[Verhaal] Vallen

Mijn blik dwaalt af naar buiten. De trein dendert in volle vaart langs weilanden, koeien, stront en witte sta-stil-vogels. Slootjes slingeren door het groene gras, voorzien alle sprieten van water en vissen van leven. Zachtjes bonk ik op het raam. Waarom gaat de trein niet wat zachter? Straks halen we de tijd nog in. De trein begint langzaam te remmen als ik de seconden op mijn horloge aftel. Vijf…vier…drie…twee…precies op de seconde arriveert de trein op het tussenstation. Mensen stappen haastig in. Ze kijken me niet aan, ik besta niet voor ze, zij wel voor mij. Met een glimlach kijk ik naar een getinte jongen rond de 20. Terwijl hij me verveeld aankijkt haalt hij een smartphone uit zijn leren binnenzak. Gezelschap is ook te vinden in een metalen doosje. Situaties waarin er van je wordt verwacht ongewenst te figureren worden makkelijk opgelost.

Mijn tanden in een appel, het sap druipt via mijn kin naar beneden. Met zijn allen vliegen we over het spoor. Allen een andere bestemming. Er trilt iets in mijn zak, het is mijn mobiel, opa, of ik al bijna ben gearriveerd. Een kort gesprek volgt, waarna ik op de ‘end call’ druk. Terwijl ik mijn mobiel terug in mijn zak stop, voel ik het metalen wapen langs mijn vingers schuren. Nog een paar minuten tot ik opa weer zie. Als ik bijna ben aangekomen ben op het station neem ik vanuit de verte een oud figuur waar. Geruit petje, rollator, en pantalon. Over stereotypes gesproken. Terwijl ik opsta om uit te stappen voel ik een koude rilling. Mijn handen beginnen te trillen, het zicht wordt wazig. Met een wee gevoel loop ik naar buiten, richting opa, als opeens al mijn energie met een magneet uit me wordt getrokken en ik met een smak op het stenen perron terechtkom.

Als ik later wakker word in de zolderkamer bij opa, herinner ik me niet veel meer. Flitsen van de getinte jongen en een appel vliegen voorbij. Het enige wat rest is een groot gapend zwart gat, leeg en geen herinnering te noemen.

Gelukkig kan ik de komende weken mijn rust hervinden bij opa. Hij heeft me precies verteld wat er is gebeurd en wil dat ik naar de dokter ga. Opa, mijn grote vriend, rolmodel. De enige die me begrijpt zonder iets te vragen. Aan hem heb ik wat. Vrienden heb ik verder nooit gehad, afgezien van een roodharig knulletje met sproeten uit de Populierenlaan. Toen pa en ma nog bij elkaar waren en elkaar kusjes gaven. Paul was zijn naam. We speelden spelletjes, klommen in bomen en hadden samen een geheime club waar alleen wij het wachtwoord van wisten. Op een dag was Paul dood. Zijn ouders vertelden het me toen ik aanbelde om te vragen of hij kwam spelen. Ze nodigden me uit om op zijn begrafenis te komen. Dat was een mooi afscheid van mijn enige beste vriend.
Volgens zijn ouders zou hij daarboven een mooi plekje hebben. Ze zouden Paul missen, het was een geweldig lieve jongen. Omgekomen door een val uit onze favoriete klimboom. Na de toespraak van zijn ouders, en familie werd zijn lievelingsliedje gedraaid. Mensen moesten huilen. Maar ik wist niet wat ik moest doen, keek laveloos voor me uit. Paul verdween onder de grond. Toen ik een paar dagen later terugkwam had ik bloemen voor hem meegenomen. Ze kregen een mooi plekje rond zijn graf, toen ik wegliep brak de zon tussen de wolken door. De zon gaf me het licht. Maar het licht kon het ijs rond mijn hart niet meer breken.

Wordt vervolgd

ik heb het ook niet gelezen, in eeen boek is niet erg.
op de laptop leest het een stuk moeilijker.

Ik vind je goed schrijven, maar misschien moet je af en toe een paar enters gebruiken zodat het niet zo’n lap tekst is. Verder!

Ik heb het gewijzigd, beter? En bedankt :slightly_smiling_face:

Ik hoor echt heel graag de mening van anderen erover!

Vervolg:

Kort daarna gingen pa en ma scheiden. Omdat ze ‘uit elkaar waren gegroeid’. Het was precies in de periode dat ik naar de middelbare school ging. Het Gymnasium werd een grote flop, concentratie was ver te zoeken. Tenslotte zakte ik tweemaal en haalde ik met geluk en doorzettende leraren mijn Havo-diploma.
Met mijn havo op zak kon ik naar het hogere onderwijs. Het werd het conservatorium, piano. Volgens velen was ik een wonderkind, een virtuoos wonder dat de ziel met de piano volledig kon blootstellen. Vaak kwamen mensen na een concert huilend op me af. Voor hen was ik een heelmeester van vergeten wonden. Ik maakte af waar hun verwerkingsproces stopte. In die tijd had ik beroemd kunnen worden, mocht ik zeker genoeg geweest zijn van mezelf en mijn capaciteiten.
Soms had ik het gevoel dat ik niet gemaakt was om te leven. Dat beter iemand anders mijn plek had kunnen innemen.
Waarom ik dit allemaal vertel? Omdat je moet weten wat mij op die ene woensdagmiddag gebracht heeft tot de gruwelijke daad.