[verhaal] Zomerproblemen

Ik staar naar mijn hyvespagina. Mijn oog valt op een krabbeltje. Van mijn beste vriendin, Anneloes. ‘Ik ga in de vakantie op hockeykamp, verlost van jou kinderachtige gedoe. Laat me alsjeblieft met rust. Ik hoef je niet mee als vriendin.’ De letters staan er toch echt. De koeienletters. Zoiets zeg je toch niet? En al helemaal niet op een hyvespagina, waar iedereen het kan lezen. Ik baal ervan. Waarom doet Anneloes zo? Ik snap het niet! Ik heb toch helemaal niks fout gedaan? Of wel? Ik verwijder het krabbeltje meteen en besluit er maar niet op in te gaan. Ze gaat op hockeykamp in de vakantie. Ik heb geen idee wat ik in de vakantie ga doen. Een vakantiebaantje zoeken, dat vindt mijn moeder een goed idee. Ik weet dat veel tieners hun baantjes krijgen bij de manege hier in de buurt, maar ik háát paarden. Hmm.
‘Mam!’ Roep ik naar beneden. ‘Zoek eens op internet naar vakantiebaantjes voor me!’
Mijn moeder komt naar boven en kijkt me verrast aan. ‘Nu wil je ineens wel een vakantiebaantje. Verstandig. Kun je ook weer wat bijverdienen. Had je zelf niks in gedachten?’
Ik frunnik aan mijn vest. Nee, ik had helemaal niks in gedachten. Ik ben de laatste tijd zo moe van alles. Van Anneloes die raar doet, Boris… Boris is mijn vriendje. Hij is alleen anders dan anders de laatste tijd. Vroeger was hij mijn alles, en ik was zijn alles. We waren zo close. We deden zoveel dingen samen en het liep goed tussen ons. Maar nu lijkt het alsof Rianne belangrijker is. Of eh, Cassandra. Of Yvana. Of Lieke. Nee, Florine! Kijk, Boris is de laatste tijd een gigantische flirt. Als hij persé wil flirten, maakt hij het toch eerst uit met mij?

verder?

  • verder?

Ja, ik wel nog wel wat lezen :wink:

‘Wat dacht je van de manege hier in de buurt?’ Vraagt mama. ‘Het is nog gezellig ook, en zo populair, heel veel jongens en meiden kiezen een baantje daar.’
‘Je weet dat ik een hekel heb aan die stomme rotpaarden,’ mompel ik.
‘Waar wil je dan? Bij de snackbar?’ Ongeduldig tikt mijn moeder met een pen tegen de muur.
Ik denk even goed na. De snackbar wordt het niet. Maar meer is er niet! Misschien zou ik toch maar naar de manege moeten gaan. Daar is ook een bar. Misschien kan ik daarachter zitten, dan hoef ik niks met paarden te doen! Daar komen ook veel jongens en meiden zitten waar ik een praatje mee kan maken. Het Perfecte Zomerbaantje!
‘Meike…’ Zucht mam. ‘Ben je er nou al uit?’
‘De manege,’ zeg ik gauw. ‘Doe dat maar.’
Mama knikt en ze snelt naar beneden. Je moet een formulier invullen voor een baantje daar. Dat is mijn moeder nu vast aan het doen. Waarom wil ze zo graag dat ik een vakantiebaantje krijg? Zeker omdat ‘het geld haar niet op haar rug groeit’. Ik weet niet wanneer ze kapt met die rare spreekwoorden, of wat het ook zijn.
‘Meike!’ Schreeuwt mama. ‘Je kan straks een telefoontje krijgen van die manege, of je mag komen of niet. Ik heb je nul zes in het formulier gezet. Oké?’
‘Jaaaa, mam!’ Schreeuw ik terug naar beneden. Ze kan zo irritant zijn.
Ineens hoor ik *pling*! Een sms’je! In mijn ooghoek zie ik dat het Boris is. Ik krijg ineens een heel negatief voorgevoel. Zou hij? Met trillende vingers druk ik op ‘ok’ om het berichtje te lezen. Vanmiddag saampjes naar de boerderij? Ik voel me meteen weer vrolijk. Vroeger gingen we vaak samen naar boer Ard om de kippen te voeren, of zo. Nu zijn we daar te oud voor natuurlijk. Waarom wil Boris met me naar de boerderij? Wil hij nu ineens vertellen hoe veel hij van me houdt, terwijl hij al weken raar doet? Ik weet het niet meer, hoor. De blijheid zakt weg en ik leg mijn telefoon neer. Ik hoor een riedeltje. Alweer! Maar dit keer belt iemand me. Niet Boris, niet Anneloes, nee, het is de manege. Tuurlijk!

verder?

verder! :slightly_smiling_face:

‘Met Meike Everink,’ zeg ik. Zenuwachtig wacht ik af.
‘Hallo Meike. Ik ben Wilma van Rijn en ik werk bij manege De Gouden Hoef. Ik wil je even melden dat je in de zomer van harte welkom bent. Je bent precies wat we zoeken: Een paardenliefhebber! Dus hebben we jou ingezet om de paarden een tijdje te verzorgen!’ Hoor ik aan de andere kant van de lijn. Ik schrik. Een paardenliefhebber? Is dat wat mams in het formulier heeft gezet? Maar waarom, ik ben alles behalve een paardenliefhebber! Ik wilde daar achter de bar, dat was de enige reden waarom ik toch nog wilde. Teleurgesteld zak ik in elkaar.
‘Je bent hier op alle dagen welkom, behalve op zondag en donderdag. Ik zie je binnenkort wel een keer verschijnen,’ zegt Wilma.
Ik sluit het gesprek met vier woorden af: ‘Ja, komt goed. Doei.’
Meteen zet ik mijn mobiel uit en ik denk aan de vakantie. De vakantie die een hel gaat worden. Ik moet minstens één keer in de week van mama, ben ik bang. Waarom heeft ze gezegd dat ik een paardenliefhebber ben? Ik snap het niet, ik snap het echt niet. Oh, Boris! Ik moet nog even terug sms’en. Boris, komt helemaal goed. Om 14.00 uur? Ik krijg weer een sms’je terug dat het oké is, dus ik begin gelijk met outfits zoeken voor straks. Ik weet het al snel te vinden: Een zwart shirtje met een rood vestje eroverheen, die Boris vroeger een keer voor me kocht. Het is al twee jaar geleden, maar ik pas het nog. Ik trek ook een spijkerbroek uit de kast en ik stap er behendig in. Yes, eindelijk weer een afspraakje met mijn vriendje! Ik dacht even niemand meer te hebben, nadat Anneloes onze vriendschap besloot te stoppen, maar ik heb Boris nog! Toch?

Ik ben de tijd helemaal vergeten. Het is al vijf over! Snel spring ik op de fiets en ik maak vaart. Gelukkig ben ik niet al te laat bij de boerderij. Ik kijk naar boer Ard, die lachend naar me zwaait, en ik zwaai terug. Boer Ard is altijd zo aardig. Als ik aan kom lopen, geeft hij mij een hand. Ik vraag aan hem of hij Boris heeft gezien.
‘Uh, nee, jawel, net was hij er,’ stamelt boer Ard. ‘Ik kan je vertellen dat ik hem met een meisje hier weg heb zien rijden. Maar, hoezo? Hij vertelde me dat het uit was tussen jullie, dus ik dacht: Wat sneu, maar als het zo is, kon ik ze gewoon samen laten gaan.’