verhaal - Nona

Nona, 15 jaar. Meisje. Gegevensnummer 1024487.

Dat ben ik nu. Niets meer, niets minder. Deze gegevens staan op een pasje geprint. Een pasje met mijn leven erop. Ik weet niet waarvoor hij is, of waarom mijn naam erop staat. Ik laat het pasje door mijn hand glijden, en bekijk elk detail. Ik zie mijn foto, mijn angstige ogen. Donkerbruin, de pupillen groot en angstig starend naar de camera. Mijn smalle gezicht. Mijn verwilderde haar. Witte wangen en lippen vervormd van angst. mijn gedachten worden teruggezogen naar het moment waarop deze foto was gemaakt, en ik voel mijn ademhaling sneller worden. Ik dwing mezelf een andere kant op te kijken, en ik probeer rustig te worden. Ik concentreer me op de scheuren in de muur. Er zit een grote scheur aan de linkerkant , en hij gaat helemaal naar het plafond, waar een soort camera zit.
Hijgend probeer ik naar de camera te kijken, maar het word weer wazig voor mijn ogen. Ik knijp mijn ogen dicht. Ik voel mijn hoofd bonken, en ik begin het geschreeuw weer te horen. Onbekende stemmen die mijn naam schreeuwen, iets van me willen. Tussen de stemmen door hoor ik mijn eigen geschreeuw. Het duurt even voordat ik besef dat ik aan het gillen ben, en ik hou gelijk op. Straks komen die mensen nog kijken…
als ik er zeker van ben dat ik weer rustig ben geworden, ontspan ik mijn ogen, en kijk voorzichtig rond de kamer. De kamer waar ik in zit is klein, 3 bij 3 meter ongeveer. De muren zijn bedekt met tegels, en er zijn geen ramen. De lichtgele deur zit dicht. En op slot.
Ik moet iets doen, stilzitten gaat niet werken. Langzaam trek ik me omhoog aan de gladde witte tafel. Mijn benen werken nauwelijks mee, ik voel hoe mijn spieren protesteren. Ik heb veel te lang stilgezeten. Ik heb geen flauw idee voor hoelang, het zouden uren kunnen zijn maar ook dagen. Het is lastig te bepalen hier, want de enige vorm van licht is de zoemende tl-buis die met wat draadjes aan het grijze plafond is bevestigd. Ik besluit om de kamer wat beter te inspecteren. De enige meubels die in het kamertje staan zijn een glimmende witte tafel, een oud krukje en een wasbak, die zo te zien lang niet gebruikt is. Mijn hoofd voelt zwaar. Ik zie de met tegels bedekte muren op me afkomen, en ik voel hoe mijn benen trillen. Ik besluit weer te gaan zitten. Ik kijk weer naar het pasje. Ik haat het, ik kan er niet meer tegen. Vastberaden grijp ik het pasje en smijt het tegen de muur. Zonder dat ik het wil begint er zich een film in mijn hoofd af te spelen.

(schuin) Een flits. Klik. Ik knijp mijn ogen dicht, het licht is te fel. Mijn pols word vastgegrepen door een onbekende hand. Ik wil terugvechten, maar ik ben te zwak. Ik laat me vrijwillig meevoeren. Ik zie niets, vlagen. Vlagen van mensen die ik niet ken, en die waarschijnlijk ook niets goed van plan zijn. Er word naar me geschreeuwd, maar ik luister niet. Ik wil niet luisteren. De hand aan mijn pols begint weer te trekken, en ik struikel over mijn eigen benen. Mijn lichaam word door andere mensen bestuurd, ik heb geen controle meer.
Opeens is het rustig. Ik hoor geen geschreeuw meer, volgens mij ben ik alleen. Droom ik? Ik hoop het. De malende gedachten die ik eerst had verdwijnen langzaam in de diepte, en ik voel mijn hoofd zwaar worden. Ik probeer goed beeld te krijgen van waar ik ben, maar ik krijg mijn ogen nauwelijks open, en ik begin te wankelen. Voordat mijn lichaam op de grond valt, heb ik nog een heldere gedachte.
Ik hoor hier niet te zijn.
Daarna knalt mijn hoofd op de vloer, en ik voel niks meer.

Ik heb geslapen. Mijn wang is koud van de tegels, en mijn haar is nog wilder dan normaal. Ik ga voorzichtig overeind zitten en ik laat mijn brandende ogen wennen aan het felle licht. Hoe lang zit ik hier al? Een dag? Ik weet het niet meer. Ik weet niet eens of het dag of nacht is! Ik voel me wat beter, maar ik weet nog steeds niet wat er gebeurd is. Of WAAROM ik hier zit. Wankelend sta ik op en schuifel ik naar de deur, die, zoals verwacht, nog steeds op slot zit. Ik begin wat aan het slot te morren, maar er komt geen beweging in.
Uitgeput ga ik weer op de grond zitten, en ik probeer mijn herinneringen op een rijtje te zetten.
Ik ben Nona.
15 jaar.
Ik weet waar ik hoor.
Ik weet niet waarom ik hier ben.
Mijn hele leven staat beschreven op een pasje…
Ik wrijf mijn handen over mijn gezicht uit wanhoop, maar ik voel ineens wat metaligs. Geschokt kijk ik naar mijn pols, waar een soort merkwaardige armband omzit. Hij is gemaakt van een soort zwart metaal, en op de voorkant zit een klein schermpje. Verwoed probeer ik het ding van mijn pols af te krijgen, maar hij zit muurvast.
Ze zijn hier geweest.
Ze moeten naar binnen zijn gekomen terwijl ik lag te slapen! Mijn hoofd begint weer te bonken. Ik sta op en loop naar de camera toe. “Wat moeten jullie?! Ik heb niks gedaan! Ik hoor hier niet!” mijn schelle en raspende stem klinkt niet zoals ik het verwacht had. Ik wil ze uitschelden, maar ik kom niet op woorden. Woedend draai ik me om en grijp ik het pasje dat ik gisteren tegen de muur gesmeten had, en ik probeer het naar de beveilingscamera te gooien. Maar ik ben te zwak, en het pasje klettert weer op de grond. Mijn ogen beginnen te tranen, maar ze komen niet. Ik heb geeneens een reden om hier een beetje te gaan janken. Zover krijgen ze me niet. Ze hebben mijn leven, maar ze mogen mijn zwakheden niet zien. Ik strompel naar de deur en begin daar woedend op te bonzen. Het word wazig, en ik begin de stemmen weer te horen. Mijn vuisten doen pijn, en ik zak langzaam door mijn knieën tot ik weer op de grond lig. Alles begint te draaien, en de emoties worden me teveel. Ik val in slaap.

(schuin) “Nona! Nona!” ze zitten achter me, ik moet weg. Ik duw de bewakers aan de kant, maar ze komen me weer achter na. “Nona!” ze trekken aan mijn trui, ze grijpen mijn voeten. Ik ben niet bang, ik ben niet kwaad. Ik voel niks meer. Ze schreeuwen mijn naam, maar ik negeer ze. Het is maar een droom. Ik ben gewoon aan het dromen.

ohoo piiiiieeep hij hoort hier niet te staan… :frowning_face: weet iemand hoe ik het kan veranderen?

Nee, dat kan je niet zelf. Vraag het even aan een moderator!