[Verhaal] You are a murderer

Wat doe je als je spijt krijgt van de ergste daad die je je kunt indenken?

Dit verhaal heb ik net even ter plekke verzonnen. Kritiek is welkom! Als ik merk dat er wat mensen zijn die lezen, zal ik doorgaan en als ik merk dat jullie het verhaal bagger vinden stop ik. :stuck_out_tongue:

Hij heeft tegen me gezegd dat ik dit moest doen, dus heb ik het goed gedaan. Mijn handen trillen, het bloed bonkt in mijn oren en ik moet moeite doen om niet in huilen uit te barsten. Ik houd me voor dat ze het heeft verdiend.
Ze heeft gezegd dat ik gek ben. Wat ik niet ben, want ik volg de hoogste vorm van onderwijs die je in Nederland kunt krijgen. Ze heeft ook gezegd dat ik thuishoor in een psychiatrische inrichting. Op zich zou ik die opmerking serieus moeten nemen, want als er iemand is die verstand heeft van geestelijk gestoorden is Nina het wel. Zij is tenslotte ervaringsdeskundige, zij is het meisje dat jongens opgeilt om haar zelfbeeld wat positiever te maken. Zij is degene een paar maanden lang een relatie met onze gymleraar heeft gehad. Zij is ook degene die naar dit riviertje is gekomen omdat ik dreigde de rector daarover in te lichten als ze niet zou komen opdagen.
Nu ligt ze naast me. Dood, denk ik. Hoop ik. Ik wist niet zeker of ik sterk genoeg zou zijn, of mijn vingers haar ademhaling zouden kunnen tegenhouden, maar toen ik haar eenmaal vasthad ging het een stuk makkelijker. De aanraking riep herinneringen op. Herinneringen waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden, maar die me zo kwaad maakten dat ik doorzette.

Je schrijft tegenwoordige tijd en verleden tijd door elkaar…
Maar voor de rest vind ik het wel leuk om te lezen.

bonkend bloed in mijn oren. in mijn oren klinkt dat net als dansende tafels op mijn neusvleugels, maar goed. het zal wel wat zijn.

Ze ligt op dit moment dood naast de hoofdpersoon en de hoofdpersoon denkt ondertussen terug aan de moord, die dus (volgens mij?) in het verleden heeft plaatsgevonden en dus in de vt moet worden geschreven. Correct me if I’m wrong, want mijn Nederlands is niet fantastisch.

Haha, dansende tafels op je neusvleugels xD
Het is meer bedoeld dat er een soort ruis in haar oren zit, dat ze haar hart in haar oren voelt bonken. Is het zo wat duidelijker?

Wel correct Nederlands, leest goed maar iets teveel zinnen achter elkaar die beginnen met ‘Zij’ (wat ik zelf niet echt prettig vind) en ik denk zelf over dat hoogste onderwijs = niet gek zijn, zo:
Je kan hartstikke slim én gek zijn.

Maar, waarschijnlijk beseft de ‘ik’ persoon dat niet, waardoor het lijkt alsof ze het goed probeert te praten (want je bent wel een beetje gek als je iemand vermoordt :slightly_smiling_face: )

Ik zeg; ga door, want het gaat goed

Ik zal aan die zij denken, dankje!

Ze spartelde tegen. Schreeuwde de buurt bij elkaar.
Alsof iemand haar zou horen. De lucht was een paar minuten geleden zo dreigend dat eventuele hondenbezitters het wel uit hun hoofd hadden gelaten om te gaan wandelen. Normale mensen hebben op een sombere vrijdagmiddag weinig in het natuurgebied te zoeken. Nee, ik had en heb vrij spel.
Ik leg mijn hand op haar voorhoofd. Ze is nog warm. Over een paar minuten zullen de jongens er zijn om haar in de auto te gooien en haar naar een voor mij nog onbekende locatie te brengen. Daarna zullen haar ouders worden gebeld, zal er een bedrag worden genoemd waarvoor ze hun dochter kunnen terugkrijgen.
We zullen tijdens de onderhandelingen uiteraard niet vertellen dat ze haar nooit meer zullen kunnen omhelzen, of nooit meer haar stem zullen horen. Als wij over de begrafenis praten, lopen wij ons geld mis, want die ouders zullen echt niet betalen als ze horen dat hun kind dood is.

Ja, een ruis in je oren of je hart voelen bonken in je oor is duidelijker. Bloed bonkt niet, dat is dan meestal de doorstroming van het bloed vanaf het hart, of het STROMENDE bloed in de aderen.

Oké, dankje voor die informatie!

Ik vind het geweldig! Je hebt sowieso een geweldige schrijfstijl. Wel is er al eerder een ‘soort van’ verhaal als dit geweest, met moorden en zo. Al was het weer net iets anders. Ik krijg het zelfde gevoel bij jouw verhaal, als je begrijpt wat ik bedoel =’]
Sommige verhalen hebben nu eenmaal eenzelfde ‘sfeer’.
Maar verder =D

love it !

Ik zou de eerste zin niet met een punt maar een komma doen;
Ze spartelde tegen, schreeuwde de buurt bij elkaar.

Ook zou ik dit ervan maken:
Nee, ik had en heb nog steeds vrij spel. (máár, leest ook niet zo lekker. Misschien kan je beter iets anders van maken zoals; “Nee, ik heb continu vrij spel gehad” of iets).

Over een paar minuten zullen de jongens er zijn om haar in de auto te gooien en haar naar een voor mij nog onbekende locatie te brengen. Daarna zullen haar ouders worden gebeld, zal er een bedrag worden genoemd waarvoor ze hun dochter kunnen terugkrijgen.
We zullen tijdens de onderhandelingen uiteraard niet vertellen dat ze haar nooit meer zullen kunnen omhelzen, of nooit meer haar stem zullen horen. Als wij over de begrafenis praten, lopen wij ons geld mis, want die ouders zullen echt niet betalen als ze horen dat hun kind dood is.

Let op de zullen en kunnen!!

Bedankt voor de tips!

Ik ben net op tijd thuis voor het avondeten. Het was moeilijk om Nina over te dragen aan de jongens, om te vragen of ze zeker wisten dat ze dood was, maar het is nog moeilijker om mijn vader onder ogen te komen. Nog voor hij ‘hallo’ kan zeggen, ben ik naar boven gevlucht om mijn handen te wassen in de badkamer. De tube zeep – dat vindt mijn vader hygiënischer dan zo’n brok, vraag me niet waarom – staat naast de fles scheerschuim. Ik weet dat er in de lades niets meer ligt. Geen flesjes nagellak, geen tampons, geen make-upremover. Mijn vader heeft ze leeg gelaten.
De zeep voelt koud aan en ik verbeeld me dat ik de schuld van mijn handen spoel. Keer op keer knijp ik in de tube, zodat ik mezelf kan ontsmetten, en plotseling vraag ik me af wat de ouders van Nina nu doen. Zouden ze aan het koken zijn in de wetenschap dat hun dochter elk moment thuis kan komen of hebben ze haar al gemist?
Ze heeft het verdiend. En ik had praktisch gezien geen keuze, want als ik had geweigerd om haar iets aan te doen had ik een enorm probleem gehad. Er gaan elke dag mensen dood. Bovendien zullen er niet veel mensen zijn die oprecht om Nina treuren. Haar ouders komen op een dag over dit verlies heen. De wereld draait gewoon door.
Ik moet er niet te veel over nadenken en doorgaan met mijn leven, net als de jongens zullen doen. Als ik mijn vrienden wil houden, moet ik maar gewend raken aan dit soort zaken.
Met die gedachte in mijn achterhoofd loop ik naar beneden. De scherpe geur van gekruid eten komt me tegemoet.

^ Nice!

Ga niet te snel hé?

I’ll try x)

Tijdens het eten zwijgen we, afgezien van mijn ‘Het is lekker’ en mijn vaders instemmende gehum. De curry is inderdaad heerlijk, maar ik zou tien keer liever een kant-en-klaar maaltijd hebben en die eten terwijl er iemand tegenover me zat die grappen maakte en me vroeg hoe mijn dag was geweest. Maar goed, ik mag niet klagen. Er zijn miljoenen kinderen op de wereld die niet eens eten hebben en nog veel kinderen die hun mond niet durven te openen, omdat die door de ouders weer hardhandig wordt dichtgeslagen.
Het gerinkel van de telefoon verbreekt de stilte. Mijn vader knikt naar mij dat ik hem moet opnemen, dus greep ik de hoorn en druk op het groene knopje. ‘Hallo?’
‘Emma? Je spreekt met Nancy de Beuk.’
Nancy de Beuk? De Beuk? O, De Beuk! Dat is mijn mentrix van dit jaar. Een klein vrouwtje dat Duits geeft. ‘Hallo,’ zeg ik nog maar een keer.
‘Ik hoop dat ik je niet stoor, maar je moet onmiddellijk naar school komen. De rest van de klas komt ook. We houden een spoedbijeenkomst.’
‘Waar… waarom?’ Ik heb nog nooit een spoedbijeenkomst meegemaakt. Op mijn school gebeuren normaal gesproken geen schokkende dingen.
‘Dat vertel ik liever als je er bent, Emma. Is er iemand met wie je samen kunt fietsen of iemand die je kan brengen en halen?’
‘Ik pak de scooter wel,’ antwoord ik, hoewel dat eigenlijk geen antwoord is. Waarschijnlijk krijgen we te horen dat Nina is verdwenen. Ik vraag me af hoe ik mijn gezicht in plooi kan houden. Hoe ik moet kijken als mensen ongerust beginnen te fluisteren. Hoe…
Wacht eens even. De politie komt echt niet in actie als een tiener pas een paar uur is vermist. Zeker niet op vrijdag, de uitgaansdag. Wat zou er dan aan de hand zijn?
‘Ik kom eraan, mevrouw,’ hoor ik mezelf zeggen voor ik mijn mentrix wegdruk. Ik ren naar de kapstok om mijn jas te pakken, geef een knikje naar mijn vader, die me vragend aankijkt maar zijn mond niet open doet, en ren naar buiten.

ik vind het interessant.

ik ben wel nieuwgierig hoewel ik normaal gesproken dit soort verhalen niet durf te lezen omdat ik er soms nachtmerries van krijg haha, omdat het zoveel indruk op me maakt :slightly_smiling_face:

Er staan drie politieauto’s voor de school. Ik word misselijk, wil me omdraaien, maar blijf om één of andere reden gas geven. Bij de fietsenstalling – de school heeft geen aparte ruimte voor scooters, waardoor het alarm van mijn mooie Vespa om de drie seconden afgaat omdat er een fiets tegenaan valt – staat mijn halve klas. Twee jongens schreeuwen mijn naam als ik eraan kom. In hun ogen staat nieuwsgierigheid. Hebberigheid. Opwinding.
‘We zijn op het nieuws!’ zegt Christel, een gezet meisje met een rode blos op haar wangen, zodra ik de scooter op slot heb gezet. ‘Er staat een cameraploeg bij de andere ingang.’
‘Ik zag al politie,’ antwoord ik voorzichtig. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Ze zeggen dat Nina dood is.’ Raoul, een jongen die elke dag bad dat Nina vrijgezel zou worden, heeft tranen in zijn ogen.
‘Dat kan niet!’ Ze is gegijzeld. Pas over een paar dagen zou de wereld moeten weten dat ze er iet meer is.
‘Jawel. Je kent die jongens van die praktijkschool hiertegenover toch wel? En van de Hogeschool? Die allemaal in dat appartementencomplex hiertegenover wonen?’
‘Jouw vrienden,’ voegt Christel er behulpzaam aan toe.
Ik geef geen antwoord. Hoe kunnen ze zijn gepakt? Hoe kan dit?
‘Ze hebben een ongeluk op de snelweg gehad. De politie vond Nina’s lichaam achterin de auto!’
Niet in paniek raken. Ik mag absoluut niet in paniek raken. ‘Wie zegt dat?’ vraag ik. Mijn stem trilt. Als iemand zijn mond opendoet, ben ik erbij. Als iemand erachter komt dat ik in het natuurgebied ben geweest, of zelfs als iemand erachter komt dat ik met die groep omga…
Ik ben erbij.
‘Die journalist.’ Christel knikt naar de school, naar de kant waar de andere ingang ligt. Doordat het gebouw in de weg staat kan ik de cameraploeg niet zien. ‘Maar doe geen moeite Emma, ze willen geen lelijke mensen op tv.’
De groep lacht. Ik haal mijn schouders op. Dit doet me niets, dit doet me niets, dit doet me niets…
‘Binnen is trouwens politie,’ gaat ze verder, teleurgesteld omdat ik geen reactie heb laten zien. ‘Die wil ons verhoren! Ik vind het zo spannend, ik ben nog nooit door de politie verhoord!’
Verhoren? Het is plotseling warm. Te warm in de kou. Ik wil me omdraaien en wegrennen, maar weet dat ik mezelf verdacht maak als ik dat doe. Ik kan geen kant op.
O god, help me.

spanning en sensatie.