[Verhaal] The Game Everyone Plays.

The Game Everyone Plays.

[size=10pt]Het leven is een spel. Een spel heeft regels, maar wie bepaalt de regels? Het verhaal hoort bij het genre drama, maar ook bij avontuur en soms liefde en soms thriller (althans, ik doe mijn best). Ik hoop dat jullie het verhaal leuk vinden, het is soms misschien cliché en een typische real-life story, maar dat kan heerlijk leesvermaak zijn. Ik hoop dat jullie het gaan volgen en dat ik goede opbouwende kritiek krijg, zodat ik het verhaal kan verbeteren.

-Een ingewikkelde familie geschiedenis
-Een nieuwe omgeving
-Vreemde gebeurtenissen
-Raadsels en hints.
Ze proberen er achter te komen wie er een spel met ze speelt, maar er is geen gebruiksaanwijzing, ze moeten meespelen, alleen zo leren ze de regels kennen. Maar wat is de prijs? Wie zijn er bij betrokken? Zijn er putten, net als bij ganzenbord, waar je in kan vallen? You will only know when you play.

Hier de link naar het notitie- / dagboek van de hoofdpersoon. (Download this file → code invoeren, en dan kun je hem opslaan)

[size=2]De kamer is koud en kil, de verwarming staat uit. Als je goed luistert, kun je de stemmen van de anderen door de dunne muren heen horen. In de hoek zit een klein meisje, de kleur van haar haren en ogen kun je niet goed zien, het is te donker. Door de kier onder de deur komt er licht de kamer binnen, hierdoor kun je het meisje net onderscheiden van het duister in de kamer. Misschien staan er nog wel meer dingen, maar ze zijn niet te zien. Het meisje is heel iel, je ziet haar botten bijna, haar haar is lang, waarschijnlijk is het al een hele poos niet geknipt, als het ooit al eens is geknipt. Een geluid, de deur. Langzaam gaat de deur open, het is een jongen van een jaar of zes. Zijn blik valt op het meisje. “Gaat het?” Vraagt een hoog piepstemmetje. Er komt geen reactie van het meisje. “Hallo? Ben je daar?” klinkt het wanhopig door de kamer. Er is een kleine echo, het lijkt erop dat er weinig spullen staan, of misschien is het een kelder. Er klinken voetstappen op de gang, ze zijn nog ver weg, maar komen steeds dichterbij. Het jongetje doet de deur dicht en rent weg. Het meisje zit nog steeds roerloos in de hoek. De voetstappen zijn opgehouden. De deur gaat open, nu niet zo langzaam. Er staat een veel grotere gestalte in de deur dan net, een grote, brede man, hij doet de deur dicht en een lamp gaat aan. Het meisje is ook een jaar of zes, en lijkt wel wat op het jongetje dat net in de deuropening stond. De man loopt op haar af en haalt uit met zijn arm, hij pakt haar bij de kraag van haar blouse. “Je bent weer stout geweest, is het niet?” Hij duwt haar hard handig op de grond en geeft haar een klap. En nog een. Dan schopt hij haar. Ze schreeuwt niet, ze huilt niet, ze laat het maar gebeuren. Haar ogen staan dof, zonder hoop. Dan klinkt er ineens een sirene. De man loopt bij het meisje weg en probeert uit de kamer te komen, maar de deur wordt open gedaan door mensen aan de andere kant van de deur. De gang wordt verlicht met zaklampen en de sirene van buiten die zijn licht door het raam naar binnen laat vallen. De man kan geen kant op. Het jongetje glipt tussen de mensen door en rent naar het meisje, hij slaat bekommerend een arm om haar heen.

De proloog is in een andere stijl geschreven dan de rest van het verhaal, even voor de duidelijkheid ^^

x

Dat van alle 80 mensen die dit gelezen heeft niemand gereageerd heeft, ik vind dit echt heel goed geschreven, en ik vind ook dat je schrijfstijl heel prettig leest. Xx

Ben benieuwd!
Vind het een sterk begin!

(kleine tip: Let op dat als je in VT schrijft je ook alles in VT doet! Je maakt volgens mij 1 of 2 keer de fout door het in TT te zetten!)

verder: mooi geschreven! Ik heb ook een tweeling in mijn verhaal, dus ben benieuwd hoe het die van jou afgaat!!

Dank je wel! :slightly_smiling_face: Ik ben het tweede deel van hoofdstuk 1 nog wat aan het ‘bijschaven’ en dat plaats ik zo meteen ook op dit forum haha xx

Thanks! :slightly_smiling_face: Ik ga er wat meer op letten dat ik alles ook in dezelfde tijd blijf schrijven haha en ik ga jouw verhaal lezen ! Ben nu namelijk wel nieuwsgierig naar jouw tweeling geworden :wink:

x

Ik volg x

Jeej :slightly_smiling_face:

x

x

Hoofdstuk 1: (Deel 1)
Ik staar de lege kamer in. Daar, links in de hoek, daar stond mijn bed. En tegen de rechter wand, onder het raam, heeft mijn bureau gestaan. In de andere hoek stond mijn kledingkast met daarnaast een poef, voor de spiegel, waar ik mijn kleding altijd op gooide. De poef is half versleten en het leer is heel zacht geworden, maar hij zit heerlijk. En als mijn kleding er weer eens op lag, dan zag toch niemand hoe versleten hij was. Het enige wat er nu nog over was van mijn kamer, zijn de vertrouwde vorm en het behang op de muren, maar zonder foto’s, posters en andere schilderijen ziet het er een stuk leger uit, en daardoor was het toch bijna onherkenbaar. Het geeft een vreemd gevoel om weer naar een ander huis te gaan, want ‘normaal’ gesproken zou ik daar naar toe gaan met maar een paar persoonlijke bezittingen, een aantal kleding stukken die ik zelf had gekocht toen ik in het kindertehuis zat, of die ik had meegekregen vanuit de gezinnen waar ik een paar maanden heb geleefd. Nu ga ik naar een ander huis mét gezin en met een heleboel persoonlijke bezittingen. Niet dat ik het kindertehuis zo erg vond, ik bedoel, ik had een dak boven mijn hoofd, het was er warm en knus, ik kreeg te eten, had een bed om in te slapen en werd niet geslagen, zo erg was het dus niet, het was misschien wel wat minimalistisch, maar dat was ook het enige waar ik over kon klagen toen, maar er was één ding dat wel vreselijk was: De onzekerheid. Wanneer moest je weer naar een nieuw gezin gaan, hoe lang zou je daar blijven, zou je bij terugkomst je oude vrienden weer tegen komen, of waren zij weg en waren zij dan voorgoed weg, of zouden zij ook terug komen, en zou jij er dan zijn? Het enige voordeel aan mijn tijd in het kindertehuis was dat ik mezelf heb aangeleerd om niet te veel aan mensen of dingen gehecht te raken, en ik lijk nu wel een prof in afscheid nemen, ik hoef geen traantje weg te pinken. Of misschien is er toch wel iemand van wie ik nooit afscheid heb hoeven nemen en aan wie ik wel gehecht ben geraakt… mijn broer. We zijn denk ik maar twee keer gescheiden geweest van elkaar in een gezin, de meeste gezinnen konden onze lieve oogjes niet weerstaan en namen dat lieve jongetje of dat schattige meisje ook op in het gezin. Zo lang we samen waren, ging het goed, op het moment dat iemand ons scheidde, waren we beide onhandelbaar.
“Kom je? Mam wacht.” Haalt mijn broer me uit mijn gedachten, of eigenlijk moet ik broertje zeggen, aangezien ik drieënhalfuur eerder geboren ben. Hij legt zijn hand neer op mijn rechterschouder, een heel vertrouwd gebaar. Zijn hand voelt warm en zacht aan. Als er iemand is die er altijd voor me is geweest, is hij het. Ik draai me om en stap om hem heen, vervolgens loop ik voor hem uit naar de trap. In het trappengat blijf ik nog heel even stilstaan en kijk voor de laatste keer naar de vertrouwde hal. Daarna loop ik verder de trap af, met mijn broer achter me aan. Beneden staat mam al klaar bij de voordeur, haar haren zijn losjes opgestoken en er hangen een paar plukjes haar nonchalant in haar gezicht door het schoonmaken van vanochtend. Ze houdt de deur voor ons open en schenkt me een warme glimlach als ik we langs haar heen naar buiten lopen, ze loopt achter ons aan en trekt de deur dicht. Voor de laatste keer vist ze haar sleutel uit haar broekzak, om hem in het vertrouwde slot te steken en de deur op slot te draaien. Ik kijk toe en zucht diep. Klaar voor een nieuw begin. Ik loop naar de auto toe en wil instappen. De deur word voor me open gehouden door de vriend van mijn moeder, dankbaar knik ik naar hem en stap dan in. Uit mijn zak vis ik mijn Ipod, waar mijn oortjes nog omheen gewikkeld zijn. Langzaam haal ik mijn oortjes uit de knoop en Durian zit inmiddels naast me, hij heet zijn gordel al om. Ik stop mijn oortjes in mijn oren en doe mijn gordel op. Ik werp nog een laatste blik op het oude, verlaten huis, zucht diep en zet dan een oud liedje van Nickelback op. Mam start de auto en we rijden weg. Het huis wordt langzaam aan steeds kleiner en kleiner, totdat er alleen nog maar een vaag stipje te zien is in de verte, en dan verdwijnt ook dat vage stipje.

[Op de plaatsen waar een x staat in het forum stond hoofdstuk 1 in andere stukken, ik probeer ze hier in grote stukken te plakken.]

Hoofdstuk 1: (Deel 2)
Als we naar een paar uur rijden aan zijn gekomen bij het nieuwe huis, heb ik een stijve nek, omdat ik weer eens de hele autorit uit het raam heb gestaard. We zijn al wel een paar keer in het huis geweest, maar vanaf nu zijn we er niet meer als gasten, maar als bewoners van het huis en dat blijft gewoon een gek idee. Daarnaast is het ook een wereld van verschil, zelf hebben we nu twee jaar in een klein, bescheiden en knus huisje gewoond en nu gaan we in een villa wonen, in Victoriaanse stijl nog wel. En ook in de tijd dat Durian en ik nog ik het Kindertehuis zaten, hebben we nooit echt royaal gewoond, al hoewel… de bungalow van het gezin McCartney was best wel groot… maar die hebben het huis ooit zelf wat verder uitgebreid, waardoor de tuin nu nog maar heel klein was. En ik heb het idee dat een bungalow altijd ruim oogt. Mam rijdt haar auto de oprit van het huis op en parkeert hem voor de deur. De kinderen van Evan staan al in de deuropening en houden de deur open. Evan stapt uit en houdt de deur voor mam open, daarna houdt hij de deur voor ons open. Ik haal mijn oortjes uit mijn oren, rol ze weer om mijn Ipod heen en stop hem terug in mijn jaszak. Niet dat een jas echt noodzakelijk is met dit weer, het is het einde van de zomer en nog steeds heerlijk weer en lekker zonnig, vandaag is het volgens mij rond de 22°C, eigenlijk is mijn jas dus overbodig, maar ik heb hem toch aangetrokken, omdat iemand aanga dat het zou gaan regenen. Evan heeft de kofferbak open gemaakt en haalt daaruit de laatste spulletjes die we hebben gebruikt in het huis vanochtend, tijdens de laatste ‘inspectie’ om te kijken of we niets zijn vergeten en om het huis nog een keer te stoffen, dat wilde mam perse. Ik stap de auto uit en loop naar de kofferbak toe. Durian pakt een picknick mand aan. Evan was wel lief vandaag, hij had vanochtend een paar boterhammen gesmeerd en die hebben we met z’n allen opgegeten als middag eten, om een uur of half 12, en de kopjes die in de mand zaten, hebben we gebruikt om uit te drinken, zodat we geen glazen hoefden te gebruiken en ze zouden kunnen vergeten. Mam loopt met een paar klapstoelen onder haar arm over het pad naar de verandatrap en ik haal de stofzuiger uit de kofferbak. Evan pakt de dweil en emmer met zeem en doek, daarna doet hij de kofferbak weer dicht en de auto op slot. Durian en mam zijn al binnen, Evan stapt nu de trap op. Ik loop achter hem aan en knik naar zijn zoon, die nog steeds de deur open houd. Ik bekijk de hal. Ondanks dat het een Victoriaanse villa is, is het huis zelf nog niet zo oud. Evan heeft het huis een aantal jaren geleden laten bouwen, ik denk dat het nu ongeveer acht jaar terug is, misschien zeven. De reden van de bouw was dat Evan altijd al een goede baan heeft gehad en nu nog steeds heeft en vond dat als hij toch geld had, hij zijn droomhuis wel mocht laten bouwen. Doordat het huis alleen qua bouw een Victoriaanse stijl heeft, lijkt het huis van buiten oud, maar van binnen is het heel modern gemaakt, al zou ik het zelf nooit gedaan hebben. De hal, die niet erg lang is, heeft een taupekleurig behang, met een wit patroontje, al kan ik het van het patroontje niet echt goed opmaken wat het moet voorstellen. Er hangen drie vergrootte portretten verspreid over de hal. Eerst een portret van zijn dochter, daarna één van hem en zijn twee kinderen en als laatste eentje van zijn zoon. Aan de rechter kant van de hal hing een kapstok met daaronder een soort schoenenrek en daarnaast een hoge kunststoffen bak, voor paraplu’s. Als je de hal uit loopt kom je een deur tegen, recht voor je en een brede, sierlijke trap naast je, aan de rechterkant. Ik loop de hal uit en zet de stofzuiger in de woonkamer neer en zucht dan even diep. Dit is dan mijn nieuwe huis. Vanaf vandaag slaap ik hier iedere avond, tot ik uit huis ga. Een vreemd gevoel dringt zich op in mijn onderbuik. Misschien was het autoziekte of zoiets dergelijks, niet dat ik daar nog vaak last van heb, maar in combinatie met spanning was dat heel goed mogelijk. Ik til de stofzuiger weer op en ruim hem keurig op in de kast onder het ‘trappenhuis’, want ook in de woonkamer is een trap die naar het andere trappenhuis leidt. En dan was er ook nog een trap aan de buitenkant van het huis, voor het geval er brand uit zou breken, deze trap zit aan de kant van de tuin. En er is ook nog een mini-trappenhuis bij de zolder, maar die tel ik eigenlijk niet helemaal mee, aangezien deze maar heel klein is. In de paar keer dat ik hier ben geweest is de zolder mijn favoriete plekje geworden. Ik heb nu eenmaal de slechte gewoonte om rond te gaan dwalen in huis als ik niet kan slapen, dan maakt het ook niet uit in welk huis ik ben, dan ga ik gewoon rondlopen. Soms schrijf ik in mijn dagboek, maar die heb ik natuurlijk niet altijd bij me. De zolder is in ieder geval mijn plekje geworden. Er staan een paar hele comfortabele stoelen en een tafeltje met leeslamp en een stapelboeken. Ook ligt er een puzzel op een iets hogere tafel en er staat een mini-koelkast met wat te drinken. In het kastje naast de koelkast staan een aantal glazen en een doos met koekjes. Meestal sluip ik naar de zolder met mijn kussen onder mijn arm, die ik dan neerleg op de grond, dan pak ik de afstandsbediening en laat de sterrenhemel tevoorschijn komen achter een verborgen raam. Ook schenk ik nog een glas cola voor mezelf in, wat natuurlijk ook niet echt bevorderlijk werkt voor mijn slaap en dan ga ik op de grond liggen, met mijn hoofd rustend op mijn zachte, donzige kussen. Vooral als het een heldere nacht is, is het een prachtig plaatje om te zien, mar ook tijdens een heftige onweersbui kan het er geweldig mooi zijn. Ik trek mijn jas uit en gooi hem over de rugleuning van één van de stoelen heen, vervolgens loop ik naar de keuken toe en zie daar mam staan, samen met Durian en Fiona, Evans dochter. Mam is bezig met het inschenken van een aantal glazen met drinken, Fiona is bezig met een taart aan te snijden. Durian staat gewoon tegen een kast aan geleund en kijkt toe, ik ga naast hem staan.

