[Verhaal] What's wrong?

Niet echt gebeurt, en eerste stukje vooral niet discriminerend bedoeld hoor.

Soms heb je geen idee waarom mensen zó reageren.

Vrijdag 23’O4’1O
“Centraal Station Amsterdam, hier uitstappen!” galmt er door de luidsprekers. Héhe, bijna thuis. Pfoe, ik ben echt doodop. Ik hoop dat ik door ben voor de musical, want dat is mijn enige, echte droom. Het enige waar ik voor ga. Waar ik voor leef. Ik pak mijn tassen en stap uit de trein. Ik ga met het pondje over het IJ, en aan de overkant staat mijn moeder met de auto, op het dak te tikken. Ze is met de auto gekomen, omdat ik anders al die spullen mee op de fiets zou moeten nemen, en het is nog wel heel wat bagage. Voor een auditie, ja. En ik had ‘last van mijn been’. Ik had gewoon geen zin om al mijn fiets te berijden, dat vind ik de moeite niet waard. Nee, dat vind ik van niks. Maar ik ben liever makkelijk. “Kom Chloë, in de auto.” Ze gooit de deur met een ram dicht. Damn, wat heeft dat mens? “Whats up?” “Die klote trein had zeker vertraging? Zeg de volgende keer tegen de machinist dat ie wat sneller moet. Kon ik ook nog bezig met de was.” Jeetje, wat zeurt zij nou weer. Moeders? Ja, vast. Oh, mijn mobiel trilt. Altijd leuk tegen verveling, dat smsen. Shanell vraagt of ik naar haar toe wil komen. “Mams, mag ik zo naar Shanell toe?” “Naar die allochtoon? Ga toch niet met zulke lui om, ze zijn slecht voor de maatschappij!” Oh hier heb ik ook zón gloeiende hekel aan. BUITENLANDERS SLECHT VOOR MAATSCHAPPIJ?! Ze zijn heel vriendelijk, er mankeert niks aan hun, het zijn geen aliëns? “Hou je bek, het zijn ook mensen. En ze zijn heel aardig. Dus Shanell ook.” Echt, ik kan er zó niet tegen als mijn moeder discrimineert. Net of allochtonen lager zijn dan de rest. Nee. “Mag het?” “Vooruit, maar als ze gevaarlijk bezig gaat, direct terug komen!” Zucht. Het is gewoon een Amerikaans meisje. Mankeerd niks aan. Ja, aan mijn moeder wel blijkbaar. We rijden onze straat in, en stoppen bij ons huis. Weer die autodeur die dicht geramd word. Aaaaaaaauw, vinger ertussen. “Rotwijf, ga je die deur even dichtgooien als ik mijn hand daarzo heb.” Mijn moeder komt kwaad op mij afstampen. “Grote mond?” En ik krijg een harde trap tegen mijn scheen aan.