(verhaal) veranderd

Hey meiden,

Ik ben al een tijdje een verhaal aan het schrijven, maar ik zou graag wat feedback van jullie willen, zodat ik een idee heb hoe dat anderen mijn verhaal vinden. Als jullie willen zal ik steeds stukjes posten van mijn verhaal. Laat hier maar weten, of je verder wilt lezen of niet. Ik zou het echt apprecieren als ik wat feedback krijg van jullie. :wink:
xxx Maaike
Verhaal:
Hoofdstuk 1

De wekker gaat. Half in slaap druk ik hem af en nestel me nog even tussen de dekens. Zoals gewoonlijk heb ik geen zin om naar school te gaan. Met tegenzin dwing ik mezelf na een kwartiertje terug indommelen op te staan. Wanneer ik voor de spiegel sta staren twee grote ogen met wallen eronder me aan. Met tegenzin kleed ik me uit en ga onder de douche. Ik geniet wanneer het warme water over mijn lichaam stroomt. De tijd kan me al snel niets meer schelen. Glimlachend wrijf ik met mijn vinger over het verdampte douche venster. Toen ik jong was had ik de slechte gewoonte om steeds figuurtjes op het verdampte douche raam of spiegel te tekenen. Mijn ouders waren hier niet echt blij om, al heb ik nooit echt geweten waarom. Voor dat mijn gedachten nog meer afdwalen, besef ik, dat ik beter uit de douche kan komen. Ik droog me af, en wikkel mijn haar in een handdoek en stap onmiddellijk naar mijn kamer. Ik trek mijn kast open, en pak zonder na te denken een jeansbroek en een grijze t-shirt met een kat op. Wanneer ik aangekleed ben staar ik naar mijn spiegelbeeld. Twee bruine ogen staren me aan. Ze worden omringd door lichte kringen, en half lang donkerbruin haar waarvan je niet kan zeggen of het nu stijl of krullend is.‘Ik snap echt niet hoe sommige leerlingen er inslagen om er fris uit te zien’, denk ik in gedachten. Ik slaak een zucht en trek snel nog even de kam door mijn haar, voordat ik de badkamer verlaat. Nadat ik ben aangekleed prop ik snel iets in mijn mond, pak mijn tas en ga naar buiten. Ik ga op het bankje aan het bushokje zitten, steek mijn I-pod in mijn oren en wacht al neuriënd op Annelies. In gedachten gekeerd zie ik niet zie dat er twee jongens op me afkomen. Ik zet me recht en kijk hun aan. ‘Hey lekkerding! Wat zit jij hier zo eenzaam?’ zegt de langste jongen terwijl hij rechts van mij plaats neemt op de bank. De andere volgt zijn voorbeeld en neemt links van me plaats. Ik voel een hand op mijn been en duw het weg. ‘Hey, niet zo seutig doen meisje we komen je gewoon wat gezelschap houden.’
‘Ik heb geen gezelschap nodig!’ roep ik terwijl ik me probeer te verweren. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de rechtse jongen een zakmes pakt terwijl de linker me probeert te kussen.Wanneer ik voel dat een stevige hand zich rond mijn keel klemt krijg ik geen lucht meer. In paniek probeer ik me in alle macht te verweren, maar het heeft gewoon geen zin meer. Net wanneer ik besef dat ik ga sterven gebeurt er iets in me dat op de een of andere manier wakker wordt. Plots gebeurt er iets in me dat op de een of andere manier wakker wordt. Er spoelt een warme gloed door mijn lichaam en ik voel me krachtiger dan ooit. Ik hef mijn hand op en zie dat het een gele gloed uitstraalt. Een seconde later worden de jongens één voor één aan de kant geblazen juist doordat ik mijn handpalm open deed. Ik draai me om naar de jongens maar voor ik het besef zijn ze gevlucht. Alles rondom me begint te draaien en mijn beeld vult zich met zwarte vlekken. Ik kan nog net zien dat mijn beste vriendin Annelies komt aangelopen. ‘Saartje? Gaat het wel goed met je? Je ziet zo bleek!’ Ze pakt me stevig beet aan mijn armen zodat ik me nog net recht kan houden. ‘Wat is er met je gebeurd? Zag ik daarnet nu twee jongens voorbijlopen of heb ik dat gedroomd?’ vraagt Annelies nieuwsgierig. Ik zet me wat rechter zodat ik haar beter kan aankijken. ‘Annelies? Vind jij dat ik normaal ben?’ ‘Tuurlijk! Je bent zo normaal als maar kan zijn. Maar eh waarom vraag je dat?’ ‘Auw!’ Er schiet een hevige pijn door mijn knieën. ‘Saar? Saartje? Gaat het wel?’ ‘Annelies, help me…’, kerm ik van de pijn. Ik grijp me vast aan Annelies maar heel mijn lichaam voelt zo slap aan terwijl nog meer zwarte plekken mijn beeld opvullen. Ik voel Annelies haar hand uit de mijne glijden en zak als een pudding in elkaar.


Sorry voor het lange stuk…Ik heb het wat bijgewerkt…:wink:

:upside_down_face:

Okee, thx ‘Miss Emma’ :grinning:

Okee, en jep tuurlijk!

‘ Saartje?’ Ik open mijn ogen en zie dat Annelies naast me staat. ’ Waar ben ik ?’ mompel ik half slaperig. ‘In het ziekenhuis, je was flauwgevallen.’ ‘Oh… ‘ zucht ik terwijl ik me probeer te herinneren wat er precies is gebeurd. ‘Heeft de dokter me al onderzocht?‘Ja, hij heeft je onderzocht.’‘Wat heeft hij gezegd?’ ‘Gewoon een flauwte. ‘Is dat alles? Enkel een flauwte?’ vraag ik verbaasd. Annelies kijkt me aan of ik gek aan het worden ben. ‘Djeezes Saar, ben je zeker dat je je wel beter voelt? Zoveel drama voor een simpele flauwte.’ Ik wil antwoorden, haar zeggen wat er echt gebeurt is. Hey , Annelies weet je het al? Ik heb die twee jongens van me afgeduwd met een soort kracht waarvan ik niet weet dat ik dat ik dat in me heb. Het is dus alles behalve een flauwte. Of wel ben ik op dat moment aan het zot worden ofwel is er iets serieus mis met me. Snap je nu waarom ik zo hysterisch doe? Annelies kennende zal ze me voor gek verklaren en dat doet ze waarschijnlijk nu al. Voor ik kan antwoorden komt de dokter samen met mijn vader binnen. ’ Mevrouw Verstraeten, we hebben u onderzocht en geconcludeerd dat er enkel sprake was van een flauwte dus als u hier geen bezwaar op hebt mag u naar huis gaan.’ Mijn vader kijkt me bezorgd aan. Van zodra ik knik ondertekent hij het papier en neemt me mee naar huis. Het enige geluid in de auto is de klank van de radio. Ik heb niet echt een goede band met mijn vader. Mijn moeder is verdwenen toen ik zes jaar oud was en mijn vader beweert dat hij van niets af weet maar ik weet wel beter. Telkens als ik met hem over mijn moeder praat is er iets in zijn ogen waardoor ik gewoon zeker ben dat hij meer weet. We zijn nu ondertussen tien jaar verder en mijn moeder is nog steeds verdwenen. In stilte stap ik uit de auto, pak ik iets uit de koelkast en loop naar mijn kamer. Mijn kamer is een plek waar ik rust vind. Ik heb geen flauw idee hoe laat het is maar ik ben moe en uitgeput. Ik trek mijn pyjama aan, stap in mijn bed en val als een blok in slaap.

[size=1em]Kletsnat van het zweet schrik ik wakker. Het beeld van smeltend mensenvlees staat op mijn netvlies gebrand. Ik douche me en probeer mijn nachtmerries samen met het zweet en vuil van mijn lichaam te laten wegstromen. Wanneer ik beneden kom is mijn vader al naar zijn werk. Ik smeer vlug een boterham, pak mijn jas en tas en fiets naar school. Aangekomen op school merk ik dat Annelies aan de kluisjes staat te kussen met haar lief Mathias. ‘Hey, slik elkaars tong niet in eh!’ zeg ik al lachend. Annelies steekt haar middelvinger naar me op en kust rustig verder terwijl ik enkele boeken uit mijn kluisje pak. Ik stop ze één voor één in mijn tas maar haal mijn vinger uit aan het kaftpapier. Op weg naar ons eerste lesuur zuig ik wat bloed van mijn vinger. Op het moment dat ik het lokaal binnenstap klapt mijn hart dubbel. Maarten staat te praten met enkele klasgenoten. Ik ben al een eeuwigheid verliefd op hem maar hij is samen met Caroline, het populairste meisje van de klas. Met een kloppend hart neem ik achter hem plaats . De Franse les is zo saai zodat ik al snel begin te dagdromen.

Ik bevind me op een balkon met uitzicht op een gigantische tuin. Genietend van de zon in mijn gezicht en de wind in mijn haren strek ik mijn armen uit. Ik voel me zo vrij als een vogel. Maarten komt aangelopen en kust me zachtjes in mijn nek. Ik draai me om en kijk in zijn groene ogen. Onze lippen vinden elkaar,en ik voel me de gelukkigste persoon op aarde. Ik ga zo op in de kus dat ik niet doorheb dat het beeld van Maarten verandert in Mevrouw Maneschijn.
‘Juffrouw Verstraeten?’ Ik schrik op uit mijn dagdroom. Twintig ogen zijn op mij gericht en ik heb geen flauw idee wat ik moet zeggen.‘Qu’est-ce que j’ai dit Mademoiselle Verstraeten?’ ‘Je ne sais pas Madame.’ Caroline kijkt me aan en giechelt tegen haar buurvrouw zodat het nieuwtje de klas rond gaat. Ik wil niet eens weten wat er over me verteld word en probeer me met tegenzin te concentreren op de les. Voor ik het besef zijn mijn handen aan het gloeien. Ik houd ze tegen elkaar, maar de gloed verdwijnt niet. Grijnzend vraag ik me af, wat er zou gebeuren wanneer ik mijn handen op Caroline zou richten. Misschien zal die trut wel uit elkaar zou barsten of verdwijnen. Het is verleidelijk, en ik moet grijnzen bij die gedachte, maar toch vind ik het beter om nog even af te wachten .

Thx voor je reactie Emma! Tenminste toch al één ‘trouwe’ lezer :stuck_out_tongue: :upside_down_face:

‘Je ne me sens pas bien Madame je peux aller aux toilettes s’il vous plaît?’ De leerkracht knikt en ik ren de klas uit. Eenmaal voor de spiegel zijn mijn handen gestopt met gloeien. Ik zucht opgelucht en ga met mijn handen door mijn haren. Zie ik nu scheel of plakt er iets geelachtig in mijn haar? Ik plooi mijn handpalmen één voor één open en zie dat er in plaats van bloed kleurloos sap uit mijn vinger sijpelt. Ik droom, dat kan gewoon niet anders. Ik sluit mijn ogen in de hoop dat ik hier net aan het hallucineren was maar als ik ze terug opendoe blijft het sap maar stromen. ‘Shit!’ Ik wikkel mijn vinger in toiletpapier en ren naar het chemielokaal om die vloeistof te onderzoeken. Helemaal buitenadem ben ik vergeten dat de deur natuurlijk op slot zit.Ik kijk naar mijn handen, ze gloeien nog een beetje dus misschien… Zonder na te denken houd ik mijn handen tegen het slot en tot mijn verbazing zwaait de deur open. Ik kijk of er niemand me heeft opgemerkt en sluit de deur. Het lokaal ruikt naar allerlei verschillende geuren. Het is dus heel duidelijk dat hier een lesuur geleden proeven waren gedaan. Omdat ik geen flauw idee heb wat het spul dat uit mijn vinger kwam is pak ik voor de veiligheid een labo jas en een bril en doe mijn haren in een staart. Ik pak een buisje, wikkel het toiletpapier van mijn vinger en laat het sap zorgvuldig in het buisje stromen. Mijn lichaam voelt raar aan en in mijn hoofd krijg ik een licht gevoel, het lijkt wel alsof samen met het sap ook mijn gedachten weg vloeien. Mijn knieën beginnen te beven en het flesje valt in stukken op de grond. Ik ben zo duizelig dat ik op punt sta om op de grond te zakken totdat twee stevige handen me aan mijn middel vastgrijpen. Ik draai me om en kijk recht in de ogen van Maarten.‘Gaat het wel met je? Je ziet echt lijkbleek!’ Ik kijk in zijn groene ogen en voel mijn knieën knikken.‘Ja hoor’, lieg ik. Voor ik hem kan tegenhouden is hij de scherven van mijn gebroken flesje aan het opruimen.’ Eh, Saartje wat is dat kleurloos spul op de grond?‘Kleurloos spul? Welk kleurloos spul?’ vraag ik terwijl ik verbaasd probeer te klinken. Hij pakt een nieuw buisje en bestudeerd mijn kleurloze goedje. Ik durf niets te zeggen en kijk hem alleen maar aan. ‘Wil je me vertellen wat er precies aan de hand is?’]‘ Saar, ik kan je helpen…’‘Helpen? Je weet niet eens wat er aan de hand is!’]Ondanks dat zijn doordringende blik me kippenvel bezorgd, probeer ik toch rustig te reageren.‘Dankje, maar ik heb geen hulp nodig.’ Hij komt naar me toe en legt zijn handen op mijn schouders.‘Weet je het zeker?’ ‘Ja! Maarten, laat me alsjeblieft met rust.’ Mijn lichaam wordt overspoelt met energie. Ik heb geen idee wat er aan de hand is, maar besef dat ik zo snel mogelijk uit zijn buurt moet geraken voor er ongelukken volgen.‘Ik weet meer dan je denkt, Saartje…’ ‘Ik zei dat je me met rust moet laten!’ Ik voel terug even krachtig als het moment toen er twee jongens me wouden aanranden. Voor dat ik het besef vliegt Maarten aan de andere kant van het lokaal door de glazen vitrine vol met verschillende stoffen. ‘Maarten? Maarten? Gaat het?’ Ik buk me naast hem en zie een straaltje bloed van zijn voorhoofd druppelen. Ik probeer niet te flippen -wat ik waarschijnlijk wel doe- en dop het bloed van zijn voorhoofd. Beetje bij beetje komt hij bij bewustzijn en kijkt me aan. Zijn blik maakt me ongemakkelijk en er verschijnt een grijns op zijn gezicht.‘Oh, mijn God! Maarten het spijt me zo! Ik had echt geen flauw idee wat ik heb gedaan, ik meen het!’‘Saartje…Het is oké, op voorwaarde dat je me niet gaat proberen te vermoorden wanneer ik overeind kom.’‘Heel misschien’, lach ik terwijl ik hem overeind help.‘Wil je niets tegen de anderen zeggen? Volgens mij gaan ze me nog gekker verklaren dan ik al ben’, grijns ik.‘Nee, tuurlijk niet! Dit blijft ons geheimpje!’ Ik knik en hij knipoogt naar me. Mijn hart gaat als een razende tekeer en ik ben bang dat als dit zo verder gaat het ooit nog eens tilt zal slaan.

