[verhaal] Ring van Maanlicht > Mag gesloten worden!


Hee meiden,
Ik ben begonnen aan een nieuw verhaal. Ik heb net een beetje een plan gemaakt van hoe het zal gaan. Het heet ‘Ring van Maanlicht’ en is een fantasy. Het gaat over Alex, een meisje wiens leven vanaf haar 14e verjaardag helemaal veranderd…

Toen ik opstond vanmorgen, had ik nog geen idee van wat er vandaag zou gebeuren. Ik deed gewoon normale ochtend-dingen, ging naar school, verveelde me kapot. Tot zover was alles nog normaal. Maar toen mijn laatste uur was afgelopen en ik op weg ging naar huis, gebeurde er iets wat mijn leven in een puinhoop veranderde. Begrijp me niet verkeerd, misschien is het beter als ik begin bij het begin. Het is allemaal begonnen op 13 mei, mijn verjaardag…

Als jullie het leuk vinden/ opbouwende kritiek hebben, ik hoor het graag.

Ik volg, omdat ik van fantasy houd :wink:

Het eerste stukje komt er bijna aan :grinning:

Het eerste wat ik zie als ik mijn ogen open, is het donkerblauwe, met sterren beschilderde plafond. Mijn moeder heeft het gemaakt. Ze weet hoe mooi ik de maan vind, dus die staat recht boven mijn bed, zodat ik er altijd naar kan kijken. Van kinds af aan was ik gek op de maan. Op mijn tiende verjaardag heb ik een telescoop gekregen, zodat ik haar – ik hou al mijn hele leven vol dat de maan een zij is – kon bestuderen. Ik heb dan ook heel wat boeken over de maan, en haar verband met de zee en het getij. Ik glimlach en gooi de dekens van me af. Als ik mijn benen uit bed zwaai en op de tast mijn pantoffels zoek, stoot ik mijn teen tegen de boekenkast. Au. Ik wrijf over mijn arme teentje en sta dan op.
Eenmaal beneden maak ik ontbijt, en net als ik de eerste hap wil nemen, hoor ik voetstappen op de trap. Nog geen seconde later komt mijn moeder de eetkamer binnen. ‘Lieverd! Gefeliciteerd met je verjaardag!’ jubelt ze als ze me van de houten stoel sleurt en me omhelst. ‘Dankjewel, mam.’ Ze laat me los en kijkt me lachend aan. ‘Oh, heb je al ontbijt? Ik dacht, we kunnen ook met zijn tweeen ontbijten, ik kan wel croissantjes bakken en misschien heb ik nog wel ergens sinaasappels…’ Ik onderbreek haar. ‘Mam, het is goed zo. Ik moet naar school.’
Beteuterd staart ze naar haar blote voeten. Ze roze nagellak die ze er gisteren op heeft gedaan, begint al weer af te bladderen. Dan kijkt ze weer op en forceert een lachje. ‘Oh ja, natuurlijk, het is vrijdag. Zal ik dan croissantjes maken voor de lunch? Is zo gepiept hoor.’ Ik forceer ook een lachje en knik. ‘Ja, lekker. Dankje.’

Leuk, nu volg ik zeker weten!

Dankje, ik heb het verbeterd :slightly_smiling_face:

klopt dit? zoja, negeer mijn reactie maar :stuck_out_tongue:

Lijkt me leuk verhaal, snel verder!

Mijn moeder gaat aan de slag en ik werk mijn ontbijt naar binnen. Als ik helemaal klaar ben voor school en mijn moeder gedag wil zeggen, blijf ik midden in de kamer staan. Op de eettafel staat een heel klein houten doosje. In de zijkanten zijn golven gegraveert die geaccentueerd zijn met zilver en blauw. Op de bovenkant is een zilvere maan geschilderd en verschillende steentjes sieren het schuimende wit van de golven en de sterren. Het is prachtig. Ik aarzel niet om het open te maken. De scharnieren piepen. In de deksel zit een piepklein rolletje papier. Ik haal het los en lees.

Lieve Alex,
Dit is voor jou. Raak het niet kwijt.

Fijne verjaardag,
Mam
Zo. Dat was diepgaand. Dan zie ik wat er in het doosje zit. Het is het mooiste cadeau wat ze me ooit heeft gegeven: een zilvere ring, met ingegraveerde golven en blauwe en witte steentjes, net als op het doosje. Bovenop zit een grotere, witte steen. Echt vakwerk. Wauw. Dankjewel, mam, denk ik. Hij past perfect. Terwijl ik de ring bewonder, verspreid een brandende geur zich door de keuken. Pas als er rook uit de oven komt, snap ik het. Ik grijp de knalroze – ja, mijn moeder is geobsedeerd door roze – ovenhandschoenen en ruk de oven open. Een grijze walm vult de keuken. Voorzichtig pak ik de zwartgeblakerde croissantjes, een voor een. Waar is mijn moeder eigenlijk? Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Ze hoeft helemaal niet te werken op vrijdag. Misschien is ze boodschappen gaan doen ofzo, en is ze de croissantjes vergeten. Maar waarom zegt ze dat dan niet even tegen mij? Ik laat een briefje achter op de keukentafel en besluit gewoon naar school te gaan. Als ik bij de deur ben kijk ik in de grote spiegel die daar hangt. Ik zie er heel charmant uit, zoals altijd. Niet dus. Ik heb een bleke huid, bijna wit, bruin haar en felblauwe ogen, maar mijn gezicht zit nu onder de zwarte vegen. Ik probeer ze weg te vegen, maar een deel blijft nog gewoon zitten. Pas als ik met een nat washandje mijn gezicht was, zijn de strepen weg. Ik moet nu echt naar school, als ik hard fiets haal ik het nog wel.

ohnee, foutje :wink:

oeeh, spannend, kan niet wachten :upside_down_face:

Jeeuj, nu ben ik weer gemotiveerd :slightly_smiling_face:
moet wel huiswerk gaan doen nu :hammer:

wanneer post je het nieuwe stukje?

Ehm, misschien vanavond nog maar nu heb ik geen tijd, sorry.

Wauw! Ik volg! Het ziet er echt leuk uit!!

een klein stukje, ik heb het druk ;(

Natuurlijk stond het spoor een minuut of vijf op rood, waardoor ik alsnog te laat op school kwam, maar dat heeft de leraar niet gemerkt. Mijn beste en enige vriendin, Chloe, heeft hem afgeleid terwijl ik door het raam naar binnen klom. Ik weet het. Ik had gewoon geen behoefte aan vegen na school.
Als meneer Gueret dan eindelijk de Franse les beeindigt, lopen Chloe en ik het lokaal uit. Meteen trekt ze me mee. ‘Waarom was je zo laat?’ sist ze. ‘Ik heb hem wel tien minuten moeten aanhoren over zijn katten!’
‘Het spijt me, ik…’ Snel vertel ik haar wat er vanochtend is gebeurd. Chloe trekt een wenkbrauw op en knikt dan zoals alleen zij dat kan.
Ze is niet altijd mijn beste vriendin geweest. Als kleuter was ze soms ontzettend bazig, maar daar is ze overheen gegroeid. Gelukkig, want ik zou haar niet kunnen missen.
‘En weet je al waar je moeder is?’ Chloe kijkt me vragend aan.
‘Nee. Ik hoop dat ze vanmiddag thuis is.’
‘Ik kan wel met je meegaan, als je wilt.’
Dankbaar knik ik.

Die schooldag duurde nog langer dan normaal. De wijzers van de klok gingen in slowmotion en leken bij elke les langzamer te gaan. Als de laatste bel eindelijk gaat, slaak ik een diepe zucht.

De weg naar mijn huis is niet lang. Ik woon zo’n drie kilometer van school af, aan de rand van de stad, in een huis aan het strand. Het is niet groot, maar wel gezellig, en het beste: Chloe woont twee straten verderop.
Als we de straat naar mijn huis in fietsen, begint de kettingkast van Chloe’s zwarte omafiets te rammelen. Haar fiets is echt een misbaksel. Ze heeft geluk als ze er een dag op kan rijden zonder dat ze haar ketting er opnieuw op moet doen.
‘Nee he, niet nu…’ Klaagt ze terwijl ze langs de weg gaat staan.
‘Chloe, je moet echt een nieuwe fiets.’
‘Ik weet het, maar m’n ouders moeten er niks van weten.’
‘Maar je kan toch niet langer elke dag tien minuten eerder naar school gaan omdat je ketting er waarschijnlijk afvliegt…’
Ze zucht en begint aan haar fiets te morren. Ik heb echt medelijden met haar. Bij Chloe thuis hebben ze het niet zo breed, en dat verdienen ze echt niet. Chloe en haar ouders zijn misschien wel de meest oprechte mensen die ik ooit heb ontmoet. Je voelt je meteen thuis als je over de drempel stapt. Hun huis ruikt altijd naar koekjes en lavendel. Naar mijn idee de beste combi ever.
Ik schrik als ik de oude vrouw zie staan. Ik had haar helemaal niet aan zien komen lopen. Ze heeft lang, wit haar en ze draagt een soort blauw gewaad. ‘Dag, mevrouw,’ zegt Chloe beleefd. De vrouw zegt niets. Chloe kijkt me vragend aan, maar ik haal mijn schouders op. Dan geeft ze met haar hoofd een paar knikjes naar links. Ze wil hier weg. Ik knik. Chloe pakt haar fiets en ik stap op, terwijl Chloe haar fiets aan de hand neemt. De oude dame blijft de hele tijd naar een punt in de verte staren. Net als ik langs haar wil fietsen, grijpt ze mijn schouder. Ik val van mijn fiets en kom hard op mijn arm neer. Chloe slaakt een kreetje en ik blijf verstijfd van angst liggen. De dame komt naar me toe ik hangt haar gezicht boven mijn gezicht. De blauwe ogen van de vrouw lichten fel op als ze strak in de mijne kijken, en ze spreekt, met een krakende maar heldere stem.
‘De Drager van de Ring zal op haar passen moeten letten,
wil zij de strijd tegen het kwaad voortzetten
Met een wapen zo oud zal de erfgenaam de strijd aangaan,
Zo wordt rechtgezet wat ooit is misdaan.’
Ik duw haar weg. De oude vrouw valt achterover en ik gil. Ik gil de longen uit mijn lijf. Ik ren naar mijn fiets. Ik moet hier weg, weg!

Ik ben nog nooit zo snel naar huis gefietst. Chloe en ik hebben alle deuren op slot gedaan en de gordijnen dicht. We liggen nu in dekens gewikkeld - als worsten - met warme chocolademelk en koekjes op de bank. Allebei zeggen we niets. Een niet-ongemakkelijk stilte, zoals ik die alleen met Chloe kan hebben.
De televisie staat aan, maar ik let niet op. Ik blijf maar aan de oude vrouw denken. Chloe wist al dat er iets mis was. Had ze de vrouw eerder ontmoet? Kent ze haar? Blijkbaar wil ze er niet over praten, wat me best irriteert. Ik heb recht om te weten wat zij weet.
Ik herrinner me precies wat de oude vrouw tegen me zei. De drager van de ring? Is het toeval dat ik vanmorgen een ring heb gekregen? Ging het over mij? Nee. Dat kan niet. Het sloeg helemaal nergens op. Erfgenaam? Ik stam af van een kerel met een drinkprobleem en een gestresste stofzuigerverkoopster. Mijn bloed is net zo blauw als dat van een vuilnisbak.
‘Ik durf niet naar huis.’ Fluistert Chloe. ‘Mag ik hier slapen?’
‘Tuurlijk. Bel je moeder maar even.’ Antwoord ik afwezig. Chloe rolt zich uit haar deken en loopt naar de gang.
Ging het dan over Chloe?
Mijn gedachten ratelen door, als ik me ineens bedenk dat de oude vrouw ook gewoon ontsnapt kon zijn uit het gekkenhuis. Ze was nogal labiel. Natuurlijk. De oude, enge vrouw was gewoon niet helemaal goed in haar bovenkamer. Ze wist niet waar ze was, wat ze zei, en begon dus maar sprookjes te vertellen. Ik bedoel, dat overkomt iedereen wel eens, toch?

Toch kan ik de felle, starende ogen van de vrouw niet uit mijn hoofd zetten. Als we huiswerk proberen te maken, dwalen mijn gedachten steeds af.
‘… dus, als je de onbekende zijde wil berekenen, moet je de stelling van Pythagoras gebruiken, om vervolgens de inhoud van het prisma te berekenen en dus… Hallo, luister je wel?’ Chloe beweegt haar hand op en neer voor mijn neus.
‘Wat? Oh. Ja, natuurlijk.’ Mompel ik. ‘Wiskunde.’
Ze kijkt me geirriteerd aan, maar ik negeer het. Snel leid ik haar af.
‘Dus, als je de inhoud van het prisma hebt berekend, hoef je het alleen nog om te rekenen naar liters? Nu snap ik het, dankje.’
Ze trekt een wenkbrauw op. Mijn gedachten zijn alweer ergens anders als ze me vraagt of we geschiedenis nu gaan doen. Ik reageer niet, maar staar naar de ring om mijn ringvinger.
Nu is ze echt nijdig.
‘Zeg, als jij toch niet gaat luisteren, kunnen we net zo goed een film gaat kijken ofzo. Misschien dat je dan wel oplet.’
‘Hoor eens, ik zou een stuk minder hoeven nadenken over andere dingen dan wiskunde als jij gewoon vertelt waar je die vrouw van kent!’
Ze trekt haar mond open om iets terug te zeggen, maar haar gezicht betrekt. Ze staart een tijdje naar de zilveren maan op mijn plafond en fluistert dan: ‘Ik kende die vrouw helemaal niet. Ik weet niet waar je het over hebt.’
Nu ben ìk nijdig.
‘Lieg niet. Je wilde meteen al weg toen je haar zag. Waarom?’
Stilte.
'Schoonmaakster,’ zegt ze dan met een piepstem.
‘Wat? Wat is… Chloe, gaat het wel goed met je?’ Chloe wiebelt heen en weer alsof ze haar evenwicht niet kan houden. ‘Schoonmaakster,’ zegt ze iets luider.

Dan sluit ze haar ogen en valt in mijn armen.

Toen ik een kleuter was, 5 of 6 jaar, was ik heel goede vriendinnen met een meisje uit mijn klas, Eliza. We deden alles samen. We klommen altijd in bomen, zo hoog mogelijk, zo lang de dunne takken ons gewicht konden verdragen. Op een dag zaten we in een grote, dikke eik, zo’n vier meter hoog, toen het kleine meisje haar evenwicht verloor. Ik greep haar hand. Haar beentjes bungelden boven de knisperende bladeren en ze smeekte me haar niet los te laten. Ik hield vast, maar zou het niet lang volhouden. Ik voelde met zo zwak, zo machteloos.
Zo voel ik me nu ook. Machteloos. Chloe ligt bewusteloos in mijn armen en ik heb geen idee wat ik moet doen. Ik schud haar door elkaar, schreeuw dat ze wakker moet worden. Niets. Mijn moeder bellen heeft geen zin, ze neemt toch niet op. Een golf van paniek en angst stort zich over me. Dan kom ik op een idioot plan, maar het werkt wel. Ik gooi een beker ijskoud water in haar gezicht. Heb ik vast in een tekenfilm gezien ofzo.
Proestend komt Chloe overeind. Ze is kletsnat. Snel geeft ik haar een handdoek.
‘Sorry,’ hijg ik. ‘Ik kreeg je niet wakker.’ De paniek is nog te horen in mijn stem. En terecht. Deze dag is te bizar. Mijn moeder verdwijnt, ze laat een ring voor me achter als verjaardagscadeau, op de terugweg van school word ik aangevallen door een wildvreemde, labiele vrouw die me verhalen vertelt over een erfgenaam en een ring, en als ik mijn vriendin ernaar vraag roept ze ‘schoonmaakster!’ en valt ze flauw? Wat ìs dit? Is dit een soort grap ofzo?

Chloe besluit toch maar naar huis te gaan. Ze meent zich niks meer te herrinneren van de laatse vijftien minuten. Als ik haar vraag naar de schoonmaakster, snauwt ze me af.
‘Ik zeg toch, ik weet niets over een schoonmaakster! Waar heb je het over?’
‘Sorry hoor,’ zeg ik quasi-verontschuldigend. ‘Jij bent degene die erover begon. Maar als je je het zogenaamd toch niet kan herrinneren, is er ook geen reden om hier te blijven, toch? Ga maar lekker thuis slapen dan!’
‘Mij best!’ Woedend stampt ze naar beneden. Ik ga niet achter haar aan. Ik hoor de deur in het slot vallen en zak dan huilend in elkaar. Het is me te veel. Het is me echt te veel. Mijn moeder, school, de oude vrouw en nu ook nog Chloe…

Ik heb nog nooit zo’n hectische, vreselijke verjaardag gehad.

Als jullie het niet leuk vinden, moeten jullie het zeggen, hoor. :wink: