Duizend hopeloze stukken. Hoe wist die man mij te vinden? Het idee dat hij vlak hier kon zijn, maakte me super bang. Straks stond hij achter me en nam me ergens mee naar toe. Niet aan denken, het beste wat ik nu kon doen, was naar huis gaan. Met een beetje tegenzin deed ik dat. Papa was vast nog steeds boos. Ik had dan ook tegen hem gezegd dat hij een rot vader en een eikel was. Iets wat ik niet graag in mijn mond nam, maar er gisteravond wel uit floepte. Papa was fantastisch. Eigenlijk had ik dat beter tegen hem kunnen zeggen. Ik dacht weer even aan het briefje. Hoe wist die man toch aldoor waar ik was en dat mijn laptop kapot was, dat kon toch niet? Ik was immers alleen die avond met papa dan, maar verder was er niemand bij. Of werd ik ook nog gespioneerd? Niet aan denken. Voor vandaag was het gewoon weer even klaar. Ik had afleiding, maar nu ik weer alleen was, werd ik meteen weer bedroefd. Zou Caro ooit nog kunnen lopen? 70 % kans had ze, maar ze kon ook in die 30 % vallen. Waarom stopte ik er niet mee om daar aan te denken? Voor onze voordeur stond mijn moeder.
“Hee Mam,” zei ik zo gewoon mogelijk.
“Hoi,” zei ze afwezig. Ging mama mij nu ook al negeren?
“Mam wees niet boos!” Smekend keek ik haar aan.
“Li, papa en ik moeten met je praten.” Daarna riep ze mijn vader die meteen de tuin inkwam. Li wenkte me en wees op een stoel. Ik ging er zitten en keek naar mijn ouders die paal voor me stonden. Papa kuchte.
“Li ik ben boos op je, die woorden konden echt niet! Je hebt me ook enorm teleurgesteld en verdrietig gemaakt. Jij bent mijn oudste meisje waar ik trots op ben!” Pap had gelijk, die woorden konden echt niet.
“Het spijt me,” zei ik zachtjes. Mijn moeder nam het woord.
“Papa en ik vinden dat het niet goed met je gaat, we willen eigenlijk dat je rustig aan gaat doen de komende tijd.”
“Hoe bedoelen jullie?”
“Rustig aan doen, je hebt zoveel aan je hoofd.”
“Snap ik, mag ik nu gaan?” Ik maakte aanstalten om naar binnen te gaan.
“Ho stop eens even,” papa hield me tegen.
“We willen ook dat je Caro niet meer opzoekt, dat maakt je verdrietig, steeds als je van haar afkomt ben je bedroefd, net zoals nu.”
“Maar pap…” Ik moest Caro wel zien, anders zou ik haar veel te veel missen en zij mij.

Jeetje… Ik zet maar even een reactie, ik lees het straks wel.
Ga verder please! Ook hier ben ik weer verslaafd aan :heart:

Hoofdstuk 3

“Nee, je blijft uit haar buurt, totdat ze weer sterker is geworden.” Ik moest doen wat papa zei, ik had geen keus.
“Mag ik nu gaan?” Ik kreeg een kort knikje toegewezen en liep langs ze heen. Mijn zusje zat op de bank tv te kijken.
“Haai Li!” zei ze enthousiast, in enthousiasme had ik nu totaal geen zin.
“Laat me met rust Kate.” Een beetje teleurgesteld keek ze mijn kant op.
“Mama en papa waren vandaag ook al zo boos? Wat is er aan de hand.” Ik kijk nijdig haar kant op.
“Niks,” snauwde ik. Ze moest zich nergens mee bemoeien.
“Jij bent ook lekker aardig.”
“Mond houden!” Kate moest stil zijn, net zoals ik moest Kate zwijgen. Ik zou haar niks aan doen, maar mij werd er wel iets aangedaan. Was dat wel eerlijk, of waren het twee verschillende dingen. Zwijgen ten kosten alles en iedereen, was je zelf dan nog wel belangrijk of moest je het gewoon vertellen?
Een beetje lui lag ik op mijn bed. Rustig aan doen… Hoe kon ik rustig aan doen, terwijl ik wist dat Caro expres aan was gereden en ik dat niet kon vertellen, dat Caro misschien wel kon lopen als ik en de man haar eerder hadden geholpen. Dan kon je toch niet rustig aan doen? Dan dacht je toch alleen maar na? Of was ik de enige en konden de andere gewoon verder met hun leven? Het leek allemaal zo moeilijk. Misschien te. Mijn ouders waren nu al boos op me, als ik ze het ging vertellen, zouden ze nog bozer zijn. Dan zouden ze niet meer tegen me praten, me negeren. Tegen me zwijgen. Ik maakte mezelf breed. Het gaf me een goed gevoel. Ik schrok van mijn mobiel die de kamer vulde met zijn harde geluid. Ik rekte me uit en kon net het mobieltje in mijn handen krijgen. Met een snelle beweging ontgrendelde ik mijn telefoon en hoorde ik een warme stem.
“Hoi Luc!” Met een dromerige blik staarde ik naar buiten, gelukkig zag hij me niet.
“Hé Li! Ik heb goed nieuws!” Aandachtig trok ik de mobiel wat dichter naar me toe. Geen woord mocht ik missen, schoot er door mijn hoofd.
“Zeg!” Voor de grap zuchtte Lucas.
“Dat kan toch niet zomaar, het is echt heel leuk! Kom anders bij me langs!” Met een nijdig gezicht slaakte ik een diepe zucht.
“Luc dat kan niet, mijn ouders vinden dat ik rust nodig heb.”
“Maar het is echt heel leuk!” Weer zuchtte ik.
“Luc ik ga het proberen.” Met beide handen legde ik mijn mobiel boven het kastje.
“Mam kun je even komen?” schreeuwde ik luid naar beneden. Geen tel later stond mijn moeder alweer voor me.
“Wat is er schat?” Aarzelend stelde ik mijn vraag.
“Mag ik heel even weg?”
“Naar wie?” riep ze streng.
“Gewoon, goeie vriend.” Haar blik kon iemand vermoorden dus glipte ik wat naar achter.
“Hm, zorg je er voor dat je vijf uur thuis bent?”
“Yes!” Ik kon wel een sprongentje in de lucht maken.
“Dankje, dankje, en nog eens dankje mam! Nu kun je gaan, ik moet me klaar maken!” Weer deed mijn moeder wat ik zei en raapte ik al mijn kleren bij elkaar. Dit dat en dat dus. Het stond prima bij elkaar. Met een handige manier kon ik het vliegensvlug om mijn lijf heen krijgen. Het zat ook nog eens perfect! Triomfantelijk liep ik van de trap af.
“Tot vijf uur!” riep ik ergens heen waarvan ik dacht dat ze daar waren.
Ik had best zin om te gaan lopen. Iets wat ik vroeger graag deed, mijn hobby. Nu deed ik het steeds minder, ik had het druk met mezelf en Caro. Met de man van de dreigmails, met mijn ouders die constant op mij zeurde, ik was bezig met mijn school waar het steeds minder mee ging, gelukkig ging ik op het nippertje over en was het nu eindelijk zomervakantie. Mijn blik viel naar onder, waar ik mijn eigen voetstappen goed in de gaten hield. Plots botste mijn lichaam tegen iemand anders. Ik hief mijn hoofd naar boven en keek André recht in zijn ogen.
“Hoi,” zei ik wat droogjes.
“Hallo die Lichelle, wat leuk dat ik je zie.” Als begroeting gaf hij me een klein kusje op mijn wang.
“Blijf van me af,” zachtjes duwde ik hem van me af. Wat een viezerik.
“Sorry Litje, hoe is het met je?”
“Noem me maar gewoon Lichelle, het gaat goed met me, mag ik door?”
“Tuurlijk, je mag alles van mij! Tot de volgende keer schat!” Wist die André niet van ophouden ofzo? Hij had Caro toch? Of was hij altijd zo’n charmeur? Ik liep zo langs hem heen en negeerde hem volledig. Hij was wel wat te zeker van zichzelf hoor!
“Doei Lichelle!” schreeuwde hij me nog toe. Met geen zin om hem wat na te roepen, rende ik weg. Lucas’ huis kwam al snel in zicht. Opgewonden stond hij al buiten.
“Lucas!” Ik rende op hem af en gaf hem een dikke knuffel. Het voelde zo fijn om hem in mijn armen te hebben.
“Ik heb je gemist.” Lucas woelde een beetje in mijn haar.
“Ik jou ook.” Daarna liet ik hem los en sprong nieuwsgierig op.
“Nu moet je het vertellen!” Lucas schudde vastbesloten zijn hoofd.
“Nog niet Li, het is zo’n leuk nieuws! Ik vertel je het op mijn kamer.” Zijn zachte handen pakte die van mij en sleurden me mee naar binnen.
“Wil je wat drinken Li?” Nu schudde ik mijn hoofd.
“Nee, ik wil het zo graag weten!”
“Geduld, geduld,” mompelde hij. Op de kamer van Lucas aangekomen ging ik meteen op zijn bed zitten. Uitgeput van het lopen, hijgde ik.
“Was het zo zwaar?” vroeg Lucas lachend. Met een plof belandde hij naast me.
“Achja, mijn conditie is niet opperbest.” Een klein glimlachje verscheen.
“Oké Li, ik zeg het je!” Opgewonden ging ik zitten en staarde hem aan.
