[verhaal] Smaragdenziel

Hoi girl-scene people! =D

Ik ben nieuw op girl-scene, dus ik zal mijzelf even heel kort voorstellen: Ik ben Kim =) en mijn hobby’s zijn schrijven en lezen. Omdat ik graag de mening van anderen wil weten over mijn (zelfgeschreven) verhaal plaats ik het hier. Dus als je het heel slecht vind moet je dat gewoon zeggen ;p

Nou, mijn verhaal heet zoals je ziet Smaragdenziel. Het gaat over liefde en leven & dood. Ik heb tot nu toe nog maar drie hoofdstukken geschreven. Het kan allemaal nu nog wat vaag zijn, maar dat was mijn bedoeling ook, want hoe het nou allemaal precies zit daar kom je later in het verhaal allemaal achter. Als het echt onbegrijpelijk is moet je maar gewoon vragen wat je er niet van begrijpt en dan zal ik het proberen uit te leggen ;p

Nahja, dat was het eigenlijk wel ;p ik zal zometeen de eerste drie hoofdstukken plaatsen en dan hoop ik dat jullie het een beetje de moeite waard vinden om te lezen ;p

:couplekiss_man_woman:, Kim

1 Simon

Mijn vader had me nooit verteld over goed en slecht.
Tussen de donkerrode muren werd ik wakker. Ik sliep op een matras op de grond. Een echt bed had ik niet. Geslapen had ik onder de blauwe maan. Ik had niet gedroomd. Ik droomde nooit. Terwijl ik uit bed stapte veegde ik de slaap uit mijn ogen en vroeg ik me af welke dag het eigenlijk was. Het was woensdag. Op blote voeten liep ik naar de keuken. De kou van de het zeil kroop via mijn huid omhoog. De afwas van gisteren en de dag ervoor stond nog rommelig opgestapeld op het aanrecht. Ik drukte op de knop van het koffiezetapparaat. Het water begon onrustig te borrelen.
Mijn vader had me nooit verteld over goed en slecht. Mijn moeder daarentegen vertelde me trouw.
Ik drukte op een andere knop, waardoor een lichtbruin straaltje koffie mijn stenen kopje vulde. Met de dampende koffie in mijn linkerhand ging ik aan de houten tafel zitten. Het was geen eens echt hout, maar een raar soort gefabriceerd plastic. De kleur was onsmakelijk en de kringen die erop stonden waren niet meer weg te krijgen. Ik nam de moeite ook niet. Het gaf dat ding wat karakter. Terwijl ik mijn koffie met kleine slokjes opdronk zag ik dat ik een gemiste oproep had. ‘Privénummer’ las ik op het schermpje vol met kleine krasjes. Dat kon maar èèn iemand zijn. Mijn handen begonnen te trillen en ik gooide het laatste beetje koffie door de gootsteen. Ik liep naar de badkamer en poetste mijn tanden. Wit schuim droop in het afvoerputje. Ik kleedde me warm aan. Buiten lag sneeuw. Net zo koud als de leegte vanbinnen. Ik pakte mijn sleutels en verlaatte het troosteloze flatgebouw. Op straat liep ik, mijn handen trilden nog steeds. Ik hielp mezelf aan een pistool met geluidsdemper.
Mijn vader had me nooit verteld over goed en slecht.

--------------------------------------

2 Casper

‘Je bent een slechte acteur,’ had ik tegen haar gezegd. Ze had me verschrikt aangekeken met die intrigerende ogen van haar. Ik was gelijk sprakeloos. Ze knipperde met haar ogen, zoals een kat dat doet. Ik wist nou niet of ze zich betrapt of verbaasd gedroeg. Ik probeerde de woorden die ik net nog in mijn hoofd had terug te halen, maar het lukte niet meer. Ik was totaal verloren, in alleen al haar blik.
‘Casper,’ zei ze met haar rustgevende stem. ‘Waarom denk je dat ik een rol speel?’
Ik keek naar haar en snapte zelf ook niet meer waarom ik dat dacht. Elke reden die ik had kunnen verzinnen klonk nu totaal onlogisch. En in plaats van haar nog verder te beschuldigen deed ik een stap naar voren en streelde haar wang. Ze glimlachte, blij dat ze zojuist niet haar onschuld verloren had. Ik liet het maar zo.

Het was altijd een raadsel voor de buitenwereld geweest en zelfs wij snapten niet waarom we nog samen waren. We waren zelfs al verloofd en dat terwijl we allang niet meer verliefd en gelukkig waren. Misschien was ze wel nooit verliefd op me geweest, maar wou ze gewoon weg van haar gestoorde thuissituatie. Ik weet nog hoe we elkaar ontmoet hadden. Het was in de steeg van een discotheek. Ze was nog jong en haar wilde woeste haren hingen als plakkerige slierten om haar hoofd. Ik hield haar al de hele avond in de gaten, hoe ze op de dansvloer stond te dansen met haar vriendinnen. Ze had een wit kort jurkje aan dat meebewoog bij elke beweging. Ik was al gelijk gefascineerd door haar algehele verschijning. Toen ik haar in de steeg aankeek leken mijn benen van rubber. Alhoewel haar mascara iets was uitgelopen en ze er bezweet uitzag vond ik haar goddelijk. Door mijn gebrek aan zelfvertrouwen had ik haar nooit durven aanspreken, maar gelukkig was ik die avond bijzonder zelfverzekerd ook al kwam dat misschien alleen door de drank.
Ik zei: ‘Hoe heet je?’ Het was misschien niet origineel, maar op dat moment vond ik het een goed begin van een gesprek.
‘Waarom wil je dat weten?’ vroeg ze, terwijl ze een sigaret tevoorschijn hield.
Ik glimlachte. Natuurlijk was dit geen meisje dat zomaar even haar naam aan elke wildvreemde dronkenlap gaf en vervolgens met hem mee naar huis ging.
‘Interesse’ grijnsde ik breed terug.
Ze gaf verder geen antwoord meer en probeerde met veel gevloek haar sigaret aan te krijgen. Ik moet die avond flink dronken geweest zijn, want ik pakte de sigaret en aansteker van haar af en stak hem voor haar aan. Pas nadat ik zelf een hijs had genomen gaf ik hem terug. Ze had me een klap voor me gezicht kunnen geven of beledigd weg kunnen lopen, maar in plaats daarvan glimlachte ze.
‘Dank je’ zei ze oprecht dankbaar, waardoor ik haar nog aantrekkelijker vond. We deelde samen de sigaret, terwijl ik haar nogmaals vroeg naar haar naam. Ze lachte me uit.
‘Ik herken types zoals jij heus wel en geloof me die bullshit werkt niet bij mij.’
Ze lachte nog een keer om zichzelf, alsof ze een onwijs goeie grap had gemaakt en nam de laatste hijs waarna ze de sigaret vervolgens op de grond gooide en met de hak van haar schoen vertrapte. Ze stond net op het punt weer terug naar binnen te gaan toen ik plots baldadig werd.
‘Wacht!’ riep ik. Ze bleef nieuwsgierig staan. De bonkende house muziek stormde naar buiten, waardoor ik mijn stem moest verheffen.
‘Ik had geen kwade bedoelingen. Meisjes zoals jij kom ik gewoon niet vaak tegen’ riep ik boven de muziek uit. Een bloedrode glimlach verscheen, ze stapte de ruimte van zweetlucht, drank en keiharde muziek weer in en sloot de deur achter zich. Ze liet me alleen achter in een naar pis ruikende steeg.

Aan het einde van de avond toen de discotheek dichtging stond ik buiten. Ik had net overgegeven en alle drank en nicotine uit mijn lichaam gespuugd. De afgrijselijke nasmaak proefde ik nog in mijn mond, dus kauwde ik heftig op een kauwgommetje. En daar zag ik haar. Haar witte jurkje was inmiddels besmeurd met wijnvlekken en sigaretten as. Haar haren zaten in de knoop en ze was nog altijd plakkerig van het zweet. Zij en haar vriendinnen liepen lachend richting de bushalte, maar toen ze mij zag maakte ze rechtsomkeert. Ze kwam naast me staan, bestudeerde even mijn maaginhoud dat naast mijn schoenen op de stoep lag en boog zich toen voorover naar mijn oor.
‘Carmen,’ fluisterde ze zachtjes. Haar warme, naar alcohol ruikende adem, zorgde voor kippenvel over mijn hele lichaam.
‘Wat?’ vroeg ik haar niet begrijpend en verward, omdat ik zojuist haar adem tegen mijn oor had gevoeld.
‘Ik heet Carmen,’ zei ze lachend.
Ze dacht vast dat ik te dronken was om me die paar minuten in de steeg nog te herinneren, want ze liep daarna gelijk weer weg. Ik begon te lopen, terwijl ik me bedacht wat er zojuist was gebeurd. Mijn brein werkte in slow motion en zelfs de volgende ochtend kon ik het niet helemaal bevatten. Er was slechts èèn ding dat steeds opnieuw in mijn oor geluisterd werd.
Carmen.

--------------------------------------

Hm.
Het word zo wel erg lang om te lezen ;p Ik denk dat ik het voorlopig even hierbij laat, als jullie verder willen lezen dan hoor ik het wel en zal hoofdstuk 3 (en misschien meer? legt eraan of ik nog verder schrijf) plaatsen.

Ik vind de titel alleen al heel mooi.
Het verhaal zelf lees ik later,
moetnuweg ;p

Wel goed opzich, ik het stukje van Simon gebruik je wel vaak zinnen waar Ik vooraan staat, probeer dat eens wat anders te formuleren :slightly_smiling_face:
En het hoofdstukje vind ik ook iets te kort, verder heb je een goede schrijfstijl

Hm, ja misschien beginnen veel zinnen wel met Ik, maar ik denk niet dat het op een andere manier gezegd kan worden. Naar mijn idee beginnen meer zinnen met een ander woord dan met Ik. Het is ook niet zo dat je contstant zinnen leest die beginnen met Ik. Tussendoor beginnen veel zinnen met een ander woord, voordat een andere zin weer wel met Ik begint. Het is natuurlijk ook lastig omdat het verhaal in de ik-vorm geschreven is, maar ik zal er nog weleens kritisch naar kijken =)

Tja, hoofdstuk te kort. Is dat erg dan? Ik bedoel, ik snap dat het kort is, maar dat kan toch? ;p Wanneer is een hoofdstuk te kort of te lang? Volgens mij zijn daar geen regels voor, maar je heb wel gelijk. Ik had inmiddels alweer een stukje Simon geschreven, dus misschien dat ik dat nog in hoofdstuk 1 kan plaatsen, maar ik ben bang dat het de spanning weghaalt, dus wie weet.

Bedankt in ieder geval :slightly_smiling_face:

zal ik hoofdstuk 3 al plaatsen? xp

jaaaa! up

3 Carmen

Stilte. Mijn oren suizen ervan. Ik heb nog nooit in een ruimte gezeten waar het volledig stil was. Akelig stil, kun je wel zeggen. Drukte, altijd had ik drukte om me heen. Als er geen drukte was dan zocht ik het op. Verhuizen van het plattenland naar de stad was dan ook mijn beste beslissing ooit. In de stad is het nou eenmaal altijd druk. Stilte is iets waar je tegen moet kunnen. Hoe rustig mensen ervan worden, zo opgejaagd en nerveus raak ik ervan. Van stilte ga ik nadenken en alle herinneringen die ik probeer te vergeten komen dan weer bovendrijven. Als steekvliegen zoemen de gedachtes om mijn netvlies en steken me. Om me heen slaan heeft geen zin, net zo min als anti-vliegenspray. Ik maak mezelf gek met mijn eigen zelfkwetsende dwanggedachtes. Alsjeblieft, maak geluid.
Beelden flitsen voor mijn ogen. Het levenloze lichaam van mijn vader op de badkamervloer. Mijn moeder, waarvan ik dacht dat ze krankzinnig was geworden. Alles komt weer terug. Alles. En ik kan het niet langer verdringen.

Ik zie mezelf staan, als klein meisje. Met mijn babyblauwe pyjama nog aan loop ik op mijn blote voetjes richting de badkamer in mijn ouderlijk huis. Daar lag hij op de koude tegels. ‘Papa?’ vroeg ik nog. Maar papa gaf geen antwoord.
Mijn moeder, hysterisch huilend. Schreeuwend door de telefoon dat haar man onwel was geworden. Ik voelde mijn hart tegen zijn borstkast aanbonken, terwijl mijn jongere zusje zich angstig aan mij vastklampte. Buiten hoorde ik gillende sirenes. De ambulance was er binnen vijf minuten.
Mannen in witte kleding stormde onze badkamer binnen. Ik stond nog steeds op dezelfde plek. Gechoqueerd en versteend keek ik naar mijn vader die met wegrollende ogen en open mond op de badkamervloer lag. Hardhandig werd ik aan de kant geduwd en witte mannen knielden om mijn vader heen. Binnen een paar seconden besloten ze dat hij met spoed naar het ziekenhuis moest. Hij werd in de ambulance getild die vervolgens met gillende sirenes verdween. Mijn moeder greep mij en mijn zusje bij onze kleine armpjes en sleurde ons mee de auto in. We hadden geen eens meer de tijd om onze pyjama’s te verwisselen voor kleding. Ook mijn moeder zag er slonzig uit met ongekamde haren. Ze scheurde als een bezetene achter de ambulance aan. Toen pas begon ik te huilen, ik besefte nu pas dat er iets heel ergs aan de hand was.

In het ziekenhuis zat ik wiebelend op een grijs krakkemikkig stoeltje. Mijn moeder heeft geen moment gezeten. Ze bleef maar schreeuwen tegen de onschuldige verpleegsters die langskwamen en van niks wisten, dezelfde kalmerende tegen mijn moeder zeiden waardoor ze vervolgens voor vuil werden uitgemaakt. De rest van de tijd paradeerde ze de hele tijd gespannen heen en weer, mompelend in zichzelf. Ik kon niet horen wat ze zei. Mijn zusje was in de hoek bij het speelgoed gaan zitten en bouwde geconcentreerd een toren van houten blokjes. Mijn moeder werd geroepen en ze liep mee met een man in een witte doktersjas en een grijze snor. Ze bleef voor mijn gevoel wel een uur weg en toen ze terugkwam was haar gezicht lijkbleek.
‘Kom,’ zei ze zonder enige emotie en liep het ziekenhuis uit.
Ik stond op en trok mijn zusje haastig mee. Haar gebouwde toren viel om.

In de auto terug naar huis heerste stilte. Akelige stilte. Misschien dat ik daarom niet van stiltes houd. Mijn moeder zweeg mij en mijn zusje de verwarring in, maar beide durfde we niks te vragen. We waren plots bang voor onze moeder die we altijd als een kalme vrouw hadden gekend. Hoewel mijn moeder het op dat moment in de auto al wist hoorde ik en mijn zusje het pas op de dag van de begrafenis. Mijn vader was dood.

reacties? xp

… upje.

-zucht- … nog een up dan maar.

waaaaaaaaaaaaarom reageert er niemaaaaaaaaaaaand :face_with_raised_eyebrow:

Leuk verhaal =D

dankjewel :wink:
weetje ik denk dat ik niet meer erbij ga plaatsen want de reacties zijn zo weinig >.<