[ verhaal ] "UP"

“Up”

Het klopt. Het klopt zo hard dat er een suis ontstaat in je linkeroor. Je draait van je buik op je rug en probeert het te kalmeren. Maar het kloppen verspreid zich naar het andere oor. Denken lukt niet, zelfs niet met gesloten ogen. Of misschien juíst niet met gesloten ogen. Je overweegt ze te openen, maar je wilt niet. Ademen…Ademen… moet je, het ritme weer hervinden. Je hart kalmeert, en de kloppingen vertragen. Je hoort langzaam je gedachten terugkeren. Je draait je terug op je buik, voordat deze hersenspinsels de kans krijgen je te wekken. Inslapen in het drukkende duister is het enige dat je wilt. De dikke winterdeken omsluit je tot aan vlak boven je oren. Het functioneert als je enige barrière tegen de dagelijkse realiteit. Woensdag.

Eeuwen later moet je toch de strijd tegen het bewustzijn verliezen. Tien minuten op de klok, kostte het de gedachtespinsels terrein te winnen en je terug te slepen naar het ochtendlicht. Het licht dat de kamer om je heen heeft verovert, maar vergeet de donkere wolken die in je lichaam huizen te verbannen. Het raakt het zwart tussen je oren zelfs niet aan. Deed het dat maar, denk je, maar eigenlijk vind je het ook wel goed zo. Het zwarte is het enige gevoel dat je nog benoemen kan. Tenminste, als zwart een gevoel is. Je benen komen moeizaam onder het dekbed vandaan en je voeten verdwijnen in je grijze pantoffels. Het is koud, de ramen zijn beslagen, of is het de regen die ertegen tikt? Je bedenkt dat een douche je lekker zal verwarmen en wekken, maar de gedachte eraan put je meteen weer uit. Dus slenter je eerst naar de keuken. Je vult de loodzware waterkoker, en na een paar ellendig lange minuten verwarmt een kop thee je handen. Earl-Grey.

Je neemt je voor de resterende colleges van vandaag bij te wonen. Maar als een paar seconden later het warme douchewater op je neer komt bedenk je alweer duizend redenen waarom college zinloos is. Hoewel je het argument zinloos jezelf niet laat overtuigen, blijkt uitputtend een woord dat jou wél met gemak overhaalt. Tenslotte ben je al ontzettend moe. Na het afdrogen van je magere lijf, kleed je jezelf met een spijkerbroek en je dikste trui, om wat warmte te behouden. Je sms’t een berichtje naar een willekeurige klasgenoot met de uitleg dat je je niet goed voelt. Liegen doe je tenminste niet, eerlijk zijn ook niet. Het gaat namelijk niemand iets aan dat je werkelijk beroerd bent. Je rommelt in het medicijnkastje naar vitamines. Die verhogen immers je weerstand. En weerstand heb je nodig, tegen de kou die je voelt, en tegen het gebonk in je hoofd. De maximale dosis overschrijden betekend toch een snellere werking? Je voelt de derde door je keel glijden, naar je maag. Je bent snel weer beter. Morgen.

Tijdens je barre tocht van de keuken naar de bank voel je een laatste restje energie vervliegen. Je hebt nieuwe nodig. Je haalt wat uit je aangestoken Marlboro-sigaret. Light uiteraard. Je gezondheid is namelijk belangrijk voor je. Het uitdrukken van de opgerookte peuk geeft je voldoening. Er brand iets achter je ogen, je wrijft maar het blijft branden. Misschien helpt nog een sigaret, denk je. Na het uitrukken van de tweede peuk stinkt je rechterhand vreselijk naar de misselijkmakende rook. Je loopt naar het aanrecht en wast je handen om de geur weg te spoelen. Ondertussen wringt een nieuw idee zichzelf je hoofd binnen. Misschien moet je wat eten om je beter te voelen? Je maakt een bord Brinta voor jezelf, en voegt een extra vitaminepil toe, voor de weerstand. De pap verwarmt je buik, maar word direct na het dalen een zware klomp op je maag. Je kijkt op de klok, maar weet niet meer wat de wijzers betekenen, of wat tijd inhoud. Je sluit je ogen, terwijl je terugzakt op de bank. Je bibbert.

De verschoten fleece-deken drapeer je over je lichaam. Het kan de warmte amper behouden, maar zou beter moeten zijn dan eerst. Misschien is het dat wel, maar je weet even niet meer hoe het voorheen voelde. Je dut even in. Tenminste, als je wakker word is het donker in de kamer. Het wordt steeds sneller donker, bedenk je, terwijl het nog september zou moeten zijn. Op de digitale klok van je laptop lees je 21.19 uur. Geen wonder dat je moe bent, bedenk je. Je opent je mailbox en ziet twaalf nieuwe berichten. Je leest er drie vluchtig. Je beantwoordt geen enkele, ook al hebben sommigen een datum van een week terug. Verplichtingen.

Je ergert je aan verplichtingen. Je krijgt het benauwd bij de gedachte eraan. Ademen… Ademen… de zuurstof weer inhaleren. Je besluit je van contacten ervan te ontdoen. Weglopen doe je niet, want je hebt tenslotte een goede reden niet te gaan: Je bent immers ziek. En je mag toch zeker doen wat je maar wilt? Maar wat wil je eigenlijk? Het zwart tussen je oren drukt achter je ogen. Je ziet sterretjes. Denken lukt niet meer. Wat je wilt? Je wilt slapen. Dat is het enige wat je wilt. Onttrekken aan alles in en om je heen. Je staat op en loopt naar je slaapkamer. Je verkleed je snel in je pyjama om vervolgens weer onder de dikke deken te verdwijnen. Gedachten verlaten langzaam je hoofd. Met gesloten ogen wil het denken ook niet meer. Het zwart drukt tussen je oren. Je voelt je wegzweven van de realiteit. Pas eeuwen later laat je het geklop in je rechteroor de werkelijkheid weer terughalen. En valt de nieuwe dag de vorige in herhaling. Repeat.

Dit ken ik… Heb je dit niet eerder gepost? xd