VERHAAL: schuld

voor de duidelijkheid: het gaat over een vampier. ik wou mee doen met de verhalen wedstrijd van girlscene maar ik was te laat . Ik zou graag jullie mening erover willen horen;

De bloedhete zon laat me zweten, de druppels zweet voel ik over mijn voorhoofd druipen. Ik pak mijn fel roze zomerhoedje en trek hem verder over mijn hoofd. Het helpt niet. Mijn hoofd blijft heet. De geluiden om mij heen laten me niet opkijken. Kinderen spelen op het strand en zelfs de knappe jongens kunnen geen blik van me opvangen. De lange broek die ik aan heb lijkt wel in brand te staan en de mouwen van mijn trui kleven plakkerig aan mijn arm. Waarom moest ik zo nodig die weddenschap aan nemen. Dennis zal me wel vermoorden al hoort hij dit. Tenminste proberen mij te vermoorden. Ik ben sneller. Er loopt iemand vlak langs me af. Ik wil me adem in houden maar ik heb de geur al opgevangen. Mensen geur. Overheerlijke mensen geur. Ik voel het speeksel al in mijn mond komen. De verleiding om op te springen en er achterna te gaan is z. Maar nee dat is het niet waard. Ik voel me dom, allemaal voor die weddenschap. Al die levens die ik op het spel zet. Achter me hoor ik ineens een ijzige gil. Wel een gil die niemand om me heen gehoord zal hebben. Ik wel. Ik probeer mijn hoofd zo om te draaien dat er niks van mijn huid in de zon komt. Binnen een seconde ben ik al weer op mijn plaats. Een eindje van het strand af is Dennis. Zeker opzoek naar mij. Nee! Dennis kan zich niet onder controle houden als hij boos is. De gil kwam zeker van zijn slachtoffer. Vliegensvlug sta ik op en begin te rennen. Niemand ziet mij ik ben nu als een soort waas voor hun. Te snel voor hun ogen. Ik haal een keer adem. Overal om mij heen is de mensen geur. De een nog lekkerder dan de ander. Maar recht voor me, misschien iets meer naar het noorden, komt een geur er sterk bovenuit. De geur van Dennis. Ik spring om op een gebouw te komen. Het gaat zo makkelijk. Zachtjes kom ik neer. Je hoort het niet. Nu spring ik van dak tot dak. Dan sta ik abrupt stil. Van onnatuurlijke snelheid – voor de mens – naar stilstand. Hoelang ik er al mee leef het blijft geweldig. Maar nu heb ik andere zaken aan mijn hoofd. Ik zie Dennis met het slachtoffer. Het is een wonder dat ze nog leeft. De geur van haar bloed laat mij ook even verstijven. Even weet ik niet meer wat ik hier doe en richt ik me alleen maar op haar. Haar bloed ruikt heerlijk en haar kreten van pijn lijken weer ver weg. Tot de wind draait. Haar geur komt niet meer mijn kant op en ik ben weer bij mijn positieve. Dennis heeft me nu ook geroken en kijkt omhoog naar mij. Hij laat het meisje vallen. Een krakend geluid laat me weer naar het meisje kijken. Ze is nu wel dood. Haar nek licht er in een onnatuurlijke houding bij. Dennis zakt door zijn knieën en er komt een brommend geluid uit zijn borst. Ik doe het zelfde. Ik laat mijn tanden zien en blaas een keer. Dan spring in naar beneden en kom zachtjes neer. Dennis loopt naar achter en schopt het slappe lichaam van het meisje weg. Ze was nog maar een jaar of 17. Schuldgevoel komt weer boven. Dennis kromt zijn rug nog meer en ik doe hem na. We lopen kleine rondjes. Zoals een katachtige. Een soort leeuw voel ik me soms. En alle mensen zijn de gazelles. Mijn mond hoeken krullen om door mijn binnen pretje. Dit gevecht kan ook nog wel eens leuk worden. Het is jammer dat ik tegen mijn broer moet. Anders had ik meer kunnen uitproberen. Dennis loopt op me af. Ik schiet weg en sta opeens achter hem. Maar hij heeft zich al omgedraaid. Het gevecht begint. Ik spring langs hem tegen de muur op. Ik scheur mijn lange mouwen en broekspijpen kapot. Het is zo makkelijker om me af te zetten. Hier kan toch niemand me zien. Dan zet ik me hard af en schiet me zelf op Dennis af . Ik voel geen pijn wanneer ik tegen hem aan kom. Er klinkt een harde knal. Gelukkig is iedereen op het strand. Niemand hoort het en Dennis heeft niemand meer iets kunnen doen. Dennis valt naar achteren tegen de muur aan. Er komt een scheur in de muur en er brokkelen wat stenen af. Dennis word nu nog bozer en rent op me af. Hij denkt alleen maar aan zijn kracht. Als een soort beginneling. Nou ja hij is ook nog meer 2 jaar oud – als vampier – , dus nog redelijk jong. Ik niet. Ik ben licht en gebruik mijn talent vaak. Ik kan goed springen en tegen muren op lopen. Een soort spider- man. Weer moet ik lachen om mijn onnozele gedachten. Dennis kan niet tegen mij op. Hij zou me in stukken kunnen scheuren als hij me heeft. Maar mij krijt hij niet te pakken. Ik loop nu rondjes om hem heen. Steeds probeert hij me te grijpen maar het lukt niet. Dennis gaat van aanvallende naar verdedigende houding. Ik niet ik ontwijk en val aan. Dan recht Dennis zijn rug een beetje. Ik weet dat hij zich nu overgeeft. Ik laat nog een keer mijn tanden zien en blaas nog een keer. Dan recht ik mijn rug ook en loop naar hem toe. Het gevecht heeft maar een paar minuten geduurd maar er is veel gebeurt. Dennis lacht ‘een weddenschap zeker?‘vraagt hij. Ik knik terug. Een weddenschap ja.’ Je kan nooit van me winnen.’ Zeg ik lachend. Dennis loopt naar het meisje toe. Nu ruikt ze al niet meer zo lekker. ‘jammer van het meisje, ze leek me leuk om nog even mee te spelen.’ zegt Dennis na een tijdje. Ik trek een afkeurend gezicht. Ik eet of ja drink alleen maar dieren. Mijn hoedje is afgevallen en mijn een handschoen is ook uitgegaan tijdens ons gevecht. Als ik mijn hoedje opraap komt mijn huid in de zon. Zo vind ik mijn huid het mooist, een groot voordeel van vampier zijn. Het lijken net duizenden diamanten die schitteren in het zonlicht.
Samen rennen we door de stad, daarna door het bos. Na een tijdje komt Laura bij ons rennen.’ haha, je hebt het geen uur volgehouden daar.’ zegt ze terwijl ze harder gaat rennen. Ik zet me ook harder af en ga naast haar rennen. Dennis blijft achter. Hij is niet de snelste van ons.’ Ik moest Dennis kalmeren.’ zeg ik terug. We hebben de stad al lang achter ons gelaten. Maar mijn stem klinkt niet moe.‘je weet wat je te wachten staat hé!’ zegt Laura na een tijdje. Ik ga wat langzamer rennen naast Dennis. ’ je word bedankt.’ zeg ik sarcastisch tegen hem. Hij lacht. Dennis kan snel boos worden. Zeker al ben ik opeen plek met veel mensen. De geheimhoudingsplicht is voor hem heel belangrijk. En dan is hij opeens weer vrolijk. Mijn afgescheurde kleren wapperen om mij heen, Het is fijner zo. We trekken nu meer naar het oosten. Misschien dat we daar even blijven. Soms denk ik erover na om ergens vast te blijven. Maar het klinkt zo gek op een plek. Altijd tussen de mensen. Zo goed is mijn zelfbeheersing nou ook weer niet. De geur van vers vlees komt in mijn neus. Een hert. Niet het lekkerste maar redelijk te doen. Ik wijk van het pad af. Dennis en Laura gaan door naar het dichtstbijzijnde dorp. Het is etenstijd. Het hert heeft me nog niet gehoord. Ik maak vaart en heb hem binnen no-time gevangen. Het stilt de dorst voor even. Straks verder naar het noorden van ik wel een vos. Die zijn lekkerder. Ik zet me af en ren verder. Naar Dennis en Laura toe.


Dankje voor het lezen

Hier wat tips;
.1# Verdeel in strukjes… Anders wordt het niet leuk om het te lezen…
.2# het lijkt erg op Twilight…
.3# voor de rest is het wel okej …

Gaat het nog verder?