Okee :grinning: en ik zal zeker en vast jouw verhaal ook eens lezen :wink:

[size=2]Caroline geeft me een blik die kan doden als ik samen met Maarten het lokaal in loop. Zonder te veel aandacht te besteden aan de klas neem ik terug mijn plek in, en staar naar het schoolbord. Na de les moet ik natuurlijk aan Mevrouw Maneschijn uitleggen waarom ik zo lang wegbleef, maar gelukkig trapt ze in de – sorry Mevrouw maar ik was kotsmisselijk, en kon niet van het toilet komen- smoes. Tijdens de leswisseling is Annelies me aan het uitvragen over Maarten en mij. Ik zit er echt mee in dat ik tegen haar moet liegen,maar volgens mij is dit de beste oplossing.‘ Ik ben flauwgevallen en Maarten heeft me gevonden…’ ‘Komaan Saar, denk je nu echt dat ik dat geloof? Waarom duurde dat dan zo lang voor dat je terug kwam?’ vraagt ze me nieuwsgierig.‘ Ik werd maar niet wakker.’ Annelies kijkt me aan met haar je-spreekt-niet-de-waarheid blik. ‘Saar, je kan me echt alles vertellen. Is er soms iets gebeurd? Hebben jullie gekust?’‘Je weet dat ik Maarten leuk vind maar nee ik heb er niet mee gekust, hoe kom je daar toch bij? Hij is met Caroline, remember?’‘Ja, dat weet ik maar je doet echt raar de laatste tijd.’‘Een paar dagen geleden vond je me nog normaal’ ,lach ik.‘Ja, dat was een paar dagen geleden. Nu lijk je net een levende zombie!’ We zijn beiden aan het lachen, waardoor ik niet merk dat Caroline haar voet zet,zodat ik erover moet struikelen. Raar genoeg trekt Maarten me nog net aan de kant,waardoor Annelies in mijn plaats op de grond ligt. Ik mompel een bedankje naar hem, en kniel naast mijn vriendin neer.’ Anne gaat het?’ vraag ik bezorgd.‘Niks speciaals alleen maar een schaafwonde.’ Mijn blik blijft rusten op Caroline’s schijnheilige grijns. Als mijn ogen konden vuur schieten dan, zou die bitch ter plekke zijn verschroeid…

Wanneer ik thuis kom zit mijn vader aan de keukentafel de krant te lezen. ‘Ah, Saartje we moeten praten.’ ‘Praten? Waarover?’ mompel ik. ‘Liefje, ga eerst even zitten.’ Ik zucht en neem met tegenzin recht tegenover mijn vader plaats aan tafel. ‘Ik heb eens nagedacht en kwam uiteindelijk tot het besef dat je recht hebt op de waarheid. Je eh moeder is ontvoerd…’ ‘ Ontvoerd? Waarom?’ ‘Omdat ze anders is.’ ‘Hoezo, anders?’ vraag ik terwijl ik mijn soep drink. ‘ Dat weet ik niet precies.’ De ruimte wordt gevuld door de stilte. Aan zijn stuntelige houding merk ik dat hij zenuwachtig is. Hij staart voor zich uit naar zijn bord en kleine zweet druppeltjes druppelen op zijn voorhoofd. ‘Papa? Gaat het wel met je?’ Ik pak zijn hand vast en wacht geduldig tot hij me aankijkt. ‘Saartje, je moeder was…’ Twee blauwe ogen staren me in een vlaag van paniek aan. ‘Je hand…’ ‘Wat? Wat is er met mijn hand?’ Geschrokken van zijn reactie trek ik het terug en staar ongelovig waardig naar de gele kleur. ‘Ik eh… Ik ben zo terug. Zonder hem aan te kijken ren ik naar de badkamer. Wanneer ik mijn hand aanraak wordt mijn lichaam overspoelt door lichtje pijn schokken. Omdat ik geen idee heb wat ik moet doen, pak ik mijn mobieltje. ‘Maarten??’ ‘Hey, Saartje! Tof dat je belt, alles oké?’ ‘Kan je alsjeblieft onmiddellijk naar hier komen?’ ‘ Ja, tuurlijk. Is er soms iets?’ Een golf van duizeligheid spoelt door mijn lichaam. Ik moet moeite doen om niet te beginnen kotsen, en hou mijn evenwicht aan de lavabo. ‘Ik kan het niet uitleggen aan de telefoon… Kom gewoon zo snel mogelijk!’ Mijn mobieltje glijdt uit mijn handen, en als een hoopje vodden laat ik me tegen de muur zakken.

De bel gaat. Gehaast loop ik de trap af naar de voordeur tot ik opeens gestommel hoor vanuit de keuken. ‘Pap? Gaat het wel met je?’ Ik luister gespannen naar de stilte. Ik zet de voordeur op een kier zodat Maarten binnen kan en loop naar de keuken. Mijn vader is inderdaad in de keuken maar hij zit niet neer op een stoel of staat recht, hij bengelt bewegingloos aan een touw dat hij zorgvuldig om zijn keel geknoopt heeft. Helemaal over mijn toeren val ik onder zijn voeten neer op de grond. Niets kan me nog schelen. In vergelijking met dit is mijn geelachtige hand het normaalste wat er bestaat. Ik hoor zelfs niet dat Maarten de kamer in komt. Hij tilt me voorzichtig op en brengt me naar mijn kamer. Ik hoor dat hij de politie belt voor het lijk van mijn vader weg te halen en zijn doodsoorzaak verder te onderzoeken. Voor ik het besef lig ik kletsnat van mijn tranen in zijn armen te wenen. ‘Saartje, kalm… Hij had hier waarschijnlijk een bepaalde reden voor’, zegt Maarten terwijl hij mijn haren streelt. ‘Ja misschien heb je wel gelijk’, snik ik. ‘Het is niet jouw fout. Het was zijn eigen beslissing hoe pijnlijk het ook voor je is.’ ‘Mijn vader heeft mij zoveel jaren opgevoed, en we hebben heel weinig contact gehad met elkaar.’ ‘ Enig idee waarom hij afstandelijk deed? Ik weet dat ik nu precies lijk op een slechte journalist of een ramptoerist, maar ik wil je alleen maar helpen.’ Wanneer we allebei lachen krijg ik het even warm vanbinnen, ook al heeft mijn vader juist zelfmoord gepleegd. ‘Tijdens het avondeten heeft hij me gezegd, dat mijn moeder was meegenomen, omdat ze anders was.’ ‘Wow,bedoel je dat je moeder misschien hetzelfde probleem had als jij?’ ‘Mijn vader begon ineens te mompelen toen…’ ‘Toen wat?’ ‘Weetje de dood van mijn vader was niet de echte reden waarom ik je heb gebeld.’ Ik zucht en hef mijn hand omhoog. Zonder iets te zeggen pakt hij mijn hand vast, en bestudeert het. Aan zijn gezicht te zien lijkt hij verbaast. ‘Heeft hij je hand gezien?’ ‘Ja waarschijnlijk. Daarom leek hij geschokt maar wat ik nog raarder vind is dat hij begon iets te mompelen. Het leek alsof hij bang was van iets nadat hij mijn hand heeft gezien.’ ‘Misschien heeft hij daarom zelfm… Ik bedoel dat er kans is dat hij daarom uit het leven gestapt is,’ antwoordt hij. ‘Ja… Maarten… wat moet er nu met me gebeuren? Ik heb geen vader meer, en mijn moeder is al jaren vermist!’ Wanneer de tranen over mijn wangen stromen, begraaf ik mijn gezicht in T-shirt. ‘Ik heb nog een logeerkamer. Mijn ouders vinden het vast niet erg als je een tijdje bij ons in trekt,tot er een oplossing gevonden is . Ik bloos. Meende hij dat echt? ‘Bedankt dat zou echt lie…Ik bedoel vriendelijk zijn.’ Ik glimlach ,en hoop dat hij het niet heeft gehoord dat ik hem lief vind.

‘ Ik ga mijn ouders even inlichten. Pak op je gemak je spullen en kom maar af als je klaar bent.’ Hij sluit de deur met een grijns. Het is muisstil in huis. De gedachten aan mijn vader komen weer op. Ik pink een traan weg en loop naar mijn kamer. De stilte maakt me onrustig dus zet ik een van mijn favoriete Cd’s op. Ik zucht en doe mijn kast open. T-shirts, broeken, rokjes en jurkjes lachen me toe. Ik heb er nooit echt bij stil gestaan hoeveel kleding ik de laatste maanden heb gekocht. Met tegenzin beging ik stapeltjes te maken. Ik beweeg op het ritme van de muziek en vergeet even al mijn zorgen. Het zweet breekt me uit. Een golf van duizeligheid overspoelt me dus zet ik me op de rand van mijn bed. In de verte hoor ik voetstappen op de trap. Zou Maarten daar zijn? Ik wil me recht zetten maar ik heb er gewoon de kracht niet voor. Alles zou goed komen. Maarten kan ieder moment binnenkomen om me te helpen net zoals in het chemielokaal. Ik zucht en laat me neervallen op mijn bed terwijl ik wacht tot hij mijn kamer in zou komen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de klink naar beneden gaan. De deur piept. Voor me staat een vreemde man. Hij is klein, redelijk dik en heeft vettig zwart haar. De man sluit de deur en stapt naar het raam waar hij vervolgens de rolluiken zo goed mogelijk toe doet. De kamer is bijna volledig donker behalve door een kleine zaklamp die de man in zijn handen houdt. ‘Zo, zo… Saartje, is het niet?’ Hij grijnst naar me en komt steeds dichter en dichter naar me toe. ‘Wie bent u en wat doet u hier?’ ‘Oh, niet zo snel schatje.’ Hij pakt me stevig vast. Ik verzet me met al mijn kracht maar mijn handen laten me in de steek. ‘Doe geen moeite je krachten werken niet bij mij.’ ‘Wacht hoe weet u…?’ Zonder iets te zeggen pakt hij touw en tape uit zijn zak. Hij wikkelt het touw zorgvuldig rond mijn lichaam zodat ik niet meer weg kan en plakt de tape stevig op mijn mond. ‘Genoeg gezegd voor nu!’ grijnst hij. Ik haat dat ik niets kan zeggen door die stomme tape op men mond maar ik geef de moed niet op en blijf me concentreren voor het geval dat mijn krachten zouden terug komen. ‘Haha, wat is het toch leuk als je als een muis in de val zit ‘ ,lacht hij. Ik verwacht dat hij me zou meenemen, maar tot mijn verbazing doet hij dat niet. Hij zet zich naast me en steekt een sigaret op. Ik wil me verzetten, tegen die vreemde man gaan schreeuwen, en als het zo even kan zou ik hem ook vermoorden, maar ik weet dat ik als een vogel in een kooi zit. Het enige wat door mijn hoofd spookt is wat deze man met me van plan zou zijn.
-------
Dit was hoofdstuk 1 :slightly_smiling_face:

Okee, ik zal wat er wat meer tijd tussen laten :stuck_out_tongue:

Hoofdstuk 2

Ik open mijn ogen en bevind me in een donkere ruimte. Waarschijnlijk ben ik verdoofd, want ik kan me niets meer herinneren. Ik probeer me recht te zetten maar besef dat ik me niet kan bewegen. Wanneer mijn handen in het duister tasten, ontdek dat ik vastgebonden ben. Ik dwing mezelf niet te panikeren,en denk na. Er moet toch een oplossing zijn? Ik gebruik mijn krachten om een beetje licht te krijgen ,maar er gebeurd niets. Er moet iets mis zijn met deze ruimte. Mijn lichaam wordt overspoeld met angst. Uit frustratie trek ik in het duister aan het touw. Ik voel het touw in mijn handen snijden, maar ik blijf trekken. Tranen stromen over mijn wangen. Wat heb ik misdaan? Waarom ben ik hier? Alles wordt me uiteindelijk te veel. Ik gil en laat mijn emoties de volle loop.

‘Kalm aan kind, niemand kan je hier toch horen.’ ‘Is er hier iemand?’, vraag ik geschrokken. ‘Nee, ik ben enkel een geest die je komt vermoorden.’ ‘Ik hoop dat dit een grap is.’ ‘Ja, wat denk je zelf…Sorry als ik je nog meer heb doen schrikken, mijn naam is Lien.’ ‘Hey Lien, Ik ben Saartje, ik had je niet eerder op gemerkt.’ ‘Ja dat is niet moeilijk in deze donkere ruimte. Ik zit hier al opgesloten voor een maand.’ ‘Een maand??? Hoe kan het dat je nog leeft? Je moet er waarschijnlijk vreselijk en uitgemergeld uitzien.’ ‘Dat valt nog mee denk ik, ze brengen me om de zoveel uur wat brood en water en soms een stuk vlees.’ ‘Maar Lien, waarom ben je hier en waarom ben ik hier?’ ‘Omdat we anders zijn. ‘Anders? Wow, wacht bedoel je dat jij ook krachten hebt?’ ‘Ja, wij zijn Glims. ‘Glims???’ ‘Ok, jij bent blijkbaar ook goed op de hoogte van je eigen soort…’ ‘Lien, ik lijd al zestien jaar nietsvermoedend mijn leven . Mijn moeder is gekidnapt toen ik zes jaar oud was, mijn vader heeft nog niet zolang geleden zelfmoord gepleegd en nu kom ik weten dat ik niet menselijk ben. Geloof me ik weet echt niets maar dan ook niets over Glims, dit is de eerste keer in zestien jaar tijd dat ik dat woord te horen krijg.’ ‘Ok, we zitten hier waarschijnlijk nog een tijdje. Ik hoop dat je houdt van geschiedenis en legendes’, zegt Lien al lachend. Ik knik, maar als ik besef dat we geen van beiden iets kunnen zien in het donker komt er een zachte ‘ja’ uit mijn keel.

‘Jaren geleden leefde de familie Opung in het rijk Utopia.’ ‘Utopia?’ ‘Utopia is het rijk waar onze soort leeft. Het gezin Opung was volgens de legende heel erg arm en was niet zo geliefd bij de rest van de toenmalige bevolking. De moeder was namelijk een heks. Op een dag wanneer vader Opung en zijn oudste zoon en dochter waren gaan werken voor wat inkomen en hun moeder naar de plaatselijke markt was gegaan sloop de jongste zoon rond in het huis.’ ‘Hoe oud was hun jongste zoon?’ ‘Volgens de legende was hij een jaar of vijf. Hij kwam terecht in een ruimte met verschillende brouwsels die zijn moeder had gemaakt. Er stond een grote ketel met een gele vloeistof. De kleine jongen was natuurlijk nieuwsgierig en viel in de ketel.’ ‘Is hij gestorven?’ ‘Ja, niemand weet of dit waargebeurd is. Het is tenslotte maar een legende.’ Ons gesprek wordt verstoord door stemmen buiten onze ruimte. Ik schuif me zoveel mogelijk tegen de muur en hou mijn adem in. Het geluid van het openen van het slot weergalmd door de ruimte. ‘Neen, zijn ouders kwamen net op tijd om hem te redden. De dagen daarna voelde de jongen zich sterker dan ooit. Niemand begreep wat er aan de hand was. Hoe kon een jongen van vijf jaar oud ineens zoveel kracht bezitten? Een paar dagen later werd de kleine Opung dood terug gevonden. Zijn lichaam was volledig geel uit geslagen. De bewakers van het rijk startten een onderzoek, en volgden al snel het spoor van de moeder wanneer ze de ketel met geelachtige vloeistof zagen. De arme vrouw werd veroordeelt en onthoofd, en de ketel werd uitgegoten in de rivier. Vader Opung en zijn zoon en dochter wouden wraak nemen om wat er met hun moeder gebeurd was. Ze gingen naar de rivier en dronken van de substantie. Al snel werd de familie Opung oppermachtig. Ze vermoorden op gruwelijke wijze de bewakers en de koning en koningin en dwongen de bevolking van Utopia te drinken van de gele substantie. Iedereen dat tegenwerkte of niet wou drinken van de vloeistof werd op gruwelijke wijze aan het leven ontnomen.’

‘ Dus zo zijn Glims ontstaan?’ ‘Ja, niemand weet of dit waargebeurd is. Het is tenslotte maar een legende.’ Ons gesprek wordt verstoord door stemmen buiten onze ruimte. Ik schuif me zoveel mogelijk tegen de muur en hou mijn adem in. Het geluid van het openen van het slot weergalmd door de ruimte. Zodra de ijzeren poort open gaat doe ik mijn ogen automatisch toe omdat ik verblind wordt door het licht.‘Zet het water en brood hier maar neer.’ ‘Ok, komen er nog anderen in deze ruimte?’ ‘Neen, het zal niet lang duren voordat deze twee worden overgeplaatst naar het rijk. Ik hoor dat ze me in de hoofdruimte nodig hebben. Maak hun los zodat ze kunnen eten en drinken, doe de poort dan zorgvuldig op slot en kom binnen een kwartiertje terug om hun terug vast te maken. Maarten, we kunnen ons geen fouten permitteren dan kun je zelf de gevolgen dragen.’ Ik hoor de voetstappen verdwijnen. Wacht had ik nu net Maarten gehoord? Ik voel dat mijn kettingen worden losgemaakt en open mijn ogen. Twee groene ogen kijken me aan. ‘Maarten?’ mompel ik. ‘Godzijdank! Ik wist wel dat je me vroeg of laat zou komen redden.’ Ik kijk hem smekend aan maar in plaats van te antwoorden staart hij wazig voor zich uit. Nadat hij ook Lien haar kettingen heeft losgemaakt stapt hij terug naar de deur. ‘Sorry Saartje…’ ‘Maarten doe nou niet zo schijnheilig en maak ons los!’ In plaats van ons te helpen gunt hij me nog één blik vol emoties en sluit vervolgens terug de deur.

Mijn kettingen zijn los dus voor het eerst in zoveel uur kan ik eindelijk rechtstaan. Mijn benen voelen raar aan, alsof ze het niet meer gewoon zijn om te strekken en ieder moment me terug op de grond kunnen laten vallen. Ik ben uitgehongerd en mijn tong voelt droog aan. Als ik niet snel iets drink droog ik uit. Ik strek mijn armen voor me uit en tast in het donker tot als ik een muur tegen kom. Vervolgens kruip ik op handen en voeten verder tot mijn arm uiteindelijk een kommetje raakt. Ik geniet van wat vocht in mijn mond en drink het kommetje gulzig in één keer uit. ‘Jij bent ook uitgehongerd!’ zegt Lien al lachend. ‘Sorry…’ , mompel ik met mijn mond vol brood. Nadat mijn maag is gevuld wrijf ik over mijn buik en laat me tegen de muur zakken. Het is enkele minuten stil en de gedachte aan Maarten spookt door mijn hoofd. Wanneer al mijn pogingen om in slaap te vallen mislukken probeer ik terug een gesprek aan te knopen met Lien. ‘Lien, heb jij die blonde jongen van daarnet al eens gezien?’ vraag ik in de hoop dat ze niet slaapt.


Zouden jullie zo vriendelijk willen zijn om een reactie te plaatsen, want op dit moment weet ik niet zo goed of ik stukjes moet blijven plaatsen of niet…Een reactie zou fijn zijn :wink: