[Verhaal] Witte roos

Hallo!

Ik ben Demi en ik ben begonnen met het opschrijven van mijn verhaal. Dit idee had ik al een tijdje in mijn hoofd zitten en het is er nu eindelijk van gekomen om het op papier te zetten. Ik ben zeer benieuwd naar jullie reacties en commentaar, vandaar dat ik het met jullie deel. Enjoy!

Waar het verhaal over gaat:

Liv is erg in paniek, na een heftige ruzie met haar ex-vriendje Pim. Daarom besluit ze halsoverkop te vertrekken. Bestemming onbekend. Op een station ontmoet Liv een groepje jongeren, die aan het backpacken zijn. Liv voegt zich brutaal aan deze groep toe. Tijdens haar grote backpack avontuur gebeuren er rare voorvallen, kan Liv deze groep wel vertrouwen? En waarom blijft ze steeds aan Pim denken? Is het dan toch een groot misverstand? Liv komt langzamerhand achter de waarheid, maar wil ze de waarheid wel weten?


Proloog.

[i]Ik opende vluchtig de deur. Mijn ogen waren inmiddels met tranen gevuld. Ik hoorde een harde knal. Snel stapte ik huis binnen, ik wilde er niks van weten. Ik pakte mijn spullen bij elkaar en ik ging weer gauw naar buiten. Ik keek niet naar de kant waar de vreselijke knal vandaan kwam, waarschijnlijk was een auto tegen hem op geknald. Ik begon hard te rennen, steeds verder en verder. Het maakte me niet uit waar ik heen ging, zolang ik hier maar weg was, weg van deze griezelige plek.

Hoe ik mijn personages voor me zie:

Liv:

Austin:

Jason:

Lucas:

Lijkt me leuk!
Ik ga volgen :grinning:

Spannend, je hebt me echt benieuwd gemaakt. Ik volg! :heart:

Leuk!

Ik ben benieuwd!

Lijkt me super!

Wat leuk al die positieve reacties! Hierbij het eerste hoofdstuk. Ik ben zeer benieuwd wat jullie er van vinden!

Hoofdstuk 1.

Ik liet mijn koffer uit mijn handen glijden en ik ging er boven op zitten. Ik was erg moe geworden van het rennen en ik was blij dat ik eindelijk kon uitrusten. Ik keek om me heen, waar was ik eigenlijk? Ik zag wat akkers, ik was vast in een buitengebied terecht gekomen. Op een stoffig bordje zag ik dat ik nog een paar kilometer moest lopen, om in de bewoonde wereld te komen. Ik liet een zucht uit mijn mond ontsnappen, ik had echt geen zin om nog zo’n eind te lopen. Maar alles liever dan terug naar Pim te gaan. Ik stond weer op en pakte mijn koffer stevig vast. Vastberaden liep ik over de eindeloze zandweg verder.

Zouden ze al bezorgd zijn om me? Zouden ze zich al afvragen waar ik uithing? Zouden ze me überhaupt al missen? Die vragen spookten al een lange tijd door mijn hoofd heen. Misschien moest ik toch maar terug gaan. Niet voor Pim, maar voor mijn echte vrienden en familie. Maar het risico om Pim tegen het lijf te lopen was te groot. Alhoewel, die knal. Zou dat van Pim geweest zijn? Het klonk als een behoorlijk auto-ongeluk, maar hoe zou Pim dat kunnen overkomen? Ik zuchtte, ik had echt geen flauw idee. Daarom wandelde ik maar flink door.

Eindelijk, land in zicht. In de verte zag ik de grijsgrauwe flats van een woonwijk hoog de lucht in steken. Ik was tevreden, voor dit uitzicht had ik al uren flink doorgewandeld. Mijn benen voelden vermoeid aan, maar door de flats had ik weer hoop gekregen. Misschien zou er wel plek voor mij zijn om te overnachten, want het begon al donker te worden. Stapje voor stapje kwam ik dichter bij de stad.

Ik slenterde door de vrij drukke straten in de stad, zoekend naar een slaapplaats. Het was inmiddels al donker en ik verbaasde me dat er nog zoveel mensen op de been waren. Ik voelde me net een zwerver en ik werd vreemd aangekeken. Zag ik er dan zo raar uit? Ik besloot om in de ruiten van een winkel te kijken, voor me zag ik een heel moe meisje. Haar ogen stonden somber en er zaten een paar vieze vegen op haar gezicht. Dat was ik. Ik veegde gauw de vieze strepen van me af en ik probeerde wat vrolijker te kijken. Daarna slenterde ik weer verder de drukke straten door.

