[Verhaal] We found love

Ik probeer af en toe eens fantasy te schrijven, en dit is een fantasy-verhaaltje. Het is meer een soort Inwijding/Hongerspelen dan bijvoorbeeld Lord of the Rings, dus het is wel realistisch en zonder dwergen en zo. :’) Het speelt zich af in een fictief land. De titel is niet definitief, waarschijnlijk komt er ooit wel wat beters (edit: inmiddels al twee keer veranderd haha).

Reacties en vooral tips en kritiek zijn altijd welkom! Ik wil graag beter leren schrijven en ik houd van uitdagingen. ^^

Korte samenvatting:
Na maanden smeken heeft Suzanne toestemming van haar vader gekregen om de zware opleiding die toegang geeft tot het leger te volgen. Dat is alles wat ze ooit heeft gewild en ze is gelukkiger dan ooit. De dag voor haar vertrek gaat ze naar haar vriend toe om afscheid te nemen, een reis die haar leven voorgoed zal veranderen.

***

‘Vanaf morgen zal Livia voor je zorgen,’ zeg ik tegen de oren van Fynn. Het paard negeert me en stapt rustig verder over het zandpad, alsof het hem niet uitmaakt wie hem elke avond een knuffel komt geven, zolang hij maar te eten krijgt. ‘En waarschijnlijk zal ze dat blijven doen als ik terug ben. Na mijn opleiding krijg ik vast een echt paard.’ Ik sla mijn armen om zijn nek. De groene blouse en de bruine, strakke broek van mijn verkennersuniform zal ik vanavond verbranden. Vanaf morgen draag ik de kleuren van het leger. Ik kan niet wachten tot het zo ver is.
Plotseling steekt er een frisse wind op en ik ga rechtop zitten, maak de teugels voor de zekerheid wat korter, en ril. Fynn versnelt het staptempo en ik druk mijn kuiten aan, zodat we gaan draven. Over een klein kwartier ben ik bij het grensgebied van Amorem, waar Delano woont. Delano. Bij die naam krullen mijn lippen automatisch om in een glimlach. Een lelijkere naam voor een jongen bestaat er haast niet, en toch past hij bij hem. Het wilde, de hekel aan regels die die naam uitdraagt, klopt volledig. Alleen is Delano geen asociale vrouwenmepper die om die vijf maanden in de gevangenis belandt. Nee, hij is zo zacht dat hij bij ons afscheid waarschijnlijk harder moet huilen dan ik.
Fynn rukt ongeduldig aan de teugels, alsof hij voelt dat ik niet bij hem ben met mijn gedachten. Ik geef een ruk terug, waarna hij het tempo opvoert, en laat de teugels dan met een zucht vieren. Mijn paard kent de weg. We hebben hem al zo vaak gereden dat ik de tel kwijt ben geraakt. De komende maanden zal hij hem misschien wel vergeten.
De wind wordt kouder. Rillend duik ik weg in de kraag van mijn blouse. Ik had een jas moeten aantrekken. Na een korte aarzeling druk ik mijn benen nogmaals aan. Fynn springt soepel naar de galop en met iets meer haast dan normaal leggen we de laatste minuten van de rit af. Aan de rand van het bos, voor een houten huis met een enorme voortuin vol bloemen en kruiden, laat ik me van zijn rug glijden. Fynn loopt dankbaar naar een grasveld dat een paar meter verderop ligt, terwijl ik op de bel druk. En dat nogmaals doe.
De deur blijft gesloten.

verder :upside_down_face:

Oeeh, ik volg! Verder!