[size=2] “Is het niet een beetje vroeg voor wijn, mam?” Vraag ik, dan kijk ik op de klok en zie ik dat het 14.39 is, niet zo vroeg meer als ik dacht, maar ook nog niet zo laat. “Sorry, de tijd gaat zo snel.” Verontschuldig ik mezelf meteen. Fiona pakt een dienblad en zet daar de schoteltjes met taart op neer, vervolgens loopt ze ermee naar de woonkamer en zet ze op een kleine, glazen, salon tafel. Ik volg Fiona en neem plaats op de zwarte, lederen fauteuil waar ik mijn jas op heb gelegd. Durian ploft op de hoekbank neer en Fiona gaat wat onwennig zitten aan de andere kant van de bank. Mam zet de glazen op tafel neer en neemt dan plaats naast Durian. Ze slaat even een arm om zijn schouder en fluistert wat in zijn oor. Ook Evans zoon, Tyler, komt de woonkamer binnen en gaat naast zijn zus zitten. Nu is het wachten op Evan, en wat mijn betreft mag hij best opschieten, want die taart ziet er niet heel verkeerd uit. Ik bekijk zo onopvallend mogelijk Fiona van top tot teen. Haar haren zitten perfect, zoals gewoonlijk, er zit een lichte krul in. Ze heeft een beetje eyeliner, mascara en een lichtroze lippenstift op. Om haar nek hangt een parel ketting en ze draagt een mintgroen, strapless jurkje, wat tot halverwege haar smalle bovenbenen komt. Daarna volgen de rest van haar lange, gebruinde benen en aan haar voeten zitten een paar hakken van zo’n 15 centimeter, ze lijken op de Louboutin schoenen die ze me de vorige keer heeft laten zien, zou ze ze toch hebben gekregen van Evan? Ze lijkt net een levende pop, met het verschil dat zij bruin haar heeft en barbie blond en dat zij er een stuk beter uit ziet dan barbie. Achter me hoor ik voetstappen en ik kijk om. Evan. Hij laat zijn hand even op mijn schouder rusten en loopt dan naar mam toe. Hij geeft haar een lichte kus op haar wang en pakt zijn wijnglas op. “Lieve allemaal, jullie zijn mij heel dierbaar, iedereen op zijn eigen manier en ik ben heel blij dat Elizabeth de beslissing heeft genomen om o mijn aanbod in te gaan en bij ons intrekt, samen met haar twee lieve kinderen. Bij deze wil ik graag met jullie toosten op een nieuw begin.” Hij heft zijn wijnglas op. Mam staat op, net als Fiona, Durian, Tyler en ik, allemaal heffen we ons glas en laten de glazen tegen elkaar aan klinken. Een nieuw begin…

[Jammer, het lukt niet, het blijven even grote stukken als hiervoor]

Hoofdstuk 1: (Deel 3)
Dat is nu niet echt waar ik op zit te wachten, ik vind mijn eigen leven wat ik tot nu toe heb geleid eigenlijk wel prima. School, huiswerk, dans, af en toe een keertje hardlopen, wat helpen in het huishouden en lol maken samen met Durian en onze vrienden. Iedereen gaat weer zitten. Ik pak mijn glas cola van tafel en drink het met een paar grote slokken leeg, kennelijk had ik dorst. Daarna zet ik het lege glas zachtjes terug op de tafel en pak het schoteltje waar het gebak op ligt. Het is een stukje slagroomgebak met daar bovenop een aantal aardebeien, kersen en frambozen. Met het vorkje dat naarst de taart op het bordje ligt, begin ik het fruit er vanaf te eten. Durian, een snelle eter, heeft zijn stukje gebak al op, niet dat het zo groot is. Dat snelle eten heeft hij van mam, want ook mam heeft haar gebakje al bijna op. Bij mij ligt er nog één aardbei boven op het stukje taart, die ik nu ook in mijn mond stop. Durian tikt met zijn voet op de grond, een teken dat hij zenuwachtig is, en Fiona speelt met het fruit op haar stukje taart, dat overigens wel heel klein is. Tyler is opgestaan en loopt naar de keuken toe, hij komt terug met een nieuw stuk gebak en gaat weer zitten. Hij heeft een groot stuk gesneden.
“Tyler.” Zegt Evan op een bestraffende toon. “Eén stuk lijkt me genoeg, denk je ook niet? En anders kun je wel even zo fatsoenlijk zijn om aan je nieuwe huisgenoten te vragen of zij ook nog een stuk taart lusten.” Hij kijkt Tyler streng aan en ik moet moeite doen om niet in de lach te schieten. Tyler haalt zijn schouders op.
“Ik heb geen middageten op en taart is lekker. Oh en alleen Durian heeft zijn taart al op.” Merkt hij nonchalant op tussen twee happen door. Naar mijn idee zijn dat de drie zwakste argumenten op, maar Evan laat het er bij zitten. Hij werkt zijn tweede stuk taart in een sneltrein tempo naar binnen. Het blijft me verbazen hoeveel jongens kunnen eten zonder dat ze ook maar een kilo aankomen. Ik schraap de slagroom van mijn stukje taart af en hap dat van mijn vork af. Het is een gewoonte voor mij om alles wat er op mijn bord ligt, laagje voor laagje op te eten, voor zover mogelijk. Durian kan zich daar heel erg aan ergeren, omdat het eten daardoor veel meer tijd kost, maar na enige tijd begint hij er een beetje aan te wennen. Als het laatste beetje slagroom van de taart is, begin ik aan de cake waarvan de taart gemaakt is, ondertussen luister ik mee naar het gesprek tussen Fiona en mam. Het gaat over de nieuwe school, ik hoor dingen die ik eerder nog niet heb gehoord en kijk een beetje verbaasd. Dat vraag ik later nog wel, denk ik. Mam stelt allerlei vlagen en Fiona beantwoord ze, haar stuk taart heeft ze weer op tafel gezet, haast onaangeroerd. Durian drinkt zijn ice tea op, maar het is nauwelijks te zien dat hij een slok neemt, het gaat heel langzaam. Dat is voor mij een teken dat Durian geen zin heeft om iets te zeggen. Ik neem de laatste paar happen van mijn stukje, inmiddels kale, taart. Het was echt maar een klein stuk, misschien komt dat doordat Fiona het niet zoals pizza stukken heeft gesneden, maar in vierkante vorm. Tyler heeft het stuk taart van Fiona nu in zijn handen en lijkt de boze blik van Evan te negeren, hij eet het rustig op terwijl hij af en toe wat opmerkt in het gesprek tussen Fiona en mam. Ik grinnik even en zet mijn lege bordje dan op tafel neer. Even kijk ik bedenkelijk voor me uit, wat heb ik nog te doen…
“Ik denk dat ik verder ga met mijn kamer opruimen, een aantal spullen inpakken en mijn boeken moet ik misschien ook even gaan kaften.” Zeg ik tegen niemand in het bijzonder, terwijl ik opsta. Ik breng mijn bord en glas eerst netjes naar de keuken en loop vervolgens via het ‘trappenhuis’ in de woonkamer naar mijn kamer. Achter me hoor ik nog iemand, ik luister naar de voetstappen. Durian. Ik blijf boven aan de trap stilstaan en draai me om, het is inderdaad Durian. Zijn voetstappen kan ik uit duizenden herkennen. Hij loopt langs me heen naar de deur naast mijn kamer en grijnst.
“Heb je de mini-woonkamer al gezien” Vraagt hij. Ik knik een beetje afwezig en loop dan mijn eigen kamer binnen, waar nog een aantal dozen staan, er staan ook al een paar meubels die Evan al in elkaar gezet heeft. Ik plof op het matras van mijn nieuwe bed, pak de doos die het dichtste bij mij staat en open hem. Kleding. Met een diepe zucht sta ik op en breng de doos naar mijn nieuwe, inloop kledingkast, bij de andere dozen waarin schoenen, sieraden, make-up of kleding zit, niet dat dat veel dozen zijn. Ik vraag me af hoe ik deze kast ooit vol moet gaan krijgen, al kan Fiona daar waarschijnlijk een aardig handje bij helpen. Ik pak de volgende doos en open ook deze. Boeken, leesboeken, ik loop ermee naar de andere kant van de kamer, waar de boekenplanken hanen die Evan voor me heeft opgehangen, daar begin ik de boeken neer te zetten. De daVinci Code, de eenzaamheid van de priemgetallen, De verborgen taal van bloemen, Inferno en nog een aantal dikke, diepzinnige boeken. Ik zou eigenlijk niet meer weten waarom ik deze boeken een tijdje terug zo interessant vond, maar ik gooi ze toch niet weg. Onderop in de doos liggen een stuk of twintig tijdschriften, waarvan ik er maar acht heb gelezen. Ook de tijdschriften krijgen een plaatsje op de boekenplank, vervolgens haal ik de doos uit elkaar en gooi hem op mijn bed. Nog vijf dozen te gaan. Eigenlijk heb ik nooit doorgehad dat ik zoveel spullen heb, totdat ik alles moest gaan inpakken. Nu is het ook wel zo dat mam de helft van de spullen op zolder bewaard heeft, zoals fotoalbums etc. Er klopt iemand op de deur.
“Binnen!” Roep ik, ondertussen kijk ik in de volgende doos. Fiona stapt mijn kamer binnen en gaat op één van de dozen zitten. “Hey.”
“Hoi.” Zegt ze met haar zachte, zoete stem. “Kan ik ergens mee helpen? Heb je misschien nog vragen over iets? Zeg het maar hoor.” Ik denk even na en staar naar de voorkant van het bovenste fotoalbum. Een foto van Durian en mij toen we nog klein waren, ik ga er vanuit dat Katy hem heeft opgestuurd, aangezien het haar woonkamer is waar de foto is gemaakt.
“Je kan kijken wat er in de dozen zit? Spullen met kleding enzo heb ik volgens mij allemaal al in de kledingkast staan, maar er zijn nog een aantal dozen met spullen als lampjes, mijn laptop, fotoalbums en dat soort dingen. En als je me zou willen vertellen wat ik eigenlijk mee moet nemen naar school toe om daar een week te kunnen overleven, dan zou dat fijn zijn.” Grinnik ik. Fiona is wel aardig, alleen wat mij soms aan haar irriteert is dat ze zich als een typisch rijk meisje kan gedragen, maar daar kan zij natuurlijk ook niets aan doen.
“Is goed, ik help wel. En ik kan je morgen anders wel rondleiden als je wil?” Fiona is ondertussen van de doos waarop ze zat afgekomen en opent hem nu. “Hier zitten boeken in.”
“Dat zou fijn zijn.” Zeg ik met een glimlach. “Oh, en boeken mogen daar op de boekenplank.” Voeg ik er aan toe, wijzend naar de planken in de hoek. Ik pak mijn mobiel van mijn nachtkastje en zoek een liedje op. “Heb je iets tegen Imagine Dragons?” Vraag ik met Demons op de achtergrond. Fiona schud haar hoofd en begint dansend de boeken op de boekenplank te zetten, ik hoor haar ook zachtjes mee zingen. Misschien valt dat nieuwe begin toch wel mee.

