[verhaal] Overleven.

Ik had veel inspiratie dus ben maar wat gaan schrijven hier is de proloog alvast als ik klaar ben komt er een stukje aan.

Proloog.

Als Nathalie op een dag naar beneden komt en niemand aantreft snapt ze nog niet wat er aan de hand is. Ze doet haar ochtendritueel , tandenpoetsen, haarzelf wassen en ontbijten. Ze besluit even naar de bakker te gaan en als ze naar buiten loopt ziet ze dat haar leven drastisch is veranderd. Er is niks meer. De straat is verwoest en alles ligt aan diggelen op de grond. Maar wat misschien nog het ergste is…. Ze is helemaal alleen. Er is nergens een teken van leven te bekennen en ze weet dat haar hoogste prioriteit is veranderd.
Overleven.

 Ik denk vaak terug aan dat moment. Ik wil het niet het doet te veel pijn om niet te weten waar mijn geliefden zijn. Mijn leven was zo perfect. Nu doe ik al 2 maanden alles in mijn eentje en elke nacht heb ik weer dezelfde nachtmerrie. Zo vaak op pad geweest opzoek naar iets, naar iemand. Elke keer zonder succes. Vandaag zou ik weer opzoek gaan naar iets om te eten of om te ontsnappen. Ik stap mijn bed uit en ga voor de spiegel staan, zoals ik verwacht had zijn mijn ogen rood van het huilen en zie ik er uitgeput uit. Tja, wat verwacht je van iemand die 2 maanden zichzelf inslaap huilt en wakker schreeuwt omdat de dromen die haar elke keer een stukje verder verscheuren.’’ Kom op. Hou je sterk, vandaag is een nieuwe dag.’’ Zeg ik tegen mezelf. 5 minuten later zet ik de douche aan en wacht totdat het water op de juiste warme temperatuur staat. Is dat niet raar? Dat er geen mens te bekennen is en er toch water en elektriciteit is? De beelden van mijn nachtmerries schieten snel voorbij, ik moet me vast grijpen aan de wasbak zodat ik niet val en iets breek. Ouders, vrienden, buren, docenten, ik mis elk teken van leven. Ik zou zo graag met iemand willen praten, nu praat ik alleen tegen mezelf of tegen een voorwerp. Langzaam kleed ik me aan, pak een stuk brood en smeer er een laagje boter op. Tranen rollen weer langs mijn wangen naar beneden, vallen op de grond en herhaalt de cyclus weer.’’ Stop dit gedoe nou eens man. Raap jezelf bij elkaar en doe iets met je tijd!’’ schreeuw ik naar mezelf.

Haha dit is eigenlijk voortgekomen uit mijn gevoel… voel me namelijk erg alleen de laatste tijd dus vandaar ;p

 Er zijn ook wel leuke punten van helemaal alleen zijn. Alles wat er in de winkelstraat te koop is, wat eerst geld kostte, is nu dus gratis. Toch stiekem wel een droom die uitkomt als het op dat gratis shoppen komt. Gratis boeken, kleren, eten en basisartikelen. Zo nu en dan ga ik naar de winkel anders raakt alles op en ik weet niet hoelang ik hier nog zit.

Mijn telefoon begint te rinkelen en er schiet hoop door mijn hele lichaam, dat mij verwarmt tot in de toppen van mijn vingers. Word ik gebeld door iemand? Is het mama? Of papa? Misschien iemand anders! Zo snel als mijn benen mij kunnen vervoeren ren ik naar mijn telefoon en druk erop. Het was een melding van facebook dat iemand jarig is vandaag. Als ik naar de naam kijk glijd er een traan langs mijn wang op de grond. Vince. Vince is mijn vriend. Nouja, voordat iedereen opeens besloot om op een magische wijze te verdwijnen. Een moment dacht ik dat er hoop was, maar dat sprankje hoop is nu vervlogen.
Als ik mijn voorraad bekijk zie ik dat het eten op is, dus pak ik mijn tas en ga naar de winkel.
‘Mmm. Nieuwe boeken, meel, suiker, theezakjes, tandpasta, shampoo en conditioner. Dit heb ik nodig’. Ik doe de deur op slot maar bedenk dat het erg dom is. ‘ Er is toch niemand’ zeg ik tegen mezelf.
Als ik in de winkel ben pak ik een mandje en begin de belangrijkste dingen zorgvuldig in mijn mandje te stoppen. Bij alles wat ik pak moet ik 3x nadenken, is het noodzakelijk? Kan je dit zelf maken? Is het lang te bewaren? Zodat de winkel niet leeg gaat anders ben ik genoodzaakt om mezelf rijles te geven, zodat ik naar de volgende stad kan vertrekken.
Koud. Het is opeens koud in de winkel geworden, terwijl het net nog warm was. Er is iets niet goed, echt niet goed. Mijn oog valt op een hark, snel grijp ik hem beet om mezelf te verdedigen. ‘Hallo?’ jeetje waarom komt dat zo angstig uit mijn mond. Mijn hart begint sneller te kloppen, mijn adem stokt in mijn keel. Langzaam verplaats ik me naar voren om te kijken of ik iets zie. Shit. Ik verloor mijn evenwicht en laat allerlei dingen uit de schappen vallen. Ik hoor iets mijn richting komen, ik ben er geweest, hij of het heeft me gevonden en gaat iets bij me doen. Dan zie staan we oog en oog.

Spannend!

Dankje!

 Grote groene ogen staren mij aan, eerst van angst maar langzaam zie ik dat ze dankbaar worden. Geluk en liefde vult mijn hele lichaam en laat me tintelen. Ik ren zijn armen in en begin hard te huilen, van geluk maar ook van alle pijn die ik de afgelopen maanden heb opgekropt. ‘Stil maar ik ben bij je, je bent niet meer alleen.’ Zegt Vince. Hij maakt me rustig, langzaam gaat het huilen over in zacht gesnik en vervolgens hoef ik niet meer te huilen. ‘ Wat ben ik blij om je te zien’ fluister ik zacht, want mijn stem werkt nog niet zo goed mee. ‘ Zijn er anderen? Hoe heb je dit..’ stamel ik omdat ik nog niet weet hoe hij dit overleeft heeft! ‘ Nee geen anderen. Net zoals jij denk ik, vanochtend ging ik even boodschappen doen. Ben namelijk net terug.’ Zegt hij, we zitten nog steeds in elkaars omhelzing. Dit voelt goed dus laat ik mooi niet los. ‘ Waar ben je dan geweest?’ ‘De volgende stad’ Volgende stad? Over weggaan hier heb ik wel gedacht maar ik had de moed niet om weg te gaan, stel dat mijn ouders terug kwamen. We praatten nog even verder en toen zijn we naar mijn huis gegaan, met de boodschappen en ik voelde me beter dan ooit.

De dagen gingen snel voorbij, doordat Vince er was kon ik weer lachen en het leuk hebben in deze tijd. Hij leerde mij jagen want, blijkbaar waren er nog wel dieren in de buurt in het bos. Zo hadden we vlees, weer iets anders dan rijst en pannenkoeken. We hadden het voornamelijk over reizen naar een andere stad om zo opzoek te gaan naar onze familie en vrienden. Ik mis hun zo erg.