[Verhaal] The curse

Ik zit al een hele tijd met dit verhaal in mijn hoofd. Ondertussen ben ik begonnen met het maken van een RPG, gebaseerd op dit verhaal. Alleen zit ik nu vast. Ik hoop dat het weer wat gaat lopen als ik er een verhaal over ga schrijven. Dus hier is hij dan…

In elk stukje staat een beetje info, verwerkt in een verhaal. Dat staat allemaal schruingedrukt. Het ‘rechte’ is gewoon tegenwoordige tijd, en het schuine verleden tijd. Zo rond het begin van de 19e eeuw.


Ik herinner me niet veel. Een blauwig licht, duizende gele lichtjes, een spookachtig geluid, bijna muziek. En die wezens…

Elke eeuw verdwijnen er een aantal klassen. Het lijkt wel toeval, want al de klassen verdwijnen in het zelfde land, in het zelfde dorp, in het zelfde bos. De politie heeft in die eeuwen niks kunnen vinden, de mensen die er nog zijn tenminste. Sommige politiemannen werden na het onderzoek gestoord. Ze konden niet meer op hun benen staan, neuriede de hele tijd het zelfde liedje, en hadden allemaal die glazige blik. Niemand wist waarom, en hoe. Er is echter een kleine groep mensen die dit wel weten, alleen kunnen ze niet weg. Ze zitten voor altijd opgesloten in dat land, het zelfde dorp, en precies het zelfde bos. Voor wie ze partij kiezen, weten ze niet. Ze herinneren zich immers amper iets van wat er was gebeurd. Alleen een blauwig licht, en misschien hun naam en wat er voorheen was gebeurd. Er rust een vloek over dat bos, en niemand kan het breken.

Hmm… Lijkt me wel 'n Leuuk verhaaal 'Ik Volgg

“Heb je weet zo’n oud vod van je opa aan?!” Lachend rende de kinderen van haar weg. Het meisje kon nog net haar tranen binnenhouden. Het was gemeen. Zo gemeen… Ze rende de straat uit, het gelach negerend. Ze hoefde niet lang te rennen voor ze bij een bos aankwam. Het was groot, oud en je kon er makkelijk in verdwalen als je van het pad ging. Maar dit meisje kende de weg op haar duimpje. Ze rende regelrecht het bos in. “Bent u er? Mevrouw!?” Riep ze de hele tijd. “Hier ben ik kind.” Vanuit het niets stond er ineens een oud vrouwtje achter haar. “Hebben ze het weer gedaan?” Het medelijden was van haar gezicht te lezen. Het meisje knikte en viel in haar armen. Zachtjes begon ze te snikken. “En moeder heeft er nog zo haar best op gedaan…” Klonk het gesmoord. Heel even verscheen er irritatie in het gezicht van de vrouw, maar die maakte al snel plaats voor een verwrongen lachje. “Je moeder doet er niet toe, ze pesten jou.”

“Hallo?!” Twee figuren liepen door het bos. Een lange, slungelige jongen met donker bruine haren en een klein, mager meisje met haren tot net over haar schouders. “Er is hier niemand meer, we zijn te ver in het bos” Zuchtte de jongen. Het meisje keek even naar haar om, de angst was van haar gezicht af te lezen. “Maar… Maar stel dat er iemand komt!” Protesteerde ze paniekerig.“Robin, kom op! Het word bijna donker en we zijn verdwaald in een enorm bos… Wie weet wat er hier woont!” De jongen reageerde niet, terwijl het meisje gepikeerd rond rende. Af en toe waren er stukjes lucht te zien, en die stukjes lucht waren rood. Het zou niet lang duren voor de nacht zou vallen. “HELP!!!” Gilde het meisje. Een groep vogels vloog op, takjes kraakte en bladeren ritselde. Haar geroep galmde nog na. “Doe nou eens stil Grace!” Siste de jongen. “We kunnen onze energie veel beter sparen voor als we het echt nodig hebben.” Geschrokken hield het meisje haar mond.

Ze hadden het niet door, maar ze liepen langzaam steeds verder het bos in. En dat kon je maar beter niet doen.

Ik volg x

Verdeerr

8 jaar later.
“Je bent laat.” de vrouw keek haar boos aan. “Het… Het spijt me! Maar ze waren voor mijn huis aan het wachten, het duurde heel lang voor ik weg kon…” Het meisje keek haar verdrietig, maar ook bang aan. “Hebben ze ons door?!” Het vrouwtje stapte dreigend op haar of. Een piepend geluidje kwam uit de keel van het meisje, het leek op een ‘nee’. De vrouw zuchtte en ging haar voor naar en klein, krakkemikkig huisje. Het lag midden in een bos, en was omringd door struiken, bomen en onkruid. Klimplanten bedekten de muren en stukken gras kleurden bruin. Dat was nog niet zo gek als je wist wat hier gebeurden. “Ik heb een spreuk gevonden waardoor ze niet weg kunnen.” De vrouw opende het deurtje. De twee kwamen aan in een klein, rommelig kamertje. Aan een muur stond een bed, de muur daar tegenover was bedekt met kasten in alle soorten en maten. Naast de deur stond een gedoofde openhaard. En voor de openhaard stond een ketel. Een zwarte, vuile ketel. Er omheen lagen allemaal boeken, kruiden en andere rare dingen. “Alleen weet ik nog niet hoe we ze voor áltijd om hun gedaante kunnen blijven…” Mompelde ze. Het meisje leek na te denken. “Maar blijven ze voor altijd hier? Dan is het geen probleem als ze één keer in de maand dier worden.” Langzaam draaide de vrouw zich om. “Ze moeten óf boeten, óf helemaal niet. Ik zal niet rusten voor ik een manier heb gevonden om…” Ze hapte naar adem. Voorzichtig liep het meisje naar haar toe. “R-Ruby” Hapte ze naar adem terwijl de vrouw naar een kruid gebaarden. Het meisje, dat Ruby bleek te heten griste het van de grond en stak het uit. De vrouw rilde, draaide met haar ogen. En lag stil. Hijgend zakte Ruby naast haar neer. Ze schudde de vrouw op en neer. Maar ze was oud, de kans was heel groot dat ze niet was flauwgevallen, of dat ze sliep. Ze kon ook makkelijk gestorven zijn. De tranen rolde over Ruby’s wangen. Een kind van 15, bijna 16, hoorde niet te zien hoe een bejaarde vrouw overleed.

“We zullen hier voor altijd vast zitten, we worden oud en gaan dood van de kou, of van de honger…” Snikte Grace. “Er kunnen hier ook wolven of beren zitten, en dan eten die ons op.” Haar blik ging naar de hemel boven haar. “Het is volle maan! Dadelijk bestaan weerwolven wel en vallen ze ons aan!!” Haar stem sloeg over. “Als je nou éven stil was! Dan zou niet heel het bos op ons afkomen.” Robin greep haar arm. Ze zaten al sinds het donker was aan de rand van deze open plek. De bomen leken zich om hun heen te sluiten. Allemaal precies het zelfde. Achter elke boom kon een eng wezen schuilen, elk moment kon er een beer aan komen sjokken, en de twee opeten. Ze zaten hier al bijna 3 uur. Dat gokten ze tenminste, want Robins telefoon was een paar uur geleden uitgevallen, en Grace had er geen. “Kunnen we niet gewoon…” Wou Grace weer piepen, maar halverwegen stompte Robin haar. Langzaam stond hij op, en sloop de open plek over, naar de andere kant van het bos. “Wat doe je!?” Grace rende achter hem aan en liep bijna tegen hem op. “Daar… Ik zag daar iets!” Fluisterde Robin. Hij liep behoedzaam verder. “JA! DAAR!” Gilde het meisje. Ze rende de richting op waar ze het had gezien, het blauwe light. Maar Robin greep, voor de zoveelste keer, haar arm. Woedend draaide Grace zich om. “Wat doe je oen!? Dit kan onze laatste hoop zijn!” Ze stompte tegen zijn arm, Robins greep werd losser. Grace rukte zich los en rende er heen, ze wist het zeker. Het blauwe licht was daar! Ze negeerde het geschreeuw achter haar, ze moest naar huis. Dit was misschien wel hun enige hoop, als ze nu niet ging zou ze hier ook écht oud worden! Vastberaden sprong ze over takken, rende ze door struiken en ontweek ze bomen. Het licht werd steeds feller, het bescheen de bomen steeds meer. Maar de bomen werden steeds doder… Ze werden zwart, verloren bladeren. Ineens leken er zelfs geen nieuwe bomen meer te komen. Even hield Grace haar pas in, maar al snel rende ze weer even hard als eerst, hoe vermoeid ze ook was. En daar… De begroeiing stopte. Daar was nog een open plek, alleen was deze groter… En triester.
Maar dat was niet het enige, er zaten mensen. Heel veel mensen, en temidden van hun, was het blauwe licht… Het licht dat haar hier heen had gelokt. Ze voelde dat Robin naast haar kwam staan. Daar… Een meisje dat een paar jaar jonger was dan zij rende op hun af. “Maak dat je weg komt! Voor ze jullie ontdekt!” Siste ze, haar blik stond paniekerig. “Probeer weg te komen, en kom nooit meer terug!”

~Wow… Ik wist dat ik veel had geschreven, maar zó veel niet :open_mouth:
En twee volgers :grinning:

JA! Gillend sprong ze door het kleine huisje, waarbij ze bijna tegen het plafond bonkte. Snel hield Ruby op. Terwijl ze rustig naar de kast liep om de ingrediënten te pakken, bonkte haar hart in haar keel. Dit project, waar ze eerst 8 jaar met de oude vrouw, genaamd Clythia, en daarna nog eens 6 jaar aan had gewerkt. Eindelijk was het af! Ze wierp een blik op de urn, die op de haard stond. De haard die ooit van Clythia was geweest… Ruby haalde trillerig adem, ze was geen jong meisje meer! Ze was een vrouw. En zo moest ze zich ook gedragen. Voorzichtig schudde ze drankjes, kruiden, oogballen, haren en andere rare dingen in een ketel. Het leek alsof ze er zomaar wat in deed, maar deze vrouw wist heel goed wat ze deed, wat ze maakte. Maar niet wat ze zou veroorzaken. Een onheilspellende glimlachje speelde op haar lippen. Over twee dagen, als het volle maan werd, zou het zo ver zijn. Ze kon eindelijk wraak nemen, en die was zoet.

Een kreun rees op uit zijn keel. Knipperend tegen het zonlicht opende Robin zijn ogen. Het eerste wat hij zag waren boomtoppen, boomtoppen die in een kring om hem heen stonden. Alsof hij op een open plek in het bos lag. Even werd zijn zicht wazig, maar al snel kon hij weer goed kom zich heen kijken. “Waar ben ik…” Hij keek recht in het gezicht van een hert. Hij slaakte een schreeuw van schrik, tot zijn verbazing deinsde het dier terug, maar het bleef gewoon op zijn plek. Nieuwsgierig keek ze hem aan, terwijl ze voorzichtig naar hem toe liep. Robin voelde een honger… Een drang om het dier open te krabben, en dan lekker op te peuzelen. Een gegrom borrelde op vanuit zijn binnenste. Hij wou net opstaan toen het hert naar hem toe sprong en zijn snuit op de zijne legde. De tijd om zich af te vragen hoe hij een snuit kon hebben had hij niet. Hij werd overspoeld met duizenden beelden. Een blauw licht dat langzaam op hem af kwam. Gegil en geschreeuw, een meisje dat zich angstig naar hem omdraaide en iets riep. Twee namen kwamen op in zijn gedachten. ‘Grace’ vond hij bij het meisje. En een andere naam… Robin. Hij had geen idee bij wie die hoorde, maar hij vond hem mooi en besloot zichzelf zo te noemen. De beelden vervaagden en het hert verscheen weer voor hem. “En?..” Vroeg het hert. “Nou… Ik zag een hoop blauw licht, en een meisje genaamd Grace. En… JIJ PRAAT!” Geschokt sprong hij op en deinsde terug. HET HERT HAD TEGEN HEM GEPRAAT! Hij botste tegen een boom, viel op de grond en kreeg een poot tegen zijn gezicht. De poot was grijs. Robin bewoog zijn arm, de poot bewoog ook. Hij stond op en liep naar een klein beekje. In het beekje zag hij geen angstige, verwarde jongen. Maar een wolf.

“Dit moet een droom zijn…” De mond van de wolf bewoog toen hij het zei. Langzaam draaide de jongen zich om. “Zeg me alsjeblieft dat dit een droom is…” Het hert keek hem triest aan, maar zei niks. Een eindje verderop begon ineens iets te ritselen. Robin’s blik schoot richting het geluid, waar een haas op haar zij lag. Het hert liep met elegante passen richting het beestje, boog zich voorover en legde haar snuit op die van de haas. Even keek ze hem aan, een blauwe flits ging door haar bruine ogen voor ze zicht vielen. Angstig rende hij naar haar toe, maar net toen hij tegen haar in wou beuken, werd hij weggeduwd. Robin rolde over het gras, keek op, en zag een uil terug naar een van de bomen fladderen. “Waar sloeg dat op?!” De uil draaide zich om. Hij keek hem aan met een blik die duizenden woorden zei.

~Kort stukje deze keer, ik denk dat ik wat ga skippen

Leuk stukje!
Verderr :slightly_smiling_face: