[verhaal]Stalker

Met Nanowrimo ben ik begonnen met dit verhaal. Het is nog lang niet af, maar ik moet het gewoon posten :relieved:
Tips/Kritiek? Altijd welkom!

Volg ook op Quizlet
[i][b]
***

http://1.bp.blogspot.com/_hz2smhr0S8M/TUrz_FU94xI/AAAAAAAAACk/Lfsle4OxS_E/s1600/i_walk_alone.jpg

Proloog.
07-02-1992
***
[/b]
Het schot galmde nog na in m’n hoofd. Ik had het gedaan. Ik was een moordenaar. Maar degene die ik vermoord had was een stalker. Het kon niet anders. Stalkers maken mensen gek. Ik werd ook gek. Ik werd bang. Bang voor alles, zelfs voor mijn eigen familie. Zelfs voor mijn eigen vrienden. Iedereen die ik vertrouwde leken vreemden. Mensen leken geheimen te hebben. Iedereen praat achter je rug om. Misschien gewoon roddels. Misschien dingen om jou het leven zuur te maken. Misschien was ik inderdaad gek. Waarom zou je iemand waarvan je houd neerschieten. Nog na bevend staarde ik naar het vuurwapen. Ik had die trekker overgehaald. Ik had er een eind aan gemaakt. Ik zou mijn stalker niet laten winnen door een kogel door mijn eigen hoofd heen te jagen. Ik heb er wel vaak aan gedacht. Maar dan zou ik verliezen. Dan zou ik zwak zijn. Dan zou ik meer mensen pijn doen. Zuchtend liet ik het vuurwapen zakken. Ik bekeek het gebouw. Het was een oud gebouw. Een gebouw waar vroeger waarschijnlijk een loods was. Het was hoog. De muren waren van metaal. Alles was van metaal. De muren, de balken, zelfs de deur. Het was leeg en mijn voetstappen galmde. Het zou me niets verbazen als er ineens politie op de stoep zou staan. Ik weet zeker dat mensen het schot tien kilometer verder ook nog gehoord zouden hebben. Ik stopte voor de plas bloed op de grond. Als ik erin zou staan zou het teveel bewijs zijn. Ik hurkte en veegde de haren uit het gezicht. Het gezicht was nog mooi, behalve het feit dat het in een plas bloed lag. Ik drukte een kusje op het voorhoofd en kwam weer overeind. ‘Ik hield van je,’ zei ik zacht, maar het galmde door het gebouw waardoor het alsnog hard klonk. ‘Het spijt me. Ik moest wel. Waarom stalkte je me? Waarom maakte je me bang.’ Ik staarde gevoelloos naar de grond. Ik had geen tijd voor gevoelens. Er spookte teveel vragen door mijn hoofd. ‘Waarom maakte je me bang en deed je alsof je me hielp?’ fluisterde ik. ‘Waarom praat ik eigenlijk tegen je? Je bent dood! En ik ben blij dat je dood bent!’ schreeuwde ik. Nu kwam mijn gevoel weer terug in alle hevigheid. Ik was boos, bang, verdrietig, teleurgesteld en ik voelde me bedrogen. ‘Ik dacht dat je om me gaf. Ik dacht dat ik je kon vertrouwen. Ik dacht zelfs dat jij de ware was. Degene waarmee ik oud zou willen worden. Degene waarmee ik op een veranda in een schommelstoel zou zitten en zou gaan genieten van onze klein kinderen.’ Misschien draafde ik nu door, maar ik was te verliefd geweest. Nu voelde het alsof elk fladderend vlindertje in mijn buik dood ging. Elke hartklop voelde als een messteek. ‘Ik haat je!’ riep ik, ‘Het voelt goed om dat te zeggen, maar ergens weet ik dat het niet waar is,’ zei ik zacht. Ik draaide me om en begroef mijn hoofd in mijn handen. ‘Het spijt me,’ zei ik en liep toen door de metalen deur naar buiten, het grasveld op. Ik liep en liep. Niemand zou weten dat ik het was. In de verte hoorde ik sirenes. Als ik het al niet dacht. Ik liep door het hoge maïsveld. Weg van deze plek. Weg van de stalker. Weg van alles dat ik vertrouwde en liefhad. Ik veegde de tranen weg van mijn wangen. Nu moest ik naar huis. Doen alsof er niets was gebeurd. Doen alsof ik van niets wist. Midden in het veld groef ik een kuiltje en legde het pistool erin. Niemand mocht het weten. Niemand, want niemand was te vertrouwen. Ik veegde er weer zand overheen, stond weer op en keek tevreden naar het hoopje. Er lag niets onder dat hoopje. Dat pistool was niets meer. Het was weg. Voorgoed. Het zou langzaam, heel langzaam wegrotten. Net als een lichaam dat begraven was. Op een gegeven moment kijk er niemand meer naar op of om. Na een tijdje zou iedereen het vergeten en verder gaan met zijn leven. Dan was het pas echt over. Pas echt voorbij. Dan was ik vrij. Veilig. Niet meer bang. Ik begon weer te lopen richting het dorp. [/i]

Nicole, eindelijk is dit verhaal er.
Ik heb met smart en in nieuwsgierigheid zitten wachten tot jij eindelijk dit verhaal ging plaatsen, omdat je al had aangekondigd op je profiel dat je dit verhaal zou starten.

Gauw verder! Echt mooi geschreven trouwens.
Edit: Ha! Ik zet de eerste reactie, lekker puh!

Leuk geschreven!
Een kleine tip: je zinnen zijn best kort, misschien kun je daar aan werken. ^^

Verder vind ik het heel goed!
Ben benieuwd naar de rest.

WAUW, Nicole, en dan zeg je tegen mij dat ik meer ervaring heb. Meer ervaring misschien, maar jouw verhaal is gewoon WAUW… Ik weet gewoon niets meer te zeggen :’)

Gauw verder!

Haha, dank jullie voor jullie reacties :relieved:
Bedankt voor de tip, Kelly, ik ga er op letten :’)

Super leuk geschreven <3!
Snel verderr!

Gewoon omdat ik zin heb om meer te posten :relieved:

[i][b]***

http://i47.tinypic.com/2ecn69e.jpg

***[/b]

huis nam ik een warme douche, maar zette hem al gauw koud. Een bad hadden we niet. Ik leunde tegen de groene tegeltjes aan en sloot mij ogen even. Na een tijdje deed ik de kraan uit en stapte uit de douche. Je kon je kont bijna niet keren hier. De douche stond onder een raam en als je eronderuit kwam stond je gelijk tussen de wc en de wastafel. Met een handdoek om me heen geslagen liep ik weer terug naar de slaapkamer. We leefde klein. Het appartement bestond uit drie kamers: een badkamer, een slaapkamer en een woonkeuken. In de slaapkamer stond een groot kingsized bed die vrijwel alle ruimte innam. De muren waren wit en ééntje was licht bruin. Verder stond er een grote ingebouwde kast en een klein tafeltje met een spiegel. Het meubilair was allemaal in witte, bruine en beige tinten. Ik bekeek mezelf in de spiegel, maar al snel draaide ik me om. Mijn spiegelbeeld was een monster waar ik niet naar wou kijken. Ik trok een broek en een trui uit de kast, liep naar beneden en plofte neer op de bank. Met mijn teen drukte ik de tv aan. Hij stond hard. Heel hard. De afstandsbediening kon ik ook niet vinden. Terwijl ik zocht hoorde ik het nieuws. Ze hadden het over mijn moord. Ik was de moordenaar, maar dat wisten ze gelukkig nog niet, maar ik werd wel weer geconfronteerd. Het deed pijn, maar het moest. Mijn stalker moest dood, voordat ik anderen iets aan zou doen. Voordat ik echt zo doordraaien en net als andere gekken met een pistool in een winkelcentrum zou rond schieten en vervolgens mezelf. Dan moest ik me pas schuldig voelen. Dan had ik onschuldigen vermoord. Maar mijn stalker was schuldig. Ik wist het zeker. Altijd waren we samen, maar als ik gebeld en bedreigd werd was ik alleen. Toeval? Nee, ik geloof niet in toeval. Ik geloof alleen in het lot. Het lot was dat ik gestalked werd zodat ik zou schieten. Dan waren we weer een stalker minder in de wereld. Dat was het lot. Nadat ik de afstandsbediening eindelijk gevonden had zette ik de tv zachter en zapte wat. Er waren niet veel zenders en het beeld ruiste. Zou wel aan de schotel liggen. Ik gaf een klap op de behuizing en de tv begon nog meer te ruisen. Geërgerd deed ik hem uit. Verder was er niet veel in huis. We hadden geen computer. Gewoonweg omdat deze te duur waren en waarschijnlijk kon ik er toch niet mee overweg. De kamer was in dezelfde kleuren als de slaapkamer. Hier en daar hadden we nog wat groene kussentje toegevoegd zodat het beter bij de keuken past die dezelfde groene tegeltjes had als de badkamer. De keukenkastjes waren van hout en er stond een wit fornuis. Koffie. Dat zou me misschien doen ontwaken uit deze nachtmerrie. Ik pakte een koffiefilter en deed deze in het koffiezetapparaat. Twee schepjes dit keer, omdat ik maar alleen was natuurlijk. Uit een keukenkastje pakte ik een mok en uit een andere een klein pannetje. Sinds ik een cappuccino geproefd heb, wil ik echt niets anders meer. Ik maakte me comfortabel op de bank met een mok koffie en opgeklopte warme melk. Nu moest ik gaan nadenken over de begrafenis. Natuurlijk moest ik wachten tot ze wisten van wie het lichaam was. Dat het het lichaam van mijn stalker was. Wachten totdat er politie voor de deur zou staan om mij het vervelende nieuws te vertellen. Ze moeten eens weten. Misschien moest ik zelfs wel een vermissing opgeven als het langer dan vierentwintig uur zou duren. Alles om het niet op te laten vallen. Zou ik in het zwart moeten lopen? Of in kleur omdat ik blij was? Nee dat zou natuurlijk te veel verraden. Het moest lijken alsof ik het verschrikkelijk vond. Ik moest huilen ook al waren het misschien tranen van geluk. Daarna zou ik nog een tijd moeten doen alsof ik het moeilijk had alleen te zijn. Moeite had met een nieuwe partner vinden. Of misschien wilde ik helemaal geen nieuwe partner. Bang om weer verraden te worden. Ik wist niet of ik ooit nog iemand zou kunnen vertrouwen.

Ik zette mijn lege mok op de salontafel, stond op, trok mijn jas aan en liep naar buiten. Het sneeuwde. Toepasselijk voor deze dag. Ik liet me neerploffen op een bankje in het park. Twee jaar geleden… Ik zichtte. Niemand zou mij begrijpen. Het voelde als ik tegen de rest van de wereld. Ik schrok op van een groep duiven die wegvlogen. Met mijn voeten op de bank en mijn armen om m’n knieën staarde ik naar de ondergaande zon. Dan was deze dag voorbij. Dan kon ik het achter me laten. Ik legde mijn hoofd tussen mijn knieën en liet tranen vloeien. Niet van spijt. Nee dat niet. Meer van gemis. Mijn hart voelde leeg. Mijn ziel voelde leeg. Alles. Maar dat was het lot. Dat was mijn lot. Mijn destiny.[/i]

meermeermeeerrr !!

[i][b]***

http://data.whicdn.com/images/15057031/14192972_large.jpg

Hoofdstuk 1. Sweet Diary.
17-08-2010
***[/b]

Ik kuchte een paar keer en veegde het stof van een oude kast. Ik zou zo wel een stofzuiger pakken. Ik klapte de verhuisdoos open en begon de boeken één voor één in de doos te stoppen. Eerst even van het stof ontdaan natuurlijk. Mijn moeder zou binnenkort naar een huurwoning gaan. Ze vond deze woning te groot voor haar alleen omdat ik nu op kamers ging. Ik zal haar en het huis wel missen maar ik zou het ook geweldig vinden om te gaan studeren. Over een paar jaar zou ik mijn eigen hotelletje kunnen openen. Ik zuchtte even bij dat idee. De hotelopleiding zou zwaar zijn, maar zeker de moeite waard. Ik bekeek de zolder. Het dak liep in een hoge punt en er was een raam dat een beetje licht binnen liet. Het was stoffig en tussen de ondersteuningsbalken en het dak hingen spinnenwebben. Mijn moeder had zeker niet zoveel tijd gehad om het een keer schoon te maken. Het was een grote ruimte met een klep waar de trap zat. Grotendeels stond het vol met kasten en dozen. Ik zette mijn handen in m’n zij. Dit zal nog een hoop werk zijn, maar ik had mijn moeder beloofd om te helpen. Ik zou de zolder doen voor haar. Ik pakte nog een paar boeken. Rapporten. Ik opende er één.
[/i]
Eleonora McCarter.

Ik bekeek haar cijfers van haar eerste jaar high school. Alleen maar achten en negens. Ik klapte het rapport glimlachend dicht. In sommige opzichten leek ik helemaal niet op haar. Ik was niet zo slim en was helemaal blij als ik eindelijk een keer een acht had gehaald voor school. Ik schoof de ondertussen volle doos aan de kant en pakte de volgende. Oude schriften, boeken, fotoalbums. Alles werd ingepakt. Ik keek in één van de dozen. Ik haalde er een jurkje uit. Ik bekeek het even. Hij was paars met witte linten en wit kant. Heel gedetailleerd met bloemen. Ik stopte het voorzichtig weer terug in de doos en stond op. Ik had nu al tien dozen ingepakt en ik was nog niet eens op een kwart. Ik liep naar beneden om nog wat dozen te halen. ‘Wil je een kopje thee?’ vroeg m’n moeder. Ik knikte en ging aan de keukentafel zitten. Ze schonk een kop in en schoof hem naar me toe. ‘Voor mijn lieve achttien jarige dochter die ik heel erg ga missen,’ zei ze met een glimlach. ‘Ik ga jou ook missen hoor mam,’ zei ik en glimlachte terug. Ik deed een schepje suiker in de thee en blies de stoom eraf. Ik nam voorzichtig een slokje. ‘Hmm… Aardbei,’ zei ik grijnzend. ‘Ik heb een doosje bij je spullen gedaan. Dan kun je in je eigen huisje ook lekker aardbeienthee drinken en aan mij denken.’ Ik knikte. ‘Ik zal je heus niet vergeten hoor,’ zei ik glimlachend. ‘Ik ga weer verder,’ zei ik en stond op. De trap naar boven liep in een halve maan. Ik wierp een blik in mijn kamer. Nou ja, wat mijn kamer was. Nu stond er alleen nog een bed, een bureau en een lege boekenkast. Ongelofelijk dat ik na achttien jaar hier weg ga. Het huis voelde leger, maar nog steeds vertrouwd. Ik ging op m’n tenen staan en trok de zoldertrap weer naar beneden. Ik klom weer omhoog. Ik opende het raam en genoot van de warme zonnestralen in m’n gezicht. Ik sloot m’n ogen en snoof de geur van vers gemaaid gras op. Ik draaide me om en liep maar een stapel boeken. Ik veegde het stof er af en bekeek het boekje.

Eigendom van June Johnson.

June? Wie was June? Ik bekeek de binnenkant. Ze had er een kleine beschrijving in geschreven.

June Johnsen.
Geboren op 20 september 1974.
Crush: Noah Hale.

Ik glimlachte. Een dagboek van een tiener waarschijnlijk. Maar waarom lag het hier? Johnson. Die naam kwam me ook niet bekend voor. Ik sloeg de pagina om.

