[Verhaal] Oorsprong

‘Sorry, maar ik denk dat ik maar niet ga kanoën,’ zei ik nog hoestend.
‘Geeft niet, ik ook niet.’
Het bleef even stil. Ik sloot mijn ogen en hoopte dat door de zon mijn kleding snel zou opdrogen.
Na een tijdje stilte vroeg ik mij af of Demian er nog lag. Ik opende mijn ogen en keek naast me. Demian draaide snel zijn hoofd weg. Met opgetrokken wenkbrauwen bleef ik naar hem kijken.
‘Wat?’
‘Niks,’ antwoordde hij net iets te snel.
Ik grinnikte, draaide mijn hoofd en keek naar de lucht. Het bleef weer stil en ik merkte dat mijn shirt al aardig was opgedroogd. In de verte hoorde ik de vogels, het geruis van de bladeren in de wind en Kalistos en Achi die nog in hun kano’s zaten. Ik draaide me om, steunde op mijn ellebogen en keek uit over het meer. Achi en Kalistos waren bijna verdwenen. Het enigste wat er nog van hun te zien was waren twee kleine bewegende stippen.
‘Het is hier wel mooi,’ gaf ik toe.
‘Ja…,’ zuchtte Demian alsof ik hem stoorde in zijn gedachte.
‘Hoe zijn jullie hier eigenlijk terecht gekomen? Jij, Achi, Camilla, die oudere vrouw en de rest van het dorp?’
‘De meeste van ons zijn hier geboren en bijna niemand van de ouderen is ooit het gebied uit geweest. Alleen Camilla, Achi en ik gaan zo nu en dan naar een kleine stad verderop om kleding te halen en andere spullen als we die nodig hebben.’
Ik keek hem verbaasd aan.
Demian lachte kort. ‘Dat klinkt voor jou vast heel vreemd.’
‘Een beetje,’ gaf ik toe.
Het was weer even stil.
‘Heb je zin om een keer een boswandeling te maken? Want, nou ja, misschien verdwaal je als je alleen gaat en ik weet een heleboel plaatsen waar we heen kunnen. We hoeven niet perse met zijn tweeën als je me niet vertrouwd kunnen we ook gewoon met zijn allen gaan…’
‘Nee dat is wel goed, ik was toch al van plan om binnenkort een wandeling te gaan maken. We zitten hier toch nog een paar dagen. Alleen denk ik niet dat Essifia daar veel zin in heeft…’
Het bleef stil aan zijn kant dus keek ik op.
‘Oké,’ zei hij snel. ‘Dan kom ik je morgen wel ophalen.’
Ik knikte. ‘Onze tent staat niet zo ver weg… op een open plek.’
‘Ja, ik weet het denk ik wel, daar komen wel vaker kampeerders…’
‘Goed. Misschien dat Kalistos mee gaat, gaat Achi ook mee?’
‘Waar gaan we heen!?’
Ik schrok op en zag dat Achi en Kalistos vlakbij ons waren.
‘We gaan morgen een wandeling maken,’ zei Demian voor ik kon reageren.
‘Gezellig.’
Achi sprong uit de kano en Kalistos volgde zijn voorbeeld.
‘Ja, leuk.’
Kalistos kwam naast me op het gras zitten en keek me onderzoekend aan.
‘Ben je omgevallen?’
Demian schoot in de lach. ‘Ze heeft niet eens in een kano gezeten.’
‘Omdat jij me liet vallen!’ beschuldigde ik hem.
Hij draaide met zijn ogen en ging rechtop zitten.
‘Laten we terug gaan naar het dorp,’ stelde Achi voor. Iedereen stemde in en we liepen met zijn vieren terug naar het dorpje.
De rest van de dag bleven we in het dorp. We maakten kennis met iedereen die er woonde en iedereen was erg vriendelijk. Essifia en Camilla konden het ook goed met elkaar vinden. De middag heb ik lezend doorgebracht nadat ik mijn boek had gehaald en een droge broek had aangetrokken. We waren van harte uitgenodigd om te blijven eten en de dag werd afgesloten met een groot spectaculair kampvuur bij het meer.

We hoeven niet perse met zijn tweeën als je me niet vertrouwd kunnen we ook gewoon met zijn allen gaan.

Ik begin het steeds leuker te vinden!
nog een stukje!

2
De volgende ochtend werd ik al vroeg wakker. Ik draaide nog wat rond in mijn slaapzak maar kon de slaap niet meer vatten. Zachtjes kroop ik de tent uit en ging in het vochtige gras liggen. De koude druppeltjes voelden verfrissend tegen mijn huid na een nacht in die benauwde tent. Ik stond op en rekte me uit. De zon kwam pas net op, wat betekende dat het eigenlijk nog veel te vroeg was om op te staan. Toch zocht ik mijn kleren bij elkaar – een kort beige kleurig broekje en een wit T-shirt met een grijs vestje – en kleedde me om. Ik kamde mijn haar, zette er een zonnebril in en deed een horloge om mijn pols. Ik vroeg me af hoe laat Demian en Achi zouden komen. Ik keek op mijn horloge en zag dat het pas half 7 was. Ik ging in een stoel zitten en ging verder met lezen in Sense and Sensibility. Toen ik twee hoofdstukken verder was werd de tent open geritst en kwam Kalistos de tent uitstappen.
Ik keek op uit mijn boek.
‘Hey.’
‘Goedemorgen.’
‘Weet jij hoe laat Achi en Demian komen?’
Hij schudde zijn hoofd en pakte de koelbox tevoorschijn.
‘Ontbijt?’
‘Ja, lekker.’
Kalistos ging op de stoel tegenover mij zitten en zette een aantal producten voor het ontbijt op het inklaptafeltje dat tussen ons instond. Ik smeerde een paar broodjes en schonk wat vruchtensap in.
Na het ontbijt was Essifia nog steeds in dromenland. Kalistos ruimde alles op, ik keek op mijn horloge, het was bijna 8 uur, en las verder.
‘Ha! Mooi, jullie zijn al wakker,’ klonk het plotseling.
Ik keek op vanuit mijn boek en zag Achi en Demian het veldje oplopen. Ik klapte mijn boek dicht en legde hem op het tafeltje.
‘Ja, alleen Essifia ligt nog te slapen maar die wou niet mee.’
‘Ach ja, die gaat straks dan vast naar Camilla, gaan jullie mee?’
Ik stond op uit mijn stoel, ‘Ja, ik ben er klaar voor.’
Achi ging voorop het bos in en Kalistos liep direct achter hem aan. Twijfelend keek ik het veldje nog eens rond.
‘Moet ik nog iets mee?’
‘Nee, Achi en ik hebben wel wat eten en drinken bij ons,’ antwoordde Demian.
‘Oké.’
Ik liep naar Kalistos die aan de rand van het veldje stond te wachten. Achi begon weer te lopen. Al snel gingen we dieper en dieper het bos in.
Na meer dan een half uur zwijgend alleen te hebben gelopen ging ik naast Demian lopen. Eerlijk gezegd begon het me nogal te vervelen. Het enigste wat je hier zag waren bomen, struiken, planten en nog meer bomen. Ik had nog niets interessant gezien en als het zo bleef wist ik zeker dat het me zou gaan ergeren.
‘Waar zijn jullie ouders eigenlijk?’ vroeg Demian, de stilte verbrekend.
Direct ontstond er een brok in mijn keel en Kalistos die daarvoor druk in gesprek was met Achi viel ook stil en keek om.

verder!