“Vertel vertel!”
“Nou, je weet toch dat Caro en ik met de selecties van Ajax hebben meegedaan?” Ik knikte.
“Nou, we zijn allebei toegelaten! Fantastisch toch…” Heel even stopte hij.
“Voor mij dan, ik hoop dat het Caro ook gaat lukken.”
“Tuurlijk lukt het Caro ook, binnenkort kan ze weer lopen dat garandeer ik! Maar echt fantastisch voor jullie Luc! Het C team van Ajax, hoeveel mensen schoppen dat nou?”
“Weinig mensen, ik ben ook echt trots, maar er zit ook een scherp kantje aan dit goede nieuws. Als ik bij Ajax ga spelen, moet ik een speciaal schema volgen. 20 uur per week trainen, een eetschema.”
“Dat gaat je vast lukken hoor Luc!”
“Dat is het probleem niet Li, als ik 20 uur moet trainen kan ik niet elke dag zo naar Amsterdam vliegen. Een gezin heeft aangeboden om mij op te vangen. Ze wonen vlakbij een school waarop ze speciaal aandacht geven aan sport.” Ik wist wat Luc ging zeggen, hij zou naar Amsterdam verhuizen.
“Luc ik weet het al, je hoeft het niet uit te leggen. Bullshit dat je verliefd op me bent, liefde gaat toch boven alles? Flikker maar op naar je Ajax, het kan mij niks boeien.” Snel rende ik naar buiten. Zonder Lucas was mijn leven toch niks meer waard?
“Li wacht!” Lucas trok me naar hem toe en keek streng mijn kant op.
“Wat moet je nou hé? Ik ben niks waard voor jou!”
“Li dat zeg jij, je ben en blijft alles voor me!” Ik maakte een afkerend gebaar.
“Rot op man, dan was je voor me gebleven.” Lucas pakte me vast.
“Li, ik droom van mijn vijfde al van Ajax, profvoetbal is wat ik wil. We kunnen elkaar toch opkomen zoeken?”
“Dan is het toch niet meer zoals nu? Je belt me en binnen vijf minuten sta ik voor je, zo makkelijk gaat het allemaal niet meer als jij daar in Amsterdam woont.”
“Li zie het eens wat positiever, ik kan toch in de weekenden komen?”
“Ach Lucas het is voorbij, oké? Zoek maar een vriendin op die school, het is klaar.” Ik sprak de woorden langzaam uit.
“Maar Li…”
“Houd op, het is afgelopen.” Spoedig liep ik van hem weg. Klaar, over, gestopt, afgelopen. Lucas koos voor zijn sport. Waar koos ik voor? Voor zwijgen, niet praten, een geheim stil houden, niks er van laten horen. Ik ging verder met wat mij bezig hield, Lucas met het zijne. Over en uit. In een slome looppas liep ik weer naar huis. Dit had dus niks opgeleverd. Lucas en ik waren alweer uit elkaar. Misschien lagen we elkaar toch niet zo. Ik miste hem nu al. Natuurlijk wou ik verder met Lucas, maar als hij in Amsterdam ging wonen en niet voor mij koos, kon ik gewoon niet verder met hem gaan. Toevallig genoeg, kwam ik mijn zusje tegen, waar ik alweer geen zin in had. Ik negeerde haar dus weer volledig en deed alsof ik haar niet herkende. Het mislukte, want mijn zus had mij natuurlijk weer opgespoord.
“Li, Li, Li!” Ik schrok op van haar stem die in mijn oor suisde.
“Kate ik ben bezig, wat moet je?”
“Van mama moet ik boodschapjes doen, ga je mee?” Ik knikte, misschien kon ik Kate maar wat meer aandacht geven. Het was mijn zusje en ik hield van haar, maar liet dat niet altijd even goed blijken.
“Ik ga met je mee, maar dan ga je niet de hele tijd zo lopen schreeuwen, oké?” Nu knikte Kate.
“Li denk je dat als ik later een vriendje krijg, een kindje krijg?” Ik zuchtte, Kate stelde altijd van dat soort vragen, ik wist nooit hoe ik ze moest beantwoorden.
“Kate dat weet ik niet.”
“Of denk je dat ik een kindje ga adopteren?” Vroegen kinderen van die leeftijd altijd zulke vragen?
“Kate dat weet ik niet, dat zie je dan wel, loop nu maar door, kerst wil ik liever thuis vieren dan hier zo met jou op straat.” Kate deed gauw wat ik van haar vroeg en huppelde wat achter me aan.
“Hier is het.” zei ze toen een grote supermarkt in zicht kwam. Met een karretje in mijn hand en Kate voor me, liepen we de winkel in.
“Mag ik een zakje paprika?” Met grote ogen staarde Kate me aan.
“Wat moest je van mama meenemen dan?”
“Ui, Aardappels, varkenshaas, sperziebonen, cola en roomboter.”
“Geen paprika chips dus.” Ik zocht de dingen die Kate opgenoemd had, bij elkaar en propte ze samen in een karretje.
“Zijn we klaar?” vroeg ze ongeduldig. Kate was altijd ongeduldig, super vervelend.
“Als jij de uien even gaat halen, zijn we klaar.” Kate rende meteen weg naar de doos waar gestapelde zakjes met uien lagen. Met haar nog kleine handjes greep ze een zak omhoog en rende ze triomfantelijk weer naar mij.
“Leg maar op de balie.” Terwijl Kate de zak op de balie legde, deed ik dat met de andere spullen.
“23,40 euro alsjeblieft,” zei de kassajuffrouw nadat ze alles had gezien. Kate friemelde in een klein portemonneetje waar het geld dat ze van mama had gekregen in zat. Behendigd liet ze het geld in de handen van de kassajuffrouw glijden en liep daarna tevreden weg.
“Doe het maar in die tas,” ik wees een beetje richting een grote bak, waar allemaal dozen zich bevonden. Kate pakte er willekeurig één.
“Deze?” Ik knikte en pakte de doos met beiden handen aan.
“Prop de spullen er maar in.” Ik schrok op van de vinger die me aantikte. Mama? Papa? Lucas? Nieuwsgierig draaide ik me om en legde de doos op de grond. Ondertussen gooide Kate de spullen erin.
“Haai Li!” Weer was het André, volgde hij mij ofzo?
“Hoi,” ik hield mijn aandacht weer bij mijn zusje.
“Loop maar alvast naar buiten Kate.” Ik duwde haar richting de deuropening en bleef daarna voor de neus van André staan.
“Li wat leuk dat ik je weer zie, ik voel me thuis bij jou.” Hij deed een stap in mijn richting. Zijn warme adem gleed over mijn nek. Ik voel me thuis bij jou, zei hij. Hoe kon dat? We waren nog nooit langer dan tien minuten bij elkaar geweest, wat een sukkel.
“Dat is mooi voor je,” ik duwde hem wat van me af, maar hij bleef terug deinzen. Geen minuut later drukte hij wreed zijn lippen op die van mij. Was hij helemaal mal? Mij een beetje staan kussen in de supermarkt?
“André blijf van me af!” Ik bevestigde dat met een klap op zijn wang.
“Li doe niet zo flauw schatje, wij twee, het is goed toch?” Wat zei die kerel nou allemaal? Was die niet wijs?
“André ik wil niet veel zeggen, maar… Ten eersten, ik hoef jou niet, wil jou niet, ik moet gewoon niks van jou… Ten tweede, wij samen? Ik dacht dat jij en Caro wat hadden?”
“Litje, Litje toch, voor jou schuif ik toch alles weg!” Die gast was gestoord, geen twijfel over mogelijk. Alweer probeerde hij me een kus te geven.
“André blijf met je poten van me af.”
“Maar Li toch, je bent de liefste de mooiste, het schatje.”
“Doe normaal!” Gauw liep ik uit zijn buurt en rende naar Kate.
“Wie was dat Li?”
“Niemand, kom we gaan naar huis.” André riep me nog wat na. Ik kon er niks van maken, alleen het woord schatje en liefje. De slijmerd, ik moest niks van hem hebben.
“Li zullen we een wedstrijdje wie als eerste thuis is doen?”
“Kate ik heb liever dat je al naar huis gaat, ik heb nog wat te doen.” Kate knikte en ging met het doosje en al de kant op van ons huis. Even bleef ik staan, maar liet me daarna vallen op een bankje. Lucas, André, de man van de dreigmails, Caro, mijn ouders. Waarom bracht iedereen mij van die grote zorgen? Door hun allemaal moest ik zwijgen. Ik moest alleen achterblijven in een heftige tijd. Gaven die mensen wel om mij? Of was ik een pispaaltje. Miste ik het zonnetje in mijn eigen lichaam? Het straaltje wat op kwam dagen wanneer het slechter ging. Een engel die niks van zich liet horen. Zwijgen kon dan het enige zijn wat je deed. Onderdruk worden gezet. Alles kwijt zijn. Geen goed spoor meer hebben. Reageren als een eikel, maar het goed bedoelen. Mensen missen die dicht bij je staan. Iets uit te weg gaan. Dingen stapelen zich op. Worden groter, komen op je af. Zwijgen… Zwijgen… Het zou niet meer schelen, jij scheelt niet meer. Je bent het kleine stipje wat niet zichtbaar is. Een kruimeltje wat op de aarde is gevallen. De wereld stond niet meer klaar voor jou, maar jij stond ook niet meer klaar voor hun. Problemen. Zwijgen… Alles in één, er zal een moment zijn dat je het niet meer trekt. Je alles vertelt. De liefde word omgeruild door de haat. Het moment waar ik bang voor ben. Waardoor ik het niet over mijn lijk kan krijgen om het te doen. Doodsbang. Zwijgen… Het ene moment was je blij. Maar het andere moment was alles afgelopen. Je zakte in. Ik zakte in, maar bleef streven tot het eind. Wie opgaf verloor, wie doorzette won. Iets wat me steunde, motiveerde om door te gaan. Zwijgen… Het ging lukken.
Kate en mama waren druk bezig in de keuken toen ik thuis kwam. Mijn vader kwam op me af lopen.
“Gaat alles goed lieverd?”
“Ja hoezo?"
“Je ziet er moe uit lieverd…”
“Het gaat goed met me, ik meen het. Het spijt me echt pap…”
“Li we laten het achter ons. Allebei maakten we een fout, het is alleen jammer van die laptop. Ik had gewoon niet zo ver moeten gaan…”
“Pap het is niet jouw schuld!” Ons gesprek werd gestoord door Kate.
“Eten! Ik en mama hebben het zelf gekookt!” Trots liet ze het eten zien.
“Lekker hoor!” zei mijn vader tevreden.
“Vind je het ook goed gelukt Li?” vroeg mijn zusje opdringerig.
“Ja hoor Kate.” Ik schonk haar een deels nep, glimlachje toe.
“Tast dan maar toe!” riep mijn moeder uitbundig. Ik volgde het voorbeeld van mijn vader op die enthousiast opschepte. Met de lepel schepte ik aardappels, sperzieboontjes en varkenshaas op. Het was inderdaad lekker.
“Heerlijk,” zei ik voornamelijk naar Kate, ze hield van positieve aandacht.
“Kan ik goed koken?” vroeg ze nieuwsgierig. Ik wist meteen al wat ik moest antwoorden, anders zou ze weer uit haar slof springen.
“Heel goed Kate…” Mijn moeder wist dat ik geen zin meer in haar vragen had.
“Kate laat Li nu maar even eten.” Ik richtte me weer op het eten. Sociaal gezien, was ik nu duidelijk niet in orde, ik had geen zin in andere mensen en wou me het liefst even afschermen van alles en iedereen. Het eten werkte ik snel naar binnen. De vermoeidheid steeg op en daarom leek het me een goed plan om naar bed te gaan. Niet dat mijn ouders niks liever hadden gewild, naar bed gaan betekende slapen, slapen betekende rust en volgens hun had ik die rust nodig. Het laatste hapje wat ik naar binnen wou werken, werd verstoord door mijn mobiel die afging.
“Die moet ik nemen…” Ik schoof mijn stoel naar achteren en ging buiten in de tuin staan.
“Met Lichelle.”
“Met Lucas, Li ik wil je wat zeggen.”
“Geen behoefte aan.”
Gelijk hing ik op. Wat had hij nou te zeggen? Blabla Ajax is mijn droom, Blabla, ik moet die nemen. Allemaal gezeur, gezeik, geleuter. Onzin dus. Gelijk nadat ik weer naar binnen was gelopen, kreeg ik een sms’je binnen. Lucas zeker weer. Een beetje geïrriteerd, opende ik het berichtje en las het aandachtig.

Lichelle, je weet dat ik van je houd. Je weet dat ik je nooit wil verlaten. Dat je prachtig bent en lief. Mooi ben en aardig. Een perfect meisje ben jij. Ik ben niet de perfecte jongen.

Ik stopte met lezen. Inderdaad hij was niet de perfecte jongen, maar het kon me niet schelen. Er zou toch alleen maar gezeik in staan. Bestond mijn leven uitgezeik ofzo?
“Ik ga pitten, zie jullie morgen wel.” Als een donderslag rende ik naar boven en schoot in mijn pyjama.
Lang bleef ik woelen. Deze dag stelde echt niks voor. Het bracht me niet verder. Een inzinking. Met mijn telefoon liet ik mezelf nieuwe hits horen en viel daardoor langzaam in slaap. De droom die ik door het slapen kreeg, was niet erg gemakkelijk.

“Lichelle hoe kon je? Waarom heb je dit voor ons verzwegen? Betekenen we niks voor je? Je had het mij moeten vertellen! Ik wil nu niks meer met je te maken hebben. Vreselijke bitch!”

Geschrokken werd ik wakker. Bitch, zwijgen, vreselijk. Wat was dit? Waarom droomde ik zo? Als het echte leven al een nachtmerrie was, waarom moesten dromen dan ook zo zijn? Dat sloeg toch nergens op? Ik ging rechtop in bed zitten en liet alles even tot me bezinken. Mijn moeder kwam op mijn kamer.
“Mam wat doe jij nu hier?” vroeg ik slaperig.
“Ik hoorde wat en wou even kijken,” zei ze zachtjes.
“Waarom houden jullie mij zo in de gaten?”
“We hebben het idee dat het niet zo goed met je gaat.”
“Tiende keer, het gaat goed met me.”
“Ga je even mee met me naar buiten? Een lekkere avondwandeling?”
“Mam verdomme! Laat me eens met rust! Ik kan het allemaal wel zelf, jullie houden me zo in de gaten!” Ik gaf haar een klein duwtje zodat ze van me bed afging. Geschrokken keek ze mijn kant op.
“Li wat is er toch met je?” Na die woorden uitgesproken te hebben vluchtte ze weg op haar eigen kamertje. Je kon zien dat ik haar een beetje bang had gemaakt. Dit keer had ik geen spijt, waarom bemoeide ze zich zo met mij? Het was toch mijn leven, wat aardig verpest werd, maar alsnog. Mijn keuzes, mijn beslissingen. Mijn leven. Ze konden de pot op. Een beetje mijn leven gaan bepalen. Wie dachten ze wel dat ze waren? Enorme sukkels. Misschien was ik wat te hard, maar ze maakten me echt boos. Ik ging weer liggen en draaide me om. De volgende ochtend werd ik wakker door de kippen van de overburen.

Haha, het zijn nog geen nieuwe stukken, ik post nu tot waar ik gebleven was en er komen daarna weer nieuwe stukken!

Hoofdstuk 4

Daar had ik altijd al een hekel aangehad, maar nu maakte dat mijn humeur helemaal af. Met een enorme tegenzin probeerde ik toch uit bed te komen en een glimlach op mijn gezicht te laten persen. De kleding die ik gister klaar had gelegd, vond ik nu niet meer zo leuk dus pakte ik iets anders. Mijn ogen schoten rond de kast en ik pakte een willekeurig broekje en hemdje. Het gene wat echt belangrijk was, was dat het lekker zat en dat deed het. Het geklop op de deur, liet mijn hard een slag harder tikken. Ook daar had ik een hekel aan, onverwachtste geluiden.
“Binnen.” Mijn blik staarde naar buiten, waar net een postbode een brief in onze brievenbus gooide. Nadat ik binnen had gezegd, kwam Kate voorzichtig mijn kamer in geslopen.
“Wat is er Kate?” Ik keek haar niet aan terwijl ik het vroeg. Je zag dat Kate het nauwelijks durfde te vragen, wat mij een beetje pijn deed.
“Wil je met me mee naar turnen? Het is zussen, broers dag.” Mee naar turnen. Nee, daar had ik dus werkelijk geen zin in. Onder anderen, ik kon niet turnen. Ondanks Kate het me zo lief vroeg. De situatie waar ik nu in zat, was ook niet echt een reden om mee te gaan.
“Nee Kate, ga maar alleen.” Ik maakte een gebaar dat ze mijn kamer moest verlaten. Stilletjes en teleurgesteld, deed ze wat ik van haar verwachtte. Daarna trok ik met een handig gebaar mijn sokken over mijn voeten, die ik vervolgens in mijn sneakers propte. Eigenlijk was ik best benieuwd, wat voor post we hadden gekregen. Zachtjes sloop ik de trap af, onderaan de trap kon je al zien wat voor post er lag, maar één brief viel me gelijk op. Het was een witte envelop, met daarin een uitstekende blauwe brief. Het leek me sterk dat dit iemand de man van de dreigmails was, want mijn ouders hadden het net zo goed eerder als mij kunnen pakken. Nieuwsgierig bukte ik over de brief neer en las ik voor wie de brief bestemd was.
Lichelle
Stond er in keurige letters op. Een beetje bang, nieuwsgierig en angstig, maakte ik de brief open.

Haai schatje, ik mis je lief. Er is iets belangrijks gebeurd wat je moet weten poesje van me, kom zo snel als je kan naar het park soesje, ik zie je daar.
Tot straks mijn prinsesje!

Bah, weer zo’n André actie, wat moest die vent van me. Hij wist toch dat ik niks van hem wou? Die kus van gister was ook veel te ver van hem, hij moest van me afblijven. Maar misschien had hij me echt wat te vertellen en ging het over Caro. Ik kon het risico niet nemen. Naar het park gaan, was even de enige optie. Ik was al helemaal aangekleed dus kon ik zo naar buiten gaan. Het park vond ik natuurlijk vliegensvlug. Het was een ontzettend mooi plekje, waar ik vaak afsprak met mensen. Natuurlijk vond ik André ook vliegensvlug. Hij had keurig op me gewacht.
“Daar heb ik mijn schatje, hooi Li!” Hij gaf me een warme knuffel. Weer duwde ik hem van me af, wat de laatste tijd gewoonlijk werd.
“Waarom moest ik komen André?”
“Ik wou je zien…”
“Je wou me toch wat belangrijks vertellen?”
“Weet ik, dat is: Ik wou, eerlijk gezegd ik wil, je zien.”
“Pff André, ik heb hier geen zin in.” Plots pakte hij me beet, sloeg zijn armen om me heen en drukte zijn lippen op de mijne. Hij streelde mijn armen en het gaf me een warm gevoel van binnen. Opeens deed ik iets wat ik niet verwacht had. Ik zoende hem terug. Mijn armen werden nu ook om hem geslagen en ik wreef ze zachtjes over zijn rug. Daarna liet ik één arm los en woelde door zijn haren. Eigenlijk ging het perfect. André kon goed zoenen… Terwijl onze zoen zich voordroeg, fluisterde hij lieve woordjes in mijn oor. Plots liet hij me los.
“Zie je nou wel schatje, Li je betekent alles voor me.” Even dacht ik dat ik verkeerd bezig was. André was toch van Caro en ik was toch van Lucas? En hoezo wou ik André nu wel opeens zoenen?
“Schatje, ik houd van je.” Hij gaf me weer een zoen en tilde me daarna op en legde me op zijn beide armen. Met mij in zijn sterke armen, zwaaide hij een rondje. Ach, misschien moest ik André maar eens uit proberen. Ik was niet verliefd, maar zoenen kon die en bij hem voelde ik me speciaal. Lucas kon wegwezen. André was leuker. Of… Nu bedroog ik Caro toch?
“Soesje, twijfel je?” Of ik twijfelde… Natuurlijk. Misschien moest ik dit maar niet zo spelen. André zag het misschien niet als een spelletje.
“Je weet dat ik alles voor je geef hé?” Of toch wel? Een spelletje, daar hield ik het gewoon op.
“André…” Hij zei niks terug maar zoende me alleen maar. Wat was voor mij de reden om toch met André mee te doen? Misschien de puinhoop in mijn leven?
“Ga je met me mee, poepie, ik heb hier in de stad een appartementje. Jij en ik… Klinkt dat niet fantastisch?” Ik knikte maar wat, meteen daarna gaf ik hem een zoen.
“Jij bent mijn liefje…” Hij zette me weer neer. Ik volgde hem naar zijn huis. Dit kon niks kwaad, André bezorgde me zeker een fijne middag, door hem voelde ik me niet zo brak. Ik was voor hem een soesje, een liefje, een schatje… Ik was dus geen, leugenaar, een trut, verrader. Ik voelde niks voor André, maar ook zijn zoenen waren niet verkeerd. Ik zag wel wat er van kwam.
Toch kwam er een leeg gevoel binnen. Deed ik dit nou alleen maar om André, of ook om de puinhoop in mijn leven?
“Sorry André, ik wil dit toch niet.”
“Hoe bedoel je?”
“Ik ben niet verliefd op je.”
“Maar… Je moet wel, Li…”
“Nee, ik moet niks.” Vastbesloten ging ik weg. Het was een engerd, waarschijnlijk een player. Zo zag hij er ook uit.
“Je weet niet wat je gaat missen zonder mij!” riep André me nog na. Maar dat negeerde ik volledig. Dit momentje met André was om er heel even uit te zijn. Ik was gek als ik er mee door ging. Een afstandje van André vandaan, ging ik zitten. Natuurlijk, net op dit rustige moment, werd ik gebeld. Ik werd ook nooit met rust gelaten. Het kon me niet verassen wie het was.
“Met Lichelle.”
“Met je moeder, hoe durf je Kate zo af te wijzen Lichelle? Ze had zich er zo op verheugd om samen met jou iets te doen en nu kan ze er niet eens heen!”
“Spijt me zeer, maar boeien, kan ik ophangen?”
“Lichelle! Neem je verantwoordelijkheden eens.”
“Nee mam, laat me met rust, ik kom vanavond niet thuis, ehm… Ik ga bij Caro logeren in het ziekenhuis, doei.” Meteen hing ik op. Misschien was ik iets te brutaal, maar wat kon het schelen? Mijn leven was toch al verpest. Natuurlijk loog ik erover dat ik bij Caro ging slapen. Daar had ik nu totaal geen zin in, allemaal gezeik horen van haar, en dan weer een rotgevoel krijgen. Oké dat was gelogen, Caro zeikte eigenlijk helemaal nooit. Ik zeikte. Zeiken, zwijgen. Ik kon beter iets leuks doen. Terwijl ik diep na zat te denken, zag ik opeens aan de lantaarnpaal naast het bankje, een poster hangen. Een soort uitnodiging:

Casa Party!
Ons jaarlijkse festival is er weer! Met de beste optredens, de lekkerste drankjes en de vetste muziek! Dit jaar word het gehouden in Arnhem, 5.00 euro pp!

Ik stopte met lezen. Meer hoefde ik niet te weten. Het leek me een prima plan om daar heen te gaan. Arnhem was misschien niet heel dichtbij, maar met de trein kon ik er snel genoeg komen. Ik kon mezelf wel in de trein smokkelen, dan had ik genoeg geld voor de entree en kon ik ook nog paar drankjes bestellen. Smokkelen zou niet zo moeilijk zijn, misschien had ik het vorig jaar niet gedurfd, maar nu zou ik het vast kunnen. Het was half twee, een goede tijd om maar eens die kant op te gaan. Niks hield me meer tegen, vanavond was het de party, tegen mij!
Het station had ik snel bereikt. Een beetje gebukt sloop ik in de hal. Misschien was ik toch wel een beetje bang. Ach, hoe vaak had Lucas mij nou niet verteld, hoe makkelijk het was? Lucas… Niet over nadenken. Hij met z’n Ajax, eigenlijk had ik ook naar Caro moeten gaan, misschien kan ze nooit meer lopen en is ze er nu kapot van dat ze niet mee kan doen. En ik, ik ga ondertussen zoenen met haar vriend, terwijl ik ook nog een heel groot geheim vasthoud. Een loser, dat ben ik. Lichelle de loser. De trein zou over vijf minuten gaan, dus het leek me beter om op te schieten, in plaats van, hier tegen mezelf te praten. Ik schopte tegen een steentje, die iets verder op rolde. Heel even dacht ik aan het ongeluk van Caro. Ze liep over straat, de auto reed harder, hij raakte haar. Auw! Een felle pijn in mijn hoofd, liet me iets naar onder zakken. Daar moest ik ook niet meer over nadenken dus. Het enige belangrijke was nu toch het feest?
“Hee jij daar! Wegwezen!” Ik schrok op en keek gauw naar achter. Gelukkig had de man het niet tegen mij en kon ik gerust doorlopen. Twijfelend wachtte ik op één van de bankjes, voor de plek waar de trein straks zou komen. Ik staarde kil voor me uit, en liet alle geluiden tot me bezinken. Misschien had ik altijd gedacht dat zwijgen de enige oplossing was. Ik kon het ook gewoon vertellen. Waren de dreigmails, niet alleen maar dreigmails die verder niks te betekenen hadden? De dreigmails die mij alleen maar bang probeerden te maken en me niet zouden gaan vermoorden? Of was het juist wel een dreiging, die ook echt zou gaan gebeuren? Als ik het dan toch ging vertellen, en de dreiging echt zou zijn. Wat dan nog? Ze gingen me toch niet echt vermoorden? En dan, dan ben ik dood. Alsof zo’n leven als een leugenaar fijn is. De grote gele trein kwam aanrijden en was een teken dat ik op moest staan. Ik probeerde zo gewoon mogelijk in de trein te stappen. Hopelijk werden we deze rit niet gecontroleerd en kon ik blijven zitten. Heel onopvallend zocht ik een plekje helemaal achteraan. De trein sloot zijn deuren en maakte vaart aan. Ik pakte mijn mobiel uit mijn zak. Mijn moeder had me nog twee keer gebeld en een sms’je gestuurd dat ik helemaal niet bij Caro sliep en dat ik tegen haar loog. Allemaal blabla. Ik had wel wat anders aan mijn hoofd. Langs de spoorwegen, bevonden zich de mooiste natuurplekjes. We reden over de Veluwe en ik zag soms nog wat dieren voorbij springen. Deze dingen maakten echt mijn dag. Ik speelde een spelletje op mijn mobiel. De batterij was bijna leeg en ik was natuurlijk vergeten om mijn oplader mee te nemen. Niet dat ik in de trein mijn mobiel kon opladen. Het zou toch handig zijn. De eerste stop, kwam al in zicht. Aantal mensen stonden op, namen hun boeltje mee en gingen uit de trein. Daarna gingen de deuren als gewoonlijk dicht. Tot mijn grote schrik, kwam er een conducteur aangelopen. Hij stopte als eerst bij mij. Ja hoor, had ik weer. De eerste keer dat ik deed en ik werd al weer gesnapt. Wat ik zei, ik ben het pispaaltje.
“Hallo meisje, mag ik je kaartje zien?” Pff, hij behandelde me als een vijf jarig kind.
“Heb ik niet bij me,” zei ik nonchalant.
“Niet bij je?” Hij praatte nu, wat minder aardig. “Hoezo stap je dan in de trein?”
“Omdat ik ergens heen wil, maar geen geld heb, snap je dat?” De meneer ging nu ook bozer kijken.
“Hangjongeren, hangjongeren,” mompelde die. “Stap bij de volgende stop maar uit.” Ik schrok op, uitstappen? Ergens uitstappen? Dat had ik helemaal niet verwacht, wat een rotvent.
“Uitstappen? Ben je gek? Ik blijf gewoon zitten.”
“Nee uitstappen.”
“Had je wat ofzo?”
“Ja, uitstappen jongedame en anders, kan ik je veel problemen zorgen.” Nu knikte ik maar, hier kon ik niet tegen op. Ik liep alvast naar de deur en wachtte daar geduldig op de volgende stop die al aardig snel in zicht kwam. Keurig deed ik wat er van me was gevraagd, uitstappen ergens waar ik het niet kende. Ik keek goed naar de plaats naam. Voorst. Nooit van gehoord. Nog nooit. Nou, daar zat ik dan, in Voorst. Nog een keer de trein in stappen durfde ik niet, en jammer genoeg had ik geen auto. Nadat ik voor het station stond, had ik ineens het idee. Ik had mijn mobiel natuurlijk nog! Hoe kon ik zo stom zijn, ik moest gewoon mijn moeder bellen, excuses aanbieden en dan vragen of ze me hier in Voorst opkwam halen. Ik graaide wat in mijn zak en haalde mijn mobiel tevoorschijn. Peinzend tikte ik het nummer van mijn moeder, totdat ik ineens een melding zag staan:

Batterij bijna leeg

Shit dat was nog eens waar ook! Als ik mijn moeder nou snel belde, kon ik het misschien nog net redden. Ik tikte opnieuw het nummer in en drukte op bellen.
“Met Veerle,” zuchtte mijn moeder zachtjes, ze was waarschijnlijk ergens mee bezig, en wou niet gestoord worden.
“Hee Mam! Sorry dat ik heb gelogen, maar…” Net op dat moment, werd het schermpje van mijn mobiel zwart en was de batterij definitief leeg. Shit! Ik wou van alles schreeuwen, maar daar zou ik me niet beter doorvoelen. Pff wat een shit zooi. Nu kwam ik hier dus nooit meer weg. Waarom moest mijn mobiel dan net, wanneer ik mijn moeder alles wou uitleggen, uitgaan. Waarom? Hoezo kon die niet heel even aan blijven? Was dat dan zo moeilijk? Van woede gooide ik de mobiel naast mijn voeten. Ik had er nu toch niks meer aan. Prut ding. Dit dacht denken aan die keer dat ik de laptop op de grond had laten vallen. Nou, laten vallen. Had neer gegooid. Mijn buik knorde, een teken om maar iets te gaan eten. Ik had honger, dus was een snackbar niet verkeerd. Het geld wat ik eigenlijk voor het festival en de drankjes daar had, was bij elkaar zeven euro vijftig. Misschien kon ik de terugreis wel betalen! Maar dat zou betekenen dat ik nu niks meer kon eten. Moeilijk. Uiteindelijk koos ik toch voor het patatje en de cola. Wat kon mij die terugreis nou schelen? Hier had ik tenminste ook geen last van dreigmails en de dreigbrieven. Ik pakte mijn mobiel van de grond en propte die in mijn zak. Er zaten paar krassen op, maar dat kon me ook even niet schelen. Met mijn mobiel in mijn zak, het geld in mijn kleine portemonnee die ook ergens in mijn zakken verstopt waren, en dan de grote niet gemeende grijns op mijn gezicht, liep ik naar de snackbar. Eigenlijk zocht ik naar de snackbar, want ik had geen enkel idee waar die snackbar zich hier bevond in Voorst. Gelukkig waren er duidelijke bordje ophangen in Voorst en was het alleen maar de kwestie, om die goed te volgen. Wat ook moeilijk was, want ik was er met mijn kop niet bij. Toch was het geen moeilijke uitdaging en had ik de snackbar in een kwartier gevonden. Mijn benen werden al wat zwaar en wat vermoeidheid steeg op. Het was een gezellige snackbar, met lekkere felle tinten. Ik voelde me er op mijn gemak. Ik ging voor de bar staan en tuurde wat op de borden waar alle snacks opstonden. “Patatje met en een kroket,” dacht ik hardop.
“Komt voor de bakker,” zei de vrouw die al voor me stond.

YEAHYEAH! :upside_down_face:

@Volgers die mijn verhaal al volgde: Ik ben nu weer waar ik was, dus er komen weer nieuwe stukken aan… s[/s]

SAS IK HOUD VAN JE :hugs: :hugs:
WAT BEN IK BLIJ DAT JE JOUW VERHAAL WEER HEB GEPOST, WANT IK WAS EN BEN VERSLAAFD, ZO BENIEUWD NAAR HET VOLGENDE STUKKIE!! :upside_down_face: :upside_down_face: *hyperdepyper*

Haha :hugs: :hugs:
Het volgende stuk komt er snel op!

Hoofdstuk 5a

Ik ging rustig zitten en keek door het raam dat zich naast me bevond. Op de vensterbank stond een plantje en daar naast een asbak. Niet veel om naar te kijken dus. Ook als ik naar buiten keek, zag ik alleen de saaie wegen van Voorst. Soms liep er nog iemand langs, maar dat kon me niet zo benieuwen. Misschien was ik ook niet zo in de stemming. Het idee dat ik hier zo in Voorst zat, met weinig geld, geen eten en een lege batterij in mijn mobiel. Maakte me paniekerig. Dan had je ook nog de dreigmails, André, Lucas, Caro… Een hoge toren vol problemen dus.
“Hier is het.” Een klein gilletje ontsnapte uit mijn keelgat, omdat de vrouw me liet schrikken.
“Heb je een slecht geweten?” giechelde ze binnensmonds. Ik zei niks, beter gezegd, ik zweeg.
“Sorry… Ik ga al weg.”
“Hoeft niet hoor, je mag blijven.”
“Ik moet werken,” zei ze zachtjes en het viel aardig op, dat ze daar geen enkele zin in had.
“Dag dan,” zei ik ook zachtjes, bijna fluisterend. Nadat de vrouw was weggegaan, begon ik aan mijn patatje. Met een handige beweging, kon ik er elke keer een mooi portie mayonaise op doen en was ik tevreden met het patatje, wat immers heerlijk smaakte, daarom was het patatje dan ook snel verdwenen en zocht zijn weg in mijn maag. Met een volle buik stond ik op, legde geld op de balie en vertrok uit de snackbar. Net voor de deur stond ik stil. Nou daar stond ik dan. Een treinkaartje van Voorst naar mijn eigen woonplaats, zou vast iets van zes euro en twintig cent kosten, nu ik wel wat meer dan één euro vijftig aan de patat had uitgegeven, zou ik dat treinkaartje wel kunnen dromen. Een hotelkamer zou ik niet kunnen betalen en… Was op straat slapen wel de goede optie? Maar wat zou ik anders kunnen doen? De hemel was ondertussen al duister geworden, op straat was alles een uitgestrekte zwarte vlakte en de maan was nog niet te bekennen. Misschien werd die vanavond niet eens zichtbaar. Wat een puinhoop toch. Ik kon geen kant op. Was het verlopen naar van Voorst naar Zutphen? Ook al was het dichtbij, hoe zou ik de weg naar huis vinden? Misschien moest het me even bezinken en vond ik morgen het antwoord. Nu leek het me een goed plan om ergens een goed plekje te vinden en daar te overnachten, niet dat ik echt ging slapen, daar had ik het moed niet voor.

Niet zo lang, maar er komt nog een vervolg zometeen!

leuk stukje leuk stukje leuk stukje!!! ik ben dol op this story :grinning:

haha bedankt!!

ik heb alles gelezen en het is heel leuk! ik ga je volgen!

leuk een nieuwe volger! bedankt :grinning:

SUPER LEUK!!! Je kan echt goed schrijven! :bowing_man:

Jupjupjupjupjupjup YEAH JE SCHRIJFT VERDEEEERE.