Thankyouu :slightly_smiling_face:

[Aan het werk aan het nieuwe hoofdstuk]

Alvast een klein stukje van het nieuwe hoofdstuk, de rest volgt deze week (i.v.m. vakantie, werk en drukte etc.)

Eén rozenblaadje. Twee rozenblaadjes. Drie, vier… Roos op. Nieuwe roos. Au! Een doorn. Eén druppeltje bloed, twee druppels bloed, drie, vier… Voetstappen? Steeds dichterbij. Ik draai me om en zie een gedaante, gehuld in het zwart van de nacht, achter me staan. Ik wil gillen van angst, schreeuwen van boosheid en roepen om hulp, maar er komt geen geluid uit mijn keel. Uit het duister komen twee handen tevoorschijn die naar mij reiken, ik loop heel langzaam achteruit en voel nog net op tijd dat mijn voet de rand van de afgrond heeft bereikt. Wat doe ik hier? De gedaante haalt naar me uit en ik verlies mijn evenwicht.
“Help!” Met een gil en een beetje buiten adem word ik wakker, mijn bed is vochtig en Durian staat in de deuropening van mijn kamer, achter hem verschijnt mam, met daarnaast een slaperige Fiona. Beschaamd kijk ik weg.

Heyhoii :slightly_smiling_face: Voor degene die mijn verhaal (nog) volgen, ik ga mijn verhaal zeker verder schrijven, maar ook aanpassen, omdat het vervelend is om dat hier steeds ook op aan te passen, heb ik besloten als het verhaal af is, de link op het forum neer te zetten haha. In ieder geval bedankt voor de paar tips en complimenten die ik heb gekregen ! :slightly_smiling_face: