Verhaal: my life

Oke, ik ben bezig om een verhaal te schrijven, maar ik weet nIet zo goed of het eigenlijk wel wat is… Dus…
Zeggen jullie maar wat je er van vind:)
Als ik positieve reacties krijg zal ik steeds een stukje meer schrijven.
Alvast bedankt!

Het felle ochtendlicht galmt door mijn kamer. Ik probeer langzaam mijn ogen te openen, maar het licht is nog te fel. Na een tijdje ben ik het gewend, en kan ik zonder problemen Door mijn kamer kijken. Veel is er althans niet te zien. Het enige wat ik in mijn kamer heb staan, is een bed, een bureau met stoel, een kledingkast die elk moment uit elkaar kan vallen, en natuurlijk mijn oude vertrouwde gympen.
Ik pak een broek en een shirtje uit de la. Ik druk mijn neus tegen de gele stof van het shirt. Die ruikt niet al te best. Ach, hij kan er nog mee door, en mam heeft de was eergisteren nog gedaan. Ik trek mijn kleren aan, en pak een paar sokken. Eentje is wit, en de ander is paars. Ik hou wel van wat gekke kleurencombinaties, denk ik positief. Snel pak ik mijn tas, en ik ren zo snel als ik kan naar beneden.
Het leuke van onze trap is, dat hij een brede leuning heeft. Het laatste stukje ga ik altijd glijdend naar beneden. Dat doe ik al zo lang. Eigenlijk, al zo lang als ik me kan herinneren.

Ik loop naar de keuken, en pak wat brood uit het kastje. Oh, lekker, wit brood! Daar hou ik altijd zo van. Ik pak een pot jam uit de koelkast en begin te smeren. Stiekem pak ik altijd nog een extra hapje jam, omdat het zo lekker zoet is.

Als ik mijn broodje eenmaal op heb, ga ik nog eventjes lezen. Ik houd van lezen. Als ik lees, heb ik het gevoel dat ik opeens in een hele andere wereld terecht ben gekomen. Dan ben ik niet meer Esmee, nee, dan ben ik misschien wel een dappere spionne, of een eenzame prinses die op de komst van haar prins op het witte paard wacht. Als ik lees, ziet het leven er veel kleurrijker uit. Niet dat ik niet blij ben met mijn leven, mijn leven is best oke, maar het is ook wel eens leuk om niet uitgescholden te worden voor sloffie.

Je begint erg veel zinnen met ‘ik’. Dus krijg je; ik deed dit, toen deed ik dat…
Dat leest naar mijn idee niet bepaald fijn.

Ook spreekt het mij tot nu toe nog niet zo aan.

Oke, zal ik op gaan letten :slightly_smiling_face:

Als ik omhoog kijk, zie ik onze oude grijze klok in de woonkamer hangen. Die hebben we nog ooit van tante Sien gekregen. Dat is alweer een tijd geleden zeg, maar ik weet het nog goed. Ze ging verhuizen, en had allemaal spullen die ze niet mee kon nemen. Toen heeft ze ons deze klok gegeven.
Ze is 2 jaar geleden overleden, en ik ben er nog steeds niet helemaal overheen. Ze was mijn lievelingstante. We konden het samen altijd zo gezellig hebben. Ze was eigenlijk de moeder die ik nooit had gehad, en ik kon altijd over alles met haar praten. Toen ze hoorde dat ze kanker had, moest ze wel naar het ziekenhuis verhuizen. Die klok is het enige wat ik nog van haar heb.
Al naar de klok kijkend, zie ik dat het 8 uur is. Tijd om naar school te gaan, mopper ik in mezelf. Ik pak mijn fietssleutels van het keukentafeltje en maak de deur zachtjes open. Mijn ouders slapen nog. Ze hebben vannacht hard in de fabriek gewerkt. Nu zijn ze uitgeput, dus laat ik ze nog even liggen. Zachtjes doe ik de deur weer dicht en blijf ik even naar het huis staan kijken. Dat gat in het dak moet echt een keer gemaakt worden, denk ik in mezelf. Voor je het weet is de omvang verdubbeld.
Ik wend mijn hoofd naar mijn fiets. Snel pak ik de pomp uit de schuur en pomp ik mijn banden op. Dit moet nu al een paar dagen. Een jongen uit mijn klas, Evan, had mijn band lek gestoken. Mijn vader heeft nog geen tijd gehad om ernaar te kijken.
Zodra ik klaar ben, zet ik de pomp weer terug in de schuur. Ik pak mijn fiets en loop de straat op. Eventjes haal ik diep adem, om de frisse buitenlucht in me op te nemen.
Het is lente, dus veel mensen hebben weer last van hooikoorts. Ik gelukkig niet, dus kan ik gewoon genieten van de geur. In de verte hoor ik vogeltjes fluiten. En, als ik heel stil ben, kan ik zelfs de krekels horen. ‘Dit zijn nou de mooie dingen in het leven’ , denk ik in mezelf. Hier kan ik echt van genieten. Buiten zijn, het voelt alsof je alles aankan. Dit zijn mijn momenten. De momenten waarin ik zo waarlijk echt gelukkig ben. Maar jammer genoeg zijn die al snel weer voorbij, want als ik op mijn horloge kijk, besluit ik dat het nu echt tijd is om te gaan.

Ik stap op mijn fiets, en fiets na een tijdje stil te hebben gestaan aan. Tijdens de lange rit naar school bereid ik me emotioneel voor. School is voor mij niet zo’ pretje. Sterker nog, ik wordt zelfs gepest. Mijn ouders weten van niks, want ik probeer ze niks te laten merken, want ze hebben al zoveel aan hun hoofd. Het is wel moeilijk voor me, om nooit met iemand te kunnen praten over hoe ik me voel, vooral omdat ik van mezelf al heel emotioneel ben aangelegd.
Eenmaal op school aangekomen zet ik mijn fiets in het fietsenrek. Een paar meter verderop staat een groepje jongens dat me laatst nog heeft zitten. Stil zijn, denk ik in mezelf. Langzaam probeer ik om te draaien in de hoop dat ze niet merken dat ik nier sta. Jammer genoeg lukt dat niet echt, want ik hoor ze al roepen.