[verhaal] Vuurvrees

Hoi lieve lezers,

IK HEB GEEN IDEE WAAR IK MEE BEZIG BEN. Een uur geleden bedacht ik een nogal gaaf concept en ik begon het uit te werken, maakte er een cover bij en nu post ik dit hier. Dus eh, welkom in het topic.

Anyway, ik begin maar gewoon met mijn vaste praatje! Ik heb een druk jaar voor de boeg en ik weet niet hoe vaak ik kan schrijven (dat was onderstreept dus lees het). Ik streef naar twee keer per week posten, maar soms zal ik die week wat langer maken. Dus heb een beetje geduld!
Nog wat dingetjes;

  • Af en toe staan er A/N’s (author’s note) in een stuk; dat zijn kleine mededelingen, soms belangrijk zodat je beter begrijpt wat er staat, soms gewoon omdat ik iets in het stuk wil droppen wat er niets of nauwelijks mee te maken heeft haha.
  • Waarschuwingen voor triggers of andere dingen geef ik pas boven het desbetreffende stuk aan (als ik ze al nodig heb - ik heb nog laaaaaang niet alles uitgewerkt).
  • Wees een beetje lief voor me :grinning:
    Hopelijk veel leesplezier!

Vuurvrees

Liefde gaat ver, zeggen ze. Ongelooflijk ver. Niemand durft er afstanden aan te verbinden; alsof ze bang zijn voor de golflengtes en lichtjaren die ze zullen moeten afleggen. In plaats daarvan wuiven we alles weg, want ‘liefde maakt blind’.
Maar hoe blind maakt liefde als je niet meer kunt zien hoe ver ze reikt?

If this is to end in fire
Then we should all burn together
- Ed Sheeran

-ik zal de proloog zo snel mogelijk hier neerzetten-

Joehoeeeeee ik ben benieuwd!
Ik ben trouwens aan t bedenken of je een andere username hebt gehad hèhè

Thanksss! En ik was Fivenne :grinning:

wow die paar zinnen pakten me al, ik volg!!!

Proloog

Er is niet veel nodig om vuur te laten laaien. Het rukt plotseling op, een knisperende hitte die alles met een avondgele horizontint verlicht, aangestoken met dezelfde zuurstof die wij argeloos inademen – onze longen praktisch brandhout.
Het is een angst die ontstaat zodra we de rook ruiken, een uitlaatgas van het verbrande. Men zegt vaak dat het aan de instabiliteit ligt; een wakkerende vlam, uitwijkend naar een mogelijke brandbaarheid. Je hoeft maar te blazen of het huivert. Alsof het iets van kou voelt. Alsof het eenzaam begint te dansen met bibberende benen. Één keer blazen, één keer blussen. Dat is alles wat nodig zou moeten zijn.
Zodra we elkaar diep in elkaars pupillen kijken, op zoek naar een troebele weerspiegeling van een kunstmatige regelmaat; ta-tu-ta-tu, we draaien ons om naar de brandweerwagen die nadert, terwijl het net zo goed tu-ta-tu-ta zou kunnen zijn, maar wie geeft daarom. We kijken ernaar, van een afstand, ver genoeg verwijderd van het punt waarop de vlammen overgaan in onschuldige lucht. Fluisteren speculaties van een gewenste sensatie – ramen springen stuk als glazen alarmbellen – herhalen de namen van hun kinderen – as bedekt wat ooit niet zwart was als een geruststellende blinddoek – kijken op ons horloge om zeker te weten dat we niet te laat komen, en het is niet laat, maar toch gaan we naar huis.
Vuurrood, zeggen ze vaak. Rood zou de kleur van gevaar moeten zijn, steeds iets meer afzwakkend naar oranje, naar geel, naar de kleur van wat we dan ook vrezen. We staren ernaar, kijken gauw weer weg en zien de afdruk van het licht op ons blikveld, ons voor enkele seconden achtervolgend, en dan – eindelijk – dovend. En toch heeft niemand het over het angstaanjagende blauw, fluorescerend in het daglicht, sluipend met een lichte ruis. De kleur van een door wolken onaangetaste lucht. Een schijnheilige tegenstander, liefkozend en lokkend totdat het blauw overgaat in de kleur van bloed tussen de asresten. De vijand heeft zijn masker afgedaan.
Het is niet lastig om ergens bang voor te zijn, nee, absoluut niet. Zolang je angst blijft voeden, zal het groeien, volwassen worden, totdat het uiteindelijk op zijn eigen, intimiderende manier voor je zal zorgen op de meest donkere manieren, een ongewenst kind.
Angst voor vuur is niet ongegrond. Dat is een angst nooit. En elke angst – hoe diep weggestopt dan ook – heeft een antwoord als een constante vraag.
Twaalfhonderd graden Celsius.

HA dat dacht ik al! Liefde! Ik volg! Hou er nu al van en van je schrijfstijl!

in 1 woord: wow

Mijn 1e reactie: OMG FIEF HEEFT EEN VERHAAL GEPOST
Mijn 2e reactie: godver hoe kan dat kind zo goed zijn

ik hoef geloof ik niet meer te vermelden dat ik volg

YAAAY OMG FIEV HEEFT WEER EEN VERHAAL GESTART!

Ik volg!

Nu even lezen :grinning:

JULLIE MAKEN ME ZO BLIJ HOU OP

:grinning: :grinning: :grinning:

O, wauw, ik was vergeten hoe ongelooflijk, fantastisch, prachtig, professioneel je schrijft :smiling_face_with_three_hearts:
En ik zie een Ed Sheeran lyrics, dus ik ben al helemaal niet meer weg te halen hier!

[s]Voor het geval je het nog niet in de gaten had, Perro volgt.

hahahahaa en idd je schrijft echt zooo goed!

Hallo wat is een verhaal zonder Ed :grinning: (ik denk zelfs dat ik elk stukje ga beginnen met een quote van hem ha)
En echt dankjulliewel, jeeez zo lief! Waarschijnlijk morgen weer een stuk, en anders vanavond laat haha.

Ik volg :slightly_smiling_face:

Jaaaa ik volg. Bloedbrieven heb ik maanden geleden gelezen, maar ik ben nog steeds niet vergeten hoe geweldig dat verhaal was. En nu ik dit eerste stukje lees, weet ik weer waarom ik bloedbrieven zo geweldig vond: jij maakt van elke zin een eigen kunstwerkje. Echt, soms kan ik een zin in jouw verhaal keer op keer blijven herhalen omdat die zo mooi is.
De manier waarop jij met woorden speelt en dingen zo origineel op ‘papier’ kunt zetten, is echt ongelooflijk. Ik kan daar alleen maar heel veel respect en diepe bewondering voor opbrengen.

I want a new part!!

je schrijft echt fantastisch goed!!

Dit.

Jullie zijn súper, wow, dit had ik niet verwacht! Lovemylife, jij schrijft zelf zó fantastisch dat dat het enorme compliment nog meer bijzonder maakt, echt! Iehhh, me = blij.
Nog even wat extra info; ik zal switchen tussen zijn POV, haar POV en de personale verteller. Zelf heb ik een hekel aan lezen in de personale verteller, dus het zal niet al te vaak voorkomen haha; ik vond het zelf wel passend om het bij dit eerste stukje te gebruiken.

‘’Zeg dat je van me houdt of ik steek je huis in brand.’’
Het was duidelijk, duidelijk genoeg. Voor haar was het al die tijd al duidelijk. Maar ze wist ook dat liefde van één kant slechts overspoelde – een verwarde tsunami. De weg kwijt. Nee, ze was de weg niet kwijt, dat kon niet, dat mocht niet. De weg was haar kwijt; het lot was haar uit het oog verloren, zíj was degene die gevonden moest worden, en dan het liefst door hem.
Zijn ogen stonden angstig, zijn pupillen een zwart gat waar een felblauwe iris in meegetrokken werd. Een sterrenstelsel, kleine stukjes heelal uit de ruimte gepikt, zuurstofloos, ademloos, lévenloos op de meest ademende manieren. Ze kon er eeuwig naar blijven kijken. Haar eigen weerspiegeling, gelaagd met zijn perfectie.
De tape klemde zijn lippen af. Zijn lippen, gekleurd met kus. Het kon allemaal van haar zijn, en zij kon helemaal van hem zijn, elkaars bezit. Ze konden elkaars liefde tellen met kloppende harten. Ze wist dat het kon en nu was het zijn beurt. Het touw sneed liefkozende wonden in zijn toekomstige littekens – ja, hij zat vastgebonden, maar een offer moest er zijn. Zij had zichzelf al gegeven en alles wat er nu nog moest gebeuren was hij. Hij moest gebeuren, beseffen, zijn.
Zij de orkaan, en hij het oog daarvan.
‘’Ik ga nu de tape weghalen. Als je schreeuwt, steek ik het touw aan. Oké?’’
Hij knikte. Natuurlijk knikte hij – ze was gek. Doorgedraaid totdat er verschillende soorten zwaartekracht ontstonden. Haar blik tatoeëerde dreigementen op de zijne en hij dwong zichzelf te slikken. Zijn keel was opgezet, maar wist een rauwe grom van pijn uit te brengen toen de band van zijn lippen werd getrokken en hij voelde hoe de angst daar als hitte plaatsnam. Tranen prikten overal, dreigend aan de oppervlakte te komen als een lijk van lang geleden.
‘’Ik doe dit voor jou,’’ beloofde ze. Haar hand reikte naar zijn voorhoofd en hij deinsde achteruit, zijn rug tegen de koude muur. Het voelde als vaste buitenlucht en hij ademde diep in – adem in, in, in, en niet meer uit, want hij wist simpelweg niet wanneer hij dan weer een ‘in’ zou verdienen.
Ze keek hem woedend aan op een treurige manier. Een klap op zijn wang. Een brandend gevoel van realiteit.
‘’Zeg het,’’ beval ze. Een schorre adem-in bij haar keel.
‘’Ik hou van je.’’ Zijn toon was een leugen en hij kromp ineen, geslagen door het gebrek aan waarheid.
‘’Ik ook van jou.’’ En met die tevreden vaststelling ging ze naast hem zitten, een langzame glimlach op haar gezicht.

Wauw!

Ik vind het zo mooi hoe jij schrijft, ik ben benieuwd!