[Verhaal] welcome to LA

Inleiding:
Melody komt erachter dat ze een oudere broer heeft, wonend in Los Angeles. Als ze een keer verschrikkelijke ruzie heeft met haar ouders besluit ze haar broer op te zoeken. In haar gedachte zou het de weg naar een perfect leven zijn, maar het blijkt anders te lopen dan Melody gedacht had.

beginnen?

ja begin!;d

Mijn voet tikt op het ritme van de muziek. Na ergens achter de muziek een zacht fluitje gehoord te hebben rijdt de trein weg. Nu kan ik haast niet meer terug. Een jongen van ik neem aan mijn leeftijd komt tegenover me zitten. Dus ik ben niet de enige die zo gek is om op haar vijftiende midden in de nacht met de trein te vertrekken van huis. Hij kijkt me op een onderzoekende manier aan, alsof hij me ergens van kent. Maar dat kan niet, want ik ken hem niet eens.
“Wat?” vraag ik op een arrogante manier. Normaal draaien mensen nu hun hoofd weg en kijken ze beschaamd ergens anders naar, maar de jongen blijft kijken.
“Is er iets vreemds te zien of zo?” Nog steeds dezelfde toon. De jongen trekt zijn mond open. Even lijkt het of hij zich bedenkt, maar dan begint hij toch te praten.
“Vind je het gek dat ik naar je kijk? Het is midden in de nacht, je zit in de trein richting Amsterdam met uitgelopen mascara tot aan je kin. Je haar heb je slordig bij elkaar gebonden en je bent broodmager. Logisch toch dat ik me afvraag wat er met jou aan de hand is.”
“Waarom zou je dat willen weten? Je kent me niet eens.” De jongen haalt zijn schouders op. “Ik weet niet eens hoe je heet.” Hij steekt zijn hand uit. Ik neem hem aan en hij schudt hem één keer.
“Matt.”
“Melody.” Hij glimlacht waarbij er lichte kuiltjes in zijn wangen verschijnen.
“Waar ga je eigenlijk heen?” vraagt Matt.
“Weg.”
“Weg waarheen?” Jezus, waarom wilt hij dat weten?
“Gewoon, weg.” Ik antwoord een beetje geërgerd, maar daar lijkt hij zich niets van aan te trekken.
“Vast niet gewoon, weg. Je hebt vast wel iets waar je heen wilt gaan.”
“Ja, heb ik! Maar waarom wil jij dat weten. Waarom zou ik dat überhaupt aan je vertellen?”
“Omdat je het toch aan iemand moet vertellen en waarom dan niet aan iemand die je niet kent?”
“Wie zegt dat ik het aan iemand moet vertellen?” God, hij heeft zo’n gelijk! Maar ik kan nu niet meer toe gaan geven.
“Dat zie ik aan je.”
“Oké, zeikerd. Ik ga naar LA.”
“Wow! Naar Los Angeles?”
“Ja, dat zeg ik toch. En waar ga jij dan heen?”
“Ik was van plan om in Nederland te blijven, maar een groter avontuur is altijd welkom. Ik zou met jou mee naar LA kunnen.”
“Doe je toch niet.”
“O nee?”

verder?

verder

tips zijn trouwens altijd welkom. (:

Met een achter mij aan rollende koffer stap ik het vliegveld uit. Ik kijk mijn ogen uit naar de auto’s die langs razen. In Breda is dit zó anders! Ik kijk Matt aan en glimlach. Ik ben in Amerika! In LA! Ik loop over de stoep, zoekend naar een taxi die Matt en mij naar mijn broers huis kan brengen. Veel weet ik niet over mijn broer. Alleen dat hij Dev heet, 24 jaar is en op zichzelf woont. Maar achter de rest kom ik vast nog wel. Een taxi stopt voor ons neus en laadt zonder iets te zeggen onze tassen in. Matt en ik stappen in de taxi.
“Waarheen?” vraagt de chauffeur. Ik geef hem het adres en de chauffeur start zijn taxi. LA is echt geweldig! Tot nu toe heb ik er nog geen spijt van in ieder geval. Het is trouwens wel allemaal heel apart. Ik zit hier met een jongen in de taxi die ik helemaal niet ken en die eerst zelfs een slechte indruk op mij heeft gemaakt. Ik ben onderhand aan de andere kant van de wereld op weg naar mijn broer die ik alleen telefonisch heb gesproken in een hele grote stad! Stiekem twijfel ik wel een beetje of ik dit had moeten doen, maar er is nog niets fout gegaan. We zijn heelhuids in Los Angeles aangekomen. Maar straks is Dev heel raar of kan hij helemaal niet voor mij zorgen. Al neem ik dat niet aan. Ik verwacht eigenlijk dat het juist zo’n nette jongen is die alles wel voor elkaar heeft, huisje boompje beestje. Hij is net klaar met studeren en heeft vast al een baan gevonden. God wat wil ik hem graag zien! Iedere keer als de taxi dreigt te stoppen schiet er een kriebel door mijn buik, en daarna een teleurstellend gevoel omdat de taxi toch verder rijdt. Ik raak er nu al gefrustreerd van terwijl ik er nog geen uur ben. Ik zucht een keer en Matt kijkt me glimlachend aan.
“Wat?” Ik moet echt eens ophouden met die botte reacties.
“Niks hoor.” Hij kijkt weer uit het raampje.
“Sorry voor mijn botte reactie, zo was het niet bedoeld.” Hij glimlacht en knikt als teken dat het wel goed zit.
“Ken je je broer goed?” vraagt Matt. Ik haal mijn schouders op. Het is misschien een beetje vreemd om te zeggen dat het niet zo is, maar ik kan ook niet zeggen dat ik hem wel goed ken, want dan ziet hij zo dus dat dat niet zo is.
“Niet echt. Ik heb hem een keer aan de telefoon gesproken, best wel lang eigenlijk. Het was wel een erg leuk gesprek. Maar ik weet niet veel van hem.” Matt kijkt een beetje moeilijk.
“Weet je dan wel zeker dat het zo’n goed idee is naar hem toe te gaan?”
“Alles is beter dan bij mijn ouders.” Iets van medelijden is in zijn ogen te vinden, maar daarna stelt hij alweer de volgende vraag.
“Waar ging jullie gesprek aan de telefoon over?”
“Och, over van alles; over muziek, school, werk, onze ouders, zijn adoptieouders, over de verschillen tussen LA en Breda. Hij heeft een hoop verteld over Los Angeles, maar ik had het zo niet verwacht.”
“Zit jouw broer nog op school? Hoe oud is hij? En woont hij bij zijn ouders?” Zo, zo, drie vragen in één. Toe maar.
“Hij zit niet meer op school, hij is een paar jaar geleden afgestudeerd. Hij is 24 jaar en woont sinds drie jaar op zichzelf.” Matt knikt en glimlacht weer, waarbij wéér die kuiltjes te voorschijn komen. Het geeft hem iets schattigs. De taxi stopt. Snel kijk ik door het raampje, zijn we er? De taxi rijdt weer verder, nee dus. Er ontsnapt een giechel uit Matt’s mond, maar ik besluit er niet naar te vragen. Misschien is het wel van de zenuwen. Ik kan niet ontkennen dat ik niet zenuwachtig ben. In tegendeel zelfs, ik ben kapot zenuwachtig. Matt komt terecht bij iemand die hij helemaal niet kent en is samen met iemand die hij deze dag nog heeft ontmoet.

verder!

verder,

Verderverderverder

Woow,
Dit is echt een pakkend begin en ik vind je schrijfstijl ook best wel lekker lezen.
Ik wil nu echt weten hoe het verder gaat. Waarom Matt mee ging naar LA en hoe haar broer is enzo… Maar hoe komen ze eigenlijk aan het geld voor een vliegticket? Dat is het enige wat ik me afvroeg. (waar maak ik me druk om?)
Maar in ieder geval snel verder!

Nieuwe lezeres :grinning::smiley: verder

@Sjalalalaa
over dat geld voor een vliegticket, je hebt gelijk. xD daar had ik nog niet over nagedacht. En bedankt voor je compliment. :a

Ik stap de taxi uit en de chauffeur haalt mijn koffer uit de kofferbak. Ik sta voor een redelijk groot huis. De tuin is best verwaarloosd, maar alsof je er op je 24e zin in hebt om de tuin bij te houden. Dan heb je wel wat beters te doen.
“Is dit het goede adres?” vraagt de chauffeur. Hoe weet ik dat nou? Ik kom hier niet vandaan, dat hoort ie toch wel?
“Ik denk het wel,” antwoord ik en ik duw het tuinhekje open. Matt loopt achter mij aan het tuinpad op. Ik duw een tak aan de kant omdat ie anders in mijn gezicht komt. Ik kom uit bij een halfgeschilderde deur. Even twijfel ik, maar bel dan toch maar snel aan, voordat die twijfel mijn zekere gevoel over neemt. Niemand doet open, dan zie ik dat de deur op een kiertje staat.
“Zullen we naar binnen gaan?” vraag ik aan Matt. Eigenlijk hebben we geen andere keus. Als Dev niet thuis is wachten we wel even. Matt knikt en ik duw de deur open. Ik zet mijn tas in de gang.
“Dev!?” roep ik, maar ik krijg geen reactie. Je zou verwachten dat er een dodelijke stilte zou hangen, maar boven hoor ik gelach. Ik leg mijn spullen neer en loop de houten trap op. Bij sommige treden kraakt ie. Er zijn vijf deuren; twee links, twee rechts en één recht voor mijn neus. Het gelach komt uit een van de deuren rechts. Ik klop op één van de deuren en krijg gelijk een reactie.
“Ja!?” Je hoeft niet zo te schreeuwen hoor. Ik duw de deur open en een rookwalm komt op me af.
“Haha! Dev, wie is dat nou weer? Je vriendin?” lacht een van de jongens. Ik heb geen idee welke Dev nu is.
“Ehm, ik ben Dev’s zusje,” krijg ik eruit, maar niet erg overtuigend.
“Wow Dev, dat heb je goed voor elkaar. Lekker zusje heb je.” Jezus, wat heeft hij voor een vrienden. Één van de jongens drukt zijn sigaret uit, staat op en omhelst me. Ik hoop dat het Dev is, anders ga ik gillen.
“Ik ben dus Dev,” zegt ie, godzijdank.
“Melody.” Ik glimlach, maar hij kijkt ernstig. Vragend kijk ik hem aan.
“Het spijt me dat dit je eerste indruk moet zijn.” Ik kan zeggen dat het niet geeft, maar dat is eigenlijk niet zo. Ik voel me hier nu al niet veilig. Die vrienden zijn zo stoned als wat en volgens mij kan hij er zelf ook wat van.
“Eh, waar kan ik slapen? Dan leg ik daar mijn spullen wel even en eh, dan zien we wel weer verder.”
“Die deur.” Hij wijst naar de deur recht tegenover deze deur. Ik glimlach en hij woelt een keer door mijn haar.

leuk meer!

hm… op zich is het wel leuk, alleen het gaat een beetje snel; ze loopt die deur gewoon binnen en stelt zich voor daarna gaat ze meteen vragen waar ze kan slapen. Ik vind het verder wel een leuk verhaal hoor maar misschien kun je wat meer uitgebreider schrijven? ; )

het gaat een beetje snel…
maar het is wel leuk geschreven

verder. het gaat wel een klein beetje snel, maar ik vind het mooi geschreven. x

ik vind het een leuk verhaal, snel verder svp (a)!

Nieuwe lezer die snel een ander stukje wil lezen:P

xoxo