[Verhaal] My Soul

Hey Meiden,
Ik ben nieuw op Girlscene en ben echt gek op verhalen schrijven. Ik heb heel lang getwijfeld of ik ook daadwerkelijk zelf een topic zou maken, maar heb het toch maar gedaan. Zie dit eerste stukje meer als informatie, het verhaal begint pas hierna. Laat gerust Commentaar en kritiek horen, maar onthoud wel dat ik pas 10 ben.

Samenvatting:
Het gaat over Cloë, een zeventienjarig meisje die erachter komt dat ze geen ziel heeft. Dat komt omdat ze een Mask is. Mask’s zijn mytische wezens die jaren geleden, steden terroriseerden. Toen de mensheid ze eindelijk had weggejaagd, bleven er nog een paar over, die wraak zouden nemen. Cloë is zo’n iemand. Ze wil graag de mensen laten boeten dat ze de Mask’s verjaagd hebben. Maar dan wordt ze verliefd op een meisje. Omdat Cloë geen ziel heeft, kan het meisje haar niet zien. Ze is slechts een geest in haar ogen. Toch probeert ze contact te maken, maar of het lukt?

Moet ik Verder Gaan?

Het is wel spannend, maar het lijkt verdacht veel op The Host van Stephanie Meyer…

Ik heb serieus nog nooit van dat boek gehoord, sowieso niet als het een horror boek is (daar ben ik echt als de dood voor) Waar gaat dat boek dan over?

Het is een bestseller, en ook verfilmd.
Ok, deze samenvatting is van het boek haha.
Het is natuurlijk niet helemaal het zelfde, maar het idee wel, vind ik dan…
-
“De wereld is binnengevallen door een onopgemerkte vijand die het lichaam van mensen gebruikt en de ziel er uit verwijderd. Alleen Melanie Stryder weiger haar lichaam te verlaten. Wanderlaar, die Melanie’s lichaam heeft overgenomen, komt er achter dat de geest van de vorige bewoonster van haar nieuwe lichaam nog aanwezig is. Ze kan zich niet verzetten tegen de herinneringen van Melanie en wordt verliefd op een man die ze nog nooit heeft ontmoet. Noodgedwongen worden Melanie en Wandelaar bondgenoten en gaan op zoek naar een man van wie ze beiden houden. Alleen snapt die man dat Melanie nog daar binnen is, of zit hij alleen Wandelaar?”

Maar, het kan aan mij liggen, dus ik wacht wel op het eerste hoofdstuk (;

Ik vind het wel meevallen, het is hetzelfde als dat niemand nu meer een vampierboek kan schrijven omdat het dan teveel op Twilight zou lijken. Ik volg!

Dat is waar haha, maar ik wacht het eerste hoofstuk gewoon eventjes af (;

Hoofdstuk 1

Ik leun tegen de gigantische treurbeuk midden op het marktplein, het enige plekje waar nog een beetje schaduw is. Kijk al die mensen nou, ze doen alsof er in het verleden nooit iets is gebeurd, alsof ze nooit mensen hebben pijn gedaan. Ik kerf met een tak de naam van ons volk in de stam van de treurbeuk. Als een jongen van een jaar of veertien naast me komt staan, bekijk ik hem argwanend. Hij staat daar alsof hij alles is, waar ik me zo erg aan kan ergeren.
“Flikker eens op, ik stond hier eerst!”
Ik gaf de jongen een duw. Ik gooide nog een eikel tegen zijn hoofd, waarna hij zijn pas versnelde en binnen drie seconden verdwenen was uit mijn zicht. Mooi zo, dat ze maar bij mij uit de buurt blijven. Ik loop op mijn gemak naar een winkel die ergens aan de zijkant is weggestopt. Ik blijf voor de glazen deur staan. Ik versterk de greep op de steen die ik in mijn handen heb geklemd. Ik gooi de steen door de glazen deur heen, waardoor het glas in allerlei kletterende stukjes door de winkel vliegt. De man achter de toonbank duikt angstig weg. Door het gat in de deur, klim ik de winkel in. Het is een souvenir winkeltje. Er staan veel stenen beeldjes en een enkel van glas. Ik pak het grootste glazen beeldje wat ik kan vinden, en gooi hem stuk tegen de toonbank. Vervolgens gooi ik de telefoon van de man door de ruit, zodat ik rustig kan vertrekken, alsof er niks is gebeurd. Mask’s zijn asociaal?! Pure Onzin!

Als ik voor de verlaten bakker in het dorp sta, klim ik op het dak. Dit is een van mijn favoriete plekjes, want dit is het hoogste gebouw van het hele dorp. Ik kan over het hele dorp uitkijken, en mensen bespioneren. Het is onmogelijk, dat iemand zich hier ooit, op het hoogste gebouw van het dorp, zou durven te vertonen. Het gerucht ging, dat hier de geest van de bakker nog rondspookt, die vermoord is door de Mask’s. Dat is maar goed ook, weer een mens minder in deze rotwereld. Die mensen hebben niet alleen ons leven vermorzeld, maar ook onze leefplek. Ik gooi een dakpan tegen een vrouw die langs komt lopen. Ze kan hem nog net ontwijken, en ik schreeuw haar na. Dat ze verdomme, niet even een moment kan blijven staan. Ik klim van het dak, en vertrek richting het kerkhof waar de meeste Mask’s zijn begraven, een van de meest bevredigende plekken op de hele wereld. De enige plek waar ik nog contact heb met mijn stam.

Okè, change my mind, ik volg! (:

Twee foutjes, “een jongen van 14” 14 ligt onder de twintig, dus dat schrijf je voluit “veertien”
Het zelfde met “binnen 3 secondes” ook voluit schrijven “drie secondens”
en ook bij “1moment” is het èèn moment (:
Alles onder de twintig schrijf je voluit.

Bedankt, ik heb het verbeterd!

Willen Alle Stille Lezers ook een reactie plaatsen please?

Eerste zin: De leun? Moet dat niet ‘Ik’ zijn?

Ik gaf de jongen een duw. Nu staat het ineens in v.t. en daarvoor was het nog t.t.

… waarna hij zijn pas versnelde en binnen 3drie seconden …

Ik loop op mijn gemak naar een winkel die ergens aan de zijkant is weggestopt. Ik blijf voor de glazen deur staan. Ik versterk de greep op de steen die ik in mijn handen heb geklemd. Ik gooi de steen door de glazen deur heen, waardoor het glas in allerlei kletterende stukjes door de winkel vliegt. Het leest een beetje vervelend omdat alle zinnen met ‘Ik’ beginnen. Probeer ook wat langere zinnen te maken, bv. ‘Ik versterk de greep op de steen die ik in mijn handen heb geklemd en gooi hem door de glazen deur heen …’

Als ik voor de verlaten bakker in het dorp sta, klim ik op het dak. En Ik klim van het dak, en vertrek richting het kerkhof … Het komt een beetje onwerkelijk over dat de hoofdpersoon zomaar op een dak klimt van ‘het hoogste gebouw van het dorp’ en er weer afgaat. Misschien een beetje uitleggen dat ze via een regenpijp of zoiets klimt, haha.

Dat ze, verdomme, niet even 1één moment kan blijven staan.

***

Wow, ik vind het nog al heftig. De hoofdpersoon vertoont wel raar gedrag, door iedereen te bekogelen met van alles en nog wat, haha. En in die scène dat ze van alles door een winkel gooit, vind ik het een beetje vreemd dat dat zomaar kan gebeuren en dat niemand er iets van zegt/doet?

Verwacht niet dat je al veel stille lezers hebt als je verhaal er pas een paar uur opstaat…

En, schrijf je je verhaal in verleden tijd of tegenwoordige tijd, want in beiden is niet fijn voor de lezers…

Het is wel goed, maar het spreekt me niet echt aan. Maak je geen zorgen, dat is gewoon mijn mening, anderen zullen het vast wel leuk vinden!
Tip; het is Sunshine en niet Sunschine, je hoeft het niet te veranderen, maar dat valt me gewoon op :wink:

Ik weet dat het het sunshine is, maar die was al bezet…dus maak ik er sunschine van

Bedankt voor het verbeteren. Met verleden tijd en tegenwoordige tijd heb ik altijd al wat moeite gehad. Zoals in de samenvatting al staat, kunnen mensen haar niet zien, omdat ze een soort van geest is. En daarom kon ze ook zo snel het dak op klimmen.

Sorry was even vergeten dat ik dit forum had gemaakt.
____________________________________________________

Hoofdstuk 2

Ik kniel neer bij het graf van ons stamhoofd, en spreek zijn wijze woorden uit.
"Iedere Mask heeft zijn eigen speciale kracht, gebruik die tegen de mensheid. "
Een hoopje zand stuift omhoog en het stamhoofd zweeft voor mijn neus.
“Cloë, je weet toch dat het niet de bedoeling is dat je iedere dag komt, je moet je krachten sparen voor de grote aanval…” Zijn stem klinkt zwoel en rustig, alsof niks hem wat kon schelen. Dat bewonder ik nou zo erg aan hem.
“Sorry stamhoofd, ik wil informatie brengen, en een aantal dingen vragen…”
Een lange, pijnlijke stilte raast voorbij.
“Ja…?”
Ik merk aan zijn houding dat hij ongeduldig begint te worden.
“Ik heb een deel van de mensheid al bang gekregen, maar ze weten vast niet dat de Masks het zijn, we zijn overal uit de mensen hun geheugen gewist. Zo irritant, wij zijn ook gevaarlijk! Maar hoeveel Maks zijn er precies voor de grote aanval?”
Het stamhoofd, dommelt bijna weg. Het boeit hem dus niks. Inmiddels kom ik hier zo vaak dat hij al mijn verhaaltjes wel kent.
“Nog vier, een in Londen, een in Egypte, een in Japan en een in Australië… Je zult ze moeten zoeken Cloë, doe je best, red ons volk…” Dat waren de laatste woorden van ons stamhoofd, voordat hij weer terug het graf in werd gezogen. Eerste bestemming: Londen. Maar hoe kom ik daar het snelste?!