Verhaal: "Over Suadea en meneer Hall"

Ik ben bezig met een verhaal, en ik wil graag jullie mening. Ik hou wel van een beetje opbouwend kritiek.
Hierbij moet ik wel even zeggen dat dit geen chicklit is. Het is waarschijnlijk in een ander soort stijl geschreven dan wat normaal is hier op girlscene.

Het gaat over, zoals de titel al zegt, Suadea en meneer Hall. Hier is een kennismakingsstukje.

De blauwe lucht strekte zich boven haar uit. Ze vloog erdoorheen, de wolken waren zo wit en pluizig, en ze hadden poten en mekkerden…
Ja, de wolken waren schapen, en ze vlogen met haar mee, vrolijk blatend. Er zweefden nog andere wolkenmensen naast haar, want dat was zij, een wolkenmens. De wolkenmensen om haar heen zongen mooie liedjes, nee, zongen verhalen , en ze neuriede blij mee.
Een babyschaapje vloog over haar heen. Hij was zo wollig en schattig, ze stak haar hand omhoog om hem aan te raken…
‘Ja, Suadea?’
De hele klas keek haar aan. Ze zat aan haar bekraste tafeltje, haar lange benen over elkaar, haar lange haren over haar schouder en haar arm omhoog. ‘Had je een vraag?’ Vroeg meneer Hall. Meteen liet ze haar arm naar beneden vallen.
‘Eh. Nee. Ik, eh, nee.’ Ze bloosde.
Hij zuchtte. ‘Zat je weer te dromen?’ De meisjes om haar heen gniffelden. Ze werd nog een tintje roder en plukte opgelaten aan haar zwierige vestje.
Meneer Hall keek haar onderzoekend in haar ogen – ze werd nog roder – en zuchtte opnieuw. ‘Als jullie nou even stil kunnen zijn, meisjes, dan kan ik verder met de les.’ Het zachte gegrinnik stierf af en meneer Hall keuvelde door over Boeddha, die verlicht werd onder de Boeddhaboom in Bodgaya. Ze tikte met haar nagel op de houten schooltafel.
Dit keer zou ze er met haar gedachten bijblijven.
‘“Verlichting” is een Boeddhistisch begrip wat in het Pali en Sanskriet “Bodhi” word genoemd. Verlichting zou je kunnen omschrijven als ‘ontwaken’ en ‘begrijpen’. Verlichting is een inzicht in allerlei dingen. In, om maar wat te noemen, De Vier Nobele Waarheden. Die luiden: “De Edele Waarheid van het Lijden”, “De Edele Waarheid van de Oorzaak van het Lijden”, “De Edele Waarheid van de Opoffering van het Lijden” en “De Edele Waarheid van het Pad naar de Opheffing van het Lijden”. Wanneer de mensen hiervan hoorden en hierin geïnteresseerd raakten…’
Ze zat onder een boom. ‘De bladeren van de Bodhiboom, waaronder Boeddha de verlichting bereikte, had hartvormige bladeren…’
De boom had hartvormige bladeren. Hij had vele wortels die kriskras in de rondte om hem heen groeiden. De zon brandde op haar huid.
Mensen zaten om haar heen in een halve cirkel. Ze rookten uit een pijp waaruit een kruidige, sterke geur kwam. Een man met een gebruinde huid en veel rimpels gaf haar de pijp en lachte zijn enkele tanden bloot.
Ze pakte de pijp aan en inhaleerde diep. De smaak kon ze haast in haar mond voelen, bijna op haar tong laten prikkelen…
‘Suadea?’
Haar ogen vlogen open en ze klapte haar mond dicht, met haar kiezen stevig op elkaar.
‘Sorry, maar je kan niet de hele tijd in mijn les zitten te dromen. Je mag je gaan melden.’ De meisjes uit haar klas begonnen weer te gniffelen en zij griste snel haar spullen bij elkaar en liep de klas uit.
Meneer Hall snoof haar perzikachtige, ietwat muskusachtige geur op. Hij keek naar haar lange benen en haar lange turquoise vestje, dezelfde kleur als haar ogen, meer geneigd naar groen dan naar blauw. Alles aan haar was lang; lange vingers, lange wimpers, lange haren die achter haar aan dansten.
Meneer Hall vond haar leuk. Meneer Hall was stiekem een beetje verliefd op zijn leerlinge. Meneer Hall droomde van haar als hij naast zijn vrouw in bed lag.
Suadea verliet de klas met blozende wangen en gelach om haar heen.
Hij zuchtte en maande de meisjes tot stilte. Als hem een baan op een andere school werd aangeboden die geen meisjesschool was en waarop geen meisjes zoals Suadea zaten, zou hij die baan zonder twijfel aannemen.

leuk verhaal!

