Verhaal 'World Tour'

Inleiding

Sinds groep acht had Veerle iets met de twee jaar oudere Robert. Omdat ze zeker wisten dat ze bij elkaar hoorden, hadden ze allerlei plannen gemaakt voor later. Onder andere samen een wereldreis maken.

Maar op een dag vind Veerle een briefje in haar kluisje. Daar staat in dat Robert op wereld reis is en wel met zijn beste vriend.

Hoofdstuk 1.

[i][b]Liefste Veer,
dit klinkt ontzettend lullig en ik moet toegeven; het is het ook. Wees niet boos of teleurgesteld, alsjeblieft.
Ik ben samen met Rick op wereldreis. Ik zie je denken; dat zou ik met jou doen, ja… Daarom spijt het me ook heel erg alleen we hadden het afgesproken, Rick en ik zijn 16 en jij nog 14; we zouden je niet kunnen meenemen. Op dit moment zijn we ergens op de wereld, ik weet niet wanneer je dit leest, dus we zijn ergens.

Duizenden kusjes,
van nog steeds jou Robert. [/b][/i]

Veerle bekeek vol afschuw het briefje. Ze zat alleen aan een tafel in de aula. Eigenlijk had ze Nederlands, maar ze bleef gewoon zitten.
Ze baalde van Robert; dit had ze van hém nooit verwacht. Vol woede zat ze op de stoel.
‘‘Veerle!’’ hoorde ze achter zich. Geschrokken draaide ze zich om. Mevrouw Bekendam, lerares Nederlands, stond achter haar. ‘‘We zochten je al, want wat dacht je; even fijn spijbelen? Zo gaat dat niet, kind!’’ Veerle stond op en liep achter de boze mevrouw Bekendam aan.

In de klas lette ze helemaal niet op. Ze staarde maar een beetje uit het raam. Wat zou Robert nou doen? Die lul had haar zo laten stikken, zonder pardon achter gelaten.
‘‘Veerle van Houten, wat dacht je? Eerst eens dromerig in de aula blijven zitten en dan ook nog eens niet opletten tijdens de les?’’ Mevrouw Bekendam kwam dreigend op haar aflopen. ‘‘Dat gaat de goede kant niet op.’’ Veerle knikte.
‘‘Ja, mevrouw,’’ mompelde ze.

Ik hoop dat het leuk is! Verder?

jaaa, verder!
echt super jammer dat je gestopt bent met je andere verhaal!

Verder

Veerle was om vijf voor drie uit. Zo snel mogelijk wilde ze weg; maar ze werd tegen gehouden door Jamie.
‘‘Wat doe jij nou gek? Spijbelen en dan ook nog eens niet opletten?’’ vroeg ze verward, terwijl ze samen de school uitliepen. ‘‘Het past zó niet bij jou, Veer. Waar zit jij met je hoofd?’’
‘‘Ik leg het je bij jou thuis wel uit.’’

Jamies mond viel open. Ze zaten op haar bed, met beide een kop thee. Veerle dipte haar Bastogne koek in haar aardbeien thee.
‘‘En pik je dat? Heb je hem niet gebeld? Zijn ouders?’’ Rustig nam Veerle een slok thee.
‘‘Nee,’’ zei ze kalm. Van binnen kookte de woede, maar ze hield zich in. Al helemaal omdat Jamie van nature een opgefokt persoon was. ‘‘Ik kan er weinig aan doen, geloof ik.’’
‘‘Je bent niet eens bóós? Hallo, je gaat al langer dan twee jaar met die gozer! En hij laat je zo vallen. Hij flikt je zoiets toch geen tweede keer, als hij terugkomt!’’ Jamie balde haar vuisten. ‘‘Het is een sukkel. Een enorme klootzak, ik zou dit nooit gepikt hebben. En als hij terugkomt…’’
‘’…Als hij dat al komt.’’ Jamie knikte wild. ‘‘Ik kan toch niet boos zijn. Ik wil het heel graag, ik ben het ook… maar ik ben niet woedend. Ik kan hem niet haten.’’
‘‘Hij komt terug - geloof mij maar.’’ Jamie zette haar kop weg en hing naar voren. ‘‘Sorry dat ik zo hyper doe, ik ben ontiegelijk boos. Hij flikt jou nooit meer zoiets hoor.’’ Veerle glimlachte nep.
‘‘Ik hoop dat hij me belt. Dan kan ik het uitmaken.’’
‘‘Is dat nog niet uit, dan? Je hebt nog met hem? Veerle!’’
‘‘Ik kan er niks aan doen - ik heb hem niet gesproken en hij zei niet dat het uit was,’’ zei Veerle en zuchtte.

verdER!

Upjeeexx.

‘Veerle! Dit ga je niet pikken, hier, bel hem op.’ Onhandig tikte Veerle het nummer in van Robert. Hij nam niet op; dan maar het antwoordapparaat inspreken. ‘Hoi, eh, Robert. Wat eh, betekende dat briefje? Bel me terug, alsjeblieft.’ Veerle gooide het mobieltje weer terug en liet zich naar achteren vallen.
‘Het is zo’n klootzak… Bel zijn ouders.’
‘Wat? Nee!’
‘En waarom niet? Hé, het gaat hier over je vriendje, hè. Over Robert nog wel.’ Veerle zuchtte.
‘Hij heeft het gewoon verprutst, Robert is nu verleden tijd.’
‘Maar…’ Veerle onderbrak haar.
‘Nee, Jamie.’ Jamie zuchtte.

‘Het was één keertje, Samuel, één keer,’ zei Veerle, terwijl ze met haar boeken door het schoolgebouw sjouwde. Ze werd gek van Samuel; een vierde klasser, die Veerle ontzettend leuk vond nadat ze ooit een keer bij het feest van Jamie te veel ophadden en elkaar per ongeluk zoende.
Robert was er boos om geworden; maar wist wel dat Veerle er niets aan kon doen.
‘Veerle, ik geloof je niet meer. En nu Robert weg is – niets houd je nog tegen.’ Geïrriteerd keerde Veerle zich om en schonk Samuel een vervelende blik.
‘Wat me nú tegen houdt, Sam, is dat ik je niet leuk vindt. En heb je me ooit al horen zeggen dat het uit is?’ Samuel keek raar naar Veerle.
‘Je bent veertien, waarom zoende je me toen dan?’
‘Weet ik veel. Jamie en ik waren gewoon, nou ja, melig. Trouwens; ik ben jou geen uitleg verschuldigd. Ga weg.’
‘Je zoent me niet zomaar, Veerle! En je had toen al met Robert… zo dom ben je nou ook niet wanneer je dronken bent.’ Veerle rolde met haar ogen en liep weer door.
‘Jij zoende eerder mij –, ik was niet eens dronken! Dat maak jij er alleen van, ik liep gewoon en jij zoende me opeens, ik dacht dat je Robert was… en het doet er niet toe. Ik hou van Robert en ik zou nooit van jou houden.’
‘Ik geloof je niet, Veerle.’

Verderrr.

verderrr

‘Dan heb je pech,’ zei Veerle en liep onverstoorbaar verder. Samuel kwam naast haar lopen en keek haar vragend aan. Hij was knap; dat wist iedereen en vele verklaarde Veerle ook voor gek dat zij niets met hem wilde.
‘Veerle, wat is jou probleem? En als jij en Robert zo’n goede relatie hadden, waar is hij dan nu?’ Veerle keek woedend naar Samuel. Wat dacht hij wel niet? Dat hij zomaar de liefdesdokter kon gaan spelen?
‘Gaat jou dat wat aan dan, Samuel?’ Veerle stond even stil. ‘Lastig, hè, om te begrijpen dat iemand je een keer niet wilt. Dag, Samuel.’

Onder de les – Engels, met mevrouw Simons – lette Veerle weer niet op. Ze dacht aan Robert, Rick en aan Samuel. Toen ze nog met Robert had, heeft ze zelfs Samuel leuk gevonden!
Maar dat verdween al gauw, nadat Samuel iets met Maggie kreeg en hij met haar op het schoolfeest de hele avond had lopen zoenen – midden op de dansvloer, terwijl hij diezelfde dag nog tegen Veerle had gezegd dat hij niemand kon voorstellen die leuker was, en vervolgens ging hij met een van haar beste vriendinnen.
‘Veerle van Houten!’ tetterde mevrouw Simons onverwachts. Veerle schrok op en keek met een rood hoofd naar haar docente. ‘Kun jij naar het bord komen en het antwoord opschrijven?’
‘Sorry,’ zei Veerle verlegen, ‘ik eh… hoorde de vraag niet zo goed. Zou u hem opnieuw kunnen stellen?’ Moeizaam herhaalde mevrouw Simons de vraag.
‘Veerle, met jou wil ik na de les nog een gesprekje. Van mevrouw Bekendam kreeg ik al door dat jij er niet zo bij zit, met je koppie.’ Veerle werd nog roder.

upjee.

upjeee

verder!

‘Dat is niet nodig, mevrouw Simons. Ik ben een beetje moe…’
‘Ja, Veerle, dat dacht ik al. Het liefst wil ik toch een gesprekje,’ zei mevrouw Simons, ‘kun je nú dan naar voren komen, of gaan we het hier ook nog hebben over mijn weekend?’
‘Nee, sorry.’ Veerle kwam naar voren toe en kraste She will be loved op het bord.
‘Goed – dat is ook een titel van een nummer. Van wie?’
‘Maroon 5?’ Mevrouw Simons knikte en ging staan, wenkte Veerle dat ze weer kon gaan zitten en wees met haar vinger naar de titels van de liedjes.
Normaal gesproken hield Veerle van deze lessen; je moest een titel van een lied opschrijven en zeggen waarom jij denkt dat dit een zin is die veel betekent voor velen en wanneer het gebruikt zou worden en waar.
‘Prima, Veerle! Chantal, waarom heb jij Why don’t you love me, opgeschreven?’ Het leuke van mevrouw Simons was dat ze jou mening altijd respecteerde. Al schreef je ‘Death Metal 4 Life!’ op – nog steeds zou ze jou in jou waarde laten.
‘Omdat ik denk dat vrouwen door dit lied geïnspireerd raken – dat ze niet minder zijn dan mannen en dat ze van geluk mogen spreken dat ze op hun vallen. En de titel vind ik gewoon erg sterk en toch kwetsbaar overkomen.’ Mevrouw Simons knikte. Chantal – een lief, slim en mooi meisje – kon het altijd goed vinden met mevrouw Simons.
‘Goed, we gaan verder met What’s my name…’

‘Veerle, blijf je nog even zitten?’ Zuchtend gaat Veerle weer zitten, terwijl al haar klasgenoten de klas uitlopen. ‘Kom hier maar zitten, dat praat wat makkelijker. Aimee, ik ga er van uit dat jij met Veerle iets zou willen afspreken? Blijf maar even op de gang wachten – dit duurt hooguit vijf minuten.’
‘Oké, mevrouw Simons.’ Aimee stapt de klas uit en trekt de deur achter zich dicht.
‘Zo, Veerle…’ Mevrouw Simons zucht even. ‘Wat zit je dwars?’
‘Niets, mevrouw.’

verderrr

upjeee