Verhaal[Vijfvoud van mijn hart voor jou]

Ik heb dit al is eerder geplaatst, maar het was niet af.

~~~ 1. Waarom houd ik van jou? ~~~~

Ik kijk om me heen. Het licht van mijn schemerlampje weerspiegelt op je blote rug, waar ik net zachtjes met mijn vingers over heen streelde. Eindelijk ben je gestopt met snikken, want de ruzie van zojuist hakte er aardig in bij je.

[b]‘Waarom houd je van me?’ vroeg je me met indringende ogen.
Je had me net verteld dat je twijfelde of ik het meende, of ik wel echt gek op je ben. Dat deed pijn, je betekend zoveel voor me.

‘Waarom houd je van me?’ vroeg je me nogmaals, omdat ik niet direct antwoordde.
Ik vertelde je dat ik van je hield om wie je bent, om wat je doet, en om wat je met me doet. Het verbaasde mij -en jou?- dat ik geen duidelijke reden kon geven, want normaal kom ik zo goed weg met woorden. Ik pakte je hand vast, hij voelde koud aan en je trilde. Je gaf mij een kusje op mijn wang en vluchtte naar boven. Onderaan de trap zittend hoorde ik je wenen.
‘God, wat doe ik hem aan. Ooit was hij zo stevig. Trots, zelfverzekerd en hij voelde zich – zoals hij het zegt- een blonde god die niet echt blond was. Ooit was hij een man, maar de laatste dagen zie ik steeds meer terug van de kleine jongen in hem.’ fluisterde ik tegen de muur, terwijl ik afwachtte tot je wat stiller was. Ik ben naast je in bed gekropen, toen je al half sliep, en streelde je laatste snikken weg.

[/b]Nu zit ik hier naast je op bed, ik kan de slaap niet vatten. Je rustige, stabiele ademhaling klinkt als muziek in mijn oren. Op zijn aller-zachtst heb ik zo juist mijn kladblok uit je houten bureau gepakt. Halverwege het bed struikelde ik gelukkig over een pen, die hoefde ik dus ook niet meer te zoeken. De pijn die ik net in je ogen kon lezen, heeft me na doen denken. Waarom houd ik van je? Waarom is het jij en ik, en niet ik en de jongen die me altijd een cola’tje geeft in de kantine als ik naar je voetbal kijk? Nu jij slaapt, heb ik nog wel even tijd om erover na te denken, en ik hoop dat als jij wakker bent ik alles heb kunnen opschrijven. Mijn vijf ode’s aan jouw liefde. Mijn vijfvoud van mijn hart voor jou.

waauw je hebt echt schrijftalent!
meer :grinning:

Merci

Wauwi! Ga door!

~~~~ 2. Omdat jij mijn rotsblok bent.

De voornaamste reden dat ik van je houd, is het feit dat je er altijd voor me zal zijn, en bent geweest. Ik kan op je rekenen als op geen anders, als op geen andere rekenmachine. Al bel ik je middernacht, als sms ik je als je aan de andere kant van de wereld zit, als ik je nodig heb, kom je direct naar me toe. Waar baseer ik dit op? Ik herinner me nog afgelopen zomer.

De zomerregen tikte zachtjes op mijn raam, en als ik naar buiten keek zou ik een regenboog zien. Ik voelde me al een aantal dagen niet goed, ik had weinig energie.
‘Eet je wel voldoende?’ had je me diezelfde ochtend gevraagd, net voordat ik je uitzwaaide. Je ging met het vliegtuig een weekje naar Spanje met je opa.
‘Omdat hij zo houdt van het strand.’ had je dat uitgelegd. 'Opa heeft sinds oma is overleden geen glans meer in zijn ogen, maar als hij mij verteld over hoe zij ‘s ochtends paarlemoer kleurige schelpjes zochten, en deze aan een ketting regen, zie ik zijn ogen schijnen. Feller dan de felste zonnestraal, mooier dan een zonsondergang op het uiterste puntje van de wereld.’
‘Ik eet genoeg.’ antwoordde ik. Ik denk dat je de leugen in mijn stem van meters ver kon horen. Je streelde over mijn heupen en mijn ribben. Ik voelde je handen over mijn botten gaan.
‘Één, twee, drie… Godver! Ik kan je ribben tellen, je heupen steken uit en er hangt geen greintje vet meer om je polsen.’ zei je geschokt.
‘Ik ben ziek geweest, weet je nog? Dat griepje?’ had ik je gezegd, en je had het genomen zoals ik het zei.
Ik zoende je op je zachte lippen, fluisterde dat ik van je hield en ging op weg naar huis. Ik zou een week alleen zijn, papa en mama hadden een vakantie nodig om nader bij elkaar te komen. Dat kan ik trouwens beamen. De laatste tijd waren ze als vuur en water. Als de één een romantisch vuurtje probeerde te maken, nam de ander geen bord voor de bond, en bluste hem met een waterval aan beledigingen. Het laatste eind van het station naar huis moest ik fietsen. De eerste stukken gingen nog wel, mijn benen gingen zwaar, maar ja, wat wil je ook als je zoveel bent afgevallen? Ik was nog zo’n 2 kilometer van huis, toen het begon te brandden in mijn benen. Kreunend van pijn ben ik naar huis gekomen, aangekeken door kleine jongetjes en bezorgde leden van de majorette vereniging. Ik kroop vlug mijn bed in, en werd steeds zieker. De wereld draaide om mij heen. Eerst vond ik het wel mooi, het gaf me zo’n vertroebeld beeld van de werkelijkheid, maar later kwam het op mij af. Ik kreeg het gevoel alsof ik beland was in een bad trip. De muren vielen mij aan, ik bleef maar vallen in een gat waarvan ik het einde niet kon zien. Mijn mobiel kon ik met moeite uit mijn broekzak wurmen, en ik toetste wat in, hopend dat ik je nummer had.
‘Kom terug.’ wist ik er nog uit te brengen.
‘Ninda! Wat is er?’ schreeuwde je door de microfoon van de telefoon.
‘Ninda! Zeg dan wat!’ zei je er achteraan. Ik bewoog mijn lippen, proberen te vertellen wat er is gebeurd, dat ik te weinig at, en dat het haast te laat is, maar er kwam niet meer uit dan een kleine kraak. Nog een aantal maal riep je mijn naam, maar ik kon niet meer dan luisteren. Na anderhalve minuut legde je je telefoon op de haak, en ik dacht dat ik het vergeten was. In mijn hoofd nam ik afscheid van iedereen, en zag ik je al staan in een donker pak op mijn begravenis. Niet veel later verloor ik mijn bewustzijn.

En het is dankzij jou, dat ik hier nu nog ben. Het is dankzij jou dat ik hier nu met deze pen in mijn hand kan beschrijven hoeveel je voor mij betekend. Je had rechtsomkeert gemaakt, opa kon nog wel een weekje of twee wachten op zijn vakantie. Je was het huis binnengekomen, met de sleutel die ik je gegeven heb, en regelrecht naar mijn kamer gekomen. Je zag me liggen – volgens jouw was ik bleek en koud, alsof ik dood was- en belde direct de hulp instanties.

Je moet eens weten hoeveel het voor mij betekende, en nog steeds betekend dat ik wakker werd, terwijl jij mij met je bosbruine ogen aankeek, en een klein kusje op mij voorhoofd gaf. De tijd die volgde was moeilijk. Thuis kon ik niet leven, ik was te verslaafd aan het kwijt raken van kilo’s en centimeters, het gaf mij zoveel zelfvertrouwen, daarom heb ik in een kliniek gezeten, waar ik verplicht moest aankomen. Jij kwam trouw elke avond langs, en je vertelde me zo heerlijk over wat je gedaan had, hoe je het vond, en waar je wou dat ik bij was.

Ode aan jou, omdat jij mijn thuishaven bent, mijn reddingsboot. Als ik dreig te zinken, of al gezonken ben, ben jij er om mij weer omhoog te vissen, en te steunen waar je kan. Ode aan jou, mijn hart in enkelvoud omdat jij mijn rots bent, waar ik op kan bouwen

Mooi, (:
paar spellingsfoutjes &interpunctiefoutjes, maar wel mooi omschreven allemaal.

~~~~3. Omdat je het lichaam van een engel hebt.

Nadat ik je mijn eerste reden heb geschreven, moest ik eventjes stoppen. Ik dacht dat je wakker werd, maar het enige wat je deed was je in je slaap uitrekken, en op je rug gaan liggen. Ik heb een aantal minuten naar je liggen staren, vergetend waar ik mee bezig was. Je lichaam boeide me, elk stukje straalt zoveel uit, elk stukje doet me gloeien van binnen, en dat brengt me bij mijn tweede punt. Ik hou van jou, omdat ik je prachtig vind. Het doet me denken aan toen ik je voor het eerst zag.

Op blote voeten liep ik over het strand. Het was 5 uur 's ochtends, de zon maakte zijn weg naar boven en ik dacht dat ik wel alleen zou zijn. Genietend van de stilte, en de schreeuwen die de aanspoelende golven met zich meenamen, liep ik verder van de pier af. Met mijn ogen dicht liep ik verder, ik kende dit strand als geen ander. Na een aantal minuten wandelen deed ik mijn ogen open, en daar zat jij. Met je rug naar me toe, voeten in het warme ochtend-water. De opgaande zon kietelde je donkerbruine haar. Een eerste vlindervlucht nam plaats in mijn buik, even was ik bang dat ik op zou stijgen. Je armen had je om je opgetrokken knieën geslagen. Op je rechter arm had je een kleine tattoo met een chinees teken, wat later vertrouwen bleek te betekenen. Je schouders hingen losjes, alsof er geen gewicht aanhing, alsof je niets te klagen had. Je rug was gekromt, en je ruggenwervel stak uit. Ik liep rustig naar je toe, met tranen in mijn ogen. Nog nooit had ik iemand gezien, zo ontroerend mooi. Toen ik bijna achter je stond, draaide je je hoofd om. Je zei niets, maar stak je hand uit, terwijl je bruine ogen zich op de mijne vestigden. Geluidloos snikkend ging ik naast je zitten, en liet net als vanochtend mijn vinger over je rug lopen.

Sinds die dag ben ik niet meer bij je weg geweest. Jij had je arm om mij heen geslagen, en ik mijn hoofd op je gewichtloze schouders gelegd. Ik had je verteld dat ik je prachtig vond, en jij had niet meer gedaan dan een klein kusje op mijn voorhoofd.

Nu ik dit aan het schrijven ben, dwarrelen er alweer kleine tranen over mijn hamsterwangetjes.
Zoals je hier ligt te slapen, zoals het schemerlampje je lichaam belicht, het is net als toen. Ik leg even mijn hoofd op je buik, en geef een klein kusje. Je zegt me weleens dat je niet snapt wat ik in je zie, dat je niet snapt hoe ik kan vallen op je tengere armen, op je knobbelige knieën en grauwe ogen, maar ik snap niet hoe jij zo’n vertekend beeld van je schoonheid kan hebben.

Ode aan jou, omdat jij het lichaam van een engel hebt. Het lichaam dat me doet sidderen van geluk, het lichaam dat me doet branden van liefde. Ode aan jou, mijn hart in tweevoud omdat jij mijn perfectie bent.

verder,please

up

Sorry ik zal vandaag of morgen beide van mijn verhalen updaten. Ben niet thuis

~~~~4. Omdat jij meer bent dan Romeo.

Ik heb vlug eventjes op mijn horloge gekeken, het is kwart over vijf. Over enkele minuten zullen de eerste lichtstralen binnen vallen, en dan kan ik schrijven zonder de gloed van het kunstlicht. Mijn vingers beginnen pijn te doen van het schrijven, en af en toe klemmen ze zich krampachtig rond mijn pen, maar ik heb het voor je over. Vind je het niet romantisch, dat ik hier schrijf terwijl jij zachtjes slaapt, alleen om je te vertellen waarom ik van je houd? Ik vind het heel romantisch, maar lang niet zo romantisch als jij kan zijn.

Het was een decemberavond en ik zat thuis met mama voor het haardvuur. Buiten sneeuwde het, en de koude lucht deed de druppeltjes op de straatlantaarn bevriezen tot een heuse ijspegel. Mama had warme chocolademelk gemaakt, en terwijl het vuurtje knisperde dronken we het zachtjes op. Het was net voor negen, toen de bel ging.
‘Ik doe wel open.’ zei ik tegen mama, en rende naar de deur.
‘Kleed je warm aan, en zeg maar tegen mama dat ik je niet te laat thuis zal brengen.’ zei je zachtjes. Aan je ogen kon ik zien dat je wat van plan was, ze hadden een glans in zich die ik niet vaak zag. Niet veel later stond ik warm ingepakt naast je, en liep ik samen met je weg. Op de hoek van de straat deed je een me een blinddoek om, en fluisterde je zachtjes : ‘Je moet me vertrouwen. Ik hou van je, engeltje.’
Hand in hand leidde je me de weg, en ving je me op als ik zachtjes uitgleed over een sneeuwbult. Hoewel het koud was buiten, voelde ik mijn wangen gloeien van spanning, van nieuwsgierigheid, maar most of all van liefde.
We zullen een kwartier gewandeld hebben, toen je stopte en je handen zich weer naar mijn achterhoofd begaven.
‘Nog even je oogjes dicht houden.’
‘Zal ik doen.’
‘Ik meen het he, echt niet kijken.’
‘Neehee, beloofd.’ God, wat kan ik er slecht tegen hoe je me zo kunt laten wachten. Ik voelde een kusje in mijn nek, kneep mijn ogen dicht, nog net voor dat je blinddoek openknoopte en hem voor mijn gezicht weghaalde. Ik hoorde je weglopen, iets kraakte onder je voeten, zachtjes en twijfelend.
‘Kijk maar.’ zei je, en ik opende mijn ogen. We waren aangekomen bij het lokale meertje, die inmiddels bevroren is. Op het ijs stonden kaarsjes, in de vorm van een hart, en in het midden stond jij, naast een grote stapel dekens. In je hand had je 2 wijnglazen, en op de grond stond mijn favoriete wijn. De maan scheen in je ogen, en terwijl de sneeuw zachtjes voor je langs sneeuwde, kon ik nog zien hoe je stond te glimlachen, net als ik. Voorzichtig was ik naar je toegekomen, over de kaarsjes gestapt en ik had mijzelf in je armen geworpen.

Als ik er aan terug denk, voel ik nog steeds de vlindertjes in mijn buik. We hebben heerlijk warm gelegen, op en onder de dekens. Je vertelde me dat je meer van me hield, dan het aantal sneeuwvlokjes dat zich op en om ons heen nestelde, en dat je me mooier vond dan alle sterren bij elkaar. Daarna kuste je me, en zei je dat onze liefde sterker was dan het ijs waarom wij lagen, en langer zou duren dan alle dagen van de ijstijd. Ik vertelde je dat ik van je hield, van jou en de romanticus in je.

Ode aan jou, omdat jij romantiek een nieuwe dimensie geeft. Omdat jouw woorden en je daden samen een nieuwe hemel creëren, omdat jij mij kan laten zien en voelen wat gelukkig zijn is, omdat jij de spil van mijn leven bent. Ode aan jou, mijn hart in drievoud omdat jij meer bent dan een Romeo

~~~~4. Omdat jij meer bent dan Romeo.

Ik heb vlug eventjes op mijn horloge gekeken, het is kwart over vijf. Over enkele minuten zullen de eerste lichtstralen binnen vallen, en dan kan ik schrijven zonder de gloed van het kunstlicht. Mijn vingers beginnen pijn te doen van het schrijven, en af en toe klemmen ze zich krampachtig rond mijn pen, maar ik heb het voor je over. Vind je het niet romantisch, dat ik hier schrijf terwijl jij zachtjes slaapt, alleen om je te vertellen waarom ik van je houd? Ik vind het heel romantisch, maar lang niet zo romantisch als jij kan zijn.

Het was een decemberavond en ik zat thuis met mama voor het haardvuur. Buiten sneeuwde het, en de koude lucht deed de druppeltjes op de straatlantaarn bevriezen tot een heuse ijspegel. Mama had warme chocolademelk gemaakt, en terwijl het vuurtje knisperde dronken we het zachtjes op. Het was net voor negen, toen de bel ging.
‘Ik doe wel open.’ zei ik tegen mama, en rende naar de deur.
‘Kleed je warm aan, en zeg maar tegen mama dat ik je niet te laat thuis zal brengen.’ zei je zachtjes. Aan je ogen kon ik zien dat je wat van plan was, ze hadden een glans in zich die ik niet vaak zag. Niet veel later stond ik warm ingepakt naast je, en liep ik samen met je weg. Op de hoek van de straat deed je een me een blinddoek om, en fluisterde je zachtjes : ‘Je moet me vertrouwen. Ik hou van je, engeltje.’
Hand in hand leidde je me de weg, en ving je me op als ik zachtjes uitgleed over een sneeuwbult. Hoewel het koud was buiten, voelde ik mijn wangen gloeien van spanning, van nieuwsgierigheid, maar most of all van liefde.
We zullen een kwartier gewandeld hebben, toen je stopte en je handen zich weer naar mijn achterhoofd begaven.
‘Nog even je oogjes dicht houden.’
‘Zal ik doen.’
‘Ik meen het he, echt niet kijken.’
‘Neehee, beloofd.’ God, wat kan ik er slecht tegen hoe je me zo kunt laten wachten. Ik voelde een kusje in mijn nek, kneep mijn ogen dicht, nog net voor dat je blinddoek openknoopte en hem voor mijn gezicht weghaalde. Ik hoorde je weglopen, iets kraakte onder je voeten, zachtjes en twijfelend.
‘Kijk maar.’ zei je, en ik opende mijn ogen. We waren aangekomen bij het lokale meertje, die inmiddels bevroren is. Op het ijs stonden kaarsjes, in de vorm van een hart, en in het midden stond jij, naast een grote stapel dekens. In je hand had je 2 wijnglazen, en op de grond stond mijn favoriete wijn. De maan scheen in je ogen, en terwijl de sneeuw zachtjes voor je langs sneeuwde, kon ik nog zien hoe je stond te glimlachen, net als ik. Voorzichtig was ik naar je toegekomen, over de kaarsjes gestapt en ik had mijzelf in je armen geworpen.

Als ik er aan terug denk, voel ik nog steeds de vlindertjes in mijn buik. We hebben heerlijk warm gelegen, op en onder de dekens. Je vertelde me dat je meer van me hield, dan het aantal sneeuwvlokjes dat zich op en om ons heen nestelde, en dat je me mooier vond dan alle sterren bij elkaar. Daarna kuste je me, en zei je dat onze liefde sterker was dan het ijs waarom wij lagen, en langer zou duren dan alle dagen van de ijstijd. Ik vertelde je dat ik van je hield, van jou en de romanticus in je.

Ode aan jou, omdat jij romantiek een nieuwe dimensie geeft. Omdat jouw woorden en je daden samen een nieuwe hemel creëren, omdat jij mij kan laten zien en voelen wat gelukkig zijn is, omdat jij de spil van mijn leven bent. Ode aan jou, mijn hart in drievoud omdat jij meer bent dan een Romeo

echt héél mooi

up

upje

up…

wauw

Vanavond een stukje!

jeej!

En ik zou het leuk vinden als je op www.kreukelwoord.nl keek of bij mn andere verhalen hier reageert