[VERHAAL] Raar, maar waar

‘Kom op, Mabel!’ Ik voelde iemand ongeduldig aan mijn been trekken en opende afwezig mijn ogen. Alsjeblieft, laat me slapen! Ik sloot mijn ogen weer en probeerde weer verder te slapen. Door het geluid om mij heen lukte dat niet. ‘Mag ik nou niet één keer uitslapen? Het is mijn laatste vakantie dag.’ Mijn moeder kwam met een overvolle wasmand mijn kamer binnen. ‘Je moet naar school, lieverd.’ Ik keek haar vol onbegrip aan. Moest ik naar school? Dat was toch pas morgen? Mijn moeder hing de schone was in de kast. Met tegenzin zwaaide ik mijn benen uit bed. Vooruit dan maar. Ik begon, nog slaperig, aan mijn ochtendritueel. Aankleden, ontbijten, tandenpoetsen, enzovoort. Toen ik mijn vader nog in bed zag liggen voelde ik een kleine drang om mijn bed weer in te kruipen en mijn eerste schooldag over te slaan. Maar zo snel als die gedachten gekomen was, verdween hij ook weer. Ik wist dat ik dit schooljaar niet wéér zo moest verpesten als vorig jaar. ‘Opschieten! Je weet het hé? Een goed…’ Ik maakte haar zin af. ‘… begin is het halve werk. Ik weet het.’ Deze zin had ik deze vakantie al zó vaak gehoord, dat ik hem inmiddels wel kon dromen. ‘Mam, ik red mezelf wel. Doeg!’ Met die woorden verliet ik mijn huis, mijn moeder bezorg achterlatend. Ik kon haar gedachten zowat van haar gezicht aflezen; Gaat ze het dit jaar verpesten? Als het aan mij lag, nee. Maar hoe dachten de leraren daar over? In gedachten verzonken liep ik verder, richting de bushalte waar ik voor de vakantie elke ochtend met Zara, Edith en Pim afsprak. Alle drie stonden ze al op me te wachten. Allemaal in een nieuwe schooloutfit gestoken. We begroetten elkaar. Ik betrapte mezelf erop dat ik de enige was die nog niet helemaal wakker was. Terwijl mijn vriendinnen vrolijk met elkaar praatten, rekte ik me nog eens extra uit. Zara grinnikte. ‘Nog moe?’ Ik knikte en moest ook lachen. Viel het zo op?

Tips zijn welkom :grinning_face_with_smiling_eyes: Ik schrijf niet heel vaak verhalen dus… Verder of niet? De titel is niet blijvend. Hij kan nog veranderen enzo!

Voor zover ik wist was wiskunde altijd al mijn meest gehate vak geweest. Of nou ja, het vak zelf viel wel mee. Maar de leraar! Het was de enige leraar waar ik écht een hekel aan had. Ik wist dat het wederzijds was. Het leek soms wel of hij er elke les iemand moest uipikken. En toevallig was bijna altijd ik dat. Zenuwachtig liep ik het lokaal in. Ik zocht de klas rond. De man waar ik zo bang voor was, was nergens te bekennen. Daarvoor in de plaats stond nu een onbekende leraar voor de klas. Duidelijk zenuwachtig, nog zenuwachtiger dan ik was toen ik nog niet wist dat er een nieuwe leraar was. De andere leerlingen gingen zonder veel aandacht aan hem te besteden op een willekeurige stoel in het lokaal zitten. Zo dicht mogelijk bij hun vrienden en vriendinnen. Ik stapte op de nieuwe leraar af. ‘Hoi.’ Hij keek verbaasd naar me op. ‘Hé!’ Toen hij verder niets zei zocht ik mijn plek naast Edith op. ‘Hij lijkt me aardig!’ fluisterde ze in mijn oor. Ik knikte en wierp nog een blik op de leraar. Hij was jonger dan de meeste leraren op school. Het was bijna een jongen en leek erg onzeker. Hij klapte één keer in zijn handen. Toen de klas daar geen aandacht aan besteedde klapte hij nog een keer. Toen we enigzins aandacht voor hem hadden begon hij zijn verhaal. ‘Ik ben Tom Straatmaker en ik val in voor meneer Pront. Jullie mogen me Tom noemen.’ Meteen gingen er een aantal handen de lucht in. Hij leek hier op voorbereid te zijn want hij schudde mijn hoofd. ‘Hij wilt niet dat ik jullie vertel waarom hij er niet is. Het is nogal…’ Genant, ongetwijfeld. Ik grinnikte zo zacht dat niemand het hoorde. Zoals altijd de eerste dag van het schooljaar beginnen we met het bespreken van wat we dit jaar gaan leren. Of iniedergeval, wat ze ons gaan proberen te leren…

Eindelijk pauze. Ik werd nu al gek van de lessen, laat staan als we echt begonnen. Maar oké, ik moest me erdoorheen slepen. ‘Raad een wat ik heb.’ hoorde ik Edith achter me zeggen. Ik draaide me om en lachte. Ze hield haar tien euro enthousiast aan me zien. ‘Ik zal echt geen idee hebben. Wat is het?’ Tegelijk schoten we in de lach. Ik hield van haar humor. ‘Onze lunch, Mabel. Hier moeten we van leven.’ Ze keek naar het papieren biljet in haar hand. Ze trok me aan mijn hand mee naar één van de snoepautomaten. ‘Ik kan niet kiezen!’ jammerde ze. Ik trok een bedenkelijk gezicht. ‘De mars… en de cake!’ Het handige van onze snoepautomaten was dat ze niet alleen snoep hadden, maar ook een échte lunch. Ze hadden zelfs kersen! Het waren dan wel snoepkersen, maargoed. Het bleven kersen. Edith drukte de knopjes één voor één in en vertrok met haar voorraad eten weer naar onze tafel. Soms was het net een klein kind… Pim en Zara zaten al op ons te wachten. ‘Wat zie ik daar, Edith?’ Met een zucht liet ik me op de houten bank ploffen. ‘Die banken mogen echt wel wat comfortabeler.’ klaagde ik. Mijn vriendinnen knikten. ‘Inderdaad. Het is echt niet goed voor onze kwetsbare ruggetjes, die harde houten banken!’ We schoten in de lach. Pim probeerde door te lachen alsof er niets aan de hand was, maar haar ogen verplaatsten zich van mij naar iets of iemand achter mij. Automatisch keek ik om. Toen ik zag wie er stond hield ik geschrokken mijn adem in. Hij kwam duidelijk voor mij. Ik probeerde hem zo normaal mogelijk te begroeten. ‘Dag.’ Shit, wat ben ik voor sukkel? Dag. Het klonk alsof ik net een steen had doorgeslikt, of iets in die richting. Met zijn onweerstaanbare stem groette hij terug. ‘Hoe gaat het?’ Ik draaide mijn hoofd terug naar mijn vriendinnen en keek hun vragend aan. Ze keken me lachend aan. ‘Nou, met mij gaat het goed. En met jou?’ antwoordde ik enigzins twijfelend. Hij glimlachte en liep weer richting zijn vriendin. ‘Oh my god!’ probeerde ik zo zacht mogelijk te zeggen. Maar zoals me al vaker overkomen was kon ik mijn stem weer niet in bedwang houden. Ik wierp een blik achterom en zag hem mij lachend aankijken. Oh nee, wat ben ik dom. Ik durfde te wedden dat ik tot aan mijn nek aan rood was. Tenminste, ik voelde me als een tomaat. ‘Mabel, je bent rood!’ zei Pim enthousiast. ‘Ze is rood!’ bevestigde Edith dit. Zei ik het niet. Ik ben rood. Ik ben een tomaat! Het voelde alsof de hele kantine me aanstaarde, terwijl dat ongetwijfeld niet waar was. Zara keek me aan met een van haar blikken waardoor je je wel moest overgeven. ‘Oké, ja! Hij is leuk.’ Wat had ik gezegd? Ik wist zeker dat dit me nog maanden ging achtervolgen. Maar hij was leuk, dat zeker. Dat kon ik simpelweg niet ontkennen. Ook al vond ik hem net wel een beetje vreemd. Hij kwam naar me toe, zei me gedag, vroeg hoe het met me ging en vertrok weer. Was het soms een weddenschap met één van zijn macho vrienden? Geef dat arme meisje daar hoop. Nou, dat was ze aardig gelukt. ‘Het is vast zo’n weddenschap.’ sprak ik mijn gedachten uit. Allemaal schudden ze hun hoofd. ‘Nee. Ik ken Jay, zoiets zou hij nooit doen.’ Alle drie leken ze er zo van overtuigd dat ik ze wel moest geloven. Het waren tenslotte niet voor niets mijn beste vriendinnen.

Sorry, het is een beetje veel achter elkaar maar ik ga nu slapen en ik had nog een stukjed dus ik dacht; ik post het alvast…

Het wordt btw niet zo’n standaard verhaal ;p

wel leuk
verder

ik ben bezig. :sunglasses:

Goed verhaal. Ben benieuwd.
Upje voor jou.
x

[b]‘Mabel, wil jij even wat boodschapjes voor mij doen?’ hoorde ik mijn moeder van beneden roepen. Terwijl ik knikte realiseerde ik me dat ze dat natuurlijk niet kon zien. ‘Ja hoor. Maak maar een lijstje.’ De school was net uit en al gelijk had ik weer een taak. Ik sprong met twee treden tegelijk de trap af en liep naar mijn moeder toe. ‘Hier, een lijstje.’ Ik las het vluchtig door. ‘En neem voor mij nog maar wat axe mee!’ bemoeide Axel - mijn 13 jarige broertje - er zich nu ook mee. Ik kreeg 20 euro in mijn hand geduwd en vertrok.

Twee blikjes cola en… Oh nee! Sinds wanneer werkte Jay bij de Albert Heijn? Dit kon niet waar zijn. Liep ik hier met mijn extra zacht toilet papier! Ik sloeg het eerste het beste pad in en keek aandachtig naar de blikjes unox worsten. Toen er niemand naar me toe kwam liep ik richting de kassa’s. Gelukkig was de rij niet al te lang. Ik legde mijn spullen op de lopende band. ‘Wilt u de bon?’ vroeg de vrouw achter de kassa, die duidelijk geen zin in haar werk had. ‘Nee.’ Ik propte mijn spullen snel in mijn tas en haaste me de winkel uit. Zo snel had ik nog nooit boodschappen gedaan. Ik had ook nooit geweten dat Jay daar werkte.[/b]

Ik post na twee reacties weer een stukje (: