Verhaal: Road trip

Road trip
Vijf meiden besluiten samen een road trip te maken. Elk van hen heeft een eigen reden om mee te gaan. Maar al snel blijkt dat weglopen voor je problemen geen oplossing is.

-

Later vandaag komt de eerste update. Daarna zal ik elke maandag, woensdag en zaterdag een stukje plaatsen.

1. Elin

We zijn nog geen vier uur alleen thuis en ik verveel me nu al. Mijn zusje Julia ligt nog in bed en onze ouders zijn vanmorgen in alle vroegte met ons broertje Sven naar Oostenrijk vertrokken. Iedereen gaat op vakantie, behalve wij. Nou ja, ik moet zeggen dat het wel mijn eigen schuld is. Julia wilde niet mee, maar ze mocht niet alleen thuisblijven vanwege haar eetprobleem en dus bood ik aan ook thuis te blijven om op haar te letten. Bovendien is er zonder Julia toch niks aan op vakantie.

Ik snap haar wel. Ze wil niks liever dan even twee weken vrij zijn van de bemoeienis van onze ouders. Die hebben zelf uiteraard totaal niet door dat ze het verkeerd aanpakken. In feite offer ik mijn vakantie op om de familie bij elkaar te houden.

Ik zet mijn laptop, die al de hele morgen bij me op de bank ligt, op mijn schoot en surf naar Facebook. Eens kijken of daar nog wat gebeurd is of dat mijn digitale vrienden ook allemaal op vakantie zijn.

Als ik mijn tijdlijn bekijk, zie ik dat mijn beste vriendin Norah heeft gereageerd op de status van haar buurjongen. Mijn interesse is meteen gewekt. Haar buurjongen heet Siem en is ontzettend leuk. Ik ben al weken verliefd op hem, maar heb geen idee hoe ik hem dat duidelijk moet maken. In plaats van met hem flirten doe ik dus maar alsof ik helemaal niet zijn Facebook stalk. Tussen mijn wimpers door gluur ik naar de status.

Morgen op vakantie. Lloret, here we come!

Het bericht is al van gister, wat wil zeggen dat ze vandaag vertrekken. Of waarschijnlijk al vertrokken zijn. Kon ik ook maar naar Lloret. Ik zou zo de auto pakken en erheen rijden alleen maar om hem even te zien.

Voetstappen op de trap kondigen aan dat Julia wakker is. Ze komt de kamer in en loopt rechtstreeks door naar de keuken om haar ontbijt te pakken. Dat bestaat uit twee aardbeien. Met de rode vruchten in haar hand komt ze bij me op de bank zitten. “Zo. Opgeruimd staat netjes.”

Ik knik afwezig. Het idee om naar Spanje te rijden spookt nog door mijn hoofd. Ik ga verder niet op vakantie dit jaar, dus wat maakt één kleine road trip dan uit? Langzaam draai ik mijn blik richting mijn zusje, dat uiterst langzaam haar aardbeien naar binnen zit te werken. “Hé Juul, zullen we de auto pakken en naar Spanje rijden?”

“Waarom?” Julia neemt niet eens de moeite om haar blik van de driekwart aardbei in haar rechterhand af te wenden.

“Gewoon omdat het kan.” Ik probeer zo nonchalant mogelijk te klinken. Het is beter als ze niet weet dat ik dit hele plan bedacht heb om een jongen die ik niet eens durf aan te spreken te zien. Zij heeft al genoeg andere dingen aan haar hoofd. “Het lijkt me wel leuk om een road trip te maken. Iedereen gaat op vakantie en wij zitten hier, terwijl dit de eerste zomer is dat ik mijn rijbewijs heb.”

Er verschijnt een lach op Julia’s gezicht. “Je wilt zeggen dat we kunnen doen wat we willen?”

“Precies.”

“Klinkt cool.”

“Ja.” Ik zet mijn laptop op de tafel. “We kunnen mams auto pakken. Die staat daar toch maar te staan. O, en laten we Groeneveld meevragen. Norah heeft ook haar rijbewijs, dus dan hoef ik niet alleen te rijden.” Plus dan heb ik mensen bij me die me aan Siem kunnen introduceren als we hem zien. Norah Groeneveld is mijn beste vriendin en haar zusje Zoey is die van Julia. Ze hebben nog een zusje, Rowan, en Julia en ik beschouwen hen eigenlijk alle drie als onze eigen zusjes. Dat komt omdat onze ouders al meer dan dertig jaar met elkaar bevriend zijn en we dus min of meer samen zijn opgegroeid. Als Julia en ik het over de drie zusjes hebben, noemen we ze meestal ook simpelweg Groeneveld. Dan weten we allebei wat we bedoelen.

Julia zit tevreden te knikken. “Weet je, ik heb vanmiddag met Zoey afgesproken. Als je nou gewoon mee gaat dan kunnen we ze meteen vragen of ze zin hebben in een tripje.”

Dat vind ik een goed idee. Vanmiddag ga ik de road trip van mijn leven plannen.

Klinkt leuk, ik ga volgen! En fijn dat je ook direct de dagen aangeeft waarop je post :laughing:

Yes! En dat postschema is vooral handig voor mezelf. Ik heb gewoon structuur nodig, anders post ik misschien een keer in de twee weken.

2. Norah

Ik sta op vanachter de piano om mijn lege glas met water te vullen. Dan ga ik weer zitten, mijn vingers uitgespreid over de witte en zwarte toetsen. Al vijf dagen voel ik me alsof ik in een videoclip van Hurts speel, alleen schijnt daar nooit de zon. Zat ik maar in een videoclip. Dat zou betekenen dat deze hele nachtmerrie niet echt is. Maar dat is hij helaas wel, levensecht.

Al honderdzestien uur kan ik het beeld van mijn vriendje – ex-vriendje inmiddels – en die slet waar ik op de middelbare school drie jaar lang M&O mee heb gehad niet van mijn netvlies krijgen. Het is over het algemeen genomen ook niet erg slim om als je al een vriendin hebt midden in de McDonalds te gaan staan zoenen met een meisje dat overduidelijk niet die vriendin is. En als het daar nog bij gebleven was dan had ik er misschien mee kunnen leven, maar hij is gewoon met haar het bed in gedoken. Zijn bed, en dus technisch gezien ook mijn bed. Hoe kan hij in vredesnaam het ene moment zeggen dat hij van me houdt en het volgende moment met de grootste trut ter wereld naar bed gaan?

Als vanzelf razen mijn vingers over de toetsen van de piano heen. Voor iemand die aan het conservatorium studeert is muziek maken de beste afleiding die er bestaat.

“Nog één noot en ik sloop die piano tot er geen splinter meer van heel is.” Mijn zusje Zoey werpt me een dreigende blik toe, iets waarin ze door haar ruim zeventien levensjaren heen behoorlijk goed is geworden. Ze geeft me een sinaasappel. “Hier. Je zult al wel een levenslang overschot aan vitamine C hebben, maar van die stank krijg ik op dit moment minder hoofdpijn dan van die Roulette of hoe die gozer ook mag heten.”

“Marlon Roudette,” verbeter ik haar. Zuchtend trek ik een stuk schil van de oranje vrucht af. Hoeveel van deze dingen heb ik de afgelopen dagen al naar binnen gewerkt? Sinaasappels eten, water drinken en ‘New age’ spelen, dat zijn de enige twee dingen die ik sinds afgelopen zondag nog doe.

Ik word opgeschrikt door de bel. Wie kan dat zijn? Ons jongste zusje Rowan is niet thuis, maar die heeft een sleutel, en verder verwacht ik ook niemand. En mocht het Liam zijn met een van zijn goedmaakpogingen dan kan hij lekker op de stoep blijven staan tot hij een ons weegt.

Zoey springt op van de bank. “Dat is Julia.”

Terwijl zij naar de voordeur loopt, vraag ik me af hoe het verder moet. Hoe kan ik ooit mijn leven weer oppakken als het belangrijkste onderdeel eruit verdwenen is?

Op het moment dat Elin de woonkamer in komt, zeg ik in gedachten sorry tegen haar. Natuurlijk zijn mijn vier zusjes het belangrijkste onderdeel van mijn leven, ook al zijn ze niet allemaal even biologisch aan me verwant.

Elin komt naar me toe voor een knuffel. “Hoe is het? Voel je je alweer een beetje beter?”

“Nee,” antwoord ik. “De klootzak.”

“Wat je zegt.” Elin laat me los. “Hé, kom eens zitten. Juul en ik hebben een briljant plan en we willen jullie erbij hebben. Als jullie zin hebben tenminste, maar ik kan me niet voorstellen dat het niet zo is.”

Nu word ik nieuwsgierig. Ik ga mijn zusjes voor naar de tuin. Als de zon niet in mijn humeur komt dan komt mijn humeur wel in de zon. In een stoel die gemaakt is uit een combinatie van riet en gietijzer (hoe verzinnen ze het?) laat ik mezelf zakken. “Vertel op.”

“We willen een road trip naar Spanje maken,” verkondigt Elin. “Hebben jullie zin om mee te gaan?”

“Oké.” Zoey ziet het meteen zitten.

“Waarom naar Spanje?”

“Omdat dat leuk is,” antwoordt Elin. “We kunnen ook naar Groningen rijden, maar dat is nou eenmaal minder spannend. Ik wil gewoon lekker een eind weg. Ervaren hoe het is om in andere landen te rijden en ondertussen het zonnige zuiden opzoeken.” Dat ze momenteel in de brandende zon zit, lijkt ze even vergeten te zijn.

“Maar Rowan dan?” Zij is pas vijftien en mag van onze ouders gegarandeerd niet mee. Hoewel we haar natuurlijk ook niet alleen kunnen laten. Onze ouders zijn namelijk gisteren met onze oom en tante voor een lang weekend richting Antwerpen vertrokken om te vieren dat ze allemaal twintig jaar getrouwd zijn, dus die komen niet binnen twee dagen terug. Wachten is geen optie, want als we gaan dan wil ik ook zo snel mogelijk weg uit deze bron van ellende.

“Die nemen we gewoon mee.” In Zoey’s wereld kan alles. “Pap en mam zijn er toch niet. Tegen de tijd dat die überhaupt merken dat Rowan met ons mee is, zitten wij al lang en breed in Frankrijk.”

Het is uiteraard niet de bedoeling dat we ons eigen zusje gaan kidnappen. Hoe we het dan wel gaan doen weet ik nog niet, maar er is één ding dat ik wel weet. Ik sta te springen om weg te gaan. “Laten we morgen vertrekken dan.”


De stukjes zijn vrij kort. Op Wattpad plaatste ik er daarom steeds twee tegelijk. Zouden jullie dat ook fijn vinden of niet?

Ik vind je verhaal leuk! Je stukjes komen zeker niet kort over, maar twee achter elkaar zou ik ook geen probleem vinden.

Wat me wel opvalt, is het gebruik van witregels. Dat vind ik niet fijn lezen, dat haalt de vaart er voor mij een beetje uit. Als je gewoon je regels afbreekt zoals je nu ook al doet, alleen dan zonder witregels ertussen, leest het fijner. Misschien krijg je dan meer reacties, want ik vind dat je fijn schrijft en ik ben benieuwd hoe het verder gaat!

Fijn om te horen dat je het leuk vindt!

En over de witregels: ik heb dit vanuit Wattpad gekopieerd, daarom komen er zoveel witregels. Bij mijn vorige verhaal (‘Liefde in de tent’, ik weet niet of je het gelezen hebt) had ik dit gedaan omdat die hoofdstukken veel langer zijn en het er anders uitzag als een hele brij tekst. Deze stukjes zijn echter wat korter, dus zou ik het inderdaad ook vanuit Word kopiëren zodat de witregels wegvallen. Dat ga ik morgen eens proberen met het volgende stukje. Zou je dan willen aangeven of je dat fijner vindt lezen?

Vind de stukjes ook zeker niet kort maar hé, je mag er altijd meer achter elkaar posten! :wink:

Overigens heb ik zelf minder last van die witregels, maar ben benieuwd naar een stukje zonder en zal kijken hoe dat me bevalt!

Deze keer heb ik vanuit Word gekopieerd, dus geen witregels. Is dat fijner of minder fijn?

3. Zoey

Een road trip is precies wat deze vakantie nodig heeft. Even zorgeloos uitwaaien op de snelweg met mijn zusjes. Het zal vast niet moeilijk zijn om Elin te overtuigen dat we ook echt even langs Saint Tropez moeten zodat ik kan zien waar mijn held woont. Al een tijdje loop ik met het idee rond om dj te worden en er is eigenlijk maar één persoon van wie ik de kneepjes van het vak wil leren: Bruno Voclain. De afgelopen twee jaar heeft hij zes hits gescoord en het zijn stuk voor stuk juweeltjes van beats.
“Met welke auto gaan we?,” vraag ik dus meteen nadat Norah met het plan ingestemd heeft. Deze zomer gaan we niet op vakantie omdat onze vader net een nieuwe baan heeft en nog niet meteen zoveel vakantiedagen op kan nemen. Onze ouders hebben beloofd dat ze ons aan het eind van de zomer of in de herfstvakantie een weekendje mee naar Londen nemen en daar moeten we het dit jaar mee doen. Nog een reden te meer om met de zusjes De Jong naar het zuiden te rijden.
“Die van mam,” antwoordt Julia. “Nou ja, we hebben het haar nog niet gevraagd, maar wat voor bezwaren kan ze maken? Die auto staat daar maar te staan en we zijn echt niet van plan er wilde dingen mee te doen. Als we beloven dat we hem heel terugbrengen, mag het vast wel.”
Mooi zo. Nu kan de lol beginnen. “Dus we vertrekken morgen? Hoe laat?”
“Uur of tien?” Elin kijkt rond om te zien of iedereen het ermee eens is. “Dan kunnen we tenminste nog een beetje uitslapen. Ik was vanmorgen ook al zo vroeg wakker en om moe in de auto te gaan zitten vind ik niet zo’n heel aantrekkelijk idee.”
Norah staat op en loopt naar binne. Als ze weer buiten komt, heeft ze paps wegenboek van Europa bij zich. Ze slaat het open op de eerste bladzijde, waar een kaar van het hele continent staat. “Ik denk dat dit wel handig is om mee te nemen. Waar willen jullie precies heen in Spanje?”
“Laten we naar Lloret gaan,” oppert Elin. “Daar gaat iedereen heen, toch? Kunnen we lekker een paar dagen feesten en aan het strand liggen, en daarna nog eventueel ergens anders heen.”
“Oké.” Norah bladert verder door de atlas, naar de bladzijde waar Lloret op staat.
Ik kijk over haar schouder mee. Lloret de Mar ligt in het noorden van Spanje, nog boven Barcelona. Zo ver zal het dus wel niet zijn van daar naar Saint Tropez. Mooi zo. We kunnen naar twee hemelse vakantiebestemmingen in één week tijd en dan terug zijn voordat onze ouders boos worden omdat we die o zo jonge en kwetsbare Rowan onverantwoordelijk lang van huis mee hebben genomen. Belachelijk ook eigenlijk dat ze er zo over denken. Van zoiets als een road trip word je juist volwassen, want dan moet je een paar dagen voor jezelf zorgen. Dat brengt me wel op een punt. “Waar gaan we trouwens slapen?”
“We kunnen tenten meenemen.” Elin buigt zich iets verder naar de tafel toe om de kaart beter te kunnen bekijken. “Wij hebben er nog minstens één op zolder ligge, hè Juul?” Ze kijkt haar biologische zusje aan en grinnikt.
O ja, dat is waar ook. De familie De Jong heeft jaren gekampeerd. Onze ouders houden daar absoluut niet van. We gaan wel regelmatig naar campings, maar dan verblijven we altijd in een stacaravan. Ik vind tentjes ook niet bepaald het paradijs, maar voor deze ene keer ben ik bereid het wel als avontuurlijk te beschouwen. Nu zullen er in ieder geval geen zeurende ouders bij zijn, maar alleen goede vriendinnen.
“Laten we eerst aan Rowan vragen wat zij ervan vindt. We kunnen niet zomaar voor haar beslissen.” Norah klapt het wegenboek weer dicht en zakt achterover in haar stoel. “Het lijkt me heerlijk om er even tussenuit te gaan. Binnen een paar uur zit je al in een ander land. Geweldig, toch?”
Dat ben ik volledig met haar eens. Vanaf waar wij wonen duurt het een uur voordat je in België bent en naar Duitsland is het misschien net een kwartier. In een paar uur kunnen we dus heel ver komen.

Het maakt voor mij weinig uit. Vond dit iets lastiger lezen omdat ik vandaag mijn bril niet op heb maar dat is mijn eigen fout :wink:

Leuk stukje weer trouwens!

Hahaha dat kan ook nog ja!

En dankjewel! Zal zo even een nieuwe posten.

Nieuwe update! Vanaf zaterdag zal ik steeds twee stukjes plaatsen. En nu is het misschien een beetje verwarrend omdat alle personages geïntroduceerd moeten worden, maar volgens mij went het wel als ze eenmaal allemaal zijn voorgesteld.


4. Julia

Eenmaal terug thuis begin ik meteen met inpakken. Elin mag van mij het zwarte werk, zoals het sjouwen met de tenten, doen. Zij heeft tenslotte het hele plan bedacht en bovendien ben ik daar veel te zwak voor. Ik trek me dus terug op mijn kamer met een kleine weekendtas die ik op zolder heb gevonden.
Een week lang genieten kan ik nu zeker goed gebruiken. De laatste keer dat ik me echt helemaal nergens druk over maakte moet al minstens drie jaar geleden zijn. Ik kan het me niet eens meer precies herinneren. Er is teveel veranderd in de jaren ertussen.
Met een ruk trek ik de deur van mijn kast open, wat me meteen een lichte duizeling bezorgt. Rustig doorademen; in, uit, in uit. Oké, goed. Wat moet er allemaal mee op een road trip door Europa? De korte spijkerbroek die ik laatst nog bij de H&M heb gekocht kan in ieder geval niet ontbreken in mijn bagage. Een seconde lang vliegt de broek door de lucht voordat hij met een klap bovenop de tas op mijn bed belandt.
Mijn favoriete shirt moet ook zeker mee. Eén voor één pak ik kledingstukken uit mijn kast en gooi ze in de richting van mijn bed. Zo, dat is wel genoeg voor een tripje dat misschien maar een week duurt. Daar had Elin het in ieder geval over terwijl we terug naar huis reden.
Op het moment dat ik de kastdeur dicht wil doen, valt mijn blik op de stapels kleren die ik helemaal naar achteren heb geschoven. Nu de helft van mijn garderobe niet meer in de kast ligt, zijn die stapels achterin extra goed zichtbaar. Meestal doe ik de grootste moeite om er niet naar te kijken. Het zijn namelijk mijn oude kleren. Stuk voor stuk zijn het maatjes zesendertig en vierendertig. Over een tijdje pas ik daar weer in. Nu nog niet. De broek die ik momenteel aanheb zit al losjes en dat is maat tweeëndertig.
De deur van mijn kamer gaat open en Elin steekt haar hoofd door de opening. “Heb jij mijn bruine slippers gezien?”
“Op de badkamer.” Dat slordige zit in de familie. We zijn allebei niet goed in het opruimen van onze spullen, een talent waarover ons broertje ook beschikt.
“Oké dankjewel!,” klinkt het inmiddels vanuit de badkamer.
Ik negeer de starende blikken van de stapels oude kleren achterin mijn kast en gooi de deur dicht. Tijd om mijn toilettas te controleren. Volgens mij heb ik dan verder alles. Eens kijken waar mijn zus mee bezig is.

Elin heeft de woonkamer en de keuken tot haar territorium gemaakt. Overal liggen spullen verspreid, iets dat zijzelf een ‘georganiseerde puinhoop’ noemt. De slippers waar ze net nog naar op zoek was, liggen nu bovenop de tent. Daarlangs bevindt zich een openstaande rugzak vol kleren en boeken. Op het aanrecht staan allerlei etenswaren.
“Wat is daar de bedoeling van?”
“Voor onderweg,” verklaart Elin. “Dit zijn allemaal dingen die bijna over de datum gaan. Dat zouden we kunnen laten staan tot pap en mam thuiskomen en het hen weg laten gooien, maar we kunnen het ook gebruiken om in onze eigen eerste levensbehoeften te voorzien. Zijn er nog dingen die jij mee wilt nemen? Ik kan zo wel even boodschappen gaan doen.”
“Nee, hoeft niet. Ik eet de aardbeien wel op.” Aardbeien zijn mijn lievelingsfruit. Wat zeg ik, mijn lievelingseten. Zonder aardbeien had ik nu waarschijnlijk niet eens meer geleefd. Op het dieptepunt van mijn eetstoornis waren aardbeien de enige dingen die ik nog at. Ze hadden me gered van de ondergang.
“Als je van gedachten verandert, moet je het maar zeggen.” Na die woorden duikt Elin weer een keukenkastje in om er een pak koekjes uit te halen dat bijna over de datum is.
Ik ben blij met een zus als zij. Toen ik zes weken geleden flauwviel op school en naar de dokter werd gebracht, wilde die me meteen op laten nemen in het ziekenhuis. Elin was er toen voor me. Ze steunde me en begreep dat ik niet naar het ziekenhuis wilde. Ik wilde alles zelf onder controle hebben. Samen voerden we een strijd tegen al het medisch personeel dat op mijn weg kwam en die strijd is nog steeds niet afgelopen. Alleen zou ik het nooit kunnen. Onze ouders zijn er nog steeds niet blij mee dat ze het zo voor me opneemt, dat we in opstand zijn gekomen. Ze zeuren steeds weer dat ik professionele hulp nodig. Dat heb ik niet. Elin is voor mij professioneel genoeg.

Joehoe, goede timing! Heb net lunchpauze op werk dus kan mooi wat lezen :upside_down_face:

Ik dacht echt even: ‘Huh, maar 32 is toch kleiner dan 34 en 36? Hoe kan zij daar dan niet inpassen?’. Maar de eetstoornis verklaart een hoop, die was ik even vergeten. Dacht meer aan mezelf haha, daar liggen ook de maatjes 34 en soms 36 achter in de kast omdat ik toch een maatje groter heb gekregen :laughing:

5. Rowan

Nadat ik tijdens het shoppen van Norah het bericht kreeg dat zij en Zoey met de De Jongs een road trip willen maken, ben ik meteen naar huis gegaan. Jammer voor mijn vriendinnen, maar dit is even belangrijker.
“En ik dan?,” vraag ik terwijl ik de woonkamer in loop. Die is door mijn zussen al omgetoverd door een regelrechte puinhoop aan dingen die mee moeten. Het idee van een road trip klinkt fantastisch, maar ik mag dat sowieso niet. “Pap en mam vinden het nooit goed als ik mee ga.”
Zoey snuift. “Ze moeten maar. Bel ze anders even.”
O ja hoor, ik mag de rotklusjes weer opknappen. Met tegenzin pak ik de telefoon van de standaard en klik door naar het nummer van mijn vader. Die is het makkelijkst, hoewel dat nog niet wil zeggen dat hij alles goed vindt. Lang niet.
“Met papa.”
“Hoi pap, met Rowan. Ik ehh… Norah en Zoey willen een road trip maken met Elin en Julia, en ze willen heel graag dat ik ook mee ga. We gaan naar Spanje.”
“Nee, dat gaat niet gebeuren. Absoluut niet.”
“Moet ik dan alleen thuisblijven? Dat durf ik echt niet en ze willen morgen al gaan. Ik wil ook mee, pap. Waarom niet? Ik weet dat jullie altijd zeggen dat ik pas alleen op vakantie mag als ik zestien ben, maar dat duurt nog maar een paar maanden. En Norah en Zoey zijn er toch bij?” Ik druk de hoorn stevig tegen mijn oor aan alsof ik ergens verwacht dat dat geluk zal brengen. Als ik had geweten hoe ik een schietgebedje moest doen dan had ik het nu gedaan. Zoey is niet de meest verantwoordelijke persoon ter wereld, maar ik hoop dat de namen van haar en Norah onze vader wat toeschietelijker zal maken.
“Kunnen ze niet een paar dagen wachten?”
“Nee. We zullen echt heel voorzichtig zijn. Alsjeblieft? Denk eens aan hoe zelfstandig ik hiervan word. Misschien kan ik na de vakantie wel koken, dan hoeven mama en jij dat niet meer altijd te doen.”
Aan de andere kant van de lijn klinkt een zucht. “Waarschijnlijk heb ik hier over een minuut al spijt van, dus geniet er maar van, maar oké. Je mag mee. Natuurlijk wel onder een aantal voorwaarden.”
“Geen probleem. Kom maar op. Ik doe alles. Al moet ik met mijn tandenborstel de auto poetsen voordat we gaan.”
“Nu je het daar toch over hebt, met welke auto gaan jullie eigenlijk?”
“Die van Malin.” Ik word ongeduldig. Kan hij niet gewoon zeggen wat de voorwaarden zijn?
“Oké. Dus, de voorwaarden… Ik wil dat jullie alle drie altijd jullie telefoon aan hebben staan zodat we jullie kunnen bereiken. Daarnaast wil ik dat jullie elke dag bellen en dat jullie alle alarmnummers van de landen waar jullie komen in jullie telefoons zetten. En als er iets gebeurt dat ons niet bevalt, komen jullie meteen weer naar huis. Beloofd?”
Als dat alles is. “Beloofd.”
“Oké dan. We bellen jullie morgen. Hoe laat vertrekken jullie?”
“Tien uur.” Dat heb ik tenminste van Zoey begrepen. Die vindt het veel te vroeg. Ik kan er wel mee leven.
“Dan bellen we om half tien. Doei schat.”
“Doei pap.” Ik hang op en geef de eerste persoon die ik zie – Norah – een knuffel. “Ik mag mee! Wel onder een aantal voorwaarden, maar volgens mij vonden ze het gewoon zielig dat ik anders alleen moest blijven. Pap vroeg nog of jullie niet een paar dagen later konden gaan.”
“Goed dat je hem van dat idee af hebt geholpen,” reageert Norah. “Ga maar gauw je spullen pakken. O, ik ga trouwens zo nog even een nieuw oogpotlood halen. Heb jij nog iets nodig?”
“Ja, kun je alsjeblieft de nieuwe Cosmogirl voor me kopen? Ik betaal je straks terug.” Dan heb ik in ieder geval wat te lezen in de auto.
“Is goed.” Norah ritst de enorme donkergroene sporttas die pap ooit van zijn werk gekregen heeft dicht. Zij heeft haar spullen blijkbaar al bij elkaar. Laat ik daar ook maar eens voor gaan zorgen.
Ik ga naar boven, maar mijn kamer, om een restje schoolspullen uit mijn rugzak te halen en het ding vol te proppen met kleren en toiletspullen. Lekker een paar daagjes weg, daar ben ik wel aan toe. Waarschijnlijk blijf ik de rest van de vakantie toch maar aan het piekeren, dan kan ik dat beter op een leuke plek doen. Op een plek waar het onderwerp van mijn gedachten in ieder geval niet in de buurt is. Een road trip met mijn zussen is precies wat ik nodig heb om mijn gedachten even te verzetten.

6. Elin

Het was niet heel moeilijk om mam over te halen haar auto te mogen gebruiken om een road trip mee te maken. Eerst vond ze het niet goed dat Julia en ik alleen weggaan, maar daar kwam ze snel op terug toen ik zei dat het wonderen kan doen voor Julia’s gezondheid. Ik weet dat ze het goed bedoelt: het enige wat mijn ouders willen is dat het weer goed gaat met Julia. Vervolgens heb ik er ook even aan toegevoegd dat we natuurlijk zelf alle benzine betalen en uiterst voorzichtig met de auto om zullen springen. Het vervoer is nu dus geen enkel probleem meer.
“Maar als je schade maakt dan betaal je de reparatie zelf.” Mijn moeder klinkt altijd bezorgd, maar het wordt extra erg als ze helemaal in Oostenrijk zit.
Ik ben niet bang voor ongelukken of schade. Die examinator van het CBR heeft me niet voor niks mijn rijexamen laten halen. “Ja, mam. Er gebeurt helemaal niks. En de zusjes Groeneveld bellen iedere dag met Joop en Cindy, dus het is ook niet zo dat we alle contact met de buitenwereld kwijtraken.”
“Oké,” zucht mam. “Pas goed op jezelf, en belangrijker nog, op Julia.”
Alsof ik dat anders niet zou doen. Ik neem afscheid van mijn moeder en hang op. Dat is in ieder geval geregeld. Nu snel verder met inpakken.

Voor het avondeten bak ik twee eieren. De helft van één van de eieren geef ik aan Julia en de rest eet ik zelf met een plak ham op een stuk brood. De komende dagen zullen we nog wel meer van dit soort simpele maaltijden eten, maar na al dat regelen en inpakken van vanmiddag heb ik geen energie meer om ook nog een voedzame maaltijd in elkaar te zetten. Daarbij vind ik het sowieso nogal lastig om te koken voor één komma één persoon – want zo weinig eet Julia.
Stiekem maak ik me zorgen om haar. Sinds ik haar zes weken geleden uit de klauwen van het ziekenhuispersoneel heb gered, is ze amper een kilo aangekomen. Eten is nog altijd heel moeilijk voor haar, maar waarschijnlijk moet ik blij zijn dat ze mij tenminste vertrouwt. Ik heb alleen geen idee hoe ik haar nog moet helpen.
“We kunnen onderweg wel aardbeien kopen, toch?,” vraagt Julia angstig terwijl ze eindeloos op een stukje ei kauwt. Dat is haar manier van eten geworden, alles honderd keer herkauwen.
“Natuurlijk.” Ik zet een glimlach op om haar gerust te stellen. Die aardbeien zijn haar redmiddel geweest. Toen ik hoorde dat ze flauw was gevallen op school en naar het ziekenhuis werd gebracht, ben ik daar meteen op mijn fiets heen gesjeesd. Onderweg kreeg ik nog een paniekerig sms’je van haar, dat ik las terwijl ik voor een stoplicht stond te wachten. Ze wilde niet opgenomen worden en dat wist ik maar al te goed.
Uiteindelijk was het Julia gelukt om zoveel tijd te rekken dat zij en mam net bij de deur van het ziekenhuis waren toen ik daar helemaal buiten adem op mijn fiets aankwam. Ik zei haar dat ze achterop mijn fiets moest springen en zich goed vast moest houden. Zo snel als mijn slechte conditie het toeliet fietste ik terug naar huis. Het werkte in ons voordeel dat Julia zo goed als niks woog, want daardoor kon ik harder trappen.
Thuis stond mam ons kwaad op te wachten, maar ik wist Julia met een smoesje langs haar heen naar binnen te krijgen. In de keuken stond een bak aardbeien op het aanrecht, die ik in mijn weg erlangs mee griste. Boven sloot ik Julia en mezelf op de badkamer op. Daar dwong ik mijn zusje om een aardbei te eten. Het duurde vijf minuten voordat ze hem op had, maar ik ben nog nooit zo blij geweest. Aardbeien zijn nog steeds mijn helden en onze ouders zijn ook nog steeds kwaad op ons. Volgens hen had Julia beter kunnen wegkwijnen in het ziekenhuis.
Ik werp een blik op het uiterst breekbare wezen dat tegenover me aan tafel zit. Deze strijd mag ik nu niet opgeven. Dan komt ze straks alsnog in het ziekenhuis en ik weet wat dat betekent. Niet dat ze beter wordt. Nee. Als ik haar niet meer kan helpen dan gaat ze dood.

Na het eten besluiten we samen naar de supermarkt te lopen om een meloen te kopen. Terug thuis eten we die voor de televisie op. Tenminste, voor de helft. De andere helft leg ik zorgvuldig afgedekt in de koelkast. Die kan morgen in onze koelbox mee in de auto zodat hij dienst kan doen als lunch of avondeten voor Julia.
“Elin?” Mijn zusje kijkt me aan met die grote helderblauwe ogen van haar die sinds ze anorexia heeft alleen nog maar groter zijn geworden. “Heb jij ooit gedacht dat ik niet meer te redden was?”
“Nee. Hoe kom je daarbij?” Om eerlijk te zijn heb ik absoluut geen idee of ze nog te redden is. Ik vind het al een tijdje moeilijk om positief te blijven, maar zal altijd achter haar staan. Dat moet ze weten. Dingen forceren, zoals onze ouders dat willen, is niet goed. Zij moet hier op haar eigen manier mee omgaan, alleen dat kan haar helpen.
Julia haalt haar schouders op. “Gewoon. Pap en mam zijn nog altijd bang dat ik doodga of zo.”
“Dat is alleen maar omdat ze dat niet willen. Zij willen jou ook helpen, maar ze snappen niet dat het je veel beter helpt als je dit op jouw eigen manier doet en niet op die van hen.”
“Dankjewel, Elin.” Ze legt haar hand in de mijne. “Ik vind het fijn dat jij er bent. Dat je me steunt, altijd.”
“Natuurlijk. Er is geen andere manier, alleen jouw manier.” Ik geef haar een knuffel. Samen komen we hier wel bovenop. De vraag is alleen hoeveel tijd we nog hebben.

7. Norah

Om half tien ’s avonds zit ik nog achter de piano. Normaal speel ik na negen uur niet meer, maar het is vakantie en dus hoef ik geen rekening te houden met de bedtijd van mijn buurmeisjes. Mijn vingers glijden als vanzelf over de toetsen en spelen nogmaals ‘New age’ van Marlon Roudette. Elk nummer dat ik momenteel hoor, doet me aan Liam denken en dit in het bijzonder. Houdt hij er soms van om mij pijn te doen?
Mijn gedachten gaat terug naar onze eerste ontmoeting, iets meer dan drie jaar geleden. Ik was samen met Elin op het examenfeest van iemand uit onze klas. Zij had ook haar neven uitgenodigd en één daarvan was Liam. We hadden al vrij snel oogcontact met elkaar, maar ik was niet zo goed met jongens en durfde hem niet aan te spreken. Dus toen hij even later naar mij toe kwam om een praatje te maken, vond ik dat totaal geen probleem. Wat begon als wat onschuldig geklets werd uiteindelijk een gesprek dat de hele avond duurde. Sindsdien waren we onafscheidelijk. Tot afgelopen zondag.
“Ga je ooit nog wat anders spelen of hoe zit dat?” De stem van Zoey zit vol irritatie. We hebben sowieso al niet dezelfde muzieksmaak. Het is een wonder dat ze de piano nog niet kort en klein heeft geslagen uit pure ergernis.
Öké,” zucht ik. “Verzoeknummer?”
“Nee. Je speelt toch geen electro.” Ze loopt door naar de keuken om wat te drinken te pakken en gaat daarmee naar buiten.
Ik blijf levenloos voor me uit staren achter mijn geliefde witte en zwarte toetsen. Nooit heb ik er rekening mee gehouden dat Liam en ik ooit uit elkaar zouden kunnen gaan. Dat hij zo’n bedrieger zou kunnen zijn. Dat hij voor mijn ogen met iemand anders zou zoenen. Nu is het gebeurd en voel ik mezelf totaal verloren. Ik weet gewoon niet hoe ik verder moet en ik haat mezelf omdat ik hem dit met me laat doen. Mijn wereld lijkt stil te staan terwijl die van andere mensen door blijft draaien. Bij Zoey en Rowan kan ik niet terecht, want die begrijpen me niet, en Elin heeft het te druk met Julia. Hopelijk laat de road trip me even alles vergeten. Dat zou me goed doen.

“Het is zaterdag twintig juli en dit is het journaal van negen uur.”
Geïrriteerd geef ik een klap op mijn wekker. Het kan me niet eens schelen als het ding nu kapotgaat. Graag zelfs. Ik heb hem voor de zekerheid op negen uur gezet, gewoon voor het geval dat ik dan nog niet wakker zou zijn. Helaas heb ik bijna de hele nacht wakker gelegen en ben ik tegen half acht pas in slaap gevallen. De hele film van afgelopen zondag speelde zich keer op keer in mijn hoofd af. Het leek wel een oneindige voorstelling, en wel eentje zonder popcorn of comfortabele stoelen. De ergste film van mijn leven. Ik zou willen dat ik alles gedroomd of me ingebeeld had, maar ik weet dat het niet zo is. Elin was erbij en die heeft helaas precies hetzelfde gezien als ik.
Moeizaam sleep ik mezelf mijn bed uit. Het is maar goed dat ik met Elin heb afgesproken dat zij het eerste stuk rijdt. Dan kan ik in de auto tenminste nog even slapen. Als een zombie loop ik naar de keuken om een paar boterhammen te smeren.
“Kijk eens wat vrolijker, we gaan op vakantie!” Zoey heeft er duidelijk zin in. Dat verbaast me niks, want ze roept ook al jaren dat ze een keer een road trip door Amerika wil maken. Voor haar is dit gewoon een oefenreisje.
“Misschien kun jij wat subtieler doen. Ze is nog niet over Liam heen,” neemt Rowan het voor me op. “Hoe zou jij het vinden als je vriendje voor je neus met iemand anders stond te zoenen?”
“Dank je, Ro.” Normaal gesproken zou ik dit op een sarcatische manier zeggen tegen iedereen die me weer aan dat verschrikkelijke moment doet denken, maar ik ben blij dat ze Zoey de waarheid zegt. “Ik heb ook gewoon weer slecht geslapen vannacht. Het lijkt wel niet over te gaan.”
“Je moet gewoon een andere leuke jongen zoeken,” adviseert Zoey.
Dat betwijfel ik. Geen enkele jongen kan aan Liam tippen. Hij begreep me altijd. Als ik het ooit moeilijk had, kwam hij naar me toe met kaneelthee en een zak M&M’s en dan dronken we net zolang thee totdat ik me beter voelde. Dat vond ik altijd zo lief aan hem. Omgekeerd probeerde ik hem altijd op te vrolijken als een voetbalwedstrijd slecht was gegaan of als hij een onvoldoende had gehaald voor een tentamen. We waren een goed team en ik dacht altijd dat het echte liefde was, maar blijkbaar bestaat zoiets niet. Alles kan zomaar ineens ophouden. Eén meisje, twee lippen en alles is verpest.

8. Zoey

Als een klein kind sta ik met mijn neus tegen de ruit van het woonkamerraam gedrukt als ik de blauwe auto van Malin de Jong de straat in zie rijden. Ik draai me om en pak mijn tassen van de grond. Onderweg naar buiten maak ik een korte stop bij de trap. “Hé sloompies, ze zijn er!” Drie seconden later sta ik met mijn spullen op de oprit. Laat dat avontuur maar komen.
Elin stapt als eerste uit. “Hoi. Gooi alles maar in de kofferbak.” Terwijl ze het zegt, loopt ze naar de achterkant van de auto om de klep voor me open te trekken.
Behendig gooi ik mijn tassen naar binnen. Met een zachte plof komen ze neer op de bagage die al in de kofferbak ligt. Als dat zo maar allemaal gaat passen. Het was al zo moeilijk om te bepalen wat wel en wat niet mee kan.
Inmiddels arriveren ook Norah en Rowan met hun spullen op de oprit. Norah heeft naast haar sporttas met kleren ook nog een plastic zak met eten bij zich. Altijd handig. We weten uiteindelijk met licht geweld de kofferbak dicht te krijgen.
“Kunnen we?,” vraagt Elin dan.
“Bijna.” Norah rent terug naar binnen. Even later komt ze weer naar buiten en maakt ze de deur op slot. “Zo. Alles zit op slot en alle apparaten staan uit. Laten we gaan.”
Ik zit ondertussen al op de achterbank met Rowan naast me. Hoe sneller we vertrekken, hoe beter. Lekker feesten in Spanje en daarna mijn zussen overhalen om nog even naar Saint Tropez te gaan. Bestaan er betere plannen voor de zomer?

Drie kwartier later ligt iedereen te slapen behalve Elin en ik. We zijn Roermond inmiddels voorbij en Maastricht kan ook niet ver meer zijn. De radio speelt iets van Lana del Rey, waardoor ik ook bijna in slaap val. Zachtjes leg ik mijn hoofd op Norah’s schouder. Ik zou willen dat ik haar kan helpen over Liam heen te komen, maar ik heb geen idee hoe dat moet. Het enige dat ik kan verzinnen is dat ze een andere leuke jongen tegen moet komen en gewoon flink veel lol moet maken. Dat is hoe ik het zou doen.
Aan mijn andere kant ligt Rowan op haar typische, zware manier te ademen. Hoe vaak hebben we wel niet samen op een achterbank gezeten op weg naar een vakantiebestemming? Mijn moeder zette altijd cassettebandjes van Marco Borsato op toen we klein waren. Rowan was pas vier toen ze al zijn teksten al kon meezingen, zo vaak hadden we die krengen gehoord. Toch zou ik het niet erg vinden als de radio nu iets van Marco Borsato gaat draaien. Zo tussen mijn zussen op de achterbank voelt het als een flashback. Alleen in een flashback mijn ouders voorin en niet Elin en Julia.
Elin is een raar geval wat autorijden betreft. Toen ze nog rijles had, riep ze altijd heel stoer dat ze goed kon rijden en reed ze ook regelmatig te hard. Sinds ze haar rijbewijs heeft, is ze echter nogal onzeker in de auto. Ze is inmiddels wel aan het ding gewend, maar ze durft nog steeds niet door de McDrive. Niet dat ze dat anders snel zou gaan doen, want zij en Norah hebben afgesproken de komende twee maanden niet naar McDonalds te gaan om flashbacks van het negatieve soort te vermijden.
En dan heb je nog Julia. Natuurlijk had ik de afgelopen twee jaar in de gaten dat het niet goed met haar ging, maar ook bij haar heb ik geen idee hoe ik kan helpen. Daarom probeer ik haar extra in de gaten te houden en doe ik verschillende pogingen om te laten zien hoeveel ik om haar geef. De laatste tijd is het er door mijn examens alleen een beetje bij ingeschoten en daar voel ik mezelf enorm schuldig over. Ik wil Julia’s dood niet op mijn geweten hebben. Hoe vreselijk moet het wel niet zijn om je beste vriendin kwijt te raken aan zoiets rottigs als anorexia? Hoewel ik het niet snel hardop zal zeggen, ben ik Elin heel dankbaar. In het begin geloofde ik niet in haar aanpak, maar Julia leeft nog dus blijkbaar werkt het.
Met z’n vijven hebben we al zoveel meegemaakt. Het is een traditie geworden om in de meivakantie met z’n allen op vakantie te gaan. Dat is een idee dat Malin bedacht had toen ik elf was en we doen het nog steeds. Dit jaar zijn we naar Duitsland geweest. De vakantie heeft heel even op losse schroeven gestaan door Julia’s toestand, maar dankzij de diplomatieke vaardigheden van Elin zijn we uiteindelijk toch gegaan. De vakantie was zoals altijd weer hartstikke gezellig. Ik ben benieuwd hoe dat nu zal gaan. Tijdens deze vakantie zijn er geen ouders bij en ook geen Sven waar we rekening mee moeten houden, dus zal het ongetwijfeld nog gezelliger worden.
“Slaapt iedereen nou?,” vraagt Elin vanachter het stuur.
“Nee,” antwoord ik met mijn ogen dicht. “Ik lig zo gewoon lekker. Zijn we er al bijna?”
Elin lacht. “In België, ja. In Spanje zijn we nog lang niet.”
“Jammer.” Geduld komt helaas niet voor tussen mijn goede eigenschappen. “Ben je alleen van plan om naar Spanje te rijden?”
“Eigenlijk wel, hoezo?”
“We kunnen na een paar dagen Lloret toch best nog even naar wat andere leuke plekjes? Ik zou wel graag naar Saint Tropez willen.” Als ze nu hapt dan loopt alles volgens plan.
“Als de rest dat ook wil, kunnen we daar wel heen,” reageert Elin.
De rest wil dat, daar zorg ik wel voor. Over een paar dagen ontmoet ik Bruno Voclain. Als hij tenminste thuis is.

Leuke stukjes weer, vind dit een heerlijk luchtig verhaal om te lezen!
Ben benieuwd naar hun verdere avonturen! :laughing:

Haha, ik had per ongeluk de vorige stukjes nog een keer gepost. Het was een vermoeiende werkdag zal ik maar zeggen.


9. Julia

Een paniekgolf overspoelt me als Elin tegen twaalf uur de parkeerplaats van ons favoriete wegrestaurant net na Luik op draait. Ik wil niet eten. Ook niet op deze vertrouwde plek.
Elin legt zonder haar blik van het wegdek te wenden haar rechterhand op mijn knie. “Er ligt nog een halve meloen in de koelbox.”
Een zucht van opluchting ontsnapt uit mijn mond. Ze heeft me weer gerustgesteld. Ik hoef daarbinnen niks te eten. Dat is wat ze bedoelt. Na al die weken hebben we aan een half woord genoeg.
Ik stap uit en loop achter de rest aan. Terwijl zij meteen op het eten afkoersen, roep ik ze na dat ik wel vast een tafeltje bezet hou. Het is redelijk druk, dus dat is wel nodig. Ik zoek een vrij tafeltje aan het raam uit waar precies vijf stoelen bij staan en ga zitten. Om me heen zitten allemaal mensen te eten. Ik snap niet hoe ze het weg krijgen. Vroeger vond ik eten ook lekker, maar die tijd ligt al zo ver achter me dat ik me hem niet meer goed kan herinneren. Eigenlijk is mijn probleem in de brugklas al begonnen. Ik had het idee dat ik anders was dan de andere meisjes uit mijn klas. In de tweede kwam ik in een andere klas en ik hoopte dat het daar beter zou gaan, maar dat was niet het geval. Na vele pogingen om bevriend te raken met klasgenootjes gaf ik het op. Ik wist dat ik in de vierde, als ik mijn profiel had gekozen, weer in een andere klas terecht zou komen. Daarom besloot ik aan het eind van de derde te beginnen met afvallen. Als ik dun was dan zouden ze me vast wel accepteren, zo dacht ik. Meteen de eerste schooldag raakte ik aan de praat met een klasgenootje. We hadden het heel gezellig en raakten bevriend, waardoor ik besloot nog meer af te vallen. Ik had niet in de gaten dat ik ongezond bezig was. Nu is het te laat. Mijn relatie met eten zal waarschijnlijk altijd verpest blijven.
“Gaat het?” Norah komt bij me zitten met een dienblad vol broodjes.
“Dat zou ik ook aan jou kunnen vragen,” reageer ik. Ik vind het niet fijn als mensen doen alsof ik zielig en kwetsbaar ben, hoewel ik dat laatste natuurlijk eigenlijk wel ben.
“Hé.” Elin komt naast me zitten en geeft me een knuffel. “Ik ben hoe dan ook trots op je.”
“Dankjewel.” Zij geeft me kracht. Door haar kan ik weer vechten. Ik sta er niet alleen in, maar heb mijn zus vlak achter me staan.
“Wil je echt niks?,” vraagt Zoey, waarna ze meteen een hap van haar broodje neemt. “Niet om te pushen, hoor. Het is gewoon aardig bedoeld.”
“Weet ik.” Het is raar als zelfs je beste vriendin erbij vertelt dat ze het alleen maar aardig bedoelt. Dat hoort niet. Tegen vriendinnen moet je alles kunnen zeggen. Wie ben ik geworden dat ze dat niet meer durft?
Rowan werpt een nieuwsgierige blik mijn kant op. “Heb je vandaag wel al iets gegeten dan?”
Ik knik. Mijn ontbijt bestond uit vier aardbeien. De rest van de bak zit in de koelbox. Ik heb Elin beloofd vandaag zowel die bak leeg te eten als de halve meloen en een cracker. Dat is een normale hoeveelheid voor mijn doen.
“Wil je een stukje tomaat?” Elin houdt een plakje tomaat dat in haar broodje gezond heeft gezeten vast tussen haar duim en wijsvinger.
Ik neem het stukje van haar aan en stop het in mijn mond. Bedachtzaam, maar wel trots op mezelf. Nog maar een paar weken geleden zou ik eerst hebben gecontroleerd of er geen broodkruimels of andere dingen aan waren blijven hangen. Nu stop ik het zonder morren in mijn mond. Meteen voel ik me iets energieker. Mijn lichaam is gewend geraakt aan de kleine hoeveelheden eten, maar hoewel er nog een lange weg te gaan is beginnen mijn hersenen juist langzaam te wennen aan iets betere eetgewoontes dan ik de afgelopen twee jaar heb gehad. Misschien is er nog hoop voor mij.

Ik ben blij als we weer in de auto zitten. Ik haal de meloen uit de koelbox en eet die terwijl Norah de auto start en van de parkeerplaats af rijdt helemaal op. Elin lacht naar me ten teken dat ze trots op me is. Ik voel me goed. We komen er wel. Langzaam maar zeker.

10. Rowan

Wegvluchten voor je problemen is niet goed, dat weet ik, echt. Misschien kan het wel niet eens, want die problemen blijven je toch wel achtervolgen. Zoals nu. Voorin de auto zitten Norah en Elin over relatieproblemen te praten. Daardoor word ik alleen maar extra herinnerd aan mijn geheim, mijn reden om mee te gaan op deze road trip.
Of ik nou thuis ben of in een auto door België rijd, ik zit evengoed stiekem te piekeren over hoe ik in godsnaam bij Feline in de buurt kan zijn zonder dat het opvalt. Hopelijk wordt het minder tegen de tijd dat we Spanje bereiken, want dan moet het toch wel tot me doordringen dat ik haar de komende dagen helemaal niet zal zien.
Dat ze het zusje is van Norah’s ex-vriendje maakt het er ook niet bepaald makkelijker op, gezien Elin en Norah het over niks anders hebben dan wat een eikel Liam is, maar het grootste probleem is dus dat ze een meisje is. De afgelopen weken spookte constant dezelfde vraag door mijn hoofd waaraan ik ook nu weer alleen maar ken denken: waarom moet ik in ’s hemelsnaam verliefd zijn op het zusje van Liam?
De eerste keer dat ik Feline ontmoette, was ik net dertien. Ik was met Norah in de stad omdat zij me advies zou geven over welke make-up ik moest kopen toen mijn zus begroet werd door een vrouw die ik niet kende. Dat bleek de moeder van Liam te zijn. Het meisje dat erbij was, was zijn zusje. Daarna zag ik haar zo af en toe. Misschien een paar keer per jaar, ik lette er niet echt op. Tot een paar weken geleden. Haar ouders nodigden ons gezin uit voor een barbecue. Ik zat bijna de hele avond met Feline te praten en toen ik die nacht in bed lag kon ik niet stoppen met aan haar te denken. Dat ging niet over en zo ontdekte ik wat ik voor haar voelde. Ik vond het meteen al verschrikkelijk, maar nu Liam ook nog een bedrieger blijkt te zijn is het helemaal een ramp. Nu het uit is tussen Norah en hem zie ik Feline nooit meer.
“Waar denk je aan?,” onderbreekt Zoey mijn gedachten.
Ik kijk naast me. “Nergens aan. Gaan we de hele dag rijden of gaan we ook nog een beetje lol maken?”
“Als je een leuk idee hebt dan zeg het maar,” merkt Norah vanachter het stuur op. “We doen dit tenslotte voor de lol en niet om onszelf te kwellen.”
“Nee, want daar ben jij toch al kampioen in,” reageert Zoey scherp. Blijkbaar krijgt ze meteen spijt van die opmerking. “Sorry No. Jij kunt er niks aan doen.”
“Je hebt wel gelijk. Ik ben gewoon nogal een drama queen als het om gevoelens gaat. Ik kan mezelf helemaal depressief maken en daar uren of zelfs dagen in blijven zitten. Dat probeer ik meestal te vermijden, maar nu lukt dat gewoon niet.”
“Zullen we in Luxemburg gaan winkelen?,” stel ik voor. Het is het beste idee dat ik kan verzinnen waarmee we even de auto uit kunnen.
“Goed idee.” Elin knikt tevreden. “Daar vond ik het vorig jaar echt leuk.”
Ik denk terug aan de meivakantie van vorig jaar. Toen gingen we naar een camping in Luxemburg. Uiteraard gingen we tijdens de vakantie ook een dagje naar Luxemburg-Stad om te winkelen en omdat we daar nou eenmaal gewoon niet genoeg van kunnen krijgen, hadden we ook nog een hele grote H&M ontdekt in een ander plaatsje. Ik vind het echt geen probleem om daar nog eens heen te gaan.
“Ja, de H&M!” Zoey heeft dezelfde goede herinneringen.
“Oké, dan gaan we naar Luxemburg,” besluit Norah.
Op dat moment doet Julia, die meteen na de lunch weer in slaap was gevallen, haar ogen open. Sinds haar eetprobleem slaapt ze nogal veel. “Had iemand het over Luxemburg? Gaan we weer naar die grote H&M?”
We moeten er allemaal om lachen. Het is fijn als iedereen elkaar precies begrijpt. Wij vijven snappen dat helemaal. Niemand zal ons ooit uit elkaar kunnen halen. Ik ben blij met mijn vier zussen, ook al zijn twee ervan dan misschien niet biologisch aan me verwant. Elin en Julia komen zo vaak bij ons over de vloer dat ze zelfs weten waar mams tandenstokers liggen. Ik weet niet beter dan dat zij in mijn leven horen.
Ter plekke besluit ik om zoiets later ook te doen. Ik zal mijn kinderen ook meer broertjes of zusjes geven dan ze eigenlijk hebben. Het brengt me meteen op een idee. “Als we straks allemaal ouder zijn en het huis uit gaan en zo, zullen we dan afspreken om toch nog met elkaar op vakantie te gaan?”
“Natuurlijk,” antwoordt Elin meteen. “Ik zou niet eens weten wat ik in de meivakantie moet doen zonder jullie.”
Daar sluit de rest zich bij aan. Onze vakantietraditie moet blijven staan, wat er ook gebeurt.
“En we moeten minstens één keer in de vijf jaar een road trip met elkaar maken.” Dat idee komt van Zoey.
“Dat zien we dan wel weer,” reageert Norah. “Over vijf jaar denken we daar misschien heel anders over. Dan kunnen we bij wijze van spreken al getrouwd zijn en kinderen hebben.”
Over vijf jaar ben ik twintig. Ik hoop vooral dat ik dan heel gelukkig ben. Met Feline, als het even kan.

11. Elin

Luxemburg is absoluut mijn meest favoriete stad ter wereld. Parijs is leuk, Göteborg is leuk, Barcelona is leuk, maar Luxemburg is gewoon wauw. Het ziet er mooi uit en is niet zo drukbevolkt als andere hoofdsteden, maar er is genoeg te doen. Even overweeg ik om na mijn studie in Luxemburg te gaan wonen, hoewel dat een nogal rare move is als je Scandinavistiek studeert.
Norah parkeert de auto in een parkeergarage ergens midden in het centrum en we stappen uit. Na eventjes weer wat daglicht gezien te hebben, lokken de eerste winkels ons al naar zich toe. De zon schijnt, een zacht briesje waait door de straat en wij zijn allemaal in een supergoed humeur omdat we met z’n vijven op road trip zijn. Alles is perfect.

Met een verse voorraad kledingstukken verpakt in plastic tasjes komen we twee uur later bij de auto terug. Het is weer mijn beurt om te rijden. Zodra ik de auto in stap, voel ik mijn hart al in mijn keel kloppen. Ik vind het doodeng om een parkeergarage uit te rijden. Tot nu toe heb ik het twee keer gedaan. De eerste keer knalde ik bijna tegen een auto die achter me stond. Echt rampzalig was dat.
Het zweet staat in mijn handen terwijl ik het gaspedaal induw en de auto naar de uitgang stuur. Trillend duw ik het parkeerkaartje in de automaat van de slagboom. Het ding gaat open. Rustig blijven, inademen, gas indrukken. Als we boven staan, adem ik in een zucht uit. Weer een parkeergarage overleefd. Nu is het alleen nog de vraag welke kant ik op moet. “Waar gaan we heen? We zullen toch ergens moeten slapen.” Het is inmiddels bijna vijf uur en we zitten midden in de hoofdstad van Luxemburg.
“Kunnen we niet naar die camping waar we vorig jaar zijn geweest?,” oppert Zoey.
“Nee, daar zijn we al voorbij.” Norah haalt het wegenboek van John Groeneveld uit haar rugzak. “Misschien kunnen we een andere camping vinden, of een goedkoop hotel.”
“Of we kunnen gewoon doorrijden,” stelt Rowan voor. “Dat doen wij meestal als we naar Spanje gaan.”
Rijden in het donker lijkt me nog wel te doen, maar in een ander land op vreemde snelwegen? En dan slapen in de auto? Of dat een goed idee is, weet ik zo net nog niet. “Laten we een camping zoeken. Dit is pas de eerste nacht. We kunnen het nu beter nog een beetje rustig aan doen. Later kunnen we altijd nog nachten doorhalen. En een paar kilometer verderop zit als het goed is nog een camping.” Mijn vader heeft meer campinggidsen dan mijn moeder schoenen heeft, dus zo gek is het niet dat ik me nog vaag een kaart met campings van Luxemburg kan herinneren. Er moet er eentje net ten zuiden van Luxemburg-Stad liggen.
“Ja, daar zijn we vorig jaar langs gereden,” herinnert Julia zich. Dat klopt. Na onze shopsessie in de stad, die al net zo’n traditie is geworden als het samen op vakantie gaan, besloot onze vader om nog even een rondje door de omgeving te rijden.
Ik kijk heel even snel naar Norah voordat ik mijn blik weer op de weg richt. Ze heeft het wegenboek nog steeds vast. Mooi. “No, kun jij kijken of die camping aangegeven staat in dat boek.” Ik weet dat in veel wegengidsen ook campings op de kaart staan.
Eigenlijk heb ik helemaal geen zin om nu nog een tent op te zetten, maar deze hele trip was mijn idee en dus mag ik niet klagen. Morgen zullen we verder rijden naar Spanje en als ik Siem dan weer zie, ben ik die tent allang weer vergeten. Ik zou zo honderd tenten opzetten als dat betekent dat ik bij hem in de buurt kan zijn.

Daar zitten we dan, in het gras voor onze tentjes. Na een keer verkeerd te zijn gereden, zijn we dan toch op de camping aangekomen. Hoewel ik redelijk goed Frans spreek, maakte ik blunder na blunder toen ik de campingeigenaar wilde vragen of er nog plek was. Gelukkig bleek er een Nederlands meisje bij de receptie te werken en die heeft ons geholpen. Nu hebben we een zonnig plekje dat ruim genoeg is voor onze twee tentjes. Het enige nadeel van onze situatie is dat we geen stoelen mee hebben kunnen nemen.
Norah ligt op haar rug naar de wolken te kijken. Ze wijst naar boven. “Zie je dat? Die lijkt op een boot.”
Ik ga naast haar liggen en kijk welke wolk ze bedoelt. De zon begint te zakken, waardoor de wolken een mooie roze gloed krijgen.
“Wat doen we met eten?,” vraagt Zoey. Daar hebben we het inderdaad nog helemaal niet over gehad. “Ze verkopen hier pizza. Ik kan wel wat gaan halen.”
“Doe maar. Funghi voor mij,” bestel ik. Zelf heb ik geen zin om op te staan. Het is vakantie en dus heb ik alle reden om lekker lui te doen. Daarbij heb ik tijdens het autorijden het laatste stuk gemerkt hoe moe ik ben. De laatste maanden heb ik veel te weinig echt ontspannen. Ik ben alleen maar met Julia bezig geweest. Haar steunen, haar helpen weer te leren eten en vooral veel met haar praten om erachter te komen hoe zij zich voelt en haar te laten weten hoe mooi de rest van de wereld haar vond voordat ze begon met afvallen. Ik heb leuke dingen met haar gedaan zodat zij alles even kon vergeten. Ik moet al maanden constant sterk en positief zijn en heb het gevoel dat ik het hele gezin vooruit moet trekken. Ja, ik geloof heilig in de tactiek die ik gebruik om Julia weer aan het eten te krijgen, maar het kost me zoveel moeite om dat ook aan onze ouders duidelijk te maken. Nu ben ik kapot.
“Niet in slaap vallen, hè Elin.” Rowan gooit een handvol grasspiertjes in mijn gezicht.
“Ik ben gewoon moe,” gaap ik. “Van alles.”
Julia kijkt mijn kant op. “Sorry.”
“Jij bent wel de laatste die sorry moet zeggen.” Het is volkomen belachelijk dat zij zich verontschuldigt. Dat mag ze later doen, als dit voorbij is. Nu moet ze zich volledig richten op haar herstel. En ik op mijn energietekort, blijkbaar. Ik kruip overeind. “Roep me maar als de pizza’s er zijn. Ik ga even slapen.”

12. Norah

Hoewel ik voor de verandering weer eens niet kan slapen, voelt het als een geruststelling dat mijn zusjes dat wel doen. Ik hoor de ademhaling van Zoey en Rowan in het kleine tentje terwijl ik op mijn zij naar het tentdoek lig te staren. Dit is de eerste keer dat we met z’n allen zonder ouders naar het buitenland zijn gegaan. En dat allemaal door Elins verliefdheid. Ik heb haar wel door. De ene dag zet Siem op Facebook dat hij naar Lloret vertrekt en een dag later wil Elin daar ineens ook heen. Ik ben dan misschien dramatisch, maar niet gek. Waarschijnlijk vertelt ze me de echte reden niet omdat ze het rot vindt voor me nu ik het juist zo moeilijk heb. Lief van haar, maar nergens voor nodig. Die afleiding is precies hetgeen dat ik goed kan gebruiken.
Buiten hoor ik mensen praten. Het kan nog niet later dan twaalf uur zijn. Eigenlijk moet ik best wel plassen. Ik besluit mijn pyjamabroek te verwisselen voor een spijkerbroek en een vest over mijn shirt aan te trekken. Een paar teenslippers maken de outfit voor mijn nachtwandeling naar de wc’s compleet. Behendig kruip ik de tent uit, de frisse avondlucht in. Het donker voelt ergens wel rustgevend.
Het sanitairgebouw is niet ver weg. Onze tentjes staan er schuin tegenover. Ik ga naar de wc, die overigens brandschoon zijn, en was daarna mijn handen onder het ijskoude water dat de kraan uitspuugt. Ondertussen bestudeer ik een groepje voorbijlopende jongeren. Zij zien eruit alsof ze nog lang niet gaan slapen. Ik heb ook helemaal geen zin om weer uren naar het tentdoek te gaan liggen staren. Waarom zou ik vrijwillig in zo’n krappe slaapzak mezelf gek liggen maken als ik ook een beetje over de camping kan wandelen? De paden zijn goed verlicht, dus eng zal het niet zijn om in mijn eentje rond te dwalen.
Ik volg het groepje jongeren, ze zullen niet veel jonger zijn dan ik, naar het centrum van de camping. Lachend en pratend gaan ze de disco in. Voor de deur blijf ik staan twijfelen. Zal ik ook naar binnen gaan? Er zijn mensen, er is muziek en ik kan er wat drinken. In mijn broekzak zit nog wisselgeld van de pizza’s. En slapen kan ik toch niet.
Voorzichtig duw ik de zware houten deur open. Mijn ogen moeten even wennen aan het gebrek aan fatsoenlijk licht, maar dan zie ik een heleboel mensen dansen. Veel zijn er jongen dan ik. Ik loop langs de dansvloer heen naar de bar. Daar ga ik op een kruk zitten.
De jongen aan de bar kijkt me vragend aan. “Wat kan ik voor je inschenken?” In de korte tijd dat we nu op de camping zijn, ben ik er al achter gekomen dat hij de tweelingbroer is van het Nederlandse meisje bij de receptie. Hij stond ook bij het afhaalpunt voor de pizza’s toen Zoey en ik daar kwamen.
“Doe maar een biertje,” bestel ik. Van cola kan ik straks al helemaal niet meer in slaap vallen en ik heb ook geen zin in sinas.
“Een biertje voor het mooie, eenzame meisje aan de bar. Komt eraan.” Hij pakt een glas onder de bar uit en trekt de tap open. Daarbij valt een pluk halflang, bruin haar langs zijn gezicht. “Wat brengt jou hier zo alleen midden in de nacht?”
“Slapeloosheid.” Ik neem het glas van hem aan en neem een teug van het bier. Met een alcoholische versnapering aan een bar voelt het volstrekt normaal om mijn privéleven te beschrijven aan de eerste de beste jongen die ik tegenkom. Ergens in mijn achterhoofd spookt die vraag waar het heen moet met mij. Ik negeer het en lach naar de jongen. “Dus, hoe ben jij hier verzeild geraakt?”

O mijn God. Ik ben zo kinderachtig, stom en onverantwoordelijk geweest. Dat is het eerste dat ik dek als ik mijn ogen open en het plafond van een stacaravan boven me zie. Hier moet ik weg, zo snel mogelijk graag. Ik gris mijn kleren van de vloer en trek ze in recordtempo aan. De barjongen – ik weet niet eens hoe hij heet, wat misschien nog wel het ergste van alles is – ligt nog steeds te slapen. Zo stil mogelijk sluip ik de caravan uit. Opgelucht haal ik adem als ik in het schemerige ochtendlicht zie dat mijn horloge pas half zeven aangeeft. Hopelijk heeft niemand mijn afwezigheid opgemerkt.
Bij de tent aangekomen kruip ik weer in mijn slaapzak alsof ik daar de hele nacht in heb gelegen in plaats van in het bed van een jongen die ik niet eens ken. Mijn gedachten schieten terug naar de afgelopen uren. Het pluspunt is dat ik me alles nog glashelder kan herinneren. Hoewel, pluspunt? De film van mijn herinneringen speelt zich verder af, maar dit keer is het in ieder geval een andere voorstelling dan de hele afgelopen week. O shit! Het beeld van mijn Facebookprofiel waarop ik een status post, verschijnt op mijn netvlies. Ik heb een bericht over de barjongen op Facebook gezet in een poging om Liam jaloers te maken. O God, wat heb ik gedáán?
Terwijl ik mijn telefoon uit mijn broekzak vis om de status te wissen, druppelen er meer herinneringen binnen. Ik heb met de jongen staan zoenen naast de bar. Hij is met zijn handen op plekken geweest waarvan ik het normaal gesproken niet kan waarderen als mensen die aanraken. Na dat ene biertje is er nog meer van dat goudgele vocht in mijn slokdarm verdwenen. Uiteraard met als excuus dat ik dan beter zou kunnen slapen. Uiteindelijk ging de disco dicht en ben ik met hem mee gegaan naar de stacaravan die hij deze zomer met zijn zus deelt.
“Norah, ben je wakker?” Het is de stem van Zoey.
“Ja, hoezo?” Ik draai me om zodat ik met mijn gezicht naar haar toe lig.
“Gewoon. Jij bent altijd als eerste wakker. Hoe laat is het?”
“Kwart voor zeven.” Daarvoor hoef ik niet eens op mijn horloge te kijken. Wat ben ik weer een stomme doos geweest. Nou ja, we hebben het in ieder geval wel veilig gedaan, maar dat is dan ook het enige echte pluspunt.

Hahaha! Domme, domme Norah, maar aan de andere kant; lekker bezig!

Leuk stukje weer! Vind het echt een fijn verhaal om te lezen… helemaal met dit grijze weer :wink: