Verhaal 'The way of Jessy Green'

Dit verhaal wordt een mix van romantiek, spanning, geheimen, vertrouwen en vriendschap. Echt een random verhaal, dus.

Inleiding

Jessy Green, eigenlijk Jessica Green, heeft haar huis verlaten nadat haar moeder verdwenen is. Alleen verdwenen of overleden weet zijzelf niet.
Na een aantal lastige en vooral pijnlijke jaren thuis, heeft zij besloten om naar het stadje ‘Antilope’ te vertrekken; een stad in het midden van het land. Omdat ze nergens terecht kon, niet bij familie of vrienden, is ze in een soort studentenhuis voor jongeren vertrokken.

http://i54.tinypic.com/vsns6s.jpg

Soort proloog

Achter zich hoorde Jessy voetstappen. Ze wilde zich niet omdraaien, maar ze kwamen steeds dichterbij. Even gierde er een vervelend gevoel door haar maag, een gevoel dat ze al tijden niet had gehad; het leek wel angst. IJverig liep ze door en keek naar de grond. Ze trapte met haar leren leger laarzen tegen een willekeurig steentje aan.
‘Stop.’ Jessy stopte en keerde zich verveeld om. Ze zette haar hand haast automatisch neer in haar zij en besefte zich toen pas dat ze tegenover een man stond, die haar leek te herkennen. Ze kauwde op haar kauwgom, toen de man zijn lippen bewoog. ‘Jessy…’ Ze onderbrak hem. Geen woord wilde ze van hem horen.
‘Zeg niets.’ De man kon duidelijk niet op tegen haar. Hij was kwetsbaar ingesteld; en daardoor maakte hij het haar ook zo gemakkelijk hem te laten zwijgen. ‘Laat me met rust – beter nog, vergeet me. Denk nooit meer aan me, probeer me nooit meer op te zoeken en praat nooit meer over me. Doe alsof ik nooit bestond.’ De man keek haar aan. Hij keek recht in haar ogen, die een extra koude blik uitstraalden. Op haar gezicht, die altijd al ijzig was, maar nu was hij nog killer.
‘Jessy, laat me je helpen.’ Ze liet zich niet kennen en schudde haar hoofd. Ze kneep haar ogen iets dichter.
‘Je kan me niet helpen. Ga, alsjeblieft. Kom nooit meer terug.’ De man wilde iets zeggen, maar zweeg en knikte zuchtend. Hij keerde zich om.
Jessy keek toe hoe hij over de straat slenterde en liep toen weer verveeld weg.

Het wordt dus een romantisch verhaal, spannend en nog veel meer. :’)

ga door…:slightly_smiling_face: of was dit het

Verder :slightly_smiling_face:

Upjee…
PS. ga je nog verder met je andere verhaal;o?

1. Vertrokken, verlaten.

Terwijl Jessy haastig maar geluidloos de laatste koffer in de auto van Zack, haar achttien jarige neef, laadde keek ze een laatste keer om naar haar huis. Oude huis. Het gordijn zat nog voor de kamer van haar vader; gelukkig - hij mocht absoluut niks merken.
‘‘Jessica,’’ mompelde Zack, ‘‘schiet op, straks merkt je pa wat en belt hij mijn ouders ook.’’ Arrogant staarde Jessy haar neef aan. Grijnzend liep ze naar voren.
‘‘Arme Zackie, straks word je moeder nog boos.’’ Lachend stapte ze in, net zoals Zack. ‘‘O ja; geen wóórd over mij met je ouders. En vertel Louise ook niks.’’ Zack startte de auto en ze reden weg.

Op vijftien jarige leeftijd van huis vertrekken is lastig, maar voor haar lag het anders. Zij, Jessy Green, eigenlijk Jessica, maar ze weigerde zich zo te noemen aangezien het haar moeders favoriete naam was en zij was verdwenen op Jessy’s elfde. Jessy had het gehad met haar moeder; natuurlijk miste ze haar, maar in de jaren dat ze weg was, had ze een weerwoord tegen alles gekregen en had ze een grote mond gekregen. En haar vader had alles verpest, vond ze.
‘‘Waar breng je me heen?’’ vroeg Jessy. Het boeide haar eigenlijk helemaal niet, als ze maar weg was van huis.
‘‘Geloof me - naar een plek waar niemand je zoekt. Een oude vriend van me woonde daar, niemand zou zich maar in jou interesseren daar.’’ Dat leek Jessy wel wat. Uit haar broekzak pakte ze een lolly en die stopte ze arrogant in haar mond.
‘‘Misschien kan ik beter eerst een nacht mijn tent opzetten,’’ zei Jessy, '‘een meisje dat om vier uur ‘s nachts binnenkomt is natuurlijk niet het meest betrouwbare persoon die je je maar kan bedenken, hè, Zack.’’ Maar Zack schudde zijn hoofd. ‘‘Hallo, Zack? Die huppels zouden me wel weer verdenken. En mijn identiteit uitzoeken, zo geniepig zijn die verwaande middelbare school wijven wel.’’ Nog steeds schudde Zack zijn hoofd.
‘‘Is niet nodig, we zeggen dat je uit Frankrijk komt.’’ Jessy begon te lachen.
‘‘Ja, right. Geloof je het zelf? Zie ik er als zo’n stomme Franso uit, soms?’’ Zack trapte het gaspedaal harder in.
‘‘We zeggen dat je ouders gescheiden zijn en je moeder tegenwoordig een Franse vriend heeft en dat je er bent geweest.’’ Jessy zuchtte en keek uit het raam.
‘‘Oké, wat zou ik anders moeten.’’

Verderr <3…

De donkere bomen vlogen voorbij en er kwam een groot huis te voorschijn.
‘‘O, enne… Vertel daar ook niet over mij, hè. Zeg dat je broer je heeft gebracht,’’ zei Zack en reed door de bocht. Toen stopte hij vervolgens. ‘‘We zijn er, klein nichtje.’’ Jessy sloeg geïrriteerd op de arm van Zack en stapte uit.

‘‘Hoe kom ik binnen?’’ Jessy stond voor een grote deur en keek naar haar neef, die ongeveer tien meter achter haar stond.
‘‘Bel aan.’’
‘‘Ben je gek? Ik klim wel via het raam… als jij nou mijn koffers naar boven gooit.’’ Jessy keek naar boven en zette haar laars neer.
‘‘Jessica…’’
‘‘Noem me geen Jessica, Zack! Help me nou maar.’’ Zack schudde zijn hoofd en lachte. ‘‘Doe nou niet zo kinderachtig - gooi die dingen zometeen naar boven!’’ Ze zette nog een voet neer en Zack pakte een koffer. Jessy pakte met haar linkerhand iets vast en hoorde toen de deur opengaan.
‘‘Hoi?’’ hoorde ze een meisjesstem zeggen. Jessy sprong eraf en rolde met haar ogen.
‘‘Hoi,’’ zei ze en liep het huis in. Ze wenkte Zack ook te komen. Jessy ging met haar ogen over het meisje; ze had haar blonde, golvende haren in een vlecht en had een lichtroze nachtjapon aan. Daarover had ze een zilverkleurig vest getrokken.
‘‘Eh… hallo? Wie mag jij dan zijn?’’ Ze zuchtte. ‘‘Ik had April moeten zeggen dat ze geen vriendjes meer moest uitnodigen. Waarom kom je hier nú aan?’’ Zack keek dwingend naar Jessy.
‘‘April? Ken ik niet,’’ zei ze verveeld, ‘‘ik woon hier nu. Ik kom vanuit Parijs, daar woont mijn moeder. Welke kamer is van mij?’’
‘‘We zijn hier gewend elkaar voor te stellen. Hoi, ik ben Zoey.’’ Zoey was ook een echte Zoey.
‘‘Fijn. Welke kamer, zei je?’’

Upjeexx

leuk! :’)

Veder =)

leeuk! verderrr

Oe. Leuk :grinning:

Je schrijft echt goed! (: