[Verhaal] Rozengeur en duivelschijn

Ik ben zo’n meisje waar de andere meisjes jaloers op zijn. Lange blonde lokken, dure kleren, groot huis en veel vrienden. Ik ben zo’n meisje die er gelukkig uitziet, bijna alles voor elkaar krijgt en die zeker niet onzeker is. Ik ben zo’n meisje waar duizend andere meisjes niet zomaar jaloers op zijn, maar stik jaloers. Maar ik kan je vertellen dat het leven van een meisje zoals ik, ook niet altijd rozengeur en maneschijn is. Want wat jullie misschien hebben, heb ik niet. Ik heb geen moeder tegen wie ik alles kan vertellen, een vader die mijn fietsband plakt of een broertje met wie ik kan voetballen. Ik heb geen gezelligheid thuis, mijn moeder werkt van twee uur ’s middags tot 7 uur ’s avonds. Mijn vader begint al om 7 uur in de morgen en gaat door tot het avondeten. Misschien denk je dan dat we tenminste samen een gezellig avondeten hebben, maar ook daar is niets van waar. Tijdens ons avondeten gaat het meestal over de slechte cijfers van mijn broertje, of het gedrag van hem. Want roken en drinken kan echt niet. En al helemaal niet blowen, dat is verschrikkelijk. Dat is een schande voor onze familie. En je zult er mee moeten stoppen, want het is een verschrikking voor iedereen die behoort bij onze familie. Het maakt ze niet uit dat het slecht is voor de gezondheid, misschien maakt het hen wel uit maar er wordt geen woord over gerept. Want de schaamte die mijn ouders voelen, zal altijd belangrijker zijn dan de gezondheid. Want reputatie en status, dat telt. En met rode wangen en een knoop in mijn maag, geef ik dit toe: misschien geldt dat voor mij ook wel. Misschien denk je nu wel ik een verschrikkelijk kind ben, misschien herken je jezelf erin. Maar één ding is zeker, ik ga jullie verassen.
Afgelopen weekend heb ik van mijn huishoudster Lucie voor het overgaan naar de vierde (wat nog een heel gedoe was) een dagboekje gekregen. Lucie dacht dat het wel goed voor me zou zijn, omdat ik kennelijk uitstraal dat ik niet goed in mijn vel zit. “Het is goed om je gedachtes op te schrijven, dan krijgt je hoofd ook weer lucht,” verklaarde ze. De Annabel van vorig jaar zou naar haar voorhoofd hebben gewezen, maar nu heb ik het cadeau aanvaard. Het was een lichtroze schriftje met een harde kaft en vol met glitters. “DIARY” staat er met grote, sierlijke letters opgeschreven. Alhoewel ik me echt had voorgenomen om er elke dag in te schrijven, pak ik het schriftje nu pas uit me lade. En weer vol schaamte moet ik toegeven dat ik er nog niet eens in had gekeken. Toen Lucie vroeg of ik al had geschreven en of het me opluchtte, heb ik heel eerlijk verteld dat ik nog niet begonnen was. Ik had het erg druk gehad. Waarmee? Nou, allereerst leren. Want ja, dat doe ik. Ik leer inderdaad, tot tegenstelling van vele andere. Ik leer niet veel, maar alle beetjes zijn iets. Verder heb ik het erg druk met vriendinnen. Wat doe ik dan met ze? Starbucksen (wij hebben er zelfs een werkwoord van gemaakt), bellen, naar het strand gaan, jongens spotten. Je snapt het al wel, denk ik. En dan in de avond mijn favoriete series kijken, en moet ik sporten of naar een feest. Dan schiet het schrijven er wel bij in. Maar Lucie gaf als advies dat ik misschien een keer tijd zou moeten maken, en als ik zou beginnen met schrijven dat het me uiteindelijk heel veel tijd zou besparen. Ja vast, maar om niet ondankbaar te lijken, heb ik het boekje uit mijn la gehaald. Ik sla de eerste bladzijde om. Of ik mijn beste vriendinnen wil voorstellen, en dan twee hokjes. Oh god, voor welke vriendloze ziel is dit boek gemaakt? Ik kan toch niet kiezen uit de vijftien andere vriendinnen die ook écht mijn beste vriendinnen zijn? Oké, eentje is wel duidelijk. Maya. Snel vul ik haar gegevens in, waarom ik het zo goed met haar kan vinden? Slechte eigenschappen, goede eigenschappen, kleur haar, kleur ogen. De standaard vragen. Oké, de tweede. Wie van de andere veertien? Ik bijt op mijn pen, en proef een bittere smaak. Fuck! Mijn mond is blauw gekleurd in plaats van rood, en over tien minuten staat Louise hier om naar school te vertrekken. Ik pak een washandje en probeer de blauwe troep van mijn mond af te krijgen. Natuurlijk gaat het niet goed (het leven zal mij ook een keer meezitten) en ik veeg de inkt door tot mijn neus. Ja, dat was precies waar ik op zat te wachten. Ik probeer het met make-upremover, zeep en zelfs shampoo maar alles is tevergeefs. Zelfs een schuurmachine zou die verdomde inkt er niet af kunnen halen. Ik hoor de lach van Louise en de lage stem van Kate. Ook dat nog, staat die Kate hier ook al voor de deur. Een paar tellen later gaat de bel. Godver, godver, godver, wat moet ik nu doen? Ik storm mijn kamer in, en bel Louise.
“Hee An, we staan voor je deur. Kom je?” klinkt de vrolijke stem van Louise.
“Nee sorry Louise, ik heb een klein ongelukje gehad met make-up, ik kom wat later.”
“Oké, houdoe!”
En ze hangt op. Oké, dit is dus weer opgelost. Nu proberen om die verdomde pen van mijn mond af te halen. Na een kwartier is het gelukt, ik geef een snelle blik op de klok om te kijken of ik me moet haasten om nog op tijd te komen. Vijf voor half negen. Ik neem de conclusie dat ik toch al wel te laat kom, dus ik pak rustig nog een krentenbol, doe mijn make-up en rond tien over half negen pak ik mijn fiets en fiets ik op mijn gemakje naar school. Onderweg kom ik Lucie tegen, die natuurlijk commentaar heeft dat ik op mijn tweede schooldag alweer te laat kom. De meeste mensen zouden zuchtend concluderen dat Lucie een zeikwijf is, maar ik geniet er juist van. Dat de meeste mensen zeuren als vervelend ervaren, kan ik ergens wel begrijpen. Maar aangezien mijn vader en moeder het geen bal lijkt te interesseren wat ik uitspook, word ik ook nooit terechtgewezen. En dat is iets wat ik stiekem wel mis. Ik gooi mijn fiets in het fietsenrek, en loop naar mijn kluisje. Ik prop mijn jas in het veel te kleine kluisje en gooi het deurtje van het piepkleine hokje weer dicht. Ik ren naar boven, en gooi de deur van mijn lokaal open. 25 hoofden draaien richting mijn richting, sommige met een lach, andere heel onverschillig. De leraar is de enige die chagrijnig mijn kant op kijkt. “Hoe krijg je het voor elkaar, Annabel? Het is de tweede dag, en jij presteert het om twintig minuten te laat te komen. Deze ene keer zie ik het door de vingers, de volgende keer ga je je maar melden,” zegt meneer Jansen tegen mij.
Ik knik en loop naar achteren. Kate is naast Louise gaan zitten, ik draai mijn hoofd om en zie dat Anouk vrolijk naar me zwaait. Geërgerd loop ik naar Anouk toe en plof naast haar neer.
“Ik zag je ook al wel zonder dat je als een gek aan het zwaaien was,” snauw ik.
“Ik merk het al weer, Annabel Scheepstra is weer een keer chagrijnig,” snauwt ze terug.
Ik draai met mijn ogen en pak mijn boeken uit mijn tas. “Waar is Maya?” vraag ik.
De deur vliegt open, en een lang meisje staat in deur. Ze heeft een karamelkleurige huid, en donkerbruin krullend haar tot midden op de rug. Ze heeft sleehakken aan haar voeten, die haar lange bruine benen nog langer maken. Ja, dat is dus Maya. Mijn beste vriendin, de beauty van de vierde klas.

Leuk verhaal!
Fijne schrijfstijl!
Ik volg :slightly_smiling_face:
Alleen aan het einde heb je staan:
Kate is naast Louise gaan zitten, ik draai mijn hoofd om en zie dat Anouk vrolijk naar me zwaait. Geërgerd loop ik naar Mayke toe en plof naast haar neer.
Moet Mayke niet Anouk zijn?
Verder! :upside_down_face:

Dankjewel Emma, klopt inderdaad!

wanneer komt er weer een nieuw stukje?:face_with_raised_eyebrow:
i want more!! :slightly_smiling_face:

Upp

Hee meiden, sorry dat het zo lang duurt. Was het helemaal vergeten en heb zelf doorgeschreven maar niet op internet gezet. Ik zal er vanmiddag wat opzetten. xxx

“Maya, moet dit nou? Je mag jezelf dan wel heel wat vinden maar verrassend genoeg ben jij ook verplicht om gewoon op tijd in de klas te zitten,” moppert Jansen.
“Meneer, ik had een lekke band. Moet ik me melden of kan ik gaan zitten?”
“Ga maar zitten. De volgende keer kun je je wel melden,” mompelt Jansen. Meneer Jansen gromt nog wat onverstaanbaars, en draait zich dan weer naar het bord om verder te schrijven.
Maya’s ogen schieten door de klas, op zoek naar een plaats. Ja Maya, voortaan maar op tijd komen. Een plek vooraan bij de leraar is niemands favoriet. Geërgerd zakt ze op de plek.
Nog geen vijf minuten later vliegt de deur weer open. Meneer Jansen schiet uit zijn vel. “En welke puber wil nu weer mijn les 25 minuten later binnenkomen? Ga je maar melden! Moet je je voorstellen dat dit pas de tweede dag is, wat moet er de rest van het jaar gaan gebeuren? Mijn god!” schreeuwt de rode Jansen door de klas.
“Sorry meneer, ik had me verslapen,” zegt de suffe maar oh zo knappe jongen terwijl hij binnen sloft.
“Het zal een keer anders zijn, Lucas. Ga je maar melden.” Arme meneer Jansen, als je me zou vertellen dat hij nu al (op de tweede schooldag van het jaar) overspannen zou zijn, zou ik het meteen geloven. Ook al is Lucas één van de knapste jongens in de klas, erg aantrekkelijk is hij niet. Lucas gamet 24/7, maakt nooit huiswerk (oké, dat is bij mij misschien ook het geval), altijd te laat en komt niet erg snugger over. Ik schiet in de lach. Het zal een keer niet zo zijn. Maya kijkt lachend om. “Annabel! Ik ben er nu al klaar met jou. Jij en Lucas. Ga maar een briefje halen,” schreeuwt Jansen door de klas.
Lucas wordt rood, maar herstelt zich snel. Ik pak onverschillig mijn spullen, en loop het lokaal uit. Verbaasd staat Lucas op mij te wachten. “What the heck, dit is de tweede dag en ik word er nu al uitgestuurd. Mijn record is verbroken.”
Ik grinnik. “Die van mij niet, vorig jaar werd ik op de tweede dag al er uitgestuurd. Kom, we gaan naar de aula!” zeg ik vrolijk.
“We moeten onszelf melden, Annabel.”
“Geen gek die erachter komt, die Jansen vergeet dat toch wel weer.”

De volgende les heeft mijn leven verandert. De deur was opengevlogen, en daar stond een bloedmooi meisje. Ze was misschien nog wel mooier dan dat ik was. Een bruine getinte huid door de zon, lang blond haar en een mooi jurkje aan. Het werd langzamerhand doodstil. Iedereen gaapte haar aan. Een paar jongens zaten net niet te kwijlen.
“Mevrouw, moet ik een teiltje halen voor die twee jongens daar?” ik wijs naar Jochem en Jan die met een open mond naar het nieuwe meisje kijken.
Een paar grinniken maar verder wordt er niet op gereageerd.
“Oh hee, meisje, Nola was het toch? Let maar niet op deze klas. Ze zijn allemaal een beetje vreemd,” begroet mevrouw van Wilderen Nola met de bekende van Wilderene lach.
Ze knikt.
“Ach het is ook eng hè, zo’n eerste dag,” antwoordt mevrouw van Wilderen.
Weer knikt ze.
“Kan ze niet meer praten?” roep ik door de klas. Misschien was het de jaloezie die me zo ver kreeg, misschien ben ik al zo’n bitch van mezelf, maar erg vriendelijk is het niet om zo’n meisje de eerste dag al voorschut te zetten. Nou ja, voorschut? Heel veel leverde het me niet op. behalve een boze blik van mevrouw van Wilderen én van Maya, verder was het doodstil.
“Speciaal voor het meisje daar,” zegt Nola terwijl ze arrogant naar mij knikt, “Hoi, zoals mevrouw van Wilderen al zei, ik ben Nola. Ik ben verhuisd van Brabant naar Zeeland. Ik keek een beetje tegen deze dag op door meiden zoals als jij,” zegt ze terwijl ze mij arrogant aankijkt. “Maar ik merk al dat ikzelf meer indruk op iedereen heb gemaakt in deze eerste twee minuten dan jij in al die tijd. Zegt meer over jou dan over die van mij,” glimlacht ze.
Oesj, die zit. Ik kijk om en probeer oogcontact te maken met Maya. Maar Maya zit net als alle andere als een geobsedeerde hond haar aan te gapen. Die verrader.
“Nou, nou meiden, dit is geen goed begin. Zeg even sorry, Anna.”
Mevrouw van Wilderen is de enige lerares die me niet bij mijn volledige naam noemt. Ik mompel dat het me spijt en dat het niet zo bedoelt was. Nola kijkt me vriendelijk aan. “Het is al goed, jôh,” zegt ze. Een glimlach kan ik niet over mijn lippen krijgen. Nee, ik mag haar niet.
“Ga maar langs Maya zitten. Maya is het meisje met het lichtblauwe jurkje aan,” zegt de lerares.
De hele les hoor ik niks meer, alleen de lachen van Nola en Maya. Nog nooit heeft jaloezie mij bereikt, en eigenlijk wist ik ook niet wat het was of hoe het voelde. Maar ik denk dat ik dat dit jaar ga uitvinden. Maya is niet meer alleen van mij, en dat doet me meer pijn dan dat ik ooit zou verwachten van mezelf.

Peren ik volg ! Meer!

Zaterdag komen er weer nieuwe stukjes, ik ben een weekje weg met school! xx

Als de bel gaat, staan Nola en Maya meteen op en willen weglopen.
“Wacht vooral niet op mij, Maya, loop maar weg. Maakt niet uit, ” roep ik Maya na.
Maya lacht. “Bel, ik ga een broodje kopen. Anders zijn die broodjes te klef om te eten. Ik zie je beneden, oké?” Ze werpt me een kushandje toe en loop lachend de klas uit met Nola.
Chagrijnig kijk ik ze na. “Bel, ik heb geen zin in een klef broodje. Ik zie je beneden, oké?” doe ik Maya na. “Kinderachtig hoor, Annabel,” schiet het door mijn hoofd
“Wow, Bellie, do I see a jealous bitch?” gilt Kate door de klas.
“Nee Kate, ik ben chagrijnig. Dat is iets anders,” brom ik.
Kate barst in lachen uit. “Dit noemen wij niet chagrijnig,” kat ze. “Meiden, ons Bellie is jaloers. roept ze door de klas.
Ik loop naar Kate toe. “Ten eerste is het voor jou Annabel en niet Bellie. Ten tweede ben ik niet jaloers maar heb ik vannacht slecht geslapen. Ten derde is het niet aan jou om te bepalen of ik jaloers ben of niet, want je kent me niet. Duidelijk?” sis ik.
“D-d-doe niet z-z-zo stom, w-w-we zijn toch be-be-bevriend?” Kate kijk me schichtig aan.
“Nee, eigenlijk niet, Kate. Ik en Louise zijn bevriend en jammer genoeg zijn jij en Louise bevriend. Daarom ga ik met je om, om niets meer en niets minder. Ik hoop dat je dat begrepen hebt, Kate.”
Anouk kijkt me een glimlach aan en steekt haar duim op. Ik loop naar Anouk toe. “Was ik duidelijk genoeg?” vraag ik met een arrogante glimlach.
“Meid, je was geweldig. Iemand moest dat kind een keer op haar plaats zetten,” grijnst Anouk, “als jij het niet had gedaan, had ik het gedaan.”
Ik weet dat dat laatste niet waar is, Anouk is daar te lief voor en trekt nooit haar mond open als het haar niet aanstaat.
Ik glimlach. “Het was me een genoegen.”
Als ik één iemand niet uit kan staan, is het Kate Marxen wel. Ik loop de trappen af, gooi mijn boeken in mijn kluisje en ga op zoek naar Maya. Ik vind haar in het rokershok. En de zoveelste verassing van vandaag: ze staat bij Nola. Ik loop naar de twee meiden toe. Ik zie Maya en Nola samen lachen en weer voel ik een steek in mijn buik.
Kom op, Annabel, Maya en jij zijn al jaren beste vriendinnen. Je hebt geen reden om jaloers te zijn.
“Hee May, ik vroeg me af of je na school meegaat naar Starbucks?” vraag ik aan haar als ik naast haar sta. Ik begin te hoesten als Nola haar rook in mijn gezicht blaast.
“Ja leuk, Bel. Ga jij mee, Nola?” antwoord Maya.
Ik bijt gefrustreerd op mijn lip. Dit was niet de bedoeling. Ik kijk de andere kant in als ik zie dat Nola weer haar rook in mijn gezicht wil uitblazen, bitch.
“Ja leuk, dan leer ik jullie gelijk wat beter kennen. Ik ben zo blij dat ik bij jou in de klas zit, Maay. Ik was echt bang dat ik een verschrikkelijke klas zou krijgen, waar iedereen me zou afkatten of erger nog, negeren,” Nola neemt een hijs van haar sigaret. “Jij ook?” vraagt ze aan Maya terwijl ze de sigaret onder Maya’s neus duwt. Maya schudt haar hoofd. Haar ouders zijn er streng op tegen, misschien nog wel meer dan die van mij.
“Echt niet? Het is best lekker hoor!” dringt Nola aan.
“Ze zei toch nee?” kat ik.
Ze negeren me, ze kijken me niet eens aan. Maya begint over een ander onderwerp en samen lachen ze weer. Ik draai met mijn ogen en loop weg zonder wat te zeggen. Ik zie Susanne alleen op een bankje zitten, als ze mij ziet, lacht ze. Ik loop naar haar toe.
“Wie is die Barbie bij Maya?” roept ze over het schoolplein.
“Nola, nieuwe chick hier,” antwoord ik. Ik kan er niks aan doen, het gevoel van jaloezie wil maar niet verdwijnen. Susanne lijkt het niet te merken. “Nou die laat ook een spoor foundation achter als je met je vinger over haar gezicht strijkt, men! Zij moet zo lelijk zijn zonder make-up.”
Ik moet lachen, oké, ik ben niet de enige die jaloers is.
“Ach, over een maand is iedereen haar weer vergeten,” probeert Susanne zichzelf te troosten.
“Laten we dat maar hopen, ik ga na school met haar naar Starbucks,” mompel ik.
Susanne fronst haar wenkbrauwen. “Met de barbiepop?”
Ik maak een instemmend geluid. “Ja, met de barbiepop.”
“En je hebt een hekel aan haar?”
“Ook dat is helemaal waar.”
“What the hell ga je dan met haar doen?”
“Maya heeft haar uitgenodigd.” Ik pak een appel uit mijn tas en neem er een hap uit. Ik trek een vies gezicht en gooi de appel op de grond.
Susanne zegt niets meer. Ik zie haar nadenken. “Misschien is Nola toch aardig?” oppert ze.
“Denk het niet, Nola is een meisje met een scherpe tong,” antwoord ik.
“Oh, nu snap ik het!” roept ze. Verbaasd kijk ik haar aan. “Wat snap je?”
“Ze lijkt op jou qua innerlijk en qua uiterlijk, ze is knap en ze gaat met Maya om. Jij bent jaloers, Annabel Scheepstra,” concludeert ze met samengeknepen ogen.
“Doe normaal man, ik ben niet jaloers,” ontken ik, maar ik voel de rode blosjes op mijn
wangen en ik weet dat Susanne dit niet ontgaat. Susanne schiet in de lach.
“Ach stik! Ik ben niet jaloers op Nola.”
“Misschien niet op haar uiterlijk, misschien heeft het wel met Maya te maken. Of…” Ze stopt minder in haar zin.
“Wat? Wat heb je nu weer in je hoofd gehaald?” snauw ik.
“Ze lijkt te veel op jou, zit dat je in de weg?”
Ik schud mijn hoofd, “je bent gek, Susanne. Je bent echt gek.” Ik pak mijn tas en loop weg. Verdomme.

Het is druk in de Starbucks, ik duw wat mensen aan de kant en kies een tafeltje uit met uitzicht op de zonovergoten winkelstraat. Ik gooi mijn tas op de tafel en pak mijn mobiel eruit.
“Wij komen wat later, xx Nola en Maya.”
Chagrijnig druk ik het berichtje weg, en kijk of ik andere berichtjes heb. Nul.
“Hallo Annabel, wat doe jij hier zo alleen?” ik kijk om en zie de altijd aardige maar hopeloze Jan.
“Hoi Jan, dat is een vraag die ik jou ook kan stellen. Dus…”
“Ach Bellie, ik dacht dat ik jou hier wel kon vinden. Ik wilde je graag weer eens zien. Dat was zo lang geleden.”
“Goed gedacht dan.”
“Kan ik iets voor je halen?” vraagt Jan met een knipoog, “ik trakteer!”
“Doe maar een groene thee,” glimlach ik terwijl ik op mijn te dunne buikje klop. “Vakantie is nooit goed voor je figuur,” antwoord ik met een lachje.
“Bellie, jij ziet er altijd goed uit,” en hij verdwijnt in de menigte.
Ik glimlach en pak mijn mobiel uit mijn zak die begint te trillen.
“Hee Anna, Maya hier!”
“Hee Maay, komen jullie nog?” Ik kijk even om me heen om te veronderstellen dat Jan nog in de rij staat. “Ik word hier vergezeld door Jan,” zucht ik.
“Daar bel ik juist om, Nola en ik hebben meer zin in een ijsje met dit weer. Kun je naar de ijsco komen op het plein? Nola trakteert!”
“Maay, dat kan ik niet maken tegenover Jan om nu op te staan. En jij kan het niet maken om nu niet te komen. Afgesproken is afgesproken! We werden toch ook altijd pissig op Alicia is zij niet op kwam dagen?”
“Ja ja dat klopt. Maar een ijsje is met dit weer toch veel lekkerder? Koffie kunnen we de rest van het jaar nog drinken.”
“Weet je Maay, ga jij lekker ijsjes eten. Veel plezier.”
Chagrijnig druk ik Maya weg. Ze belt nog een keer terug maar ik druk haar weg.
Sorry, maar ik sta tussen twee kampen. Nola wil echt geen Starbucks. Dikke kus, Nola.”
Als ik opkijk, zie ik Jan naast me staan met mijn groene thee.
“Dankjewel,” glimlach ik terwijl ik mijn thee aanpak.
“Hoe kun jij dit spul drinken terwijl het zo ontzettend warm buiten is?”
“Hoe kun jij dat spul drinken terwijl je al zo veel calorieën binnen hebt gekregen?” lach ik.
“Maar Bellie, je bent zo’n beauty! Ik ken zo veel meiden die een moord voor jouw uiterlijk zouden willen plegen.”
“Alles kan beter,” lach ik terwijl ik mijn haar in een knot frommel.
Mijn mobiel gaat nog een keer, ik kijk op mijn schermpje. Maya. Ik druk haar weg.
“Sinds wanneer wil jij Maya niet spreken?” verbaasd kijkt Jan me aan. “Ik zag haar net shoppen met die nieuwe, lieve meid.”
“Vind je Nola aardig?” spottend kijk ik hem aan, “zij is zo ontzettend nep.”
“Hoe kun je dat nu al weten? Je kent haar pas een dag.”
“Dan kun jij toch ook niet al weten dat ze aardig is?” snauw ik.
“Hé, niet zo chagrijnig, Bellie. Daar word je niet mooier van.”
Ik glimlach zuur. “Je hebt gelijk. Alleen Maya laat me nu al zitten voor de trut van een Nola.”
“Ohoh meiden toch. Die Nola is hier net nieuw, Maya probeert haar gewoon een welkom gevoel te geven. Dat zou jij toch ook fijn vinden?”
“Ja Jan, dat klopt. Maar ik had eigenlijk met hen hier afgesproken. Nu zitten ze saampjes bij de ijsco.”
“Maak je niet zo druk mop, morgen zijn jullie weer elkaars schaduw, wedden?”
“Je zal wel gelijk hebben,” ik sla het laatste beetje thee achterover. “Ik ga maar weer eens naar huis. Bedankt hè, voor de thee.” Ik stop mijn spullen in mijn tas, haal het elastiekje uit mijn haar en geef hem een kus op zijn voorhoofd. “En natuurlijk bedankt voor het opvrolijken.”
“Waarom ga je al mop? We hebben elkaar zo lang niet meer gesproken. Heb je een date?” Teleurgesteld kijkt hij me aan.
“Ik zie je snel. Doeidoei!”
Ik loop de Starbucks uit en knipoog naar de leuke jongen achter de bar. Hij glimlacht terug.
“Dit verleer je ook nooit, hè,” hoor ik ineens een vertrouwde stem zeggen.
Ik draai me om en slaak een kreetje als ik zie wie er achter me staat.

“Jason, wat doe jij hier? Ik heb je zo gemist!” ik sla mijn armen om zijn nek en geef hem een kus op zijn wang. “En wat ben je veranderd!” In plaats van een kleine, miezerige jongen met donkerblond haar, bleke huid en een buitenboord beugel staat hier voor mij een gespierde jongen met een getinte huid en donkerbruin haar. Jason was mijn beste vriend van de basisschool en ik stiekem ben ik heel mijn leven verliefd op hem geweest.
“Jij ook, lieve Annabel! Je ziet er zo goed uit. Ik ben hier naar toe verhuisd met mijn ouders. Australië vonden ze denk ik te saai worden,” knipoogt hij.
Verbaasd kijk ik hem aan. “Jason, je blijft? Wat geweldig. En je hebt ondertussen in Australië gewoond? Ik dacht dat je naar Zweden ging.”
“Ja, daar heb ik acht maanden gewoond. Tegen de tijd dat we daar gewend waren kreeg mijn vader de kans om naar Australië te gaan. Dat kon hij niet weigeren. Maar na zes jaar ging het bedrijf in Australië failliet en als mijn vader niet werkloos wilde raken, moesten we terug naar Zeeland. En nu ben ik in mijn oude stadje.”
“Oh Jason, wat geweldig dat je terug bent! Mijn broertje zal het geweldig vinden dat je weer thuis bent. Alles is zo verandert in die zeven jaar.”
“Jij bent wel een hele mooie meid geworden, Bel,” glimlacht hij.
Ik geef hem nog een knuffel. “Jij ook!” zeg ik.
“Ben ik ook een mooie meid geworden?” lacht hij.
Ik lach met hem mee. “Ja, een hele mooie meid, Jas.”
Ik laat hem los en ik hoor een jongen achter mij zijn keel schrapen. “Oh Jan, dit is Jason. Jason is mijn beste vriend van vroeger en heeft een tijdje buiten Nederland gewoond.” Ik hoef Niels niet te vertellen dat ik altijd verliefd ben geweest op Jason, maar dat Jason alle meisjes leuk vond behalve mij. Want die tijd was een wond die de hele tijd werd opengeschopt wanneer Jason een nieuw vriendinnetje had.
Jason steekt zijn hand uit maar Jan leek niet van plan te zijn om die te schudden. “Welkom Jason!” zegt Jan uiteindelijk afstandelijk.

Zuchtend kijk ik op van mijn roze dagboekje als de bel gaat. Na lang nadenken heb ik bij mijn tweede beste vriend ingevuld dat dat Jason was. Geen idee hoe het gaat lopen tussen ons, maar Jason en ik zijn al bepaald. In ieder geval vrienden. Vastbesloten loop ik de trap af. Nee, geen haar op mijn hoofd die er nu aan denkt om meer te gaan voelen voor Jason. Op tienjarige leeftijd voor het eerst liefdesverliefd is te vroeg. Ik gooi de deur open en zie Maya staan. “Oh Annabel, alsjeblieft, ben niet boos. Ik weet nu ook wel dat ik naar jou moest komen omdat we iets hadden afgesproken. Vergeef het me, pleaase! Het gebeurt niet nog een keer! Pinky swear.”
Lachend klem ik mijn zongekuste pink om haar nog bruinere pink. “Ik houd je eraan, anders betaal je mij een maand lang Starbucks.”
Maya lacht. “Beloofd!”
“En toen stond hij achter mij in de Starbucks. En hij was zoveel knapper dan dat hij al was. Een echte Australiër. Een zongekleurde huid, donkere krullen en lichte ogen. Wauw, ik had hem zo gemist, Maay!”
“Wauw, wat een geluk! En wat vet dat hij ineens voor je staat.”
“Ja, ik had hem zo gemist. Eigenlijk ongemerkt, want vijf maanden na zijn vertrek heb ik hem nooit meer gebeld of wat dan ook. En hij mij ook niet. Terwijl ik zo lang verliefd op hem ben geweest.”
Ik schrik als de bel gaat. Er wordt drie keer doordringend op de bel gedrukt.
“Ik ben zo terug en dan neem ik gelijk toastjes met zalm mee. Lucie heeft net allerlei lekkere dingen gemaakt. Had ik trouwens verteld dat Lucie morgen bij ons intrekt? Papa wilde dat. En eerlijk gezegd, dit is het beste wat hij ooit voor mij heeft gedaan.” De bel klinkt nog een keer.
“JAAA, ik kom eraan,” gil ik naar niemand bijzonders. Ik spring van mijn bed af en loop naar de gang. Ik gooi de deur open en zie iemand met een grote bos rozen voor zijn hoofd staan. Verbaasd kijk ik naar buiten. Ik weet dat veel jongens mij leuk vinden maar dit…? Ik duw de immense bos rozen een beetje aan de kant en zie Jason.
“Hé, leuk dat je er bent. Mijn beste vriendin is er ook,” glimlach ik.
“Deze zijn voor jou, schoonheid,” knipoogt hij. “Het was een gokje of dit nog steeds jouw huis is maar gelukkig bestaan er naambordjes.” Hij geeft me een kus op mijn wang en loopt naar binnen.
Ik roep naar boven dat Maya naar beneden moet komen en loop door naar de keuken. Ik zet de bloemen snel in een vaas.
“Moet je bloemen voortaan niet meer afsnijden?” spottend kijkt Jason me aan. “Of heb je daar voortaan bediende voor?”
“Dat laatste, doet Lucie vanavond wel voor mij,” antwoord ik.
“Ah, good old Lucie. De oude schat.”
“Oh ja, zonder Lucie zou ik het niet uithouden hier. Mijn vader en moeder zijn niet veel beter geworden sinds vroeger,” zucht ik.
“Ach meid, kom maar vaker naar ons toe. Bij ons zal het voortaan ook heel stil zijn,” zijn stem klinkt treurig. Net als ik wil vragen wat er aan de hand is, staat Maya in de deuropening.
“Zozo, Annabel had niets te veel gezegd. Je bent inderdaad erg lekker. Hai, ik ben Maya.”
Geërgerd kijk ik haar aan. “2 woorden, 7 letters: Laat dat!” fluister ik zachtjes. Maya draait met haar ogen. “2 woorden, 7 letters: Laat mij!” fluistert ze terug. Jason lijkt niets door te hebben.
“Dan moet jij de beste vriendin van Bel zijn. Je bent bijna net zo knap als Bellie,” knipoogt hij.
Die opmerking viel niet goed bij Maya. Ze knippert een paar keer met haar ogen, maar loopt daarna naar hem toe. “Hai, ik ben Maya.”
“Hoi Maya, ik ben Jason,” hij draait zich weer om naar mij.
“En hoeveel heb jij mij te vertellen na zo’n 6 jaar?”
“Ach, eigenlijk niet zo veel. Tenminste, ongemerkt verandert je leven wel veel. Ik denk dat jij meer hebt te vertellen over jouw belevenis in Australië.”
“Australië was gaaf, maar ik heb jou toch wel gemist, hoor.”
“Jason, liegen is niet toegestaan. Die afspraak hebben we al sinds dat we 3 zijn.”
“Ik lieg niet,” zegt hij quasi-verontwaardigd.
“Als je me echt zou missen, zou je wel iets van jezelf hebben laten horen.”
“Jij deed dat toch ook niet?” Jason kijkt een beetje beledigd.
“Omdat het altijd van mijn kant moest komen!”
Hij komt op me af lopen, pakt een roos uit de vaas en doet hem horizontaal in zijn mond.
“Lieve Bellie, vergeef je me?”
Ik pak de roos uit zijn mond. “Jou altijd, Jason.” Ik geef hem een kus op zijn voorhoofd.
Ik begin te lachen. “Jezus casanova, hoeveel meisjes heb jij versierd in Australië?”
“Jaloersmakend veel,” grijnst hij.
“Nooit meer dan ik,” glimlacht Maya. Ik lach naar haar maar Jason kijkt niet op of om. Zijn lichtblauwe ogen blijven in de mijne staren.
Even raak ik van slag. Dan draai ik me om en doe de koelkast open. “Tonijn of zalm op de toastjes?”

Wauw!