[Verhaal] Waar alles is

Proloog - Perfecte imperfectie
Met twee handen liet hij zijn vingers over haar naakte rug glijden. Ze sliep, vast, diep, voelde zijn strelingen niet, zijn ademhaling tegen haar strakgespannen vel. Ze droomde, maar hij was wakker, hij ontdekte, in alle rust.

Na wat ontbare ogenblikken scheen richtte hij zich op en aanschouwde haar in het blanke maanlicht, dat een baan van melkbleek licht wierp op haar schouders, de glinsterende mantel van de nacht. Hij staarde en peinsde en overwoog haar om te draaien, maar het beeld was te vredig om te verstoren.

En toen ontdekte hij het, het wondje, de wond, in zijn hoofd werd het een gapend gat, met bloed en losgerukte pezen. In werkelijkheid was het amper een wond te noemen, maar de aanblik van haar gebutste volmaaktheid stemde hem onmeetbaar droevig. Hij wilde haar vragen naar de oorzaak, maar besloot zijn nieuwsgierigheid te bewaren voor het ontbijt, in de wetenschap dat dat de laatste keer was dat hij haar zou zien.

Behoedzaam reikte hij over haar heen en streelde met een vinger de lange, rode, licht gezwollen lijn op haar onderarm. Misschien een haal van een kat. Hij bekeek haar nogmaals en concludeerde dat ze er niet minder mooi op was geworden: de imperfecte in haar huid vervolmaakte haar wezen. Ze was een perfecfe imperfectie.

Eindelijk eens een jongen als hoofdpersoon!!
Tot nu toe tenminste.
Daar kan natuurlijk nog verandering in komen.
Ik vind het een mooi begin!
Snel verder.