YEEAA!
Verder Nicole! :'D

YEEAA!
Verder Nicole! :'D

Edit: Iets te enthousiast… XD

[i][b]***

http://img88.imageshack.us/img88/7323/cc3uqqlpa9cu37h.jpg

***[/b][/i]

03-01-1990 - Lief dagboek.
Ik denk dat ik verliefd ben. Daarom begin ik dit dagboek. Soms weet ik het namelijk niet meer en dan is het fijn om even terug te lezen. Vandaag, zag ik hem. Zijn hemels blauwe ogen hebben me doorboord. Het was in het park en hij liep langs. Eén blik was genoeg. Genoeg om m’n wereld om te keren. Vanaf dat moment wist ik het. Ik moest weten wat zijn naam was. Een paar vrienden van hem herkende ik. Ze zitten dus een klas hoger. Camille kende ze vast wel. Toevallig hadden Camille en ik die middag afgesproken in de stad. Nadat ik uren lang heb zitten vertellen hoe hij er precies uit zag kwam ze met een antwoord. ‘Oh… Je bedoeld Noah? Noah Hale?’ Ze keek me vragend aan. ‘Hoe moet ik dat weten? Daarom vraag ik het aan jou,’ had ik met een grijns beantwoord. We dronken onze smootie op en vervolgens gingen we hem “stalken”. Ofwel gewoon alles over hem te weten komen. We volgde hem de rest van de dag. Zo onopvallend mogelijk. Eerst ging hij naar een snackbar met zijn vrienden. Wij gingen naar een winkeltje aan de overkant van de straat. Zo hadden we goed zicht, maar kon hij ons niet goed zien. Het winkeltje was vol en druk. Eerst gingen we nog door de kleding snuffelen, maar al gauw hadden we de winkel wel gezien. We plofte neer op de bankjes die voor het raam stonden. Natuurlijk niet precies voor het raam. Er zaten nog etalagepoppen voor, maar wel zo dat we de deur van de snackbar in de gaten konden houden. Mijn gedachten dwaalde langzaam weg. Zal hij me vragen naar het eindbal dit jaar. En zal dan iedereen met grote ogen naar ons kijken omdat we hét koppel van het jaar zijn. Worden we verkozen tot koning en koningin van het bal en dan zoent hij me. Liefdevol. Gewoon waar iedereen bij is. Zonder ook maar enige schaamte. Een ellenboog tegen m’n schouder deed me opschrikken. ‘Ga je mee? Ze vertrekken.’ Camille keek me met een glimlach aan. ‘Volgens mij vind je het nog leuker dan ik,’ zei ik grijnzend en stond op. Ik knoopte mijn jas dicht en we liepen samen naar buiten. De koude wind striemde langs m’n wangen. Aan het eind van de straat konden we links of rechts. ‘Ik zie ze niet meer,’ fluisterde ik naar Camille. Ik keek naar links en toen naar rechts. ‘Waar kunnen ze heen zijn gegaan?’ vroeg Camille. Ik haalde mijn schouders op en draaide me om. Wat het was wist ik toen niet, maar ik botste tegen iets aan. Het was lang en best hard. Ik kon mijn evenwicht niet houden en viel toen op mijn kont in de sneeuw. Snel keek ik omhoog wat het was. ‘Zocht je mij?’ vroeg hij. Hij. De jongen met de blauwe ogen. Hij stond voor me. Hij had me aangeraakt. Hij praatte tegen me. Ik pakte zijn hand aan en hij hielp me weer omhoog. Dat er sneeuw op mijn kont zat maakte me niet uit. Ik verdwaalde in zijn ogen. Zijn lippen trokken me aan. Het liefst had ik hem gelijk willen zoenen, maar dan zou hij me waarschijnlijk voor gek verklaren. Hij glimlachte en stralend witte tanden werden zichtbaar. Het voelde net alsof ik sneeuw was en dan was hij de zon. Terplekke smolt ik. ‘Volgende week zaterdag zin om naar de film te gaan?’ Ik keek hem opgewekt aan. Hij. Vroeg. Mij. Uit? Ik knikte omdat ik geen woord uit mijn keel kon krijgen. ‘Mooi, ik haal je op om half acht… uhm… wat is je naam?’ ‘June,’ zei ik zenuwachtig. ‘Oké June. Half acht in het park afspreken dan maar?’ vroeg hij glimlachend. ‘Ja,’ zei ik met een grote glimlach. Dus ik heb volgende week gewoon een DATE. Wie had dat verwacht? Toen we zeker wisten dat hij ver genoeg weggelopen was, draaide ik me om naar Camille en gilde we. Ik kon het gewoon niet geloven, kan het nu ook nog steeds niet. Echt telkens moet ik aan hem denken. Noah. Misschien mijn Noah, maar dat wist ik nog niet zeker. Eerst maar eens die date afwachten.

Voor de rest gaat het prima met mij. Mijn vader is nu in therapie voor zijn drankverslaving. Ik vind het eigenlijk wel zielig voor hem. Nu mijn moeder weg is heeft hij niemand meer. Ja hij heeft mij en Lesly, maar dat is anders. Hij heeft geen vrouw meer. Zijn liefde van zijn leven is gewoon weg. Hij dronk zijn pijn en verdriet weg. Dat is natuurlijk ook niet goed dus we zijn blij dat hij nu eindelijk hulp zoekt. Ik ben nu net zestien geworden. Het was raar om mijn verjaardag te vieren zonder mijn moeder. Ik mis haar. Vader mist haar en Lesly ook. Maar het is goed zo. Ze heeft nu geen pijn meer. Ze is bij opa en oma. Vredig. Toch moest ik wel huilen. Het was een leegte die ik voelde. Niet haar zachte kusje op je wang om je wakker te maken. Niet haar knuffel die eeuwen leek te duren omdat je weer ouder was. Niet haar zelf gebakken taart. Niet haar liefde… Ik denk dat we er wel bovenop komen. Wij met z’n drieën en mijn moeder in ons hart.

Moeder ik hou van je.
Vader ik hou van je.
Lesly ik hou van je.

Kusjes June.

Ik klapte het boek dicht. Ik grijnsde terwijl ik las over die Noah. Het leek me heerlijk om zoiets te voelen. Iets wat ik nooit gevoeld had. Maar toen ik dat laatste stuk las moest ik wel even slikken. Verschrikkelijk om je moeder te verliezen. Ik moest er zelf niet aan denken dat mijn moeder ineens dood zou zijn. Ik kreeg een beeld van huilende mensen in het zwart voor me. Ik schudde die gedachte weg. Nee, daar hoefde ik nog niet aan te denken. Dat zou niet snel gebeuren. Toch? Ik pakte een doos en deed daar de dagboeken in. Ik zou ze meenemen naar mijn appartementje en daar verder lezen. Ik was benieuwd wat er verder in stond en ik vroeg me ook af wat ze hier deden. Was het van een vriendin van mijn moeder? Ja dat zou misschien best kunnen. Gewoon een vriendin die misschien overleden was en haar dagboeken aan mijn moeder na liet. Ik zou het mijn moeder wel vragen. Ik stond op en ging weer verder met pakken. Eén voor één bracht ik de dozen naar beneden en zette ze in mijn oude slaapkamer. Daar zouden ze voorlopig staan zodat het makkelijker te verhuizen was. De zolder was zo goed als leeg dus ik haalde er een stofzuiger door heen. Met een spinnen rag haalde ik de spinnenwebben van het plafon. Ik haalde een doekje over het kozijn en dweilde de houten vloer. Tevreden bekeek ik het resultaat. De kamer was nu leeg op een paar kasten na. Het volgende gezin dat hier zou wonen, dacht aan een dakkapel en een normale trap zodat hier een slaapkamer zou kunnen komen. Stiekem vond ik het wel zonde. Ik dacht terug aan de tijden dat ik hier hutjes gebouwd had. Dat ik hier uit oude dozen jurkje haalde en aantrok. Die keer dat het onweerde en ik niet van de trap wou. Ik grinnikte. Herinneringen zouden altijd blijven ook al veranderd de plek. Ik liet me weer via de trap naar beneden zakken en wierp weer een blik in mijn kamer. Hij was net nog leeg. Nu was hij weer vol. Ik sloot de deur achter me, zodat je niet telkens tegen de spullen aan keek. Mijn moeder kwam boven. ‘Dank je wel, ik ben trots op je,’ zei ze en gaf me een knuffel. Ik knuffelde haar terug. Het was een gek idee dat ik nu niet meer bij haar zou wonen. Dat ik nu voor mezelf zou moeten zorgen. Dat mijn moeder nu alleen was. ‘Ik hou van je mam,’ zei ik zacht. ‘Ik ook van jou,’ zei ze. ‘En nu stoppen we met treuren en nemen we nog een lekker kopje thee,’ zei ze glimlachend. Ik liep lachend achter haar aan naar beneden.

up :relieved:

Ik ga het lezennnnnnnnn! :stuck_out_tongue:

Wauww, je schrijft echt leuk!!
verderr!

Leuk :slightly_smiling_face:
Meer!

Morgen meer :pensive:

[i]Zoals beloofd :angel:

[b]***

http://img542.imageshack.us/img542/1246/opbnnik7bci7ubn.jpg

Hoofdstuk 2. First Date
10-01-1990
***[/b]

Ik kon het nog steeds niet bevatten. Dat ik het lef had om zomaar iemand uit te vragen. Misschien dacht ze dat het een grapje was. Misschien maakte zij een grapje. Ik trok mijn jas dichter. Het was behoorlijk koud, zelfs voor de tijd van het jaar. Ik liep naar het park waar we hadden afgesproken. Zou ze er zijn? Ik keek rond en vervolgens verscheen er een grote glimlach op mijn gezicht. Daar stond ze. Haar armen had ze om zich heen geslagen en ze ijsbeerde een beetje. Haar donker bruine haren had ze opgestoken en hier en daar hing nog een losse gekrulde lok. In haar oren hingen lange zilveren oorbellen. Ze had een zwarte mantel aan die tot haar knieën liep en het liet een stukje been bloot. Haar zilveren pumps maakte haar een paar centimeter langer, maar nog steeds stak ik boven haar uit. ‘June?’ Ze draaide zich om en glimlachte. ‘Noah?’ Ik knikte. ‘Zullen we maar snel ergens naar binnen gaan?’ vroeg ik en stak mijn had in mijn jaszak en boog mijn ellenboog zo dat ze haar arm erdoor heen kon halen. Ze knikte zachtjes en pakte me vast. ‘De film begint pas om negen uur, zullen we eerst maar wat drinken?’ vroeg ik en wees naar een cafeetje. Binnen hielp ik haar mantel uit en bekeek haar. Ze had een zwarte jurk aan met een diepe decolleté en de randen waren versiert met zilveren bloemetjes. Haar taille werd geaccentueerd door een bijpassende zilveren riem. ‘Vind je het mooi?’ vroeg ze grijnzend. Ik werd wakker geschud uit mijn gedachten. ‘Uhm… Ja,’ zei ik glimlachend en krabde even op mijn achterhoofd. Ik schoof een stoel voor haar naar achteren en ging tegenover haar zitten. De serveerster kwam al snel aan gehuppeld. ‘Wat willen jullie drinken?’ vroeg ze vriendelijk. Ik keek June even aan. ‘Een fles champagne goed?’ vroeg ik en keek haar aan. Haar mysterieuze diep bruine ogen schitterde door de kaarsen op de tafel. Ze knikte. Ik wende mijn blik weer naar de serveerster. Ze schreef het op en liep naar de bar. ‘Dus, June. Vertel eens iets over jezelf,’ zei ik. ‘Nou, ik ben June Johnson,’ zei ze grijnzend, ‘Ik ben zestien jaar oud. Ik heb een broertje, Lesly. Mijn moeder is overleden toen ik tien was,’ Ze keek naar haar handen die op tafel lagen. ‘Mijn vader is alcoholist en net opgenomen in een kliniek.’ Ik zag dat ze moeite had om niet te gaan huilen. Ik legde mijn hand op die van haar. ‘Dat moet best heftig zijn,’ zei ik niet wetend hoe ik precies moest reageren. Ze knikte. ‘Ik ben blij dat mijn vader is opgenomen,’ zei ze zacht. ‘Nu kan het alleen maar beter worden.’ Ze keek me weer aan en glimlachte klein. ‘Dus ik laat mijn avond niet verpesten,’ zei ze vastbesloten. De serveerster kwam met de champagne en schonk twee glazen in. ‘Proost?’ vroeg ik en hield mijn glas omhoog. ‘Proost,’ ze tikte haar glas tegen die van mij. ‘En nu moet jij iets over jezelf vertellen.’ ‘Uhm… Ik heb niet zoveel bijzonders. Ik ben Noah Hale, achttien jaar en enig kind. Verder eigenlijk niet.’ ‘Vast wel, heb je hobby’s?’ vroeg ze en nam een slok. Ik knikte. ‘Ik houd van football. Ik speel ook in ons schoolteam.’ ‘Ik houd echt niet van sporten,’ zei ze grinnikend. ‘Erg?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Maakt net uit.’ Haar glimlach was betoverend. ‘Is er iets?’ vroeg ze. Ik schok weer op. Oeps. Weer betrapt. Ik moest echt stoppen met dat gestaar. ‘Uhm… Nee… Niets,’ zei ik met een glimlach. Normaal gesproken had in nooit moeite met praten met meisjes. Ik keek even rond. Het cafeetje was gezellig met kaarsen en kroonluchters, maar simpel met vuurhouten wanden en meubilair. Dat maakte dit café mijn favoriet. Ik kwam hier ook vaak. Je kon hier zo heerlijk rustig zitten. Na school maakte ik hier mijn huiswerk. Volgend jaar zou ik gaan studeren. Dan zou ik beginnen aan mijn opleiding bedrijf business. Uiteindelijk mijn eigen bedrijf starten, dat was een droom. De tijd tikte voorbij en de fles was leeg. Ik stond op en pakte onze mijn jas en haar mantel van de kapstok. ‘Alsjeblieft,’ zei ik met een knipoog. Ze glimlachte verlegen. Ik liep vast naar buiten en toen ik haar na een paar minuten nog niet naast me zag draaide ik me om. Een koude bal van sneeuw blokkeerde mijn zicht. Ik hoorde gelach en veegde de sneeuw weg. Daar stond June met een grote glimlach op haar gezicht. ‘Jij bent echt erg,’ zei ik lachend en maakte zelf ook een sneeuw bal. Ik liep naar haar toe met de bal in mijn hand. ‘Nee!’ gilde ze en rende weg. Ik rende erachteraan en uiteindelijk lagen we lachend in de sneeuw. ‘De film begint zo,’ zei ik en draaide mijn gezicht zo dat ik haar aan keek. Ze staarde naar de sterren. ‘Ja,’ zei ze zuchtend. Ik stond op en stak mijn hand naar haar uit. Net als vorige week. Ze pakte hem aan en ik trok haar omhoog. De sneeuw in haar haar glinsterde in het maanlicht. ‘Hou je van horror?’ vroeg ik voorzichtig. Ze keek me bedenkelijk aan en knikte vervolgens. ‘Alleen op de voorwaarde dat ik je mag vast pakken wanneer het eng is,’ zei ze opnieuw glimlachend. Ik grijnsde. ‘Natuurlijk mag dat,’ zei ik en sloeg een arm om haar heen. De film die ik uitgekozen had was best eng, maar dat was in dit geval perfect. Ze pakte vaak mijn arm vast en dat was verder weg van erg. We deelde een grote bak popcorn en die was binnen een half uur al op. De rest van de avond zaten we dus gewoon de film te kijken. Alhoewel. Ik keek de film, zij verborg haar hoofd in mijn borst. Ik grinnikte. ‘Gaat het nog een beetje?’ vroeg ik haar. Ik voelde dat ze knikte. De aftiteling begon en de lichten gingen weer aan. Ze kwam overeind. ‘Sorry,’ zei ze. Ik grijnsde en veegde wat mascara, dat waarschijnlijk was uitgeveegd doordat ze tegen me aan zat, weg. ‘Kom, we gaan,’ zei ik en pakte haar hand vast. Ik zag haar blik naar onze handen gaan. Heel even voelde ik me ongemakkelijk. Was ik nu al te snel gegaan? Ik wilde mijn hand terug trekken maar zij hield hem vast. Ze trok me mee naar buiten. Het sneeuwde harder dan eerst. ‘Dank je,’ zei ze en keek me aan. ‘Ik vond het echt heel gezellig,’ Ik knikte. ‘Ik ook.’ Ze haalde haar tong langs haar lippen en moest me inhouden haar niet gelijk te zoenen. We stonden daar. In de sneeuw. Het was stil, maar niet ongemakkelijk stil. Eerder veelbetekenend stil. ‘En nu?’ vroeg ze. Ik dacht na. ‘Zal ik je naar huis brengen?’ vroeg ik. Ze knikte en hield mijn hand stevig vast.[/i]

Super groot stuk, wauw. Ben ik blij mee ;p
Verder Nicole! :upside_down_face: