[VERHAAL] Treme.

Dit verhaal gaat over Kaitlyn Lewis. Ze is 14 jaar en woonde altijd in een van de rijkste buurten van Amerika genaamd ; Greenwich. De plaats ligt in fairfield county. In de staat Connecticut. Omdat haar vader een rijke zakenman is en een nóg betere baan heeft aangeboden gekregen in New York, moet ze verhuizen.
In de stad is alles anders, verschillende types mensen, kleinere huizen, een school waar het eten niet smaakt en het ergste van alles drukte.
Hoe gaat ze het hier redden? En wat is dat met die meisjes uit haar klas?

[size=1em]‘’Kaitlyn kom je ? We gaan.’’ Roept mevrouw Lewis, of te wel mijn moeder. Mijn ouders zijn nette mensen met een goede baan. Ik zie ze dus eigenlijk nooit. Ik heb verder geen broers of zussen dus ik was vroeger altijd alleen. Gelukkig kreeg ik op de middelbare veel vriendinnen die eigenlijk altijd hier waren. Dat is eigenlijk ook niet zo raar, ons huis is vrij groot. Maar goed, nu is dit huis niet meer van ons. Ik loop naar beneden met mijn tas, waar een flesje drinken en telefoon inzitten. Dit word een ontzettend lange reis. ‘’Ben je er klaar voor?’’ Mijn vader trekt de deur open. Ik schud van ja, maar dat is gelogen. Begrijpen ze niet dat ik gewoon hier wil blijven? Ik loop naar buiten en kijk nog een keer naar ons huis. Dan draai ik me om. Dit huis is verleden tijd.

Je schrijft fijn, maar toch kom ik er niet ‘in’, misschien omdat de inleiding ook niet echt spannend is?

Dankjewel! En ja dat kan wel eens kloppen aangezien ik nog een beetje aan het kijken ben welke richting ik op wil :grinning:. (Btw, ik ga hem nog wel veranderen hoor.)

[size=1em] Ik smijt mijn koffer tegen de kast, de een wankelde beweging maakt. Mevrouw Lewis heeft mijn kamer al geschilderd. Één wand is aqua blauw, de andere zijn wit met zwarte krullen en bloemen. Echt meisjesachtig dus. Ik loop naar mijn koffer en begin alles uit te pakken. Drie koffers voor me kleren en dan nog twee voor de andere spullen. Dit wordt nog een hele klus alles een plaatsje te geven. [size=1em]‘’Nee, hebben we die dan?’’ Roep ik terug. ‘’Jaa zeker, op het dak!’’ Op het dak?! Ik ren naar beneden. ‘’Waar op het dak?’’ ‘’De trap op richting de zolder’’ Meneer Lewis schuift de Suède bank op de bestemde plaats. Ik ren onhandig de trap op richting de zolder. En ja inderdaad een deur lijd me naar een prachtig zwembad. Het is een rechthoekig zwembad van zo’n 6 meter lang en 4 meter breed. [size=1em]Misschien wordt het hier toch nog leuk.


[/img] Het huis van Kaitlyn in Upper East Side.
[font=Verdana]

[size=1em]Stop. [size=1em]Na zo’n tien minuten stoppen we. Een meisje met donker bruin stijl haar tot over haar schouders stapt de bus binnen. Ze glimlacht naar de buschauffeur en vraagt hem hoe het gaat. De buschauffeur antwoord en ze loopt door. Ik kijk terug naar buiten. Het is prachtig weer, veel te mooi om voor naar school te gaan. [size=1em]‘’Ja, ik ben hier nu vijf dagen.’’ Ik glimlach. Ze knikt. ‘’Ik ben Madison. ‘’ Het meisje geeft me een hand. Ik had verwacht dat de New Yorkers zo niet waren en niet zo netjes, maar het meisje dat blijkbaar Madison heet is niet zo opgevoed.

De bus rijd een oprit op, waar een mega gebouw bij staat. Dat moet de school zijn. Het gebouw is redelijk oud en de stenen zijn geel. Een onveilig gevoel bekruipt me. Vele donkere mensen staan bij de hekken. Ze roken en maken foto’s. De bus is gestopt en ik pak mijn tas.
‘’Ben je bang?’’ Madison loopt achter me. Waarschijnlijk heeft mijn gezicht me verraden. Ze lacht.
‘’Je hoeft niet bang te zijn, je moet gewoon zorgen dat je ze te vriend houd.’’ Ze kijkt naar een groepje jongeren dat staat te roken.
‘’Zijn ze zo gevaarlijk dan?’’ Probeer ik stoer uit te brengen, maar volgens mij klink ik als een piepende muis.
‘’Sorry, ik moet gaan.’’ Madison duwt me aan de kant en sprint de bus uit. Zijn we zo laat? Ik versnel mijn stap en loop de school binnen. Ik kom binnen in een grote hal waar vele vlaggen hangen met ‘Cliff side high school’. Er staan wat bankjes waar een paar kinderen bij staan. Ik besluit de gang rechts te gaan, in de hoop iemand te kunnen vinden die me mijn lokaal kan wijzen. In de gang is het een stuk drukker. Vele kinderen leunen tegen de groene vieze kluisjes. Ik voel de ogen in mijn rug branden. Langzaam loop ik door. Ik zie het zelfde groepje dat bij de hekken stond, nu een stukje verderop staan. Een benauwd gevoel bekruipt me. Ik heb niks tegen donkere mensen, maar hoe ze staan, kijken en vooral hoe ze zich kleden is niet het prettigste zicht. Wanneer ik bij het groepje ben loop ik een stuk sneller dan eerst. Niemand spreekt me aan. Ik ben vast niet eens opgevallen.
‘’Uhm hey, ik ben nieuw. Waar kan ik de conrector vinden? ‘’ Ik spreek een meisje aan met bruin lang haar tot ongeveer haar achterwerk.
‘’Rechts in het kleine kamertje.’’ Ze praat niet echt, maar snauwt eerder. Zo’n heel arrogant typetje dus. Ik loop weer door richting het kamertje. Kloppen. Staat er op de deur. Langzaam bonk ik op de deur en wacht op een reactie.
‘’Binnen.’’ Klinkt het vanaf de andere kant van de deur.
‘’Hallo, ik ben Kaitlyn Lewis. Ik ben nieuw hier, kunt u mij misschien vertellen wat mijn rooster is en welk lokaal ik nu les heb?’’ Ik geef de dikke, vettige man een hand. Hij draagt een geruite gele bloes en een te grote broek. Je zou hem eigenlijk zien als een techniek of houtbewerkingleraar. Hij geeft me mijn rooster en ik bestudeer het aandachtig. Donderdag het eerste uur geschiedenis, daarna gym en daarna economie. Dat is niet echt fijn.
‘’Je begint in lokaal 34, dat is op de tweede verdieping. Moet ik met je meelopen?’’ Vraagt de conciërge. ‘’Ja graag, ik ga het hier zelf niet vinden.’’ Zeg ik met een glimlach.