[Verhaal] 'Want wij zijn de toekomst'

[A/N] Hallo daar! Je zal wel denken; wat doet zij nou hier, met zo’n nieuw account? Ik wil dit gewoon graag anoniem schrijven, haha :sunglasses:.
Even een korte omschrijven van mijn super-awesome-nog-niet-echt-geschreven-maar-dat-komt-wel verhaal. (Zo, die is op haar achterhoofd gevallen :flushed:); Het is de bedoeling dat het gaat over de keuzes die (niet zo heel doorsnee) begin-twintigers moeten maken over de rest van hun leven (lekker filosofisch).
Dus, without further ado; hier is de proloog (wat technisch gezien geen proloog is):


Terwijl ik de bekende trappen oploop lijkt het alsof ik ze hoor praten. Alsof ik ze hoor lachen, huilen, dansen en zingen.
Maar dat is mijn verbeelding. Mijn voetstappen die weerklinken in het trappenhuis zijn het enige geluid.
Ik denk terug aan hoe we ons konden verliezen op deze plek. Hoe we hier niet aan de verwachtingen dachten, of de druk op onze schouders.
Hoe we de kinderen konden zijn die we stiekem nog waren.
Ik weet ook dat diezelfde tijd gebouwd was op een leugen. Op een illusie dat wij de macht hadden over onszelf. Dat wij konden zijn wie wij wilden zijn.

Voor ik het weet ben ik boven en duw ik de deur open. De buitenlucht is koud en er gaat een rilling over mijn lichaam.
Het oude studiootje op het dak staat er nog hetzelfde bij. Ik loop naar het raampje en gluur naar binnen.
Een glimlach verschijnt op mijn gezicht als ik zie dat het er nog staat. Onze illusie, vereeuwigt op de muur van deze oude studio:
Want wij zijn de toekomst

Super interessant!
Ik ben benieuwd welke kant je hiermee opgaat!

[A/N] Toffe reacties, dus laten we maar beginnen :grinning:. Ik hoop dat het niet te saai is, haha, maar ik ben nogal fan van een sterke opbouw :upside_down_face:
ANYWHOO Let’s start:


“Als wij haar afleiden, pak jij snel haar tas en ren je weg.”
Twee jongens en een meisje zaten buiten op een tafeltje van de McDonald’s. Vanaf daar konden ze de gasten zien komen en gaan, maar waren ze zelf bijna niet zichtbaar, en dat gaf de perfecte gelegenheid voor wat roddels en, kennelijk, voor het plannen van berovingen.
“Ja, dat is logisch. Laat de langzaamste van het stel met de buit wegrennen.” Lachte Sarah om het absurde idee van haar collega.
“Eigenlijk wel, want wij leiden haar af, dus ze merkt het niet direct. En als ze er dan wel achter komt moeten wij ook als de wiedeweerga weg.” Zei de jongen die met het idee was gekomen. Hij droeg een grijze trui over zijn uniform, en in zijn hand brandde een sigaret langzaam weg.
“Ik ga niet het plan volgen van iemand die ‘de wiedeweerga’ zegt hoor.” De tweede jongen lachte ook en blies de rook van zijn sigaret in het gezicht van de grijze trui. Helaas zat Sarah naast de grijze trui, waardoor ook zij van de rook kon meegenieten. Al hoestend vroeg ze zichzelf af waar die twee het geld vandaan haalden om te roken. Eigenlijk wilde ze het antwoord daarop niet weten, dus stond ze maar op.
“Bedankt voor die wolk kanker, Chris, maar ik ga weer aan het werk. Sommigen onder ons proberen namelijk legaal geld te verdienen.”
Eén van de jongens maakte nog een opmerking dat ze de illegaliteit toch eens moest overwegen, maar Sarah negeerde het en liep richting de crew-ingang.

Eenmaal binnen pakte ze snel haar telefoon en checkte haar e-mail. Zuchtend merkte ze op dat er nog steeds geen antwoord was op haar oproep voor een kamergenoot. Ze had gehoopt dat het makkelijker zou zijn, maar zoals verwacht wilde niemand een kleine studio met een wildvreemde delen.
Teleurgesteld legde ze haar telefoon weer terug in de kluis, bond haar blonde haren bij elkaar en deed haar petje op. Nog een paar uur friet en burgers serveren, en dan kon ze naar huis. Hetzelfde huis waar ze over een maand uitgetrapt zou worden als ze niet snel een kamergenoot vond.

**

Uitgeput plofte Beau neer op de bank in haar kamer. Ze trapte haar hoge hakken uit en raakte in het proces bijna Daan, die achter haar aan was gelopen.
“Ik snap dat je gefrustreerd bent, maar om nou met stiletto’s te gaan gooien…” Grinnikte hij, terwijl hij de schoenen netjes naast de bank neer zette.
“Ik snap niet hoe je zo kalm kan blijven.” Zuchtte Beau. Ze keek naar de ring om haar vinger. Hij voelde zwaar en door de gebeurtenissen van de dag wilde ze het ding het liefst door de wc spoelen.
“Wat moet ik dan? Me opwinden over iets wat ik al mijn hele leven weet?” Hij haalde zijn schouders op en deed de televisie aan. Beau liet, als teken van wanhoop, haar hoofd in haar handen zakken. Daan had gelijk, ze wisten dit al hun hele leven. Toch was ze gefrustreerd dat het zo gelopen was. Alsof het ouderlijk gezag nog even goed duidelijk wilde maken dat weigeren geen optie was.

De rest van de avond werd er bijna geen woord meer gesproken. Ze keken een film, maar Beau kon zich er niet op concentreren. Ergens halverwege was Daan in slaap gevallen, en toen Beau zelf ook haar oogleden zwaarder voelde worden maakte ze hem wakker en stuurde ze hem maar naar huis. Normaal zou hij op de bank kunnen slapen, maar na alles wat er die dag gebeurd was wilde ze even weg zijn van haar beste vriend.

De volgende dag stapte Beau met lood in haar schoenen uit de auto.
Ze stond voor een modern pand, en de letters ‘F.G. UNIVERSITY’ stonden trots op de voorgevel. In de grote tuin naast de universiteit waren een aantal studenten aan het praten en de parkeerplaats aan de andere kant stond vol met de mooiste auto’s. Het zag er prachtig uit, maar Beau had andere dingen aan haar hoofd. Bijvoorbeeld de groepjes studenten die voor de ingang van het pand stonden.
Toen ze uitstapte leek het er even op dat niemand nog van het nieuws van de dag ervoor gehoord had, maar het tegenovergestelde bleek waar.
Alsof het geoefend was keken alle studenten ineens naar Beau en het viel doodstil.
Ondanks dat ze zich ongemakkelijk voelde, nam ze diep adem en begon zich richting de ingang te bewegen. Ze voelde de blikken die strak op haar gericht waren, en hoorde een fluister hier en daar, maar niemand durfde echt wat hardop te zeggen. Voordat Beau kon ontploffen werd er een arm om haar schouders heen geslagen. Toen ze opkeek keek ze recht in het gezicht van iemand die ze ook daadwerkelijk wilde zien. Michael.
Hun publiek liet wat oh’s en ah’s vallen, maar dat scheen Michael zijn laatste zorg te zijn.
Hij zei niks maar lachte naar het gespannen gezicht dat hem nog steeds aankeek en sleepte Beau snel mee naar binnen, weg van de starende groep.

Leuk! :slightly_smiling_face:
Ben benieuwd wat er is :flushed:
Verderverder!! :upside_down_face:

Ben echt benieuwd hoe het verder gaat! Ga dit zeker in de gaten houden

Hij nam haar mee naar het atelier. Het atelier was eigenlijk een studie ruimte in de universiteit bedoeld voor Michael, maar het werd meer als een privé-kantine gebruikt door hemzelf en zijn vrienden.
Zodra de deur achter Beau en Michael dicht viel sloeg ze zijn arm van haar af en stormde ze naar het toilet iets verder op.
‘Graag gedaan.’ Mompelde Michael terwijl hij achter zijn bureau ging zitten.
‘Laat haar, ze heeft het zwaar gehad en moest vervolgens ook nog door jou gered worden. Dat doet geen wonderen voor haar ego.’ De stem kwam van de bank, waar een lange jongen een boek zat te lezen.
Michael zuchtte. ‘Ik hielp haar omdat ze een vriendin is, maar als het hierover gaat ben ik het eens met Daan. Ze windt zich er teveel over op.’
‘Haar verloving met iemand die ze als haar broer ziet is gisteren onofficieel aangekondigd zonder dat ze het wist op het feest van de grootste concurrent van het bedrijf dat ze later over moet gaan nemen met eerdergenoemde verloofde, en jij zegt dat ze zich er niet over op moet winden?’ De jongen schudde zijn hoofd. ‘Het spijt me zeer, maar ik geef haar groot gelijk.’
‘Dat komt omdat je niet weet waar je het over hebt. Heb jij geen extra les of zoiets?’ Michael startte zijn laptop.
‘Hoezo? Wil je me weg hebben?’ De jongen keek naar zijn vriend en toen er geen antwoord kwam gooide hij een kussen naar zijn hoofd. ‘Een beetje respect voor de ouderdom, graag.’
Net op dat moment ging de deur open en verscheen Daan. ‘Jeremy, je bent één jaar ouder. En respect moet je verdienen.’
‘Fysiek één jaar, mentaal ben ik bijna bejaard.’ Zuchtte Jeremy. ‘Had je geen last van de zoemende muggen?’
‘Ik heb anti-muggen spray opgedaan voordat ik weg ging,’ Zei Daan, zonder antwoord te geven op de echte vraag. ‘Waar is Beau?’
‘Je geliefde heeft zichzelf uit schaamte opgesloten op de wc.’ Zei Michael, die inmiddels helemaal gefocust was op zijn laptop.
‘Haha, heel grappig.’ Daan liep richting de wc en leunde tegen de deur. ‘Beau? Dit ga je niet leuk vinden, maar er is een etentje vanavond, en wij worden er ook verwacht.’
Even was het stil, en toen klonk er een vloek, een knal, en het geluid van vallend glas.
Michael keek op van zijn laptop. ‘Subtiel gebracht, Daan.’