Spannend! Het ziet er veel belovend uit :wink:

+ 1 volger :slightly_smiling_face:

Aww, hartstikke bedankt!

Hoofdstuk 2.

Een vreemde geur drong mijn neus binnen. Ik voelde me heel vies. Ik opende mijn ogen en ik keek rond in een vreemde hal. Waar was ik? Ik probeerde me om te draaien, maar ik botste tegen een muur aan. Waar was Pim? Hij zou vast al uit bed zijn. Plotseling drong de realiteit tot me door, ik lag helemaal niet thuis in mijn bed naast Pim. Ik was vertrokken, op de vlucht voor Pim. En nu lag ik in een vies metrostation. Ik kwam overeind en tot mijn verbazing stond mijn koffer er nog. Ik besloot om op verkenning te gaan, misschien kon ik wel met een metro mee. Ik liep naar een informatiebord toe, maar ik werd er niet veel wijzer van. Ik liep naar een willekeurig perron, waar een metro stond en ik stapte in. Het was erg druk in deze metro en ik pakte snel met één hand de paal vast. Ik hoorde de deuren sluiten en de metro raasde de donkere tunnel in.

Ik had inmiddels een plaatsje bemachtigd, naast een erg dikke meneer. Dankzij deze meneer wist ik wel dat de metro naar het treinstation toe ging, ik was van plan om daar uit te stappen. Ik tikte ongeduldig op mijn been. Ik had het niet zo op donkere tunnels. Toen de metro eindelijk bij het station aankwamen, was ik de eerste die uitstapte. In de metro had ik lang na kunnen denken, over de bestemming waar ik naartoe wilde. Maar ik kwam er niet uit, dus ik hoopte dat mijn geluk me een handje zou helpen. Samen met mijn koffer nam ik de roltrap naar boven, waar ik in enorme hal terecht kwam. Het was vrij rustig in deze hal, ik had het drukker verwacht. Ik bleef twijfelend staan, waar moest ik nu heen? Ik hoorde een vriendelijke stem van een vrouw wat omroepen en ik bleef even luisteren. De vrouw riep iets om over een internationale trein. Een trein naar het buitenland, dat was het. Ik wilde naar het buitenland. Bedankt vrouw! Ik ging opzoek naar het perron waar deze beruchte trein zou gaan en ik kwam uit op een bijna leeg perron. Er stond alleen een klein groepje jongeren, iets ouder dan mij. De groep bestond uit drie jongens en twee meisjes. Om de groep heen stonden veel koffers, zouden ze op vakantie gaan? Twijfelend liep ik op de groep af, ik zou het ze kunnen vragen. ‘Hallo! Ik ben Liv en jullie zijn?’ ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan, waarom was ik toch zo’n flapuit? De groep nam me even op en toen nam een jongen - die ik een jaar of achttien schatte - het woord. ‘Hey Liv, zin om mee te gaan?’ Zin om mee te gaan? Wat een snelle uitnodiging, maar ik besloot er wel op in te gaan. ‘Omdat je zo aandringt’ probeerde ik zo nonchalant mogelijk te zeggen. ‘Waar gaan jullie eigenlijk heen?’ voegde ik er nog snel aan toe, omdat de jongen grinnikte. ‘We gaan backpacken, volgens mij’ zei één van de twee meisjes een beetje verveeld. Ik nam haar even in me op, ze had blond haar en ze was erg slank. ‘En wie zijn jullie?’ probeerde ik de rest van de groep aan de praat te krijgen. Hetzelfde meisje nam weer het woord: ‘ik ben Daphne en dat is Susan.’ Ze stelde alleen zichzelf en Susan voor, dus ik vroeg door. De jongen die als eerst het woord nam bleek Austin te heten, ik vond hem erg stoer en hij had felgroene ogen. Hij was precies het omgekeerde van Pim. De twee andere jongens stelden zich voor als Jason en Lucas, ze stonden er wat stilletjes bij. ‘Nemen jullie de trein naar België?’ vroeg ik in het algemeen. ‘Ja, we willen zo ver mogelijk komen’ zei Susan. Het viel me nu pas op dat ze er heel tuttig uitzag. Nadat we een poosje uitgebreid hadden gepraat, kwam de trein aangereden. Toen pas besefte ik dat ik geen treinkaartje had gekocht.

Mooi verhaal, ik ben vanaf nu je vaste volger :beer:

+1 volger ben erg benieuwd! en ik vind je schrijfstijl erg prettig om te lezen hihi :upside_down_face:

Aww, beiden bedankt!

Ik zal vandaag een nieuw stukje plaatsen :slightly_smiling_face:

Hoofdstuk 3.

Ik leunde tegen het raampje aan, de landschappen vlogen voorbij. Langzaam liet ik mijn ogen dichtvallen. Mijn gedachten gingen automatisch naar Pim. Ik was woedend op hem.
‘Liv, Liv, stop nou met rennen!’ zei Pim hijgend. ‘Ga weg!’ hoorde ik mezelf schreeuwen. Je hoorde de woede en verdriet duidelijk in mijn stem. ‘Wat is er nou?’ vroeg hij schreeuwend. ‘Wat is er nou?’ schreeuwde ik op een boze toon terug. ‘Je hebt met haar gezoend, ze is mijn beste vriendin!’ ik barstte bijna uit elkaar van boosheid. In de verte zag ik haar nog verbijsterd staan. Pim haalde me bijna in met rennen, dus ik draaide me weer om en rende weer verder. Mijn ogen waren gevuld met tranen. Opeens hoorde ik een harde knal en piepende rem. Ik schrok, maar ik keek niet om.
Ik schudde snel mijn hoofd en veegde de tranen weg, ik had alles weer voor me gezien. Ik liet een diepe zucht uit mijn mond ontsnappen, stomme flashbacks. Plotseling voelde ik de hand van Austin over mijn schouders glijden, zachtjes streelde hij me. Daphne keek me raar aan, was ze jaloers? Het kwartje viel direct, Daphne was blijkbaar verliefd op Austin. Ik mocht Daphne eerlijk gezegd niet, dus erg vond ik het niet. Ik legde grinnikend mijn hoofd tegen de schouders van Austin aan. Daphne trok haar neus op, ik had het dus goed gezien. Maar Austin was van mij.

‘Liv?’ Austin porde mij in mijn zij. Versuft keek ik op, recht in het gezicht van Austin. ‘Liv, we zijn in Brussel’ hoorde ik de zachte stem van Austin in mijn oor fluisteren. ‘Nu al?’ vroeg ik verbaasd. ‘Nee’ Austin keek even om zich heen en vervolgde toen zacht: ‘maar kan ik je even spreken, onder vier ogen?’ Verbaasd keek ik hem aan, wat zou hij met mij willen bespreken? Austin trok me overeind en nam me mee naar een andere coupé. ‘Liv, je was net zo raar aan het brabbelen, verberg je iets voor ons?’ vroeg Austin nieuwsgierig. Brabbelde ik? ‘Nou eigenlijk’ ik haalde nog eens diep adem, maar ik kon het Austin nog niet vertellen. Het ging allemaal zo snel. Gisteren was ik nog thuis, bij Pim. ‘Ik kan het nog niet’ fluisterde ik zachtjes, waarna ik in tranen uitbarstte.

Verderverderverderverder!

Verder! :upside_down_face:

Bedankt voor de positieve reacties, die stimuleren me echt om verder te gaan :grin:

Austin keek me begrijpelijk aan. ‘Je kan mij wel vertrouwen hoor, dan zal ik je ook een klein geheimpje vertellen’ zei hij mij. Ik keek hem raar aan, ik had hem toch al verteld dat ik het hem niet wilde vertellen. ‘Austin, ik kan het echt nog niet’ zuchtte ik. Austin liet een zucht horen en vertrok toen zonder iets te zeggen terug naar de anderen. Ik begreep hem niet, waarom wilde hij per se weten wat mij zo dwars zat? Lang dacht ik er niet over na, want ik was erg blij dat ik even alleen was.

Hoofdstuk 4.

Ik zette mijn voet dan eindelijk op de grond. De Belgische grond. We waren na een lange reis nu dan eindelijk in Brussel aangekomen. Austin had geen woord meer over het hele voorval gesproken, maar het zat mij nog erg dwars aangezien hij deed alsof er niets aan de hand was. ‘Laten we Brussel ontdekken!’ is wat Susan zegt, terwijl ze de trein onhandig uitstapt. Ik grinnikte, wat had Susan veel bagage bij zich. ‘We blijven twee dagen in Brussel, daarna gaan we richting Frankrijk’ vertelde Lucas ons. ‘Backpacken houdt toch in dat we alles ongepland doen?’ vroeg ik verbaasd. ‘Laat ze maar’ siste Austin zachtjes. Ik keek Austin verbaasd aan, wat was er met Lucas aan de hand? Austin keek me nog eens aan met een waarschuwend blik in zijn ogen, dus ik besloot niks te zeggen. Gezamenlijk lopen we het station uit, op naar het centrum van Brussel.

Verder!

Leuk verhaal, verder!