[Verhaal] No Mercy

Hey iedereen, ik kreeg ineens in idee voor een verhaal in mijn hoofd, en het leek me wel leuk om dit idee als eerste verhaal te gebruiken! Ik zet hier eerst de proloog neer, en als het jullie leuk lijkt schrijf ik verder!

No mercy

Alsof er duizend naalden in haar rug gestoken werden voelde Serena de ogen van voorbijgangers in haar rug prikken. Ook vanuit haar donkerbruine, mysterieuze ogen zag ze de mensen met volle bewondering naar haar kijken. Ze volgden elke pas die ze zette, waarbij haar billen sierlijk heen en weer bewogen, ze volgde het lange, steile, blonde haar dat tot op haar billen viel en zachtjes op en neer bewoog bij de aantrekkelijke bewegingen van haar heupen, ze volgden haar hoge hakken van een perfecte maat 38 waar haar lange, mooie en vooral slanke benen op steunden. En de mensen die haar aan durfden te kijken, beschouwden haar prachtige ogen waar in te verdrinken viel, volle lippen, die als een magneet of die van hen werkten, en haar rimpel, of puistjesloze huid die men wilde strelen en kussen. Sommigen mensen knipperde met hun ogen, of hielden deze dicht om haar zogenaamde ‘shine’ te kunnen weerstaan. Ze probeerden niet naar haar ronde boezems te gluren terwijl er thuis vrouw en kinderen zaten te wachten. Zelfs het kleine beetje lesbische uit elke vrouw kwam naar boven, en een homoseksuele man zou zonder pardon heteroseksueel worden. Ja, Serena was onweerstaanbaar. In ieder geval, van de buitenkant wel.

Ah, je doet me een beetje denken aan een schrijfster die ook altijd zo begint met een boek. In ieder geval; ik ben erg benieuwd, want het is mooi geschreven.
Ik volg, meid.

1

Joyce

Ik zag het gebeuren, ik zag het verdomme gebeuren. Als ik een paar seconden eerder binnen was gekomen, had ik het zelfs kunnen voorkomen. Ik zie het nog precies voor me, hoe ze daar stond, haar houding, haar blik. Zelfs nu zat die twinkel nog in haar ogen, die twinkel waar iedereen voor viel. Ik zie ook nog steeds voor me hoe hij daar lag, stil, bewegingloos met zijn ogen gesloten. Als hij niet onder het bloed gezeten had, zou het eruit hebben gezien alsof hij sliep, maar de messteek in zijn buik maakte die gedachte ongeloofwaardig. Ik wordt hier niet beter, in tegendeel, ik was niet gek, maar voel me nu steeds gekker worden. Ik krijg moordneigingen naar haar, als ik haar op dit moment zou zien zou ik haar de nek omdraaien, zonder twijfel. Serena de la Carré, de mooiste van de mooiste, de reden waarom ijsblokjes smolten. En mijn broertje was de gelukkige, de twee tortelduifjes, en wat waren ze gelukkig. Ik was jaloers, natuurlijk was ik jaloers, wat wil je, mijn vriendje had het net uitgemaakt omdat ik niet ‘verder’ wilde gaan. Iedereen hield van Serena, ze was een deel van de familie geworden, en ik ben er nog steeds niet uit of het nu was omdat ze zo verschrikkelijk mooi was, of omdat ze écht van haar hielden.

Met mijn adem ingehouden las ik de brief die ik een paar jaar geleden geschreven had en kreeg ik het beeld van wat er op die dag gebeurde weer voor me. Ik begon me duizelig te voelen en het voelde alsof er duizend messen in mijn hart staken, alsof iemand mij een miljoen stompen in mijn buik gaf. De brief die maar een paar gram weegde, voelde aan als minstens honderd kilo.
Het was mijn broertje, mijn lieve broertje. Ik was het niet altijd met hem eens, nee, zeker niet, daarom dachten ze ook dat ik Jonathan van het leven had beroofd. Maar ik hield van hem, hij was tenminste wel mijn broertje. Op de dag dat Jonathan zijn laatste adem uitblies was hij net 16, ik 17 en zij, van wie het niet waard is om de naam uit te spreken, was ook 17. ‘’Tienermoord,’’ stond er dan ook op de voorpagina van elke krant die je maar zou kunnen bedenken. ‘’Meisje van 17 beroofde haar 16 jarige broertje met minstens 10 messteken,’’ lazen de mensen, ieder met hand voor de mond, en tranen in de ogen. Ook was ik beroemd nieuws op de tv, het journaal en dergelijke. Hoe kon zo’n lief uitziend meisje nu ooit haar broertje vermoorden, wie was er nu zo gek? Ik dus. In ieder geval, dat was wat ze dachten. Die lieve Joyce, hoe kon ze? Ze kenden mij als het vrolijke, lieve meisje uit de Meijerstraat, dat meisje met die bruine krullen en die bril. Het meisje met die fonkelende blauwe ogen en schattige sproetjes, hoe kon ze. Verdomme.
Ik was ook niet op de begrafenis. Ik was verdomme niet op de begrafenis van mijn broertje. Zij wel, dat vuile kreng wel. En ze heeft gehuild, zonder twijfel, ze heeft gehuild en een versje opgelezen, of een of ander dom liedje gezongen. Weer dat beeld voor me, hoe zij daar stond met een keukenmes in haar handen, dreigend naar mij. Ik had nooit verwacht dat ze hersens had, en dat ze het in haar hoofd zou halen mij te gebruiken. Ze vermoordde me niet, maar bedreigde me, ik zou eraan gaan als ik iets zou zeggen, en ik zou voortaan alles doen wat zij wilde. Liegen tegen iedereen, mijn vrienden, familie, de politie en noem zo maar op. Ik had toen moeten liegen, liever dood dan dit. Mijn enige geluk was dat de rechter besloot dat ik gek was, en 2 jaar TBS kreeg.
De brief is nog niet half af, maar ik kon het niet, ik kon hem niet verder lezen. De pijn die ik op dat moment voelde is onbeschrijfelijk, ik was alles kwijt, er was niemand die nog van me hield. 2 jaar had ik uitgekeken naar dit moment, en nu wilde ik het liefst nog gewoon hier blijven. Na 2 jaar was ik eindelijk vrij, maar had ik werkelijk geen idee waar ik heen zou moeten.

Je schrijft zo mooi! Ik zie ook geen fouten, dat is knap. Snel verder, al ben ik je enige volger.
Heeft ‘dat meisje zonder naam’ het gedaan? :wink:

Ja, dat is Serena, dat mooie meisje hihi

Whát?! Snel verder, want ik wil het vervolg lezen. En ik weet weer op wie je lijkt met schrijven, een beetje dan; Sara Shepard, van Pretty Little Liars.

O gaaf haha, dat wist ik zelf nog niet eens haha. Maar ik ben bang dat er vanavond geen stukje meer komt, zit druk in de pww en moet toch maar even gaan leren haha :cold_sweat:

Neem de tijd, meid. Ik zie morgen vanzelf wel het stukje verschijnen! Leer ze! xx :kissing:

Haha bedankt!! xx

Daar komt weer n stukje :slightly_smiling_face:

2
Serena

Als haringen in een ton zaten ze gevangen, allemaal, stuk voor stuk. Spartelend, schreeuwend, maar allemaal stonden ze hetzelfde einde te wachten, het schreeuwen had voor geen enkel geholpen. Al mijn slachtoffers stonden exact hetzelfde te wachten. De dood.
Heerlijk, het gevoel dat je hebt gewonnen. Dat gevoel achtervolgde me overal waar ik was en overal waar ik ging. De mensen waren trots op mij, natuurlijk waren ze trots, waarom zouden ze anders zo kijken? Bij elke stap die ik zette voelde ik de blikken van mannen, vrouwen en zelfs kinderen in mijn rug prikken, allemaal zijn waren trots. Soms droomde ik zelfs dat ik ergens liep en ineens iedereen begon te juichen en mijn naam riep, dat gevoel was onbeschrijfelijk.
Mijn leven was perfect, ik was perfect. Sommige mensen geloofden niet in perfectionisme, maar ik was daar toch echt een voorbeeld van. Waarschijnlijk kwam ik nu egoïstisch over, maar zo bedoelde ik het helemaal niet. Het was gewoon zo. Ik was perfect. Kijk nou eens naar mij, naast mijn uiterlijk was ik slim, sluw en slank, de drie S’en dus.
‘’Serena, gaat het wel een beetje, meisje?’’ Jonathans moeder legde haar hand op mijn rug. Haar hand voelt kil aan door mijn witte jurkje. Ik keek haar aan en schud zachtjes mijn hoofd, ‘’Ik mis hem zo,’’ zei ik zachtjes, met een brok in mijn keel. Met krokodillentranen in mijn ogen keek ik Annie aan. Ook in haar ogen, exact dezelfde helderblauwe ogen als Jonathan had, stonden dikke tranen. ‘’Het is vandaag voor iedereen een moeilijke dag,’’ zei ze met een duidelijke snik in haar stem. Ik knikte, ‘’ze is vrij,’’ zei ik en beet zachtjes op mijn lip. ‘’Ik wil haar niet zien, dat kan ik niet,’’ vervolgde ik en pakte haar ijskoude hand vast.
En zo ging het gesprek maar door. Stomme snol. Dat mens is dom, van de kaart ermee. Zelfs twee jaar na de dood van Jonathan zoekt ze me nog op, dat mens spoort niet, net als haar kinderen. Allemaal moeten ze weg, dood.
Na een eindeloze discussie zou alleen haar moeder Joyce van de kliniek afhalen, want die had het haar inmiddels al vergeven. Hoe kan je degene die je bloedeigen zoon vermoord weer vergeven?! Zo zie je maar weer, ik heb gewonnen.
Annie was inmiddels alweer weg, en ik had besloten Jonathans graf op te zoeken. De begraafplaats waar hij lag, lag niet ver van mijn appartement vandaan en was redelijk groot en vrij nieuw, in ieder geval, de stenen zagen er nog goed uit en verder dan 1980 gingen de sterfdatums niet. Jonathans steen was wit, en rond. De tekst sloeg werkelijk nergens op, maar dat wilde dat rare wijf van een Annie natuurlijk. ‘’Rust zacht, lieve Jonathan, je was een goeie jongen,’’ stond er. Ten eerste rustte hij niet echt zacht, met kilos aarde boven hem, daarnaast was hij nu niet echt wat je noemt ‘lief’ en bij de woorden ‘goeie jongen’ begon ik te kokhalzen. Minutenlang stond ik daar maar, op mijn roze Prada pumps en in een kort jurkje, te kijken naar het graf van de jongen die ik zelf om het leven gebracht had. Hij verdiende het, de dood. Hij was een eikel, hij spoorde niet. Hij moest dood, ik had gewonnen, alweer.

[center]3.

[size=1em]Ze hadden geregeld dat mama mij op zou komen halen. Ik had echt iedereen verwacht, maar mama, nee, dat ze haar best deed het mij te vergeven vond ik al heel wat. Ze vergaf me om iets wat ik niet eens gedaan had, een goed argument voor mijn standpunt dat de wereld echt verschrikkelijk raar is. Of ik nu echt blij ben met het feit dat ik zo in haar kleine, rode Toyota met meer plaatsen met deuken dan zonder, en die nodig een stofzuigbeurt nodig had, weet ik nog niet zo zeker. Het was lief van haar maar het had gewoon niet gehoeven.
Waar ik nu sta is op de stoep, voor de kliniek, met een grote, zwarte koffer in mijn hand. Mijn haren droeg ik, zoals vrijwel altijd, in een lage staart en ik droeg geen make-up, helemaal niets. Ook mijn kleding bestond uit niet veel speciaals, een effen rood topje en normale spijkerbroek, met daaronder een paar afgetrapte, goedkope sneakers. Waarschijnlijk zag ik eruit als een vrouw van 50, maar ik vond het de moeite niet waard om er goed uit te zien. Voor ik werd opgenomen deed ik altijd mijn best voor mijn uiterlijk, ik kocht weet ik veel wat voor spullen voor mijn krullen, had toilettassen vol make-up waarvan ik enkel eyeliner en mascara gebruikte, ik had een grote kast vol kleding en lachte vrijwel altijd. De kliniek had me kapot gemaakt, in alles wat je maar kon bedenken.
Even later zat ik in de Toyota waar ik al 2 jaar niet meer in gezeten had. Ik probeerde naar buiten te kijken maar de ramen van de auto waren zo smerig dat ik niet verder keek als een stel bomen en een paar schimmen die buiten liepen. Mama praatte tegen me, ik luisterde niet, net zoals vroeger. Ze stelde me vragen, en soms knikte ik ja, maar verder ging ik niet. Op de een of andere manier gingen de woorden bij het ene oor erin, en gingen ze er zo weer bij het andere oor eruit. Tot dat ik het woord ‘Jonathan’ voorbij hoorde komen. Ik spitste mijn ogen en vroeg of ze even wilde herhalen wat ze zei. ‘’Zullen we even naar Jonathan?’’ vroeg ze overnieuw. Ik knikte, met een brok in mijn keel. Natuurlijk wilde ik naar Jonathan.

Ik ben trouwens van plan om Pretty Little Liars eens te gaan lezen, het lijkt me grappig als onze schrijfstijl echt op elkaar lijkt haha.

Je bedoelt dat je nog nooit Pretty Little Liars hebt gelezen? Meid… :flushed:
Trouwens leuk stukje! :heart: Ik ben ook de enige die dit volgt.

Ja, raar hé, op de een of andere manier neem ik altijd de boeken die ergens achteraf staan in de bieb, van die boeken waar niemand nog ooit van heeft gehoord.
Dankje, ik ga nu weer een stukje schrijven!

Heel mooi geschreven. Ik ben wel nieuwsgierig. Ik volg!

@ Thanks! Leuk!

4.
Serena

Net toen ik weg wilde gaan, hoorde ik ineens het geluid van een auto die over het grind reed. Het geluid stopt, en ik hoor een deur openslaan. Stemmen hoor ik niet, maar het zijn overduidelijk twee personen die richting de begraafplaats lopen. Uit mijn ooghoeken zie ik de twee personen dichterbij komen. De twee vrouwen herken ik overduidelijk. Annie en Joyce.
Als dit geen openbare plek geweest was geweest, had ik ze beide levend begraven naast Jonathan, dan was deze rotfamilie helemaal weg, behalve Annie haar man John dan, maar dat was wel een goede vent. Jammer genoeg was hij ook gek in zijn hoofd, want wie wil er nu in godsnaam een relatie met Annie. Verdomme, stelletje idioten.
Ik doe net alsof ik haar niet zagd, en veegde een zogenaamde traan weg. Ook ditmaal was mijn plan weer fantastisch, perfect. Ik pak ze allemaal, totdat ze nog gekker worden dan dat ze zijn, en dan roei ik ze uit, als twee vliegen in één klap.
In een ruk draaide ik me om en keek ik Joyce, welke bijna niet meer terug te herkennen was, aan. Ze zag er minstens 50 jaar ouder na 2 jaar in de kliniek. Dat kind was zo verschrikkelijk lelijk, er was werkelijk niks moois aan haar te bekennen.
Ze stond een stuk of tien meter van mij vandaan, maar ik bleef haar aankijken. ‘’Jij,’’ sliste ik. Beide bleven we stokstijf staan. Ik zag Joyce haar best doen niet flauw te vallen van angst, aangezien ze wist waartoe ik in staat was. Mijn blik maakte haar kapot, het beetje hoop dat ze nog had zag ik langzaam wegdrijven. Alles was zij op dat moment dacht was te zien in haar ogen, hoe ver weg je ook zou staan.
Na minutenlang staren nam ik het voortouw en zette ik een stap naar voren. ‘’Jij,’’ zei ik nog een keer. ‘’Welke idioot heeft jou losgelaten?’’ De woorden kwamen als kogels uit mijn mond, niet alleen mijn blik, ook mijn woorden maakten haar kapot. Ik versnelde mijn passen en stak met armen uit. Ondertussen was ik al bijna aan het rennen. Als ik eenmaal bij haar ben gaf ik haar een harde duw, waardoor ze naar achteren viel. Snel krabbelde ze omhoog en haalde naar mij uit, maar liet net voor mijn gezicht haar trillende hand zakken. Het verdriet in haar ogen was omgeslagen in woede en haat. ‘’Je spoort niet,’’ fluisterde ik, en ik tufte in haar gezicht. ‘’Gek wijf,’’ vervolgde ik, en ik liep weg. Niemand kwam achter me aan. Gelukkig.
Toen ik terug op mijn appartement was pakte ik meteen mijn tekenblok. Ik begon Jonathans gezicht te schetsen, een schets die ik al tientallen keren op papier had gezet. Maar dit keer legde ik de nadruk op zijn ogen, die woest naar voren staren. Binnen een uur had ik een volledig afgemaakte tekening, die ik ook meteen weer verscheurde. Ik was woest.
Uit het niets verlaat mijn mond een luide schreeuw. Waarom ik net schreeuwde weet ik zelf eigenlijk ook niet, want dat ik de strijd tegen Joyce ga winnen weet ik toch zeker. Jonathan kan het ook niet zijn, die jongen verdiende de dood. Misschien was het wel gewoon het feit dat ik perfect ben, en de wereld een grote mislukkeling. Misschien hoor ik wel helemaal niet op deze planeet.

Verderr! Die serena is eigenlijk best gestoord hahaha.

Inderdaad, Serena is een soort van gek in haar hoofd, maar snapt dat zelf niet helemaal hihi

Echt zo! Snel verder, Anne!