[verhaal] Stem uit het duister.

Voor Nederlands heb ik een verhaal geschreven. De bedoeling was dat het bij dit stuk blijft, maar als er liefhebbers zijn wil ik wel verder schrijven.

Het harde geluid van een sirene klinkt door de straat, dit is het moment waarop ik gewacht heb. Een geel gevaarte komt met een rotvaart de straat in rijden. Enkele andere nachtbrakers doen nieuwsgierig hun gordijn een stukje open om het spektakel te kunnen bekijken. Ik ren de steeg in, harder en harder. Mijn hart klopt in mijn keel, mijn voeten lijken als vanzelf onder me te bewegen. Mijn vingers zijn bevangen door de kou, maar ik voel het niet meer. De maan geeft net genoeg licht af om de weg door de steeg te kunnen vinden. Niet dat ik de weg niet weet, aangezien ik de laatste dagen deze plek elke nacht voorbij heb zien komen. Een paar meter verder zie ik gammele schutting waar ik naar op zoek ben. Elke keer dat ik van plan ben om op te geven, hoor ik die stem uit mijn dromen weer. De boosheid, maar ook de angst in zijn stem. Kippenvel verspreid zich over mijn armen als ik er aan denk. Ik voel me belaagd, maar ik moet diegene nageven, dat hij het me vrijwel onmogelijk maakt om het niet te doen. Krachtig zet ik me af, mijn vingers klemmen zich stevig om het brosse hout. Het ding wiebelt gevaarlijk, maar ik herken het en zet door. Onhandig laat ik me aan de andere kant zakken. Kleine grindsteentjes kruipen tussen mijn tenen, ik heb teenslippers aan. Uitgerekend vandaag begaven mijn oude gympen het, en dus zat er maar een ding op. Mijn tenen zijn half bevroren. Rusteloos kijk ik op me heen, in mijn linkerooghoek zie ik een struik waar ik desnoods achter zou kunnen wegduiken. Ik druk mijn lichaam tegen de schutting om maar zo min mogelijk op te vallen. Het doet me denken aan alle uren die ik met verstoppertje spelen heb doorgebracht, destijds mijn favoriete spel. Ik begin steeds meer aan mezelf te twijfelen, hoe heb ik ooit kunnen denken dat dit me wel zou lukken? Toch ga ik door, ik kan niet opgeven. Mijn ademhaling versnelt terwijl ik steeds dichterbij kom. Nog een paar meter, dan ben ik bij het luik. Ik weet precies hoe hij open zal gaan, en hoe de kleine donkere ruimte eronder eruit ziet. Het staat tot in de details in mijn geheugen gegrift. Ik klem het rooster dat het ding afsluit tussen mijn vingers en til hem eraf. Eerst laat ik mijn linkerbeen in het gat zakken, bijna gelijk voel ik vaste grond onder mijn voeten. Mijn andere been volgt. Mijn slipper glijd van m’n voet, zacht vloekend probeer ik het ding terug te vinden, maar het is te donker. Verloren zaak, helaas. De kou van het beton dringt door mijn voeten naar binnen. Ik zak door mijn knieën en trek het rooster weer op het gat. Alle duisternis om me heen benauwd me. Nog een klein stukje! Commandeer ik mezelf. Deze buis eindigt in de kelder, links zit een gat waar ik mijn hand door moet steken om het luik aan het eind te openen, herinner ik me. Mijn broek is vochtig geworden door het regen water in de buis. Ik veeg een van mijn oranje-rode lokken achter mijn oor. Ik voel mijn handen trillen van angst als ik mijn hand door het gat steek en het luik voorzichtig op een kier zet. De kust is veilig lijkt het, haastig trek ik hele ding open en wurm ik me erdoor. Ik val zo’n meter naar beneden om dan vervolgens op mijn voeten te landen. Het luik zit op ooghoogte, voor een lang persoon dan. Dat kun je van mij niet zeggen, met een beetje geluk ben ik net 1.50. De kamer is leeg angstaanjagend leeg. Een klein raampje in de hoek maakt me nieuwsgierig. De drang om er even door heen te kijken word bij elke stap in de lege kamer aanzienlijk groter. Ik kan toch wel even kijken? Of is het niet mogelijk om het anders te doen als in mijn droom? Ik durf het niet aan en loop richting de deur, niet wetende dat ik hier later spijt van zou krijgen. Mijn vingers drukken de klink naar beneden, kalm open ik de deur. Precies zoals ik het gedroomd heb, maar in mijn dromen stopte het hier, keer op keer. Moet ik wel doorgaan? Maar de stem in mijn hoofd schreeuwt me dat ik niet op mag geven, dat hij mij niet voor niks uitgezocht heeft. Uitgezocht. Dat klinkt angstaanjagend. Langzaam open ik de deur, en steek mijn hoofd om het hoekje. Tot mijn verbazing is deze kamer ook leeg. Ben ik eigenlijk wel wakker? Droom ik niet? De spierwitte muren staren me aan. Ik knijp in mijn arm, de pijn verteld me dat ik wel degelijk wakker ben. Ik loop naar de volgende deur en open hem, iets zelfverzekerder dit keer. Deze kamer is niet leeg, het is er donker, heel donker. Mijn ogen lijken maar niet aan het weinige licht te willen wennen. Dan hoor ik ineens een stem, ik herken hem gelijk. Het is de stem uit mijn droom, en dit keer zit hij niet in mijn hoofd.

Tips zijn welkom! Groetjes Thismy.

Ooeeh spannend!!
Je hebt een fijne schrijfstijl!
Hoop dat je doorgaat met schrijvem!
Want dan volg ik zeker :slightly_smiling_face:

Spannend ! Ga door x

Bedankt! Ik ben op het moment nog bezig met een ander verhaal, maar ik denk dat ik deze ook nog verder wil gaan schrijven!

Upje!!x :slightly_smiling_face: