[Verhaal] The dreamchatcher

Alle tips en adviezen zijn welkom.
Ik schrijf niet omdat ik graag wil schrijven, maar omdat ik mijn verhaal kwijt moet.

Mijn warme adem voel ik over mijn lippen gaan. Ik open mijn ogen maar ik zie niks omdat het donker om mij heen is. Ik pak mijn telefoon, 04:38 geeft mijn klok aan. Zuchtend draai ik me nog een keer om en ik kan geen koud plekje vinden op mijn kussen om weer lekker te gaan liggen. Onder mijn dekens voelt het klam aan, een teken dat ik een flinke nachtmerrie heb gehad.
Ik draai me nog eens om en ik zucht. ‘‘Wanneer ga ik ooit normaal slapen, wanneer houden de nachtmerries op?’’
Verschillende gedachten houden mij bezig terwijl ik weer langzaam in slaap val.

TRING, TRING. TRING, TRING. Chagrijnig open ik mijn ogen en zet mijn wekker uit. 10:00 en ik rol mezelf uit bed. Ik trek mijn pyjamabroek aan en ik ga op de weegschaal staan. Oké, dat was geen goed idee om mijn dag mee te beginnen.

‘‘Goedemorgen mama’’, ik loop langs haar de keuken binnen en ik geef een zoen om haar wang. ‘‘Lekker geslapen Anna?’’ vraagt mijn moeder, ‘‘Uhu’’, ontwijkend en ik ga snel eten maken. Ik pak ondertussen mijn agenda om te kijken wat er vandaag op de planning staat: eten, leren, sporten, werken. Leren sla ik vandaag over en ik ga meteen sporten, douchen en richting werk. Dan gaan we kijken of vandaag op werk weer iets spannends gebeurt net zoals gisteren.

‘‘Mam, ik ga naar werk’’, ik wacht op toestemming en pak de autosleutels. Voordat ik weg rij, app ik nog even snel naar Nick.
‘‘Hee baby, ik stap nu de auto in en ik kom naar werk’’. Vrij snel krijg ik een appje terug.
‘‘Liefje, is goed. Ik kan niet wachten om je weer te zien.’’
‘‘Ik heb je gemist.’’
‘‘Ik heb jou meer gemist! Ik moet trouwens straks nog even weg, dat vertel ik wel als ik je zie.’’
De twijfel slaat nu toe of ik wel moet antwoorden. Ik wil niet dat hij weg gaat. Toch antwoord ik: ‘‘Oké baby, hopelijk blijf je niet te lang weg.’’
Waar is mijn zonnebril? Zuchtend zoek ik mijn zonnebril, start de auto en rij weg. Ik denk na over wat Nick heeft gezegd. Waar zou hij heen gaan? Ik ben blij dat ik zo rustig kan blijven want in mijn tijd met Brayan, oeff. Nick heeft mij echt gered.

‘‘WAAROM KIJK JE NAAR DIE JONGEN?’’ Ik keek verbaasd weg, niet wetend wat ik moet doen. ‘‘IK VRAAG JE WAT, KIJK ME AAN EN BEANTWOORD MIJN VRAAG’’. ‘’ Ik keek niet naar die jongen maar ik keek naar zijn voeten. Waarom zat jij aan die meisjes?’’ bracht ik onzeker uit. PATS, een uithaal op mijn wang. Ik pakte al mijn spullen en liep huilend weg naar het station om de trein te pakken naar huis.
Mijn telefoon lichte op, 13 gemiste oproepen en 21 berichtjes met sorry van Brayan en of ik terug naar hem wilde komen want hij kon zijn gedrag uitleggen. Natuurlijk ging in terug naar hem, hij kon er tenslotte ook niks aan doen dat ik keek naar die jongen.

TOET, shit ik zit op de verkeerde weg helft door mijn dagdromen naar het verleden. Ik trek snel de auto weer naar de goede baan. ‘‘Oef Anna, beter opletten. Niet meer dagdromen, vergeet wat Brayan heeft gedaan’’ mompel ik tegen mezelf, ‘‘laat het los en wees de sterke dame die je nu bent, stapjes vooruit, het komt wel goed met mij!’’

-

Op werk aangekomen, vraag ik meteen naar het aantal reserveringen. Jeffrey geeft mij antwoord: ‘‘Nee, het wordt niet druk’’. ‘‘Oké, dan ga ik nog even roken’’. Ik doe de deur open van het rokers hok en ik ga zitten. Gelukkig heeft niemand door dat ik overstuur ben. Ik zet mijn koptelefoon op en draai de volumeknop helemaal open totdat ik er zelf doof van wordt en steek een sigaret aan. Een traan loopt over mijn wang en al snel volgen er meerdere tranen. Ik veeg ze snel af voordat iemand ze kan zien. De deur van het rokers hok gaat open. ‘‘Anna, huil je?’’, ik kijk op. ‘‘Sorry Nick, wat zei je? Ik hoorde je niet door de muziek’’. Nick gaat naast me zitten en legt zijn hand op mijn been, hij zucht: ‘‘Waarom huil je mijn lieve Anna’’. Ik vertel snikkend over mijn dagdroom en hoe stom ik ben. ‘‘Maak je niet zo druk meisje, ik bescherm je en ik zal altijd voor je klaar staan. Kom sta op, geef me een knuffel en droog je tranen’’. Ik sta op en ik knuffel hem, hij is het aller beste vriendje wat ik maar kan wensen!