{verhaal} Verraad

[center]http://www.youtube.com/watch?v=yrdylCzUs7o&feature=youtube_gdata

De wereld is in strijd tussen 2 soorten, Numben (wezens met lange zwarte haren, donkere ogen, alles is donker aan ze met een kwaadaardige uitstraling) en de mensen. Dit komt doordat de ‘baas’ zegt dat de Numben de wereld al zwarter maken dan dat het is (de wereld is enorm verslechterd. In het jaar 2290 lijkt alles zwart. Mensen zijn zwak en hebben amper eten) waardoor 1 man de Numben zal willen afslachten.

Dit verhaal draait om een meisje die in deze tijd leeft, Elanor Effy. Effy heeft in deze haar moeder verloren en haar vader heeft ze nooit gekend. Ze heeft het zwaar waar neer haar broer ook moet vertrekken om mee te vechten tegen de Numben. Als hij zal willen overleven zal hij zijn eigen zus moeten verraden. Hij zal moeten kiezen tussen zijn eigen leven of die van zijn zus. [size=18pt]Beginnen?

Ja! :upside_down_face:

Klinkt leuk en je youtubefilmpje is ook mooi gemaakt

Begin! :slightly_smiling_face:

Mooi filmpje! Dus beginnen!

Vanavond of morgen staat het eerste hoofdstukje erop.

Ben benieuwd!!

Ik poste te vroeg, ben nog niet klaar. Ik drukte perongeluk al op verstuur… :flushed:

Sorry voor eventuele spellings fouten,iik ben dyslectisch.

Opnieuw, stampend zoals elke ochtend liep er iemand door het kleine huisje heen. Een bekend stukje lied werd er door het huis heen gezonden, net zoals elke ochtend. Het was dan ook meestal dezelfde die dat deed, mijn broer. Mijn moeder was ten slotte altijd ziek en ik was totaal geen ochtendmens. Dan bleef er maar één iemand over.Het was dan ook elke ochtend het zelfde liedje. Zingen, stampende Erik die door het huis heen zich klaar maakt voor de dag waarna hij mij en mijn moeder op haalt voor het ochtend eten. Altijd maar weer hetzelfde.
Daarom duwde ik mezelf me nu ook maar van het warme matras af waardoor ik op de koude grond terecht kwam. Echt een bed had ik niet, niemand hier in huis trouwens. We hadden al gelukt dat we een matras voor iedereen hadden. Rustig duwde ik me op mijn slaperige armen omhoog waardoor ik een beetje onhandig op mijn blote knieën terecht kwam. Een zucht rolde over mijn lippen heen waarna ik mezelf op trok aan een uitstekende buis die uit de muur stak. Wat die buis daar deed wist ik ook niet te zeggen, ik wist alleen dat het een erg handige buis was.
Het enigste wat er nog meer in de kamer lag waren 3 stapeltjes met kleding, de kleding voor maandags en dinsdags op 1 stapeltje, daarnaast de kleding voor woensdag tot en met zaterdag en op het laatste stapeltje lagen mijn nette kleding. Voor zondag, waarneer we probeerden naar de kerk te gaan. Meer was er niet, helemaal niks. Dat waren al mijn spullen, maar eerlijk gezegd boeide mij dat niet. Ik had er genoeg aan en ik wist samen met mijn familie elke dag en nacht weer te overleven en daarvoor waren geen extra dure en luxe spullen nodig.
‘Daarvoor is alleen liefde nodig’ murmelde ik mezelf terwijl ik langzaam mijn kleding die ik elke nacht aan had uit begon te trekken tot aan mijn ondergoed toe. Aan een nieuw setje was ik echter nog niet toe, dat kwam morgen of overmorgen wel. Waarneer het vies genoeg was kwam pas de tijd om een nieuw setje aan te trekken. Wat onhandig pakte ik de broek met gaten van de maandag tot dinsdag stapel af en trok ik die over mijn benen aan. Sinds de wereld zo snel achteruit was gegaan was er weinig meer over, geen geld voor nieuwe kleding dan. In de koude winterdagen zaten we samen te trillen in onze stukke kleding net zoals zoveel andere gezinnen over de hele wereld heen. Er was geen derde wereld meer, nee we waren bijna allemaal de derde wereld en we hadden allemaal heel weinig om op te leven. We hadden de basis dingen, maar zelfs die waren er in de achterwijken soms nog moeilijk te vinden. Maar men deed er niet moeilijk over, het is zo. Het is nou gewoon zo dat de wereld één groot zwart gat is. Dat hebben we ten slotte allemaal zelf gedaan.
‘ Wat een moeilijke gedachtes op een vroege ochtend’ murmelde ik zachtjes in mijzelf waarna de bruine trui over mijn gezicht heen viel en net tot mijn navel kwam. De trui die ik al sinds mijn 10de droeg elke maandag en dinsdag, al bijna 5 jaar lang droeg ik dat truitje week in en week uit.
‘Je mag niks te zeuren hebben lieverd’ sprak ik uit, de woorden die mijn moeder altijd zei. Maar soms wat dat op zulke momenten nog wel lastig te accepteren. Op momenten zoals deze.

Leuk!