Dank je!

Het was al laat. De regen was zwart en de lucht stormachtig. Net op het moment dat de lantaarns op straat aangingen, stapte ze de koele hal binnen. Ze sloot de deur achter zich en knipte het licht aan.
‘Hallo?’ Riep ze, maar alleen stilte riep terug. Ze gleed uit haar doorweekte kasjmieren vestje en hing hem over de radiator, die niet aanstond.
‘Eloise?’ Haar stem klonk iel in de leegte van het grote huis. Snel liep ze naar de woonkamer en zette de televisie hard aan. Ze ging op een barkruk aan het kookeiland zitten en pakte een donut uit de glazen schaal die erop stond. Eloise moest die er neergezet hebben.
Langzaam at ze de donut op, terwijl ze het keukenraam uit staarde. Als de donkere verf die Eloise soms gebruikte voor haar schilderijen stortte de regen naar beneden. Een bliksemschicht liet de keuken spookachtig oplichten.
Suadea liep terug naar de woonkamer en zette de televisie uit. Die was niet verstanding om aan te hebben bij dit soort weer. Ze ging op de bank zitten, trok haar knieën op en sloeg haar armen er omheen. Haar haren waaierden uit over haar schouders en armen, verborgen haar gezicht. Ze sloot haar ogen en vertrok.
Het was warm en licht. Toen ze haar ogen opendeed zag ze lachende mensen, vrolijke mensen, ze strekten hun armen naar haar uit. Dankbaar pakte ze een paar handen vast en voelde hoe ze omhoog getrokken werd. Er klonk muziek, de mensen om haar heen begonnen te dansen. Zij danste mee, verliefd op de omgeving, haar gezelschap en de mooie klanken.
Er viel verf uit de hemel, rode verf, gele, iedereen werd erdoor bespat. Ze schrok, keek naar de mensen die nu wel boos of geïrriteerd zouden zijn, maar ze lachten er allemaal om. Suadea lachte verbaasd met ze mee, en hoe meer ze lachte, hoe leuker het werd. Iedereen liet zich vallen op de zachte, donzige grond en gelukzalig spreidden ze hun armen om zoveel mogelijk verf te vangen. Ze bestond uit rood en geel, het drong haar mond binnen… De smaak was lekker, een beetje als…
‘Ik ben er!’ Eloise stormde de kamer binnen, nat van de regen. ‘Eh, Suadea?’
Suadea, die met haar armen en benen gespreid op het donzige witte tapijt lag, ging rechtop zitten. ‘Oh, eh, ja.’
Eloise grinnikte. ‘Je bent een echte dromer. Kijk, ik heb wat te eten gekocht. Spekkoek, olijven, die ene biologische pindakaas, een zakje van die nootjes die je zo lekker vindt, vers brood van de bakker en roomkaas. Heb je honger?’
‘Nee.’
‘Maar je moet echt eten,’ zei Eloise.
‘En jij moet droge kleren aandoen,’ zei Suadea. Eloise trok haar wenkbrauwen op. ‘Moet je horen wie het zegt. Hoe lang zit je al kou te lijden? Je bent drijfnat! Kom, ik zet je nu in bad. Je lippen zijn paars.’
Suadea had niks van de kou gemerkt. Pas toen ze opstond en zag dat ze een natte plek op het tapijt had achtergelaten, kropen er rillingen over haar lichaam. Eloise pakte haar bij haar arm en loodste haar mee de trap op, naar de badkamer.

Suadea kleedde zich uit en Eloise staarde naar haar. Suadea had donker haar terwijl Eloise’s haar licht was en tot op haar schouders viel. Ze waren allebei slank gebouwd, maar Suadea werd mager terwijl Eloise haar rondingen behield. Suadea’s ogen waren groenblauw, terwijl Eloise’s ogen grijzig waren.
Op het eerste gezicht zou je niet zeggen dat ze zussen waren.
‘Je wordt te dun,’ zei Eloise. Het bad was tot de helft volgelopen en ze strooide er een handjevol badparels in. Suadea roerde met haar tenen door het water, glimlachte tevreden en ging in het bad zitten. Het was een mooi, ouderwets bad op pootjes, van geëmailleerd plaatstaal.
‘Ik word niet te dun,’ zei ze, en ze sloot haar ogen. Vaagjes hoorde ze Eloise nog wat mompelen, maar ze was al verzonken in een nieuwe fantasie. Eentje met een vliegend bad vol klotsend, naar lavendel geurend water.

Wel leuk :wink:

Oh wat supermooi geschreven en eindelijk niet standaard. verder! :grinning:

ik had een leraar bij mij op school die Hall heette.

Ik weet niet of iemand dit nog leest, maar in ieder geval plaats ik nog maar wat (en nog bedankt voor de reacties!!).

Meneer Hall kwam zijn appartement binnen en slingerde zijn tas in een hoek. Hij deed zijn jasje uit en hing die aan de kapstok. Toen hij van school was vertrokken was het net opgehouden met regenen. Hij had nog even wat nakijkwerk ingehaald. Werkstukken. De leerlingen uit zijn klassen namen of de moeite niet, of hadden gewoon geen groot intellect.
Het werkstuk van Suadea had hij in zijn zak zitten. Hij had het nog niet gelezen.
Een opdringerige parfumwolk kwam zijn kant op en het getik van hoge hakken vulde de gang. ‘Hallo lieverd, hoe was het op je werk?’ Mevrouw Hall gaf hem een kus op zijn wang. ‘Gelukkig ben je droog gebleven. Heb je zin in een kop koffie?’
Meneer Hall knikte. ‘Ja, graag. Een sterke kop.’
Ze lachte en keek hem vertederd aan. Hij was haar smoezelige, klunzige, intelligente man en ze wist zeker dat hij de ware voor haar was. Het was geweldig om naar hem te luisteren als hij gedichten citeerde, of naar hem te kijken als hij kookte, of… Nou, alles aan hem was geweldig. Het enige minpunt aan haar man was dat hij soms wel eens wat afwezig kon zijn.
Meneer Hall ging aan de keukentafel zitten terwijl mevrouw Hall een pot koffie zette. In zijn broekzak voelde hij aan de papieren van Suadea’s werkstuk. Hij kon niet wachten tot hij het in alle stilte kon lezen; hij was razend benieuwd.
‘Ga je nog ergens heen vanavond?’ Vroeg hij zijn vrouw.
‘Ja,’ zei ze. ‘Marianne is gescheiden, de arme schat. Ik ga haar helpen inpakken.’
‘Oh, wat rot voor haar. Moet ik ook helpen?’ Vroeg meneer Hall, en meteen had hij spijt van zijn vraag. Mevrouw Hall lachte naar hem. ‘Nee hoor, ze heeft op het moment niet zo’n behoefte aan mannen.’ Ze gaf hem zijn kop koffie en opgelucht nam hij een grote slok.
Deze avond zou hij het gaan lezen.

Met een glas rode wijn en zijn stropdas losgeknoopt zat meneer Hall op de bank. Het was een nieuwe bank die zijn vrouw had gekocht. Champagnekleurig. Daar hield hij niet van. De bank was erg luxe, totaal misplaatst in het rommelige appartement. Als hij op de bank zat voelde hij zich slonzig, alsof hij zich in zijn nette pak moest hijsen in zijn eigen huis.
Hij haalde het werkstuk uit zijn zak. De bladen waren een beetje gekreukt, maar verder nog prima. Hij vouwde het open.
Hongerig bladerde hij erdoorheen. Inhoudsopgave, inleiding, informatie… Het verhaal.
Hij had zijn leerlingen de opdracht gegeven zelf een verhaal te verzinnen en het in het werkstuk te voegen. Sommigen hadden geprotesteerd en geroepen: “Word je dan beoordeeld op hoe goed je schrijft? Je schrijfstijl en zo? Want ik schrijf nóóit verhalen!”, maar hij had gezegd dat het niet uitmaakte, dat het erom ging hoe het verhaal liep en of het goed bedacht was.
Zijn vingers trilden terwijl hij een sigaret opstak. Hij inhaleerde diep: de eerste sigaret na zijn werk was meestal de lekkerste.
En, hoewel het al avond was, was dat deze. Zijn vrouw hield er niet zo van als hij rookte. Genietend blies hij de nevelige rookwolk naar het plafond en begon te lezen.

leukkkkkkkk
nieuwe lezer
verder x

Wauw, supergoed geschreven! ga alsjebliéft verder! <3

Ahh, ik zat helemaal in 't verhaal, en toen stopte het opeens.
Je schrijft echt heel…levendig ofzo. Echt goed!
Snel verder =)

verder!!! ik vind het geweldig goed geschreven en ben superbenieuwd naar het vervolg!
je hebt talent =)

Als ik jouw letters eet, proef ik eindelijk weer een scheutje talent tussen alle standaard Girlscene-stamppot. :slightly_smiling_face: Haha, goed. Ik vind dat je leuk schrijft dus.

Yay, ik ruik talent. :headbang2

Dan heb jij een goede neus.

haha omg :tipping_hand_man:

Leuk! verderrrrrrr

Ga je nog verder? :slightly_smiling_face: Alsjeblieft…?

Ga je ooit nog verder?

mooi (:
verder?

i like it!