[verhaal] Verloren

Verhaal waar ik pas aan ben begonnen ^^ Als er foutjes in staan: meld ze en ik verbeter ze meteen. Kritiek kan ik wel tegen en tips waardeer ik heel erg!

om jullie niet in de war te brengen: het verhaal is geschreven in de ik-persoon en de ik-persoon wisselt per stukje tussen twee mensen af, John en Katie. Dit stukje gaat over Katie. Hope you enjoy (:

--------------------------------------------------------------------------------------

Daar stond ik dan, aan een boom vastgebonden. Geblindoekt. Met geen idee hoe ik hier kwam en wie me dit had aangedaan. Mijn rug deed pijn van het als maar rechtop staan, het touw sneed in mijn buik en de kou was niet uit te houden. Ik kon me niet veel herinneren. Alleen dat ik de afgelopen uren hier heb gestaan. Gewacht. Geluisterd.
Vogels fluiten vrolijk door. Ze hebben geen zorgen en vliegen vrij door de lucht. Ik daarentegen was vastgebonden aan een boom en kon me nauwelijks bewegen. Wel handig hoor, die vogels, ik kon er in iedergeval uit afleiden dat het waarschijnlijk ochtend was. De touwen langs mijn buik en mijn benen dwongen me rechtop te blijven staan, wat met mijn rode naaldhakken een moeilijke opgave was. Hoe meer ik mezelf probeerde te bevrijden, hoe strakker de touwen leken te zitten. Mijn onderarmen en handen kon ik nog wel een klein beetje bewegen. De gene die dit had gedaan moest genoeg ervaring gehad hebben, want de touwen zaten zo dat ik mezelf niet kon lossnijden met mijn nagels. Het was ook nog eens dik ondoordringbaar touw, dus ook al zou het me gelukt zijn het aan te raken, had ik het waarschijnlijk nooit los gekregen. Geen ontsnapping mogelijk.
Wat is er gebeurd? Wie heeft dit gedaan? Hoe kom ik hier? Zoveel vragen en geen ervan kon ik beantwoorden.
De wind blies genadeloos in mijn gezicht, mijn lippen leken bevroren en de blindoek was hard van de kou. Nog èèn keer probeerde ik het touw los te krijgen. Het was zinloos. Tot zover leek deze situatie op iets wat je in een boek zou lezen, en niet wat je ook daadwerkelijk mee zou maken.
Boeken, Ik was gek op boeken. Zo gek, dat ik zelfs thuis een kamer apart had gehouden en er boekenkasten had ingezet. Elke muur twee kasten en elke kast zat helemaal vol. Een thuis bibliotheek noemde ik het ook wel. Lekker voor de openhaard een boekje lezen met een kop warme thee. In plaats daarvan stond ik nu in de frisse ochtend wind.
Ik had mijn jas gelukkig wel aan. Dat deed me iets realiseren. Kijk in je zakken! Zei een stemmetje in mijn hoofd. Misschien zit er iets bruikbaars in! Als een gek probeerde ik mijn handen in mijn zakken te krijgen. Met resultaat: Een bosje sleutels en wat losgeld. Met mijn laatste beetje hoop greep ik de sleutels en probeerde het touw door te snijden. Als de onhandige sukkel die ik was liet in het bosje sleutels vallen. Ik vervloekte mezelf en kreeg tranen in mijn ogen. Ik schreeuwde, gilde en riep om hulp tot mijn stem er schor van werd. Stilte, doodse stilte. Zelfs de o zo vrolijke vogeltjes waren gestopt met fluiten. Ik had ze vast weggejaagd. Het enige gezelschap dat ik had, had ik weggejaagd. Een traan rolde over mijn wang. ‘Waar ben ik…?’ fluisterde ik.

leuk verhaal
verder!!!

wauw, je kan mooi schrijven !
verder :slightly_smiling_face:

Leuk verder :d

yaay ^^ blij dat jullie het leuk vinden!

-------------------------------------------------------------------------------

Met een kop koffie in mijn hand liep ik naar het bureau. Daar stonden Nelson en Rufus afwachtend naar me te kijken. Ik keek ze aan en met grote ogen keken ze terug, verwachtend dat ik iets zou gaan zeggen. Ik hield mijn mond.
‘Heb je het al gehoord?’ begon Nelson.
‘Wat gehoord?’
‘Een oude zaak heropent, de moordzaak uit 2003.’ Ik verslikte me.
‘Jack Welskey?’ vroeg ik verbaasd. Rufus knikte kortaf. ‘Maar hij was toch gepakt? drie jaar geleden, in west virginia.’
‘Blijkbaar niet.’ antwoorde Nelson geiriteerd. ‘Ze hadden de verkeerde vent, ze hebben hem drie jaar laten zitten.’
‘Ja, en doordat ze hun fout niet wilden toegeven, hebben ze de gegevens veranderd.’ maakte Rufus zijn zin af. ‘Zogenaamd ontsnapt volgens hen, maar de waarheid kwam al snel boven water toen een van hun agenten in opleiding de verkeerde dingen zei.’
‘Dus om een lang verhaal kort te maken, Welskey is terug?’ vroeg ik. Er viel een korte stilte en Rufus keek zwijgzaam naar de grond.
‘Ja, en het schijnt dat hij alweer een nieuw slachtoffer heeft gevonden,’ zei Nelson.
‘Ik neem deze zaak. Wat ik toen niet kon voorkomen, ga ik nu rechtzetten,’ zei ik vastberaden.
‘Er zijn al mensen op de zaak gezet,’ reageerde Rufus snel, terwijl hij met zijn hand door zijn blonde haren streek. Neslon keek me in mijn ogen en zei: ‘Hou je hierbuiten John. Wij wilden ook, maar de baas heeft het nieuwe team ingeschakelt. Kansloos natuurlijk, maar toen ik er over begon, dreeg ze me te ontslaan.’ Hij keek me even doordringend aan, en keerde toen zijn blik weg.
‘Hoezo het nieuwe team? Welskey is gevaarlijk en profesioneel, waarom zetten ze zulke amateurs op het spel?’ vroeg ik terwijl ik door het raam naar buiten keek. Ik was kwaad en vroeg me af waarom ze mij niet eerder hadden ingelicht.
‘Het blijkt dus dat het nieuwe team connecties heeft met de baas, althans, dat vermoeden we.’ zei Nelson langzaam. Ik vloekte. Ik staarde naar het bureau en sloeg mijn hand op de tafel. Woedend was ik, dit was ooit mijn zaak geweest en nu wordt hij overgelaten aan een stelletje amateurs. Dit kon niet anders dan fout aflopen.
Rufus legde zijn hand op mijn schouder en ik draaide me om.
‘We weten waar Welskey toe in staat is en…’ hij stopte even, keek naar Nelson, die hem een een knikje toe gaf en ging verder ‘En we hebben besloten dat we hier een privezaak van moeten maken. Jij, Nelson, ik, en David en Rose uit het andere team.’ Ik was opgelucht dit te horen, en glimlachte kort.
‘Wanneer beginnen we?’ vroeg ik uitdagend.

Oeh misdaad verhaal! :slightly_smiling_face: Leuk :grinning: Snel verder

Ik moest in slaap zijn gevallen, want ik werd wakker op een betonnen vloer. Ik had geen touw meer om mijn middel en kon me volledig vrij bewegen. Ik lag in een donkere kamer en het was ijskoud, maar gelukkig nog wel warmer dan buiten. Toen pas besefte ik dat ik weer kon zien en dat die vervloekte blindoek af was.
Ik observeerde de ruimte. De kamer was klein en de grond, de muren en volgensmij zelfs het plafond waren van beton. De kamer was leeg op een oud matras na. Het rook er muf en ik vermoedde dat ik in een kelder lag.
Ik stond op en liep langs de muren. Aan het eind van de kamer was een oude houten deur. Ik glimlachte en wist dat het net zo gammel moest zijn als het er uit zag. Ik twijfelde niet, trok mijn rode naaldhakken uit en begon als een gek op de deur in te slaan. Ik was zo intensief en gefocused bezig dat zelfs een van mijn hakken afbrak. Ik stopte even, keek er naar en dacht aan hoe mooi ik ze vond toen ik ze kocht en hoe duur ze waren. Ik zuchte, legde hem opzij en keek naar de schade die ik tot nu toe had aangericht. Op enkele deukjes na was de deur nog altijd hoe die was geweest. Na nog ongeveer tien minuten flink door slaan, brak uiteindelijk ook de andere hak af. De deur was nog intact. Ik had er zelfs geen gaatje in kunnen maken.
Ik liep terug naar het matras en liet mezelf erop vallen. Ik nam me voor om nog even te gaan slapen, Maar toen hoorde ik iemand de trap af lopen. Verschillende gedachtes flitsten door mijn hoofd. Wat moet ik doen? Zal ik doen alsof ik slaap? Ik durfde mezelf niet te bewegen en ik rilde van de adrenaline. Gespannen keek ik naar hoe de deur krakend en langzaam open ging.
Een oude man, met doffe kleding en een grijs baardje liep naar binnen. Zijn haren zaten alsof hij rechtstreeks uit bed is gekomen en zijn ogen staarden afwezig naar de grond. Op het eerste gezicht leek het me niet een man die veel kwaad zou kunnen doen. Maargoed, ik lig hier wel in een klein kelderkamertje, na, pak hem beet, een halve dag vastgebonden te zijn.
De man toonde niet veel emoties, maar toen hij zich omdraaide om de deur op slot te doen, lachte hij kort. Hij keek naar de deur en de rode vegen die de naaldhakken achtergelaten moesten hebben. Daarna naar de versleten afgebroken hakken op de grond. Met een valse glimlach keek hij mij aan. Ik keek weg en staarde verstard naar de grond. ‘Leuk geprobeerd.’ zei hij, terwijl hij een knikje gaf richting de deur. Ik keek nog steeds naar de grond, bang om te bewegen. Hij lachte weer en in mijn ooghoeken zag ik dat hij iets neerzette vlak bij de muur. Hij liep richting de deur. Langzaam deed hij de deur open en keek nog een keer naar binnen, in een fractie van een seconde kruisde onze blikken elkaar en ging de deur dicht.

Ik moest in slaap zijn gevallen, want ik werd wakker op een betonnen vloer. Ik had geen touw meer om mijn middel en kon me volledig vrij bewegen. Ik lag in een donkere kamer en het was ijskoud, maar gelukkig nog wel warmer dan buiten. Toen pas besefte ik dat ik weer kon zien en dat die vervloekte blindoek af was.
Ik observeerde de ruimte. De kamer was klein en de grond, de muren en volgensmij zelfs het plafond waren van beton. De kamer was leeg op een oud matras na. Het rook er muf en ik vermoedde dat ik in een kelder lag.
Ik stond op en liep langs de muren. Aan het eind van de kamer was een oude houten deur. Ik glimlachte en wist dat het net zo gammel moest zijn als het er uit zag. Ik twijfelde niet, trok mijn rode naaldhakken uit en begon als een gek op de deur in te slaan. Ik was zo intensief en gefocused bezig dat zelfs een van mijn hakken afbrak. Ik stopte even, keek er naar en dacht aan hoe mooi ik ze vond toen ik ze kocht en hoe duur ze waren. Ik zuchte, legde hem opzij en keek naar de schade die ik tot nu toe had aangericht. Op enkele deukjes na was de deur nog altijd hoe die was geweest. Na nog ongeveer tien minuten flink door slaan, brak uiteindelijk ook de andere hak af. De deur was nog intact. Ik had er zelfs geen gaatje in kunnen maken.
Ik liep terug naar het matras en liet mezelf erop vallen. Ik nam me voor om nog even te gaan slapen, Maar toen hoorde ik iemand de trap af lopen. Verschillende gedachtes flitsten door mijn hoofd. Wat moet ik doen? Zal ik doen alsof ik slaap? Ik durfde mezelf niet te bewegen en ik rilde van de adrenaline. Gespannen keek ik naar hoe de deur krakend en langzaam open ging.
Een oude man, met doffe kleding en een grijs baardje liep naar binnen. Zijn haren zaten alsof hij rechtstreeks uit bed is gekomen en zijn ogen staarden afwezig naar de grond. Op het eerste gezicht leek het me niet een man die veel kwaad zou kunnen doen. Maargoed, ik lig hier wel in een klein kelderkamertje, na, pak hem beet, een halve dag vastgebonden te zijn.
De man toonde niet veel emoties, maar toen hij zich omdraaide om de deur op slot te doen, lachte hij kort. Hij keek naar de deur en de rode vegen die de naaldhakken achtergelaten moesten hebben. Daarna naar de versleten afgebroken hakken op de grond. Met een valse glimlach keek hij mij aan. Ik keek weg en staarde verstard naar de grond. ‘Leuk geprobeerd.’ zei hij, terwijl hij een knikje gaf richting de deur. Ik keek nog steeds naar de grond, bang om te bewegen. Hij lachte weer en in mijn ooghoeken zag ik dat hij iets neerzette vlak bij de muur. Hij liep richting de deur. Langzaam deed hij de deur open en keek nog een keer naar binnen, in een fractie van een seconde kruisde onze blikken elkaar en ging de deur dicht.

oeps dubbel post ;$

Spannend :grinning:

Rufus zat achterin de kamer, en tikte herhaaldelijk met zijn pen op de tafel. Af en toe wierp hij gespannen een blik naar de klok. Nelson zat te overleggen met David en Rose. Ik keek aandachtig naar de rommelige stapels papieren die voor me lagen.
Er klopte iets niet. Na alle details te hebben gehoord van de verdwijning van Katie Dellat, was het zeker dat Welskey hier iets mee te maken had. Alle oude dossiers van de zaak uit 2003 lagen verspreid over de tafel. Stuk voor stuk waren ze bijna identiek. Het enige verschil was de naam van het slachtoffer. Zelfde methode, zelfde plek, zelfde wapen. Alles was exact zoals het hoorde te zijn. Het verschil met deze zaak was dat er nog geen bloed was verspild. Het kleine bloedplasje in de huiskamer was het teken voor een waarschuwing. Maar ditmaal was er niets. De plaats van delict was vrijwel brandschoon. Geen tekenen van geweld en er was niets te vinden. Geen haren, geen vingerafdrukken, geen DNA dus. Ze wisten dat het Welskey was meteen na dat ze het teken op de muur zagen. Een rood uitgelopen driehoek met een soort ster erin, anders kan ik het niet beschrijven. Natuurlijk wouden ze monsters nemen van het rode spul dat automatisch deed denken aan bloed, maar de geur zei genoeg: het was verf. Geen bloed verspilt dus. Dat betekent dus ook geen waarschuwing.
Was dit de nieuwe techniek van Welskey? Of slaat hij zijn oude patroon een keer over? Ik wist het niet. De waarschuwing voor hem betekende letterlijk: ‘Als je niet snel bent, is ze er niet meer.’ Het was dus altijd haasten. Race tegen de klok. We waren tot nu toe altijd te laat geweest, niemand had het overleefd. Geen waarschuwing is dus geen tijdslimiet? Nee, dacht ik bijmezelf, dat is te gek voor woorden, er zit altijd haast achter, het is altijd een race tegen de klok.
‘John, je kent Rose en David al?’ vroeg Nelson. Moeizaam legde ik de papieren opzij en keek ik Nelson aan. Ik zette een neppe glimlach op en gaf David en Rose een hand.
‘Ik heb gehoord dat Nelson jullie alles al heeft uitgelegd?’
‘Ja, en ik wilde even zeggen dat we alles gaan doen om Welskey te pakken te krijgen.’ zei David met een schaapachtig lachje.
‘Aha, mooi zo. En Rose, hoelang duurt het tot we het meest recente verslag binnekrijgen? Ik had gehoord dat jij je vooral bezig houdt met het papierwerk.’
‘Ja, dat klopt en als het goed is krijgen we maandag het verslag gekopieerd van het nieuwe team.’ zei ze trots.
‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’ vroeg ik verbaasd.
‘Ach ja, ik heb zo mijn connecties.’ zei ze met een glimlach. Ik geloofde haar wel en stelde geen verdere vragen. Ik keek nog even om me heen en betrapte Rufus weer met het kijken naar de klok. Nelson was nog steeds aan het praten met David en Rose staarde afwezig uit het raam. Rufus stond ineens op, keek even verward om zich heen, en liep dan met een rotgang de kamer uit.

leukk!! :slightly_smiling_face:
verder?

Geweldig! Ik vind het nu al leuk (:

wat leuk dat jullie zo enthousiast zijn :grin:!
dit is het volgende stukje weer vanuit John’s perspectief, omdat het bericht te lang werd als ik het bij het vorige plaatste:)

----------------------------------------------------------

Nelson leek er geen aandacht aan te schenken, maar mij viel het wel op.
‘Wat is er met Rufus aan de hand?’
‘Weet ik veel, die vent lijkt af en toe helemaal de weg kwijt,’ zei Nelson onverschillig.
Ik was van plan Rufus achterna te lopen, maar tegen de tijd dat ik bij de deur was, kwam Rufus al weer binnen rennen, met in zijn handen een grote map. Nu keek ook Nelson op. David en Rose kwamen bij de tafel staan waar Rufus de map had neergelegd.
‘Het nieuwe dossier?’ vroeg Rose verbaasd. Rufus zei niets, sloeg de map open en begon hevig te bladeren. Nelson kwam bij de tafel staan en pakte het dossier van hem af.
‘Rufus, godallemachtig, hoe ben je hier aan gekomen?’ vroeg hij terwijl hij door de kamer liep.
‘Het was heel simpel,’ begon hij nonchalant.’Het was precies 3 minuten geleden twaalf uur en de baas luncht om twaalf uur. De kamer is niet op slot aangezien ze nooit langer dan vijf minuten weg blijft en alle recente dossiers van de afgelopen maand zitten in de bovenste la, nouja zaten in de bovenste la,’ voegde hij er met een voldane glimlach aan toe.
‘En jij weet dat omdat…?’ vroeg ik met een opgetrokken wenkbrauw.
‘Ik moet toegeven dat ik de baas al een aantal weken observeer, gewoon uit verveling, dit is tenslotte onze eerste zaak in drie weken.’ verklaarde Rufus.
Ik stond versteld. Aangezien we eigenlijk het dossier pas maandag zouden hebben, moesten we dus drie dagen niets doen. Nu kan alles zo veel sneller en makkelijker gedaan worden.
‘Goed gedaan Rufus, als we jou niet hadden…’ zei ik opgewekt. Zelfs Neslon leek onder de indruk. Toen drong me iets door.
‘Wat nou als ze merkt dat het dossier weg is?’ zei ik langzaam. Rufus slikte. Stilte. Ik zag iedereens aandacht naar de klok gaan en ik zag zelf dat het tien voor half een was. Te laat om het dossier nog onopgemerkt terug te leggen. Ik keek naar Nelson, die inmiddels al het hele dossiers uit elkaar had gehaald en aandachtig zat te lezen.
‘Als het goed is, is er al een kopie naar het nieuwe team gegaan… Dus er is geen verdere reden om opnieuw het dossier te bekijken.’ zei Rose bedenkzaam. David kwam naast me staan en vroeg hoelang het zou duren voor we naar huis mochten. Ik vond het een onproffesionele vraag, zo midden in een onderzoek, maar het was waar dat we ooit moesten gaan stoppen.
‘Je kunt om acht uur weg, als je dat wilt.’ zei ik zonder hem aan te kijken.
‘Oke, ik moet namelijk mijn zoontje ophalen vanavond.’ Ik knikte kort, en liep naar Nelson.
‘Nelson, hoelang blijf jij hier nog?’ vroeg ik. Lichtelijk geiriteerd kijk hij op van het dossier en zei dat hij het nog niet zeker wist. ‘En jij dan?’ 'Ik denk dat ik een nachtje doorhaal, met het nieuwe dossier in onze handen is er nog veel werk te doen.

upje? (:

leeuk, verder! :grinning:

in het tweede stukje staat wouden… dat moet wilde ofzoo zijn… :stuck_out_tongue: want wouden is geen werkwoord… :wink: (een klein verbeter puntje dus…)_

maar verder goed verhaal :slightly_smiling_face:
ik ben een volger :slightly_smiling_face:

haha oeps ;p meteen verbeterd!

-------------------------------------------------------------------------------------

Mijn ogen vielen op het flesje water dat vlakbij de deur stond. Na nog een paar minuten krampachtig op het bed gelegen te hebben, om er zeker van te zijn dat hij niet terug kwam, liep ik naar de muur. Ik draaide de dop van het flesje af en begon gulzig te drinken. Uitgedroogd dat ik was, dronk ik het hele flesje in een paar seconde leeg. De waterige inhoud die door mijn buik heen klotste herrinderde me aan de honger die ik had. Ik voelde me slap en verlangde naar iets te eten. ik sloot mijn ogen en dacht na.
Ik dacht aan een blauwe lucht. Ik stond tussen de bomen en de zon scheen op mijn huid. Een verkoelende lentebries deed mijn bruine lange haren wapperen. ik liep over het eindeloze grasveld en het lange gras kietelde mijn voeten.
Ik schrok wakker van de deur die weer langzaam open ging. Een klein bordje met inhoud waar een dampende rook af kwam werd voor de deur gelegd. Toen de deur weer dicht ging, snelde ik er heen. De honger die mijn buik tijserde was een stuk sterker dan de angst die ik op dat moment had. Ik keek naar de dampende grijze pap die op het bordje lag. Misselijk dat ik ervan werd, keek ik weg. Misschien omdat ik zolang niet gegeten had of door het aanzien van de kleffe substantie; ik had in elk geval geen honger meer. De honger ging over in een hevige buikpijn en ik wist dat als ik niet snel iets zou eten ik waarschijnlijk flauw zou vallen. Ik pakte de lepel die half in de pap lag en zag hoe de stroperige massa ervan af drupte. Terwijl ik mijn neus dichtkneep nam ik een grote hap van de pap. Slikken was moeilijk. Ik onderdukte de kokhalsneigingen en dacht aan lekkere brintapap die ik normaal altijd s’ochtend s in het weekend at. Het smaakte flauw en had een vreemde na smaak, maar was niet zo vies als ik gedacht had dat het was. Na de eerste hap ging het tamelijk snel. Lepel voor lepel werkte ik het naar binnen, tot het bordje uiteindelijk leeg was. De buikpijn was gelukkig over.
Ik liep terug naar het matras en keek naar het stoffige ding waar ik de afgelopen uren, wie weet zelfs dagen, op gelegen moest hebben. Het was donker in de kamer. De lamp die in het midden van de kamer hing stootte maar een beetje licht uit. Ik wist niet hoelaat het was en dat kon ik ook uit niets afleiden.
Ik keek naar de lepel die op het bordje lag. Het zag er oud en roestig uit. Ik nam me voor het bij me te houden, misschien kon het ooit als wapen dienen. Ik pakte het ijzeren geval op en propte het in mijn linker broekzak. Als er ooit wat zou misgaan en hij me aan zou vallen, had ik tenminste iets om weerstand mee te bieden. Het was misschien maar een lepel, maar met een hevige klap zou ik hem aardig kunnen raken. Vooral op de ogen mikken, dacht ik.
Toen draaide ik me naar het bord. Dat zou ook kunnen dienen als wapen, misschien zelfs wel beter dan de lepel, maar het zou teveel opvallen als het bord ook weg was. Ik liep weer naar de deur en keek door het kleine spleetje aan de zijkant. Niet veel meer dan ik verwacht had, een donkere zwarte opppervlakte. Ik kon er nog net traptredens in herkennen. Ik zuchtte en liep terug naar het matras. Ik was moe van het niets doen en staarde vooruit. Even leek alles hopenloos en diep van binnen wist ik dat de kans op vrijheid nihil was. Ik liet me vallen op het bed en staarde wezenloos naar het plafond. Deze nachtmerrie moest niet veel langer duren.

upjee

spannend! verderr. :grinning: