Verhaal - Mijn trouwdag.

Wat vind je van dit verhaal?
  • Slecht geschreven, en het onderwerp spreekt me niet aan.
  • Goed geschreven, maar het onderwerp spreekt me niet aan.
  • Slecht geschreven, maar het onderwerp spreekt me wel aan.
  • Goed geschreven, ik volg!
  • Ik hou van dit verhaal!

0 stemmers

[b]Hallo dames!
Dit korte verhaal heb ik een keer midden in de nacht geschreven, en ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden.

Edit: Ik heb besloten dat ik er een vervolg op ga maken. Ik heb helemaal geen voorraad, dus het kan zijn dat ik wat onregelmatig post!

Het gaat over Azra, die wegrent van haar eigen bruiloft. Later leert ze de man met wie ze zou gaan trouwen beter kennen, en komt ze voor moeilijke keuzes te staan.

Let op: Ik ben een ramp met d\t![/b]

Het was mijn trouwdag. Ik had geluk gehad met het weer, de zon scheen zoals hij het hele jaar nog niet geschenen had. Zenuwachtig keek ik in de spiegel. Was ik wel goed genoeg? Was ik wel mooi genoeg?
Was ik uberhaupt de vrouw die hij wou?
In de spiegel zag ik een klein, donkerharig meisje. Met mijn figuur ben ik altijd tevreden geweest. Behalve die dag. Mijn normaal zo woeste wenkbrauwen waren netjes geepileerd door de schoonheidsspecialist, en mijn haar zat in een sierlijk, losvallend knotje. Mijn make-up was gedaan door een van de beste visagiste van het land.
Alles was perfect. Waarom voelde het dan niet zo? Waarom voelde het alsof ik heel hard wou wegrennen? Waarom was ik niet gelukkig?
Mijn moeder kwam de kleedkamer in, en deed mijn sluier goed. Ik was klaar. Klaar om te trouwen.
Voorzichtig schoof ik in mijn witte pumps, die je niet zou zien onder mijn wijde trouwjurk. De trouwjurk was het enige wat mij beviel aan deze bruiloft. Hij was mooi, wijd met een hoepel, en de rok was perzikkleurig. Het bovenstuk was wit, met miljoenen kleine pareltjes erop genaaid.
Nog een laatste blik in de spiegel, en ik vertrok. Naar de man waarvan ik zei te houden.

Waarom was hij er niet bij? Waarom was hij weggegaan uit mijn leven? Ik miste hem, elke dag. Elke dag sneed de pijn als een mes door mijn hart. Hij moest bij me zijn, me advies geven, met met lachen. En met me dansen, zoals we altijd deden.
Ik trouwde voor hem. Om hem gelukkig te maken.Ik wist dat het hem gelukkig zou maken om mij gelukkig te zien. Natuurlijk voelde ik wel wat voor mijn aanstaande man, alleen niet genoeg. Niet meer als vriendschap.
Toen hij er nog was, dansten we altijd in de woonkamer. Iedereen keek ons aan alsof we gek waren, gestoord.
Ik had hem meer moeten liefhebben. Meer moeten beseffen hoe speciaal hij was. Meer moeten beseffen hoeveel geluk ik met hem had.
Als ik toen wist wat ik nu weet, had ik veel anders gedaan.

De laatste paar stappen naar mijn aanstaande man waren afschuwelijk. Het voelde alsof ik door drijfzand liep, op mijn hoge hakken. Waarom had ik die dingen aan? Ongemakkelijk slofte ik verder.
‘Je moet schreiden.’ Siste mijn vader. De man die mij weggaf, waarvan ik had gewilt dat hij degene was die dat deed.
Uiteindelijk stond ik voor de man waarmee ik niet wou trouwen. Hij wist het, ik had het hem zovaak verteld.
Het deed me pijn dat ik hem pijn deed, maar we konden niet meer terug. De bruiloft had onze families duizenden euro´s gekost, en het leek me ondankbaar om niet te trouwen.
Hij hield wel van mij. Maar ik niet van hem, ik zag hem als mijn beste vriend en meer niet.
De ceremonie ging als een roes voorbij. Ik dagdroomde, totdat een van mijn bruidsmeisjes me aanstootte.
‘Je moet je antwoord geven.’
Ik schudde mijn hoofd en focuste op de geloften. Ze werden opnieuw gezegt, en mijn aanstaande man zei ja.
De vraag werd aan mij gesteld, en ik voelde hoe iedereen me vragend aankeek.
Ik kon het niet. Ik kon niet trouwen met een man waarvan ik niet hield. Was dat wat hij wou? Zei ik net niet dat hij wilde dat ik gelukkig was?
Hier werd ik niet gelukkig van.
‘Sorry,’ stamelde ik, en ik begon te rennen. Weg van hem. Weg van onze familie´s. Weg van de plek die mijn leven een hel zou maken.
Als vanzelf brachten mijn benen me naar het kerkhof. Op zijn graf stortte ik in.
Ik trok mijn pumps uit en smeet ze verschillende kanten uit. De sluier die ik nog steeds droeg, rukte ik uit mijn haar en gooide hem weg.
Tranen kwamen als vanzelf, en ik voelde hoe mijn makeup zich met elkaar mengde door de tranen.
‘Ik kan het niet,’ huilde ik zacht. Ik keek naar de steen die op zijn graf stond. Mijn bruidsboeket legde ik op zijn graf. Ik gilde, schold en huilde, maar er was niemand die antwoordde.
‘Het spijt me, broertje. Het spijt me dat ik je teleurstel. Ik ga trouwen met iemand waarvan ik echt hou.’ Sprak ik tegen de grafsteen. Daarna stond ik op en liep naar huis.
Ik wou wakker worden en beseffen dat dit een nachtmerrie was.

Ben benieuwd! Het onderwerp spreekt me aan :slightly_smiling_face:

Ah wat leuk, ik heb alles gelezen en ik volg sowieso! :grinning:

Of was dit het ? :stuck_out_tongue: Want dan snap ik het niet helemaal…

Ik twijfel nog heel erg of ik er een vervolg op (kan) maken, maar jullie vinden van wel?

Ik hoop het niet, ik wil weten wat er daarna gebeurd. :grinning:

Ja sowieso.

Wauw echt heel mooi!

Je hoeft echt niet zo onzeker te zijn, je schrijft goed! :grinning:

Wat een lieve reacties! Door jullie heb ik de motivatie om ermee door te gaan, dus het word gewoon een verhaal ipv kort verhaal. Helaas heb ik verder helemaal geen vooraad, dus ik ga nu even druk schrijven!

Wauw echt mooi geschreven, ik volg

Mijn lieve, lieve broer. Als er iemand was die ik niet kon missen, was hij het. Hij overleed bijna drie jaar geleden, en het doet me nog elke dag pijn. De pijn om hem te missen is verschrikkelijk. Hij overleed bij een auto-ongeluk, waarbij de bestuurder van de andere auto dronken was. Het lot had de oneerlijke wending genomen dat hij nog wel leefde.
Ik was weggerent van mijn bruiloft, en zat huilend op mijn bed, in mijn meisjeskamer. Zodadelijk zouden mijn ouders thuis komen, en schreeuwen tegen me. Dat ik de familie ten schande maakte. Dat ik mezelf ten schande maakte.
Ik weet dat ik had moeten trouwen. Of dat ik eerder had moeten bedenken dat ik niet wilde trouwen.
Beneden ging de bel, en ik slofte naar beneden om de deur open te maken, nog altijd in mijn trouwjurk. De jurk was vies geworden door de modder, maar dat boeide me op dat moment niet veel. Ik zwaaide de deur open, en mijn mond viel in een verbaasde O.
Voor de deur stond hij. De man met wie ik had moeten trouwen.
‘Mag ik binnen komen?’ Hij veegde wat sneeuw van zijn pak.
Ik knikte, en liet hem binnen. Ik wierp even snel een blik in de spiegel. Ik leek wel een monster, met al die uitgelopen make-up.
‘Azra, wat is er?’ Hij was op de bank gaan zitten.
‘Ik hou niet van je! Dat weet je! Waarom vraag je uberhaupt nog wat er is?’
‘Had dat even eerder bedacht voordat onze ouders duizenden euro´s uitgaven.’
Ik beet op mijn lip om niet te huilen. ‘Wat stel je dan voor? Dat ik met je trouw? Wil jij een vrouw die niet van je houd, Orhan?’
‘Ik hou van jou,’ ik zag een traan langs zijn wang lopen, en even voelde ik me heel erg schuldig. Dat gevoel drukte ik snel weg. ‘Ik wil bij jou zijn.’
Ik zuchte. Kon ik nog terug?
Op dat moment hoorde ik de deur openzwaaien, en mijn vader kwam met luid gescheld binnen. Mijn moeder kwam er zacht huilend achteraan.
‘Azra, we moeten praten.’

Wat leuk geschreven! Ik volg :grinning:

Ah leuk, verder. :upside_down_face:

Omdat ik jullie lief vind! (:

De ouders van Orhan kwamen ook binnen, en gingen stil op de bank zitten. Ik zuchte.
‘Wil je met hem trouwen?’ Vroeg Orhan´s vader kalm.
Ik beet op mijn lip. Wou ik dat? Hield ik van hem? Het antwoord was nee. Nee, ik hield niet meer van hem als dat ik van een normale vriend hield.
Mijn moeder leek mijn gedachtes te raden. ‘Het kan groeien, Azra.’
Voor ik het wist begon ik weer te huilen. Mijn moeder wou haar armen om me heen slaan, maar Orhan was haar voor.
‘Ik weet waar dit aan ligt,’ mompelde hij zacht in mijn haren, die ondertussen uit mijn ooit zo elegante knotje waren ontsnapt. Ik bleef doorsnikken, en Orhan aaide geruststellend over mijn haren. ‘Kom even zitten.’ Ik werd neergezet op de bank, en kreeg een glas water aangereikt. Moeizaam nam ik een slokje, waarbij ik me weer verslikte en nog harder begon te huilen.
‘Het komt door Mustafa, of niet?’ vroeg mijn moeder. Iedereen had ons gelukkig even alleen gelaten.
Ik knikte. ‘Ik wil zo graag dat hij erbij was,’ huilde ik verder.
‘Dat gaat niet meer gebeuren lieverd. Accepteer dat en trouw met deze man. Hij houd van je.’
‘Mama, ik hou niet meer van hem dan van een normale vriend.’
‘Dat kan groeien. Probeer het nou, voor ons.’ Mijn moeder kneep even in mijn hand.
‘Dat kan nu toch niet meer?’
‘We plannen het gewoon allemaal opnieuw, en in de tussentijd ga je wat meer tijd met hem doorbrengen,’ besloot mijn moeder.
Ik knikte, en mijn moeder liep naar de keuken om iedereen uit te leggen wat nu het plan was.
Orhan kwam langs me zitten, en sloeg zwijgend zijn arm om me heen. Juist dat hij niks zei, was geruststellend. Ik wou niet praten.
‘Wil je samen een keer naar het graf?’ vroeg Orhan.
Ik haalde mijn schouders op. ‘Ik weet het niet.’
‘Denk maar goed na.’ Orhan drukte een kusje op mijn haren, en vertrok samen met zijn ouders.
Ik zag aan mijn vader dat hij boos was. Ik keek hem recht aan, en zag zijn blik milder worden. ‘We missen hem allemaal,’ mompelde hij in het Turks, voordat hij me in zijn armen nam. ‘Ik vergeef het je. Maar doe zoiets alsjeblieft niet nog een keer. Mijn hart stond stil toen je wegrende.’ Grapte mijn vader.
Ik had geluk met mijn ouders, en dat besefte ik me heel goed. Sommige ouders hadden me nu uit huis gegooid, maar ik kreeg een kans om het goed te maken.
En deze keer zou ik het goed doen.

In de beginpost staat ceramonie, dat moet ceremonie zijn. Verder leuk verhaal!

I/we want more! :upside_down_face:

Dankjewel, ik heb het aangepast!