[Verhaal] World Travel List

https://sp.yimg.com/ib/th?id=HN.608046075277610498&pid=15.1&P=0

World Travel List

De negentien jariga Leila - meestal Lilah genoemd - verlaat huis en haard en gaat op wereldreis. Haar eerste bestemming staat vast: Londen. Daarna Parijs. Maar verder? Ze ziet nog wel, is haar mening.
Ze ontmoet nieuwe mensen en leert ook wat het is om steeds opnieuw afscheid te nemen.
Maar één ding zorgt voor een omslag in haar reis, terwijl ze nog niet eens lang onderweg is en opeens heeft haar reis een doel!

Hoofdstuk 1 ~ Louisiana

Leila is de naam die mijn ouders me meegaven bij mijn geboorte.
Lilah is de naam die mijn vrienden op de middelbare school me gaven, vanwege de lila lok in mijn zwarte haar.
Mijn naam is Lilah Carter, of Leila Carter die mij persé bij mijn officiele naam willen noemen.
Ik ben opgroeid in een dorp in Louisiana als de jongste in een gezin met acht kinderen.
Eerst heb je mijn broer Austin, dan komt de tweeling Emma en Evi, gevolgd door Abel en nog een tweeling, Dorothy en Destiny. Dan komt James en ik ben de hekkensluiter.
Ik ben nu negentien en Austin is alweer zesendertig. Hij was zeventien toen ik geboren werd. Als mijn broers en zussen zijn snel achter elkaar geboren en ik ben echt een nakomertje. Dat zorgde er ook voor dat toen iedereen het huis uit was, ik alles kreeg wat mijn hartje begeerde. Tenminste, tot James stopte met zijn studie en met hangende pootjes terug naar huis kwam.
Nu ben ik negentien en ben ik er wel achter dat het leven niet zo makkelijk in elkaar zit.
Toen ik klein was, wist ik al wat ik wilde worden later. Ontdekkingsreiziger. Dat zei ik natuurlijk niet met zo’n moeilijk woord, maar ik wilde graag de wereld over reizen. Landen bezoek, mensen ontmoeten en - ik ben en blijf een meisje, ondanks sommige jongensachtige trekjes - toen ik iets ouder werd was het ook een droom van me om te shoppen in steden als Parijs en Milaan. Vraag me niet waarom. Ik wil het trouwens nog steeds.

En daar sta ik nu dan. Ik ben bezig mijn koffer in te pakken. Het is meer een weekendtas, maar hij heeft wel wieltjes. Ik pak nog een paar T-shirts uit de kast en mijn sandalen waar ik zo aan gehecht ben.
Met een voldaan gevoel klap ik de koffer dicht, wat maar net aan pas. Ik ben er klaar voor.
Ik pak het boekje wat James voor me gekocht heeft.
“Hier,” had hij gezegd: “Dan kun je alles opschrijven en dan wil ik alles daarna lezen.”
Ik had hem bedankt en beloofd dat ik het zou gaan gebruiken.
Ik blader het even door.‘Het eerste land dat je bezoekt’
Na even rondkijken vind ik een pen en ik schrijf ‘Engeland’ op. Engeland… Het vliegtuig is geboekt, mijn koffers zijn gepakt en dus ben ik er helemaal klaar voor.
Zo heb je allemaal vragen. Ik neem mezelf voor om alles netjes in te vullen.
“Leila!” wordt er vanaf beneden geroepen. Mijn moeder.
“Ja?!” roep ik terug en ik loop naar de overloop.
“Kom je? Je moet nog even iets eten en dan brengen we je naar het vliegveld.”
Ik loop naar mijn kamer, pak de loodzware koffer en mijn oude, vertrouwde rugzak. Heeft een heleboel kleuren en de buitenkant is gemaakt van allemaal geweven draadjes. Ik heb hem al jaren. Stuntelend probeer ik met de tas de trap af te lopen. Een paar treden boven de grond begin ik te wankelen en het gevolg is dat ik uiteindelijk met spullen en al op de grond lig.
James komt naar de gang, ligt eerst even in een deuk en besluit dan om mij te helpen.
Met een kreun kom ik weer overeind. Mijn rug is gesloopt nog voor ik op reis ga. Een goed begin.
Ik ga aan de grote keukentafel zitten en wacht op het eten.
“I’m gonna travel the world,” zing ik zachtjes op de wijs van ‘Telling the World’. James kijkt me even bevreemd aan en ik grijns.
Hij schudt lachend zijn hoofd. “Gek zusje.”
Ik steek mijn tong uit en lach met hem mee.
James is altijd het zonnetje in huis. Hij is zesentwintig en woont nog steeds thuis, omdat hij nog steeds geen studie heeft gevonden die hem aanstaat. Hij werkt bij de plaatselijk houthandel.
We zijn altijd al heel close geweest en ik ga hem echt missen, dat weet ik zeker. Ik vertelde hem vroeger altijd alles, tot ik begon te puberen en besloot dat ik sommige dingen toch echt liever voor mezelf hield. Dat heeft trouwens niets veranderd aan onze band.
Mijn moeder komt uit de keuken met iets wat enorm lekker ruikt. Wafels. Mijn lievelingseten.
Ik kijk naar de heerlijke wafels op het bord, met chocolade en suiker en mijn maag knort even. Behalve een boterham vanmorgen, heb ik vandaag nog bijna niets op.
“Aanvallen,” grijnst James en we proberen allebei de bovenste wafel te pakken te krijgen.
“Wie hem het eerst op heeft?” vraag ik als we er allebei een hebben. Ik krijg geeneens een antwoord meer, want hij heeft zijn mond al vol.
Ik kreun goedkeurend. Dit is zalig. Ik zou dit elke dag wel willen eten, de hele dag door. Jammer genoeg moet ik het voor lange tijd gaan missen. Tenminste, de wafels die mijn moeder bakt en dat zijn toch wel echt de best wafels van de hele wereld.
Ineens begin ik te twijfelen. Is het wel een goed idee?
James moet mijn bezorgde gezicht hebben gezien, want hij vraagt: "Wat is er, Lil’?
“Niets hoor!” antwoord ik opgewekt en ik neem nog een hap van mijn wafel.
Zes wafels en een glas cola later is het tijd om te vertrekken. Ik heb buikpijn van de zenuwen - het kan ook gewoon door de wafels komen - , want het komt nu toch wel heel erg dichtbij. Over amper drie uur zit ik in het vliegtuig naar Engeland. Ik tover een glimlach op mijn gezicht. London, here I come!
James helpt me om mijn bagage in de auto te krijgen. Ik heb niet te veel kleren mee en als ik nieuwe koop, moet ik waarschijnlijk weer oude kleren weggooien of een nieuwe koffer kopen. Ik voel er alleen niet zoveel voor om met twéé koffers rond te zeulen.
“Let’s go!” zegt James en hij kruipt achter het stuur. Ik ga op de bijrijderstoel zitten.
“Gaat mam niet mee?” vraag ik.
Hij schudt zijn hoofd. Teleurgesteld kijk ik voor me uit terwijl we het dorp uitrijden. Ik had verwacht dat ze wel mee zou gaan om mij weg te brengen.
Als jullie je afvragen waar mijn vader is: die heb ik niet meer. Hij is drie jaar terug overleden. Hij had kanker. Er komt even een brok in mijn keel en ik slik hem gauw weg. Niet aan denken! Dit is jouw dag, Lilah, spreek ik mezelf toe. En niet alleen vandaag.
Een uurtje later rijden we de parkeerplaats van het vliegveld op. Zenuwen, ugh! Ik vind het verschrikkelijk, het nare gevoel in mijn buik, enkel omdat er iets gaat gebeuren dat niet gebruikelijk is.
Ik heb nog nooit in een vliegtuig gezeten. Ik weet wel dat de kans dat we vandaag een autoongeluk zouden krijgen groter is dan de kans dat een vliegtuig neerstort, maar toch ben ik er niet helemaal gerust op. Daarbij, ze zeggen dat opstijgen en landen een hel is. Kauwgom is een tip en ik heb daarom ook maar een pakje in mijn tas gedaan.
Ik ben een beetje stijf geworden van het in de auto zitten en het was ook warm, dus ik heb het nu stikbenauwd.
“Gaat het?” vraagt James, die weet dat ik er niet goed tegen kan om lang in een auto te zitten. Snap je nu waarom ik zo tegen het vliegtuig opzie? Ik wordt er waarschijnlijk kotsmisselijk in.
Het vliegveld is enorm en we moeten een hele tijd zoeken voor we eindelijk de incheckbalies hebben gevonden. Ik check in en dan moeten we afscheid nemen.
De tranen springen in mijn ogen als James me omhelst. “Ik ga je missen broer.”
“Ik ga jou ook missen zusje. Maar weet je waarvoor je dit doet?”
Ik kijk omhoog en lach even. Dan schud ik mijn hoofd.
“Omdat je het wilt en als je iets wilt, dan kun je het ook.
Ik knik. Hij heeft gelijkt.
“Hou van je,” mompel ik terwijl ik hem nog een laatste knuffel geef en dan laat ik hem los. Hij geeft me mijn koffer en mijn tas en dan moet ik moederziel alleen verder.
Eerst langs de douane, door poortjes en mijn koffer op een band. Mijn rugzak wordt met de hand gecontroleerd.
Op naar de gate. Ik moet bij gate 8 zijn. Het is even zoeken, maar naar een paar minuten heb ik het gevonden.
Ik sta even stil en haal diep adem. Daar ga ik dan, helemaal in mijn eentje op wereldreis. Ik ben om eerlijk te zijn nooit veel langen dan een paar weken van huis geweest en dit wordt veel en veel langer. Niet dat het me veel uitmaakt. Ik ga iedereen missen, maar wat James zei, was waar. Ik wil het dus ik kan het. Ik, Lilah Carter – ik geef echt voorkeur aan die naam, maar dat had je misschien al gemerkt – ga op wereldreis.
Zodra ik in het vliegtuig zit, is het eerste wat ik doe kauwgom en mijn reisboekje pakken.
Ik vul in welke gate ik moest zijn, hoe de vliegmaatschappij heet en hoe laat gepland is dat we vertrekken. Ergens zie ik het nut ervan niet, maar toch lijkt het me grappig om dat later terug te lezen.
Ik zit bij het raampje en de man die naast me komt zitten is – om het even netjes te zeggen – heel erg gezet. Oké, ik zal er niet omheen draaien, hij is gewoon verschrikkelijk dik. Een mengeling van zweet en chipskruiden dringt mijn neus binnen. Walgelijk.
Hij probeert telkens een gesprek aan te knopen en het duurt een tijd voor ik hem eindelijk op een beschaafde manier heb duidelijk gemaakt dat ik daar geen behoefte aan heb.
Ik doe mijn oortjes in en probeer een beetje te rusten. Dan wordt er omgeroepen dat iedereen zijn riemen vast moet doen en er komt ook nog een stewardess langs om het te controleren.
Het opstijgen is niet zo erg als sommigen zeiden. Ik voel het vliegtuig hobbelen en ik wordt lichtjes in mijn stoel gedrukt. Nog een paar schokken en ik vlieg! Tenminste, het vliegtuig vliegt en ik zit er in.
Ik doe mijn oortjes weer in. Tijdens de reis komt er een keer in de zoveel tijd een stewardess langs met een karretje waar eten en drinken op staat. Mijn buurman neemt elke keer wel iets. Ik laat het bij een keer een boterham, iets te drinken en op gegeven moment een kleine maaltijd.
Ik vind de turbulentie verschrikkelijk. Ik weet dat het normaal is, maar ik vind het alsnog doodeng. De man naast – hij begint me onderhand echt te irriteren – lacht me vierkant uit omdat ik elke keer dat het vliegtuig een schok maakt ik een angstig gezicht trek.

Ik ben blij als ik weer met mijn beide ben op de grond sta. Het landen was echt een hel. Ik sta in de hal waar ik mijn koffer moet halen. Na een paar minuten komt mijn felgroene, weekendtasachtige koffer tevoorschijn en ik haal hem van de band.
Met een enthousiast gevoel vanbinnen loop ik de luchthaven uit.

kind, je schrijfstijl is echt ENORM verbeterd sinds het begin van dan en ed! kudos voor jou en ik volg!

yeeey eennieuw verhaaltje van jou!! ik volg!! :heart::heart::heart::heart:

Volger!! :upside_down_face:

Thanxx girls!! :hugs:

Hoofdstuk 2 ~ Engeland

Ik loop het hotel binnen waar ik van tevoren een kamer heb geboekt. Het is niet echt luxe, maar wel mooi en netjes. Ik loop naar de balie.
“Leila Carter,” zeg ik tegen de vrouw achter de balie.
Ze glimlacht, zoekt iets op op de computer en geeft me, met nog steeds dezelfde lach op haar gezicht, de sleutels van een kamer. ‘38’ staat er op het label.
Een man die in het hotel werkt - hoe noem je zoiemand ook al weer? - helpt me met mijn koffer en loopt ermee richting de lift. Ik volg hem.
Nog geen twee minuten later sta ik voor de deur van mijn kamer op de derde verdieping. Als ik binnenkom zie ik dat de kamer net zo is als de rest van het hotel: netjes en geordend.
Het liefst zou ik gelijk mijn bed in kruipen, want het is ondertussen al laat in de avond en de jetlag laat ook van zich horen, maar ik besluit eerst nog een douche te nemen.
Het voelt fijn om het warme water over mijn huid te voelen stromen, Het nadeel is wel dat ik straks met natte haren mijn bed in zal moeten kruipen, maar dat kan me eigenlijk niet zo veel schelen.
Als ik onder de douche vandaan kom, trek ik mijn nachthemd aan en doe ik mijn haar in een slordige knot, na het zo goed mogelijk gedroogd te hebben. Ik kruip in het comfortabele tweepersoonsbed en het duurt niet lang voor de slaap mijn gedachten over thuis en over wat komen gaat verdringd.

Met een kreun ontwaak ik en ik draai me nog een keer om. Waar ben ik? Engeland, dringt het dan tot me door. Eigenlijk heb ik geen zin om er uit te gaan, want ik ben voor mijn gevoel nog lang niet uitgeslapen, maar iets zegt me dat het al niet heel vroeg meer is. Dat iets is de klok en ik zie dat het half tien is.
Ik sla mijn benen over de rand van het bed. De vloer van de kamer is bedekt met een zacht kleed en het voelt heerlijk aan mijn blote voeten.
Ik zoek wat kleren uit mijn koffer, trek ze aan en ik haal een borstel door mijn lange haar. Er zitten gelukkig niet veel klitten in.

Mijn maag begint te knorren als ik beneden in eerste instantie lang het ontbijt buffet wil lopen.
Ik twijfel. Het kost me tijd, maar op een lege maag leven is ook niet fijn.

verder!!